Woensdag 22/01/2020

Dubbelinterview

‘Mijn ziekte is een last. Voor mezelf, maar ook voor iedereen rondom mij’

Jens Dendoncker en Lauren Versnick. Beeld Domen / Van De Velde

Een dik jaar geleden sloeg de vonk over, na hun eerste en allesbepalende kus. Sindsdien gaat het razendsnel voor tv-figuur Jens Dendoncker (29) en model-actrice Lauren Versnick (25). ‘We beseffen dat het op professioneel vlak nu dé jaren zijn. Dat het nu moet gebeuren.’

Zij is rechtdoorzee, hij kiest voor bochten en omwegen. Zij neemt de leiding, hij volgt graag. Zij de nuchtere, hij de melancholische. “Wij konden niet méér van elkaar verschillen. Maar net daarin schuilt een enorm schone poëzie”, aldus Jens.

We zoeken het koppel op in Lanaken. Daar, in een groene oase, doen ze zich tegoed aan een weekendje wellness - wandelen, massage, paardrijden - om hen op te laden voor 2020. “2019 was het drukste maar mooiste jaar uit mijn leven”, steekt Lauren van wal. “Ik ben 25 geworden, mijn relatie met Jens is gestart, Studio Tarara kwam op tv, ik had een rol in Nachtwacht, Jens en ik kochten een appartement en we namen onze katjes, Maurice en Toulouse, in huis. Een vruchtbaar jaar. Laat het volgende maar komen.”

Liefde op de werkvloer: hoe is dat zo ontstaan?

Jens: “We hadden elkaar een paar keer gezien, maar het was pas toen Lauren de productie deed (bij productiehuis Shelter, red.) voor mijn programma Hoe zal ik het zeggen? dat we elkaar beter leerden kennen.”

Lauren: “Als producer zorg ik er samen met het productieteam voor dat alles wat er in het script staat, die dag ook op de set aanwezig is. Het is vooral veel regelen en miserie oplossen. (lachje) Ik had Jens al ontmoet op de set van Studio Tarara. Voor mij was hij gewoon Jens. Bekendheid is relatief voor me, omdat ik een bekende mama (Lynn Wesenbeek, red.) heb. Maar ik voelde wel meteen een toffe klik met Jens.”

Jens: “In het begin snapte ik niet hoe Lauren alles combineerde: ik had haar leren kennen als actrice, ik had snel begrepen dat ze ook model was, en toen bleek ze dus ook onze producer. Ik dacht: euh, hóéveel jobs doet dat meisje? (lacht) We werkten een maand of drie vlot samen. Ze heeft een klein beetje misbruik gemaakt van het feit dat ze wist dat ik heel snel zot was van haar: ik had haar toegang gegeven tot mijn persoonlijke agenda, waardoor zij beter van alles op de hoogte was dan mijn management. Die vroegen op een bepaald moment: ‘Jens, hoe wéét die Lauren zoveel over jou?’”

Beeld Domen / Van De Velde

En wanneer sloeg de vonk over?

Jens: “Bij mij was dat tamelijk snel beklonken. We hadden een paar keer naast de set afgesproken en ik wist: als we dit blijven doen, zal het niet lang duren voor ik tot over mijn oren verliefd ben. Ik wil niet meedoen aan dat gedoe van aantrekken en afstoten. Ik heb dus eerlijk gezegd: ‘De kans is reëel dat ik binnen de kortste keren gruwelijk verliefd op je word.’ We hebben toen heel praktisch afgesproken: ‘Als het zover is, zal ik dat gewoon zeggen.’”

Lauren: “Ik was daar wel door gecharmeerd. Mannen die ik tot dan toe kende, deden dat niet. Voor hen was ik eerder een lustobject – en dat kon dan wel uitdraaien op iets leuks én liefdevols, maar er werd nooit open en bloot gezegd: ‘Ik vind jou zo leuk, dit kan weleens méér worden.’ Zelf zag ik Jens eerder als een toffe vriend. Ik kwam net uit een relatie en was niet op zoek naar iets nieuws. Maar hij legde zijn hart op tafel, en ik was zo vereerd dat ik dacht: er is maar één manier om erachter te komen of hier meer in zit dan vriendschap. We moeten gewoon een keer kussen! En als dat goed is? Dan zit het goed. Was dat niet zo geweest, dan had ik gezegd: sorry, dit wordt niks. Die kus was de proef op de som.”

Zoveel gewicht hangen aan een kus. Straf.

Lauren: “(stellig) Ik vind een kus echt héél bepalend. Alles vlakt af na een tijd, maar een goede kus blijft een goede kus, ook in een lange relatie.”

Jens: “Het was niet gewoon de kus als euh... technisch gegeven. Jij wilde weten of het iets met je deed. Toch?”

Lauren: “(knikt) En het deed iets met me – ik voelde het tot diep in mijn buik. Los daarvan: dat was écht een goede kus, Jens. (lacht) En dat is vandaag nog altijd zo. Ook al zijn we intussen een jaar samen. Neem nu deze twee dagen? Die voelen als een allereerste weekend samen weg. En dat heb je volgens mij alleen door de chemie in die kus. Je kan perfect iemand graag zien met wie je dat niet hebt, die spark. Maar ik wil mét spark. Anders wordt het snel een broer-zusrelatie.”

Een prille relatie in het drukste jaar van jullie leven. Vast niet simpel.

Jens: “We hadden graag wat meer tijd gehad voor mekaar. Anderzijds: we hebben het allebéí druk. Het is niet zo dat een van ons thuis zat te wachten op de andere.”

Lauren: “Ik vind het inspirerend. We zitten in dezelfde sector, we nemen allebei ons werk mee naar huis en praten erover. Ik vind het sexy om een partner te hebben die zijn werk zo graag en zo goed doet. Wederzijdse bewondering is een stevige glue.”

Jens: “Het is fijn om een klankbord te hebben dat niet alleen luistert maar ook weet hóé het er effectief op een draaidag aan toegaat. Die ook inhoudelijk iets zinnigs kan zeggen over keuzes die ik soms moet maken. En me tegelijk daar vrij in laat.”

Lauren: “Toen Jens er vorig jaar ook nog Belgium’s Got Talent bij nam (Jens verving tijdelijk jurylid Niels Destadsbader, red.) ging ik gewoon mee. Ook zijn zaalshow kan ik mee opzeggen, omdat ik hem vaak vergezel. Ik verras hem graag door onverwacht op te duiken waar hij moet optreden.”

Jens: “Letterlijk. Eén keer liep ik van mijn auto naar de locatie en ik had Lauren aan de lijn. ‘Waar ben je nu?’, vroeg ze. Plots hoorde ik gewoel in de struiken: daar was ze dan. (lachje)”

Beeld Domen / Van De Velde

Is dit de eerste keer dat jullie samenwonen met een lief?

Lauren: “Ik heb wel relaties gehad, maar ik heb nooit eerder samengewoond. Thuiskomen bij mijn lief: die
primeur is voor Jens.”

Jens: “Ik woonde een paar jaar samen met mijn ex- vriendin. We zijn op de best mogelijke manier uit elkaar gegaan, hebben nog altijd een goede band. Maar de huiselijkheid, samen met Lauren, vind ik echt heel prettig.”

Lauren: “De gezelligheid wordt ook enorm versterkt door onze katjes, hè?”

Jens: “Absoluut. We zijn fanatiek verliefd op Maurice en Toulouse. Ik had nooit gedacht dat ik er zo verslingerd aan zou raken. Had je me verteld dat ik die katjes zou missen, als ik zoals nu amper 24 uur van huis ben, ik had je niet geloofd. Maar ik ben oprecht blij dat ik ze vanavond terugzie.”

Wie heeft ze in huis gehaald?

Jens: “(wijst naar Lauren) Als madam iets in haar hoofd heeft, is er geen weg rond. Wat ze wil, zal gebeuren.”

Lauren: “Ik had gelezen dat je beter twee katten kan nemen dan één. Jens zag dat eerst niet zitten. Maar ik heb mijn wil doorgeduwd. We kwamen bij een opvangcentrum voor vondelingetjes terecht, Hoop voor Zwervertjes. Daar zaten ook onze twee kittens, ze moesten nog aan de papfles. Jens was direct verliefd op hen. Ze zijn zo lief. Ze slapen ook bij ons in bed.”

Jens: “’s Nachts komen ze op ons gezicht liggen en willen ze geaaid worden. Dan spinnen ze het hele huis bij elkaar.”

Lauren: “Gisteren sliepen we hier op hotel. We hebben ons in bed echt liggen afvragen hoe het met de katjes zou zijn. En dan hebben we samen op onze telefoons naar filmpjes van de katjes gekeken. (lacht)”

Men zegt weleens: opposites attract. Op welk vlak zijn jullie verschillend?

Jens: “Op elk vlak? (lacht) Wij zijn twee totaal andere mensen. Soms is dat complementair, soms geeft dat vuurwerk. Maar net daarin zit een enorm schone poëzie. In mijn vorige relatie zat ik qua karakter veel dichter bij mijn lief, waardoor we vaak besluiteloos bleven. Er zat geen stuwende kracht achter. Bij Lauren zit dat wél extreem in haar: het moet vooruitgaan, er moet een plan zijn, het mag niet te lang dobberen. Liever actie dan niks doen. Ik ben het tegenovergestelde: afwachtend, piekerend, analyserend. Ik ben blij dat Lauren dat weet te doorbreken. Soms.”

Lauren: “En soms ook niet, hè. (lachje) Botsen doen we weleens, ruziemaken zelden. We bedoelen vaak hetzelfde, het wordt alleen anders verwoord.”

Jens: “Het heeft een hele tijd geduurd voor wij onze manier van communiceren gevonden hadden. Lauren is superdirect. Ze zegt alles zoals ze het voelt. En daarna vraagt ze: ‘Oei, kwam dat er te hard uit?’ Ik ben daarentegen iemand van oneindig veel subtekst. Ik geef je vijf zinnen maar eigenlijk bedoel ik zeven andere zinnen, en die moet je er dan zelf maar proberen uit te puzzelen. In het begin liep dat moeilijk. Wij kibbelden omdat de ene wel lieve dingen wílde zeggen, maar de andere die verkeerd opnam. Maar we wisten snel dat de intentie goed was, hè?”

Lauren: “Zie het zo: ik sprak Engels en hij Duits, maar de bereidwilligheid om te vertalen was er altijd. Er was nooit kwade wil of koppigheid. Het was gewoon even zoeken naar een taal die we allebei begrepen.”

Waarom vind je het moeilijk om rechtdoorzee te zijn, Jens?

Jens: “Veel komt voort uit een soort van controledrang. Ik kan ook moeilijk om met confrontatie. Ik heb mezelf geleerd om me liever te verliezen in uitvoerige, complexe of poëtische uiteenzettingen. De andere moet daar dan maar van maken wat ie wil. Dat is zo’n beetje mijn schild. Mijn plekje om me weg te steken.”

Lauren: “Ik vind het vermoeiend om te communiceren in duizend bochten, waarna je dan moet aanvoelen wat hij net bedoelt. Ik heb zoiets van: just say what you mean. Dat is soms ook de hardste vorm van communicatie, weet ik. Wat ik vooral leuk vind, is dat Jens zo gecultiveerd is. Hij leest veel, hij is veel met kunst bezig en ik vind het heerlijk om van hem iets bij te leren. Ik denk dat ik dankzij hem al wat zachter geworden ben. Niet?”

Jens: “Je doet je best. (lacht)”

Verander je elkaar sowieso niet altijd een beetje onderweg?

Jens: “(denkt na) Ik ben iets minder melancholisch geworden. Of vind je van niet?”

Lauren: “Jij doet ook je best. (lacht)”

Jens: “Ik loop minder zwaar geladen door de dagen: dat is er wat uit gemasseerd door Lauren. Ik kom echt thuis bij haar en op een onderbewust niveau stelt dat mij blijkbaar heel gerust. Zij zorgt ervoor dat we een gezellig nest hebben, waar het lekker warm is, en ze stelt alles in het werk om me te behagen. Ze heeft een enorme nestdrang, en ik mag daar mee van genieten.”

Lauren: “Ik heb dat van mijn mama. Mijn ouders zijn gescheiden, maar we hebben nooit co-ouderschap gedaan omdat mama één veilig nest wilde creëren. Ze wilde niet dat de kinderen uit een valies leefden – de ene week bij mama, de andere week bij papa. Ze heeft altijd gestreefd naar één gezellige thuis, waar alles bespreekbaar was. Dat heeft me als kind enorm geholpen. Daarom probeer ik hetzelfde te doen, voor mij en Jens.”

Jens: “Daar zit ook een heel vertederende dualiteit in. Lauren zal me in de voormiddag zeggen: ‘Zou je niet toch een beetje meer sporten? Niet omdat je te dik bent voor me, maar je moet wat gezonder leven.’ En tegen de avond is ze mij aan het vetmesten. ‘Frietjes van de frituur? Kijk, je oogjes gaan al blinken.’ Ze kan het niet laten om me in de watten te leggen.”

Lauren: “Dat is zo. Maar als ík naar de frituur ga, bestel ik een klein pakje friet en een vleesje. Jij neemt een maxi en vier vleesjes!”

Jens: “Altijd maar overdrijven, overdrijven, overdrijven … (lacht)”

Beeld Domen / Van De Velde

Lauren, hoe ga jij om met de epilepsie van Jens?

Lauren: “De eerste keren dat ik zo’n aanval meemaakte, vond ik dat heftig. Ik ben al een aantal keer serieus geschrokken. Maar ik weet steeds beter hoe ik erop moet reageren.”

Jens: “Mijn ziekte is een last. Voor mezelf, maar ook voor iedereen rondom mij. (Lauren legt haar hand op Jens’ arm, red.) Ik heb het nooit vanzelfsprekend gevonden dat mensen daar ‘mee om moeten kunnen’. Toen productiehuis Shelter vroeg of ik zin had om een programma te presenteren, zei ik: ‘Uiteraard, maar jullie kennen mijn problematiek.’ Er doen zich in een draaiperiode sowieso dagen voor waarop ik een aanval krijg. En voor een bedrijf kost elke draaidag die stilvalt bakken vol geld. Ik verwacht dus in geen enkele context dat mensen rekening houden met mijn ziekte. Natuurlijk ben ik dankbaar dat Lauren ermee om kan, maar het is en blijft een tol die betaald moet.”

Lauren: “Ik vind het vooral erg voor jou. Als zo’n aanval zich voordoet, is dat mijn eerste bekommernis. En dat is ook het enige dat op mij weegt. Verder moeten we gewoon rekening houden met een paar praktische zaken: hij kan niet met de auto rijden en op een ladder staan is ook gevaarlijk. Als er thuis een lamp vervangen moet worden, doe ik dat.”

Jens: “Als ik alle voorschriften strikt zou volgen, mag ik bijna niks. Die foto in dat bootje vandaag? Eigenlijk is dat een no-go. Want ik zou eens een aanval moeten krijgen. Dan val ik achterover en niemand krijgt me boven water. En dan verdrink ik.”

Lauren: “Ik héb daar echt aan gedacht, in dat bootje.”

Jens: “Ik ook. Maar omdat ik dit al zo lang heb – sinds mijn veertiende – speelt zich dat op een onderbewust niveau af. Ik ga automatisch veel uit de weg, ik los zaken op, epilepsie is een deel van mijn leven. Ik heb al een paar keer ontzettend veel geluk gehad ook. Ik ben al eens gevallen terwijl ik een glas vasthad en ik ben in die scherven gevallen. Er zat een stuk glas, hier, net onder mijn oog. In mijn geval is het een complexe vorm van epilepsie, moeilijk te bestrijden met medicatie of een operatie.”

Lauren: “Ik ben de eeuwige optimist. Ik geloof nog altijd dat de dokter op een dag zal zeggen: ‘Hier, één pilletje en je hebt daar geen last meer van.’ Mocht ik ooit de boodschap krijgen dat het nooit weg zal zijn, dan zou dat hard aankomen. Maar ik leef op hoop. Het mooie aan Jens’ epilepsie is evenwel dat wij elkaar sneller gevonden hebben. Los van de romantiek was het ook gewoon béter om snel te gaan samenwonen bijvoorbeeld.”

Jens: “Mijn ouders waren opgelucht: hij woont niet meer alleen. Als mijn ouders of manager belden en ik reageerde niet binnen twee uur? Dan was er al lichte paniek en werd er iemand naar mijn huis gestuurd. Een aantal vrienden had altijd een huissleutel.”

Lauren: “Hoe vaak heb ik al niet alle ziekenhuizen in Antwerpen afgebeld, omdat ik je niet binnen het uur te pakken kreeg?”

Jens: “Mijn vorige woonst was vlak naast het Sint-Vincentiusziekenhuis en er hing een bakje aan de voordeur waaruit de hulpdiensten een sleutel konden nemen om binnen te raken.”

Lauren: “Maar nu heeft hij mij. Het verpleegstertje. (lachje)”

Toen jullie als koppel naar buiten kwamen, leek Lauren zich te moeten ‘verantwoorden’ en oogstte Jens bij wijze van spreken schouderklopjes. Hoe komen zulke reacties binnen?

Jens: “Eerlijk? Mij heeft dat nooit geraakt. Het kon me echt gestolen worden wat mensen van ons zeiden.”

Lauren: “Ik ben daar ook niet mee bezig. Maar ik vond het wel heel raar dat ik in het begin van elke journalist de opmerking kreeg ‘dat ik wel een aparte keuze gemaakt had’ met Jens. Dan dacht ik: wacht eens even, ben je me nu indirect aan het beledigen over mijn smaak van mannen? Daar moet je toch lef voor hebben?”

Jens: “Het ergste was niet eens dat men het zo benoemde: ‘Een heel knappe vrouw is samen met ‘niet per se een adonis’.’ So what? Dat ziet iederéén. Ikzelf in de eerste plaats...”

Lauren: “Ja, maar daar gaat het toch helemaal niet over?”

Jens: “Het cynische was vooral dat men veronderstelde dat Lauren dan wel voor mij gekozen moest hebben om een ‘andere’ reden. ‘Als hij niet voor tv zou werken, het zou niet waar zijn.’ Of: ‘Hij zal waarschijnlijk veel geld hebben.’”

Lauren: “Het blijft vooral raar dat men zo op dat uiterlijk focuste. Zóveel knappe mannen zijn er niet, hoor. En wat meer is: ik vind Jens oprecht een hele mooie man.”

Jens: “Hela, hela. Zet dat maar in het interview. (lacht)”

Done. Jens, wat bewonder je aan Lauren?

Jens: “Haar gedrevenheid. Dat doet me enorm veel deugd. Er zit weer wat poeder in. Wat peper in mijn gat! Ik ben in alles – wat praktische zaken betreft – een volger, maar wel een die heel blij is dat Lauren de leiding neemt. We maken sámen ideeën, maar het is vaak zij die eerste stapjes zet. Zoeken we een nieuwe woonst? Dan is het Lauren die de afspraken maakt om appartementen te bezichtigen. Had het van mij afgehangen, dan hadden we er nu twee gezien en waren we nog niet verhuisd.”

Lauren: “Mocht Jens het voortouw nemen, dan zou ik hem wellicht willen passeren. Ik heb de teugels graag in
handen. (lachje) En ja, daar kruipt veel tijd in – panden zoeken en afspraken vastleggen – maar Jens apprecieert dat. Dat toont hij door vaak te koken, of door een restaurantje te boeken voor ons tweetjes.”

Welk compliment wil jij hém geven?

Jens: “Niet wéér over mijn looks, hè, muis. (lachje)”

Lauren: “Tóch, ik vind je superaantrekkelijk. En ook je humor. Je intelligentie. Je weet veel over veel dingen en je kan daar heel boeiend over vertellen. Je bent ook totaal geen macho. Ik vind je lief en zacht en attent.”

Beeld Domen / Van De Velde

Wat brengt 2020 professioneel?

Jens: “Mijn eerste grote project is een nieuwe zaalshow, die in november in première gaat. Op televisie wordt het nog een beetje keuzes maken tussen projecten.”

Lauren: “Ik doe mijn modellenwerk verder. Op productioneel vlak heb ik nog geen zicht op de zaken. En wat acteren betreft: ik heb al een paar castings gedaan. Studio Tarara heeft mijn liefde voor acteren aangezwengeld. Ik kon helemaal mezelf zijn op de set, ik ben er kunnen openbloeien. Ik word sinds kort trouwens vertegenwoordigd door Marijke van Pine Agency – zij heeft ook Koen De Bouw, Geert van Rampelberg en Lynn Van Royen onder de vleugels. (denkt na) Voor Jens is het duidelijk wat 2020 brengt – voor mij niet. Maar ik word daar niet onzeker van. Ik ben al drie jaar freelance en ik heb altijd een tjokvolle agenda gehad. Ik ben niet iemand die wacht tot er iets in mijn schoot geworpen wordt. Ik wil altijd vooruit en ben nu begonnen met modetekenen.”

Jens: “Lauren zet op veel dingen in. Ik heb daar bewondering voor. Ik zit anders in mekaar. Toen ik als stand-upcomedian begon, ben ik een paar jaar uitsluitend daarvoor gegaan. Dat beheerste heel mijn leven. Stond ik zelf niet op het podium, dan zat ik elders een show te kijken. Lauren heeft verschillende interesses. Ik ga van obsessie naar obsessie.”

Lauren: “(fijntjes) En ik ben daar nu één van.”

Hoe ver durven jullie in de toekomst te kijken samen?

Jens: “We beseffen allebei dat het op professioneel vlak nu dé jaren zijn. Dat het nu moet gebeuren. Dus we gaan hard blijven werken.”

Lauren: “We gaan zeker niet meteen trouwen of aan kinderen beginnen, maar wel elkaar de ruimte geven om volop voor onze carrières te gaan.”

Jens: “We spreken daar weleens over, hè, over kindjes? Maar nooit als ‘in de nabije toekomst’. Stél dat we ooit op dat punt komen, dan zijn er weer een paar praktische vraagstukken door die epilepsie. Ik mag de eerste twee levensjaren in principe niet alleen zijn bij mijn kind. Ik mag zelfs geen boeleke vasthouden. Ik kan ook niet autorijden, dus wie gaat dat kind overal naartoe brengen? Soit.”

Lauren: “Ik vind dat je sowieso hard moet nadenken over kinderen. You can never give them back, hè. Anders doen we gewoon een derde katje? (lacht)”

Spelen we ten slotte nog even Hoe zal ik het zeggen? Wat zou jij aan Lauren willen zeggen, Jens?

Jens: “Dat ze enórm verdikt is het laatste jaar. (grijnst)”

Lauren: “Ik weet iets! Jens stofzuigt thuis, maar hij laat dat ook graag zíén. Hij laat de stofzuiger in het midden van de living staan. Bij dezen: je mag hem opbergen, Jens. Ik merk het heus wel zonder dat ik over de stofzuiger moet struikelen. En nu gij. Moeilijk, hè? Ik weet het. I’m perfect. (lacht)”

Jens: “Iets over op tijd zijn? Lauren zegt: ‘Om tien voor moeten we zeker vertrekken.’ Ik word dan opgejaagd tot-en-met. Waarna ik braafjes om zéstien voor aan de voordeur sta te wachten. En om dríé voor is Lauren bijna klaar.”

Lauren: “Omdat ik de katjes nog eten gegeven heb, de kattenbak uitgekuist heb, zijn hemd nog gestoomd heb... allemaal dingen die meneer niet ziet.”

Jens: “Ons leven is echt een en al glamour. (lacht)”

Beeld Domen / Van De Velde

Ten slotte: is dit voor altijd?

Jens: “(knikt) Dat hebben we zo afgesproken, toch? Mijn ouders zijn nog altijd samen, een fantastisch koppel, en het schoonste voorbeeld voor me.”

Lauren: “Zeker. Ik ben een kind van gescheiden ouders, ik ben dus zeker niet naïef over eeuwig samenzijn. Maar ik geloof wel in grote liefde. In onze liefde.”

Alle geluk, samen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234