Zondag 22/09/2019

Interview Kunst

‘Mijn kinderen en mijn werk staan gedeeld op één’: Rinus Van de Velde maakt eerste film

Rinus Van de Velde. Beeld Illias Teirlinck

Rinus Van de Velde (36) verkent nieuwe wegen. Voor zijn nieuwe expo in Tim Van Laere Gallery maakte de kunstenaar voor het eerst een film. ‘Ik wil vermijden dat ik ooit denk: shit, vandaag wéér een houtskool­tekening maken.’

Borgerhout, een café vlakbij het atelier van Rinus Van de Velde. Terwijl Irene Cara ‘I’m gonna live forever’ zingt, staren drie mannen achter hun ochtend-Duvel wezenloos voor zich uit. Zonder aanleiding deelt de cafébaas hen mee dat zijn kroeg ooit nog werd uitgebaat door een prostituee die haar job beu was. Tot haar pooier op een dag een paar volwassen bakstenen door de caféruiten gooide en de gezelschapsdame in kwestie besloot om zich voor de lieve vrede toch maar terug naar haar matras te slepen. “Hoeren”, mompelt een van de mannen tegen zijn Duvel. “Ze veranderen even rap van gedacht als van condoom.”

Dat de waargebeurde tragikomedies in Borgerhout zomaar uit de lucht geplukt kunnen worden, is ook Rinus Van de Velde niet onbekend. Toch laat hij het leven zoals het is nog altijd met plezier op de rolpoort van zijn atelier afketsen. Van de Velde – zo zal het straks ook in de cursus kunstgeschiedenis staan – geeft de voorkeur aan het leven zoals het verzonnen kan worden.

Al vijftien jaar werkt hij met een zekere gejaagdheid aan een oeuvre dat zich het meest accuraat laat omschrijven als een fictieve autobiografie: een leven dat zich uitsluitend in zijn hoofd afspeelt en waarin hij aan de hand van alter ego’s beleeft wat hij in het echte leven niet eens wíl meemaken.

‘In het echt’

“De meeste mensen kicken op alles wat echt is”, zegt hij op de binnenplaats die zijn atelier van zijn woning scheidt. “Ze willen mensen ‘in het echt’ ontmoeten en de wereld ‘in het echt’ zien. Maar waarom zou de realiteit per se interessanter zijn dan je verbeelding? Toen ik 12 was, namen mijn ouders mij en mijn broers mee naar de Grand Canyon. Ik ben toen gewoon in onze huurauto blijven zitten. Zo kon ik het prachtige beeld dat ik van de Grand Canyon had – gebaseerd op een schilderij van David Hockney – intact houden. Ik vond de Grand Canyon van Hockney zo mooi dat ik niet het risico wilde lopen dat de echte Grand Canyon er afbreuk aan zou doen.

“Ik heb er nog altijd spijt van dat ik ooit in Kenia ben geweest. Ik had mij op voorhand schitterende voorstellingen van dat land gemaakt. Maar eenmaal ter plaatse kreeg ik diarree en heb ik vooral Keniaanse toiletten gezien. Wég idyllisch Kenia. (lacht) Geef mij dan maar de realiteit die ik zelf verzin. In je hoofd ben je vrijer. Kan je de werkelijkheid naar eigen goeddunken inkleuren.”

Ook in het nieuwste hoofdstuk in zijn oeuvre – The Villagers, vanaf 5 september te zien in de Antwerpse Tim Van Laere Gallery – fantaseert Rinus Van de Velde zich weer een markant stukje leven bij elkaar. Dit keer neemt hij de identiteit aan van een kunstenaar die in een denkbeeldig bergdorpje woont, samen met een financiële trader die vanuit een geïmproviseerde home studio opereert, een collega-kunstenaar die enkel kan schilderen wanneer hij ondersteboven aan een katrol hangt en een tennisser die er geen probleem mee heeft om helemaal alleen op een tennisterrein te staan. In het universum van Rinus Van de Velde speelt de ongerijmdheid de normaliteit naar goede gewoonte met droge forfaitcijfers naar huis.

Caran d’Ache-potloden naast een kleine kleurtekening: Rinus Van de Velde zweert niet langer bij monumentaal en zwart-wit. Beeld Illias Teirlinck

The Villagers is een totaalinstallatie: een expositie die zich uitstrekt over verschillende media. Van de Velde portretteert de fictieve dorpsbewoners niet alleen aan de hand van zijn bekende houtskooltekeningen, maar ook middels sculpturen, potloodtekeningen in kleur en – primeur – een maar liefst veertig minuten durende film.

De film is behalve een opvallende nieuwigheid in het oeuvre van Van de Velde ook een productioneel huzarenstukje: hij werd de afgelopen twee jaar integraal in zijn atelier gefilmd, met behulp van zeventien levensgrote kartonnen decors. Van het berglandschap in de openingsscène tot het fotokopieerapparaat in het kantoor van de beleggingsspecialist: elk stukje decor uit The Villagers is handgemaakt. En Van de Velde deed tijdens het filmen geen enkele moeite om dat te verbergen. “Het is nooit mijn ambitie geweest om een cinemafilm af te leveren”, zegt hij. “Ik wou een do-it-yourself-film maken. Een fictieve wereld creëren die geen enkele pretentie heeft om echt te zijn.”

De meeste filmmakers willen de realiteit nabootsen. Jij wilde de fictie benadrukken?

Rinus Van de Velde: “Ja. De film- en tv-makers van tegenwoordig zijn geobsedeerd door het reproduceren van de werkelijkheid. De kerncentrale uit Chernobyl, bijvoorbeeld, is tot in de kleinste details nagetekend door een computer. Maar was het niet veel leuker geweest als die kerncentrale een kleine maquette was geweest? Dan had mijn verbeelding ook nog iets te doen gehad. Voor mij is een film maken niet: de werkelijkheid zo nauwgezet mogelijk imiteren. Maar wel: met iets wat overduidelijk fake is tóch wegkomen. In The Villagers verplaatst één van de personages zich in een kartonnen boot. En toch ervaar je die boot al na een paar seconden als een echte motorboot. Zoiets als filmmaker voor elkaar krijgen, is veel leuker dan een computer de opdracht geven een zo realistisch mogelijk decor te creëren.”

Je gaat tijdens je expo ook een aantal decors uit je film tonen. Waarom ken je je decor­stukken de status van kunstwerken toe?

“Omdat ze ook buiten de context van de film overeind blijven: ze beschikken stuk voor stuk over sculpturale kwaliteiten. Dat ik ze in mijn film gebruikt heb als decorstukken doet geen afbreuk aan hun waarde als kunstwerk.”

The Villagers vertelt geen afgelijnd verhaal. Meestal heeft je werk wél een duidelijk narratief. Waarom mocht je film een uitzondering op die regel zijn?

“Tot nog toe heb ik altijd geprobeerd om te sturen hoe mensen mijn werk interpreteren. Dat is ook de reden waarom ik teksten onder mijn tekeningen schrijf. Als ik een zee heb getekend, wil ik niet dat de toeschouwer een eind wegmijmert over de schoonheid van die zee, maar dat hij begrijpt welke rol de zee speelt in het verhaal dat ik aan het vertellen ben. Maar de gedachten van mensen dirigeren, lukt natuurlijk nooit helemaal: ze geven toch hun eigen betekenis aan een werk. Vandaar dat ik mijn film uitzonderlijk in een minder strak narratief keurslijf heb gegoten. Al zit er toch nog altijd een – weliswaar rudimentair – verhaal in. Ik zal nooit kunst maken die niet te decoderen is. Kunstwerken die het moeten hebben van hun zogenaamde mystiek, camoufleren vaak een immense leegte.”

De werken van Van de Velde zijn steevast vergezeld van een tekst. Maar toch wil de kunstenaar daar niet te gewichtig over doen. ‘Het zijn losse gedachten. Titels, eigenlijk.’ Beeld Illias Teirlinck

Er moet verse koffie gezet worden, we verplaatsen ons naar het atelier, waar een state-of-the-art­geluidsinstallatie de lankmoedige pianoklanken van Emahoy Tsegué-Maryam Guébrou in het rond strooit.

De kunsttoerist in mezelf kijkt zijn ogen uit. Ik zie een assistent die de kartonnen auto uit The Villagers hemelsblauw schildert. Ik zie een keramieken asbak in de vorm van een mannenhoofd. Ik zie het rubberen masker van Van de Veldes artistieke alter ego. Ik zie een houtskooltekening van een boslandschap met het onderschrift: ‘We’re so similar, David. I also like apple juice and cigarettes.’ En ik denk: laat mij in een volgend leven maar terugkeren als een stofdeeltje in het atelier van Rinus Van de Velde.

‘Le nouveau’ Rinus

Op een werktafel zijn vijf setjes onschuldig ogende Caran d’Ache-kleurpotloden in stelling gebracht. Wanneer ik me over aan aantal kleurtekeningen in wording buig, zegt Van de Velde: “Je kan niet geloven hoeveel plezier ik beleef aan het maken van die tekeningen. Vergeleken met mijn andere werken is het productieproces ervan belachelijk eenvoudig. En ik kan er altijd en overal aan werken. Ook op hotel, wanneer ik voor een tentoonstelling in het buitenland ben. Ik heb mezelf lang wijsgemaakt dat tekeningen groot moesten zijn. Blij dat ik van dat idee ben afgestapt.”

Behalve houtskooltekeningen en kleine potloodtekeningen, maakt le nouveau Rinus Van de Velde dus ook films, sculpturen en werken in keramiek. Mocht hij een ondernemer zijn, hij zou zeggen: “Ik heb mijn aanbod gediversifieerd.” Maar omdat hij een kunstenaar is, zegt hij: “Ik wilde vermijden dat ik op een dag zou denken: ‘Shit, vandaag wéér een houtskooltekening maken.’ En dus ben ik ook andere werken beginnen te creëren. Zo hou ik het allemaal voldoende fris voor mezelf. Ik kan nu ’s ochtends mijn atelier binnenslenteren en me afvragen: ‘Wat zal ik vandaag eens maken? Een tekening? Een decorstuk voor mijn film? Keramiek?’ Ik kan ondertussen kiezen uit een bescheiden arsenaal van artistieke mogelijkheden en dat vergroot mijn vrijheid.”

Rinus Van de Velde in zijn atelier. Beeld Illias Teirlinck

Je wilde niet koste wat het kost het predikaat houtskoolkunstenaar van je afschudden?

“Ik heb nooit gedacht: ‘Laat ik eens een film maken zodat de mensen mij niet meer kunnen omschrijven als een houtskoolkunstenaar.’ Wel: ‘Mm, een film maken, dat zou ik ook weleens willen doen.’ Voor mij telt maar één ding: dat ik mij goed voel bij wat ik elke dag in mijn atelier uitvreet. Wat de buitenwereld daarvan denkt, is van ondergeschikt belang.”

Waarom knap je eigenlijk af op de term houtskoolkunstenaar? Je houtskool­tekeningen zijn toch je artistieke trademark?

“Mijn houtskooltekeningen spelen een centrale rol in mijn oeuvre. Ik zal ze ook altijd blijven maken. Maar dat neemt niet weg dat de term houts­koolkunstenaar al lang tekort schiet om te beschrijven wat ik allemaal doe. Dáárom verzet ik me ertegen. Niet omdat ik mijn tekeningen minder belangrijk ben beginnen te vinden.”

Is er ook een schilder in jou aan het ontluiken?

“Ik hou enorm veel van schilderkunst. Maar om zelf schilderijen van een zeker niveau te maken, zou ik eerst twintig jaar moeten studeren. Daar begin ik voorlopig niet aan.”

De kunstwereld is voortdurend op zoek naar nieuwe helden. Heb je op een vernissage al iemand horen fluisteren ‘dat die hele Rinus van De Velde stilaan toch over zijn hoogtepunt heen is’?

(lacht) “Nee. Maar ongetwijfeld zijn er mensen die dat wel degelijk denken. Hoe zichtbaarder je als kunstenaar bent, hoe meer het publiek zich opsplitst in lovers en haters. Ik heb daar vrede mee. Ik verwacht echt niet dat iedereen mijn werk goed vindt. Als je kickt op applaus moet je geen beeldend kunstenaar, maar muzikant worden. Dan kan je elke avond op een podium gaan staan en de rockgod uithangen.”

We lopen opnieuw naar buiten met een tot de teut gevulde pot koffie. Naast een stapel transportklare houtskooltekeningen zie ik drie tennisrackets staan. Ik vraag Rinus Van de Velde of tennissen nog altijd zijn favoriete manier is om het hoofd leeg en de schouderspieren los te maken.

“Absoluut”, zegt hij. “Al frustreert het mij dat ik niet het niveau haal dat ik zou willen halen. Op training lukt het me om met mijn redelijke forehand mijn desastreuze backhand te compenseren. Maar als ik een wedstrijd speel, begin ik uit faalangst ook mijn forehand in te houden en ben ik een vogel voor de kat. Hier in mijn atelier ben ik behoorlijk zelfverzekerd. Maar zet mij op een tennisterrein en ik begin te trillen als een espenblad.”

In de BBC-documentaire A Stroke of Genius leggen Roger Federer en Rafaël Nadal uit hoe hun concurrentiestrijd hen door de jaren heen steeds beter heeft gemaakt. Ook al is kunst geen competitie: stimuleren kunstenaars elkaar ook om almaar straffer werk te maken?

“Als ik een goeie tentoonstelling bezoek, denk ik altijd: ‘Damn, dit wil ik ook kunnen.’ Het liefst keer ik dan zo snel mogelijk terug in mijn atelier om zelf aan het werk te gaan. Zeker als iemand uit de stal van Tim met een knappe expo uitpakt, zal ik er alles aan doen om een minstens even mooie tentoonstelling te maken.”

Perfectioneer jij je ambacht nog? Dwing je jezelf om nóg beter te leren tekenen?

“Ik teken zo vaak dat ik er automatisch nog beter in word. Al is de vraag natuurlijk: wat is beter tekenen? Veel mensen zullen zeggen: realistischer tekenen. Of virtuozer tekenen. Maar voor mij heeft het daar weinig mee te maken. Beter tekenen, betekent vooral: steeds meer verschillende beeldtalen aankunnen. Je palet als kunstenaar zo breed mogelijk maken. Dat is niet onbelangrijk voor mij. Mijn fictieve alter ego’s zijn vaak kunstenaars die een heel andere stijl hebben dan ik. Ik moet ook hún werken kunnen maken.”

Nieuw werk, klaar om verscheept te worden naar de galerie voor de expo ‘The Villagers’. Beeld Illias Teirlinck

Op een van je recente tekeningen staat de tekst: ‘In these days I was trying to find myself. But I didn’t have a dollar, so I ended up in front of the TV. In the end I chose to be comfortable instead of free.’ Dicht je je teksten literaire kwaliteiten toe?

“Nee. Je kan er geen boek van maken. Het zijn losse gedachten. Titels, eigenlijk. Vroeger schreef ik de teksten samen met schrijver Koen Sels, maar die samenwerking staat even on hold.

Koen heeft net als ik kinderen gekregen en hangt hier, in tegenstelling tot vroeger, niet langer de hele dag rond. Dat maakt het moeilijker om met z’n tweeën te schrijven. En samenwerken via mail zie ik niet zitten. Nu goed, ik wilde in mijn teksten sowieso weer wat meer mijn eigen stem laten weerklinken. Koen schrijft vrij poëtisch. Ik ben meer to the point, denk ik.”

Aan De Standaard vertrouwde je ooit toe ‘Ik geloof niet in emotie in kunst. Naar kunst kijken, heeft mij nog nooit emotioneel geraakt.’ Als kunst niet over emoties gaat, waarover dan wel?

“Ik had het in dat interview met De Standaard vooral over beeldende kunst. Een film kan mij wél tot tranen toe beroeren. Maar een schilderij dus niet. Ken je Couple in Bed van Philip Guston? Dat is een prachtig schilderij waarop te zien is hoe Guston in zijn echtelijke bed zijn vrouw omhelst, terwijl hij in zijn rechterhand zijn verfborstels geklemd houdt. Zijn vrouw had hartproblemen toen hij het schilderij maakte, het werk beeldt de strijd uit die hij moest leveren om de zorg voor zijn vrouw te combineren met zijn kunstenaarschap. Maar om eerlijk te zijn: als ík naar Couple in Bed kijk, voel ik helemaal niets van de verscheurdheid die Guston destijds heeft gevoeld. Ik zie vooral een abstract expressionist die is overgeschakeld op een meer figuratieve beeldtaal. Naar een werk van Guston kijken en een eind wegmijmeren over de plaats van dat werk in de kunstgeschiedenis, vind ik veel interessanter dan mij inleven in de emoties die hij gevoeld moet hebben toen hij het werk maakte.”

In je eigen werk lijk je je gevoelens ook niet ongefilterd op het canvas te kwakken.

“Nee, en ik denk ook niet dat dat interessant zou zijn. Noch voor mij, noch voor de toeschouwer. Wat ik doe, is met fictie betekenis geven aan de realiteit. Maar ik zal nooit een portret maken van mijn kinderen dat moet uitbeelden hoe graag ik hen wel zie. Kunst moet privésentimenten overstijgen, vind ik. Er zal in mijn werk wel íéts van mijn gevoelens terechtkomen – ik ben geen blok ijs – maar het is nooit mijn bedoeling om met een werk een bepaalde emotie op te wekken.”

Dus als ik ontroerd word door een van jouw tekeningen, heb ik er niets van begrepen?

“Natuurlijk niet. Ik vind het prima als mensen door mijn werk emotioneel geraakt worden, maar het is niet mijn doel. En het is in ieder geval een misverstand dat je bij het zien van een kunstwerk per se iets zou moeten voelen. Je kan een kunstwerk ook louter om zijn technische aspecten waarderen. Of omdat het je iets leert over de manier waarop de kunstenaar in het leven staat.”

Rinus Van de Velde: ‘Ik vind het prima als mensen door mijn werk emotioneel geraakt worden, maar het is niet mijn doel.’ Beeld Illias Teirlinck

Iets zegt me dat jij niet overdreven gehecht bent aan de romantiek van het kunstenaar­schap.

“Ik beschouw mezelf absoluut niet als een romantisch kunstenaar, nee. Ik vind het net leuk om dat versleten archetype te demystifiëren. Veel mensen zien kunstenaars als zonderlingen waarvan ze niet goed weten of ze nu gek of geniaal zijn. Het Panamarenko-model, zeg maar. (lacht) Maar er zijn ook heel andere manieren om een kunstenaar te zijn. Kijk maar naar Luc Tuymans. Dat is geen getroebleerde ziel die rechtstreeks uit zijn emoties tapt, maar een volbloed intellectueel die interessante gedachten in zijn werk legt.”

Je beleefde een gelukkige jeugd in een Leuvens middenklassegezin. Je ouders hoeven zich niet te verontschuldigen omdat ze je niet met een traumatiserend verleden hebben opgezadeld?

(lacht) “Integendeel, ik ben blij met de manier waarop ze mij hebben grootgebracht. Niet alle kunst moet een afrekening zijn met een ongelukkige jeugd. Ik zou het erg vinden, mochten er kinderen zijn die denken: ‘Ik zal later maar geen kunstenaar worden, want ik hou ontzettend veel van mijn ouders en het rock-’n-rollgehalte van mijn leven is nihil.’ Je kan ook in je hoofd heel erg rock-’n-roll zijn. En liefdevolle ouders hebben is minder erg dan het lijkt. De mijne hebben me bijvoorbeeld geleerd dat ik mijn kop niet te snel zot mag laten maken. Ik verzeker je: dat is advies waar je in de kunstwereld wat aan hebt.” (lacht)

Een still uit de eerste film van Van de Velde. Die werd volledig gemaakt in zijn atelier. Beeld RV Courtesy Tim Van Laere Gallery, Antwerp

Toen ik Rinus Van de Velde in 2015 voor het eerst interviewde, vertelde hij me dat zijn vriendin Joyce zwanger was van hun eerste kind. Om vervolgens bezorgd te informeren of ik zelf kinderen had en zo ja, of ik met een zekere precisie kon inschatten of zijn toekomstige vaderschap wel te combineren zou zijn met zijn andere -schappen. Zijn kunstenaarschap. Zijn nachtbrakerschap. Zijn laat-mij-toch-allemaal-gerust-schap.

Vier jaar later is hij de vader van een tweeling – Sonny en Omar (3) – en heeft het leven hem geléérd hoe hij zowel een vader als een kunstenaar kan zijn. “Vóór mijn zoons geboren waren, ging ik ervan uit dat ze, eenmaal op de wereld, vredig in mijn atelier zouden spelen terwijl ik in alle rust aan het tekenen zou zijn. Dat is een misvatting gebleken. (lacht) Ze lopen hier regelmatig rond als ongeleide projectielen, de rust kan op elk moment omslaan in tumult omdat de ene de dinosaurus van de andere heeft afgepakt.

“Ik heb geleerd dat ik gewoon moet stoppen met werken als ik tijd met mijn kinderen wil doorbrengen. En dat doe ik ook, ik neem mijn verantwoordelijkheden als vader au serieux. Ik ga zelfs met Sonny en Omar op reis, wat ik in principe haat. Maar het is niet omdat ík de wereld niet wil zien, dat mijn kinderen dat niet zouden mogen doen. Mijn zoons vinden het heerlijk om in Frankrijk in een zwembadje te spelen. En als ik daar onder een olijfboom af en toe een kleine kleurtekening mag maken, is het voor mij ook oké.”

Heeft vader worden je kijk op het leven veranderd? Is je oeuvre nog steeds je absolute topprioriteit? Of staat het ondertussen op een verdienstelijke tweede plaats?

“Laten we zeggen dat mijn oeuvre en mijn kinderen op een gedeelde eerste plaats staan.

En daar is ook niets mis mee. Ik kan alleen maar een goeie vader zijn als ik ook een kunstenaar mag zijn. Ik wil geen vader zijn die omwille van zijn kinderen zijn identiteit opgeeft. Enerzijds omdat ik mezelf wil blijven ontwikkelen, anderzijds omdat ik denk dat Sonny en Omar meer hebben aan een vader die niet alleen boterhammen voor hen smeert.”

Begrijpen ze al wat je beroepshalve precies doet?

“Nee, daar is het nog te vroeg voor. Dat er een levensgrote kartonnen auto in mijn atelier staat, is voor hen de evidentie zelf. De grassprietjes op de binnenplaats boeien hen meer.” (lacht)

Een brief sturen met een zelfportret van Van de Velde? Dat kan voortaan. De kunstenaar maakte het werk speciaal voor de nieuwe collectie van bpost. Beeld RV

Picasso zei: ‘Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is: er een blijven als je groot wordt.’ Heb je de kunstenaars in je kinderen al ontdekt?

“Zeker. Hun meest recente schilderijen zien eruit als werken van abstracte expressionisten. (lacht) Ik vind het fantastisch dat Sonny en Omar zich tijdens het tekenen zo vrij voelen. Ze denken niet na over wat ze aan het doen zijn. Iets wat ik zelf al lang niet meer kan. Soms maak ik de tekeningen van mijn kinderen na op een doek. Om opnieuw te ontdekken hoe je dat doet, in alle ongedwongenheid tekenen. Maar het kinderlijke vermogen om te fantaseren kan je als volwassene nauwelijks nog evenaren. Af en toe verzin ik voor Sonny en Omar een verhaal. Nog terwijl ik het aan het vertellen ben, bedenken ze zelf een ander verhaal dat tien keer maffer en beter is. Ik sluit niet uit dat ik ooit nog de ideeën van mijn eigen kinderen ga pikken.” (lacht)

Is het kind in jóúw werken nog te zien, denk je?

“Toch wel. Dat ik me in mijn atelier altijd inbeeld dat ik iemand anders ben: dat heeft iets kinderlijks. Als ik vroeger met een van mijn maten ging basketten, zei ik: ‘Ik ben Michael Jordan en jij bent Scottie Pippen.’ Nu zeg ik: ‘Ik ben een schaaklegende.’ Of: ‘Ik ben een abstract beeldhouwer.’ Maar het komt op hetzelfde neer.”

Je maakte ooit een tekening voor een autistische jongen die jou daar in een fanbrief om verzocht had. Dat doe je alleen wanneer je je nog herinnert hoe het is om als kind een idool te hebben.

“Klopt. Al heb ik me toen ook afgevraagd of het niet de vader van die jongen was die een werk van me probeerde te bemachtigen. Maar eigenlijk mag je niet zo denken. Je moet toch nog een beetje in de goedheid van de mensen geloven.”

Wat voor kind was je zelf?

“Een kind met veel bevliegingen. Ik wilde drummer worden en kocht een drumstel. Drie weken later wilde ik skater worden en kocht ik een skateboard. Mijn toekomstdromen volgden elkaar in snel tempo op. Meestal omdat de buitenwereld me er op wees dat ik minder talent had dan ik dacht. Als je niet kan drummen, hóren de mensen dat namelijk. (lacht)

“Maar tekenen deed ik in de beslotenheid van mijn kamer. Niemand zag mijn tekeningen, waardoor ik mezelf kon wijsmaken dat ik een waanzinnig getalenteerd tekenaar was. Dat klopte natuurlijk niet, maar omdat ik het zelf geloofde, ben ik toch altijd blijven tekenen. En ben ik er uiteindelijk ook echt goed in geworden. Moraal van het verhaal: soms conformeert de realiteit zich aan de fantasie. Het bewijst nog maar eens dat de werkelijkheid die je zelf bedenkt soms interessanter is dan degene die je voorgeschoteld wordt.”

Alsof hij ons gesprek heeft kunnen volgen, komt zoon Sonny uitgerekend op dit moment de binnenplaats op gerend om zijn kwaliteiten als superheld te demonstreren. Hij trekt een paar korte, maar snedige spurtjes die ons moeten bewijzen dat er in hem een Mr. Incredible schuilt. Zijn vader kijkt hem grijnzend na en spreekt hem niet tegen.

Rinus Van de Velde, The Villagers, 5/9 t.e.m. 12/10, Tim Van Laere Gallery. 

Rinus Van de Velde: ‘Mijn ouders hebben me geleerd dat ik mijn kop niet zot mag laten maken. dat is advies waar je in de kunstwereld wat aan hebt.’ Beeld Joris Casaer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234