Donderdag 25/04/2019

Ruth Becquaert

“Mijn hoofd zit altijd zó vol”

Beeld Johan Jacobs

In haar woning naast de Mehmet Akif Camii-moskee in Antwerpen zegt de actrice Ruth Becquart dat ze in haar vriendenkring als Rudy bekendstaat. Eindelijk kan uw geteisterde verslaggever even denken dat hij niet alleen is. Om dit troostrijke moment niet te bederven, durft hij haar niet te vragen of de eindletter van haar roepnaam onder vrienden nu een y of een i is. Een wereld van verschil volgens de soort kenners dat uw verslaggever, die zelf op een y doodloopt, maar al te graag als onbevoegden wegzet.

Ruth Becquart (42), Rudy voor intimi, speelt de perfide advocate Benedicte De Pelsmaecker in Over water op Eén, een vrouw die met ijzige hartstocht bijdraagt tot de gestage ontsporing van het uitgetreden tv-verschijnsel John Beckers. En in de bajesserie Gent West op VIER leent de actrice haar lichaam en voorstellingsvermogen aan de even radeloze als wraakzuchtige Veronique Dockx. Allemaal leuke dingen voor de mensen.

Zou Rudy Becquart, een afgewerkt product van de klassieke humaniora, gestaald in dode talen, Latijn én Grieks, al eens aan haar beroepskeuze hebben getwijfeld?

Ruth Becquart: “Neen. Toen ik 14 was, wist ik al zeker dat ik later toneel zou spelen. Ik twijfel aan mijn kunnen – ben ik wel goed genoeg? – maar nooit aan mijn beroep. Ik was een teruggetrokken, introvert kind dat boeken las. Ik hield van de verbeeldingswereld: ik dook altijd helemaal onder in een boek, ik belééfde het verhaal, en daaruit is het verlangen om als personage uit een boek te treden ontstaan – het verlangen naar toneelspelen. Dat is voor mij het summum van genot: de specifieke concentratie die je ervoor nodig hebt, vervult me volledig. In het dagelijkse leven heb ik vaak het gevoel dat ik tekortschiet, maar als ik acteer, in dat magische hier en nu, heb ik er geen last van. En de tijd staat stil in die andere realiteit – mijn tijdsbeleving is dan in ieder geval anders.

“Mocht het acteren om de één of andere reden wegvallen, dan zou ik het enorm missen. Ik ben mijn werk – het is wezenlijk voor mij. Ik zal wel een workaholic zijn. Maar zelfs toen ik werkloos was, was ik in gedachten voortdurend met mijn werk bezig: dingen verzinnen voor een voorstelling of voor een verhaal.”

Nu je het zegt: ik las dat je een zelfgeschreven scenario hebt ingediend bij het Vlaams Audiovisueel Fonds.

“Het is afgekeurd. Ik heb het overhaast ingediend, denk ik. Een mooi idee, vind ik nog steeds, maar ik heb het tussen de soep en de patatten uitgewerkt, en schrijven is eigenlijk erg intensief. 

“Ik heb wel altijd veel geschreven omdat ik me een maker voel – boven heb ik een doos vol volgeschreven notitieboekjes. Nu ja, ik was er wel heel onzeker over. Ik voel me erg pril als schrijfster, iemand die nog maar pas komt kijken.”

In ‘Clan’. Beeld RV

Je bent 42. Is dat een interessante leeftijd voor een actrice? Of is het de leeftijd waarop ze over het gebrek aan rollen voor de rijpere vrouw begint te klagen?

“Dat soort klachten is niet onterecht. Ik ben niet langer het jonge meisje, en een jonge vrouw ook al niet meer. Gelukkig is er nu meer plaats voor actrices van mijn leeftijd. Maar ik zie nog steeds gekke dingen in mijn vakgebied: acteurs kunnen probleemloos ouder worden, terwijl hun tegenspeelsters steeds jonger zijn. Maar er zijn tegenwoordig meer vrouwen die schrijven in de nog altijd uitgesproken mannenwereld van film- en televisieproductie. Neem nu Malin-Sarah Gozin (de scenariste van o.a. Clan en Tabula rasa, red.). Er is sinds Clan iets veranderd: Malin heeft een nieuwe, verfrissende manier van vertellen geïntroduceerd.”

Wat betekent 42 zijn in deze tijd, los van je vak, nog meer?

“Dat ik voor het eerst te horen krijg: 'Je ziet er nog goed uit voor je leeftijd.' Waardoor ik weet: nu ben ik opgeschoven naar een andere levensfase. Maar nu ik 42 ben, meen ik ook mezelf beter te kennen, en mijn zwaktes en sterktes. En ik ben ook niet zo snel meer geïntimideerd. Het lichaam gaat onherroepelijk achteruit, maar al bij al valt het nog mee.”

Over lichamelijke conditie gesproken: je vader Eddy Becquart was danser en choreograaf.

“Zijn laatste jaar als docent aan de dansacademie in Tilburg is aangebroken. We zagen hem 's ochtends weleens strekoefeningen doen als hij koffie aan het zetten was, maar voor de rest konden we nergens aan merken dat hij een danser was. Ik heb wel altijd gezien dat hij een creatieve mens was – hij schildert ook – maar mijn moeder was bang voor het onzekere artiestenbestaan. 'Ga alsjeblieft naar de universiteit’, zei ze me. Dansen trok me als klein meisje aan, maar ik heb me daar snel tegen verzet: ik heb de balletlessen opgegeven en heb me op het veldlopen gestort. En ik ben nog altijd een erg fysieke actrice, en een fervente yogi. In het dansen miste ik wellicht de taal.”

In ‘Gent West’. Beeld RV

Denk je dat je veel veranderd bent sinds twintig jaar geleden, toen je afstudeerde aan de toneelschool?

“Ik zal me wel bewuster zijn van hoe mijn systeempjes en patroontjes werken. Ik ben een heel intuïtieve actrice – ik ga op mijn instincten af, en daardoor loop ik weleens met mijn kop tegen de muur, maar meestal niet. Sinds ik afgestudeerd ben, heb ik nooit iets met voorbedachten rade gedaan.”

Je vaart blind op je intuïtie.

“Dat is de rode draad in mijn leven, ja. Als ik niet op mijn intuïtie afga, heb ik daar vaak spijt van. Dé vraag is altijd weer: 'Voelt iets goed aan of niet?'”

Wat is er overgebleven van het teruggetrokken middelbareschoolmeisje dat graag boeken las?

“Ik ben nog altijd heel graag alleen, en mijn man en mijn dochter ook. Om te resetten moet ik me kunnen terugtrekken. Als actrice moet je je al de hele tijd intens tot anderen verhouden. Ik ben snel overprikkeld, en daar reageer ik erg fysiek op. Ik ben niet zo stressbestendig. En ik ben ook heel onzeker. Faalangst.”

Dat soort onbehagen moet ergens vandaan komen.

“Ik heb bij de jezuïeten gezeten, waar alles wat je presteert, nooit goed genoeg is.”

Dat keurkorps van Jezus liet in ieder geval al meisjes toe: veel gekker hoefde het niet te worden.

“Ik behoorde in het Sint-Jozefcollege in Turnhout tot één van de eerste lichtingen meisjes. Ik lijd vaak onder mijn onzekerheid, maar tegelijkertijd zal die er ook voor gezorgd hebben dat ik sta waar ik nu sta. Ik blijf mezelf pushen. Onzekerheid zal wel mijn motor zijn. En angst. In de bubbel van mijn werk ben ik tevreden, maar alles eromheen kan me onderuithalen. Een vraag als: 'Wat vinden de mensen ervan?' Of: 'Ben ik wel genoeg thuis?' Mijn probleem is dat ik altijd alles in twijfel trek, waardoor ik me voortdurend tekort voel schieten. Nu, langzamerhand heb ik wel meer zicht op mijn talent gekregen. Ik denk intussen wel dat ik een goede actrice ben. En dat ik goed ben in samenwerken – een makkelijke mens, flexibel in de omgang.”

Waar denk je, het acteren niet te na gesproken, nog goed in te zijn?

“Ik kan wel ideeën verzinnen om nieuwe dingen te maken. En ik weet ook iets af van bio-eten, maar me hele dagen met bio-eten bezighouden zou me niet gelukkig maken, ook omdat ik me inconsequent aan ongezond eten tegoed kan doen. Ik geloof niet in fanatisme en ook niet in dure eden. 'Vanavond drink ik niet', dat is voor mij al een goede reden om pas om zes uur 's ochtends helemaal lazarus naar huis te gaan. Ik wil die mogelijkheid openlaten, want ik word er gelukkig van.”

Verloren paradijs

Wat is er bepalend geweest in je jonge jaren?

“Het platteland. Lang geleden hebben mijn ouders de boerderij van Ivan Heylen in Oosteeklo gekocht. We hadden niet veel centen, het dak lag op een bepaald moment open en mijn vader heeft toen voor zijn twee dochtertjes een apart huisje gemaakt van zijn grote schilderijen, met een elektrisch vuurtje erin. Ik zoek al mijn hele leven naar de vrijheid die ik toen ervaren heb. Die plek in het boerengat Oosteeklo is mijn verloren paradijs. Ik heb er, toen we naar Turnhout verhuisd waren, jarenlang heimwee naar gehad. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding met Turnhout gehad, en ook met de jezuïeten bij wie ik daar schoolliep. Ik heb lang van hen moeten afkicken, maar ik heb wel doorzettingsvermogen aan die school overgehouden: leren hard werken, analyseren...”

Mensen die bij de jezuïeten school hebben gelopen, laten nooit na dat te vermelden.

“Dat is waar, en ik vind het gênant. Als ik het mezelf weer eens moeilijk aan het maken ben, zegt mijn man: 'Je bent weer de jezuïet aan het uithangen.' En het is net dat gedrag dat me bij andere mensen ergert. De neiging om door te drammen, of je overtuiging tot het uiterste door te drijven. En nooit is iets goed genoeg, want: 'Plus est en vous!' Mijn vader heeft ook bij de jezuïeten gezeten. Hij komt uit een marginaal gezin en heeft een moeilijke jeugd gehad. Hij heeft pas ontdekt wie zijn vader is toen mijn zus en ik al geboren waren. Zijn traject was heftig, laat het me het daarop houden.

“Om zijn kinderen tegen het leven te wapenen, heeft hij ons altijd voorgehouden dat de moeilijkste weg de interessantste was. Ik heb dat heel lang geloofd, maar nu denk ik soms: aangenaam en makkelijk kan ook. Ik ben die katholieke gedachte dat lijden loont meer dan zat (lacht). Dat eeuwige gewroet in jezelf... Ik was al een dertiger toen ik bij Abattoir Fermé ineens een zuivere aha-erlebnis kreeg: ik besefte op het toneel voor het eerst dat ik er niet alleen voor stond en dat we sámen de magie maakten. Een enorm geruststellende en aangename gedachte.”

Beeld Johan Jacobs

Draag jij nog iets mee van de ingewikkelde voorgeschiedenis van je vader?

“Wellicht onderbewust. Ik zie hem nog steeds het gevecht met zijn onzekerheden aangaan, en die strijd, die almaar doorgaat, heeft hij op mij geprojecteerd. Dat heeft ook mijn kijk op mijn familie bepaald. Mijn man en mijn dochter gaan voor, maar voor de rest ben ik niet familiegebonden. Ik ben net als mijn vader een einzelgänger. Mijn ouders hebben hún wereld en ik de mijne, en die werelden blijken perfect naast elkaar te kunnen bestaan. Dat ik geen familiemens ben, heb ik weleens als een tekortkoming ervaren – een einzelgänger kan zich ook alleen voelen, hè? Maar om te worden wie ik nu ben, moest ik weg van thuis en weg uit Turnhout. Voor mijn eigen geluk.”

 Heb je de goedkeuring van het publiek nodig?

“Dat zal wel meespelen, ja. Je geeft jezelf bloot en je bent kwetsbaar, en het is altijd aangenaam als je merkt dat een publiek je breekbaarheid koestert.”

Je bent getrouwd met de muzikant Stijn Cole. Jullie vormen dus een artiestenstel: fijn ongetwijfeld, maar heeft dat ook voordelen?

“Dat zowel Stijn als ik telkens weer in nieuwe werelden terechtkomen. Niets is vertrouwd: je moet altijd weer de eerste indruk doorstaan, maar als je door die fase heen bent, word je een nieuwe wereld gewaar, die alleen maar verrijkend kan zijn. In materieel opzicht is ons bestaan onzeker, maar allebei hebben we om de één of andere reden een diep vertrouwen in de goede afloop. We wéten dat een onzeker bestaan inherent is aan ons vak. En we weten ook dat er altijd weer passieprojecten op ons pad komen, die we bij wijze van spreken gratis hadden willen doen.”

Welke rol had jij, bij wijze van spreken, gratis willen spelen?

“De rol die ik in Over water heb, die van Benedicte De Pelsmaecker. En Sandy, de crackhoer in Chaussée d'Amour. Ik word onmiddellijk verliefd op veeleer onsympathieke personages met een volstrekt eigen logica.”

Denk je dan ook: er zit meer van een paaldansende crackhoer in mij dan ik wist?

“Natuurlijk. Maar ook: mocht die Sandy in een andere omgeving zijn grootgebracht, dan was ze nu ongetwijfeld een fantastische bejaardenverzorgster.”

In ‘Chaussée d'Amour’. Beeld RV

De tweede serie van Gent West loopt nu op VIER. Die staat voor jouw personage, Veronique Dockx, in het teken van wraak. Heb je ervaring met die diepmenselijke hartstocht?

“Totaal niet, maar ik begrijp de wraaklust van Veronique Dockx: haar dochter is vermoord. Toch zou wat zij onderneemt, niet mijn manier zijn om met de moord op mijn dochter om te gaan, al weet ik niet precies wat ik zou doen. Haar leven is wel redelijk hopeloos. Ze moet een lange gevangenisstraf uitzitten en kan niet meer genezen van wat haar overkomen is. Ze zal doorgaan tot het bittere einde, tot ze even destructief en verdorven is als de meeste andere gevangenen.”

Hoe voel je je in een groep die uit alleen maar vrouwen bestaat? Ik maak liever geen deel uit van gezelschappen die uit louter mannen bestaan.

“Wel, ik vind het echt prettig. Iemand zegt: 'Mooie trui heb jij aan!', waarna er in één adem een existentieel onderwerp wordt aangekaart. Dat snelle overschakelen van huis-tuin-en-keukenaangelegenheden naar iets dieps en gelaagds lijkt me een typisch vrouwelijke vaardigheid. Ik kies in ieder geval vriendinnen die dat kunnen. De ontstaansgeschiedenis van Gent West was turbulent omdat het productiebedrijf Marmalade zijn mensen niet betaalde. Ik heb mijn gage gekregen, maar sommige collega's nog steeds niet. Dat leidde tot stress en ongenoegen, maar onze samenwerking onder vrouwen van verschillende leeftijden was heel plezierig. En uniek.”

Bibi in Clan, Sandy in Chaussée d'Amour, Veronique Dockx in Gent West en Benedicte De Pelsmaecker in Over water: kun je uit die rollen afleiden hoe casting directors je zien?

“Moeilijk. Ik weet dat ik mezelf graag verander in een rol. Je wordt natuurlijk nooit helemaal iemand anders: Ruth Becquart zal altijd wel doorschemeren in alles wat ik doe, want ik moet het met míjn lichaam en míjn verstand doen. Maar wat straal ik uit? Ik heb een vrij hard gezicht, waardoor ik misschien streng lijk.”

Een tikje aristocratisch ook.

“Misschien. Ik denk ook dat het mij aan te zien is dat ik me als een pitbull in iets kan vastbijten.”

Instant depressief

 Ik ken je niet, maar je wekt hier en nu de indruk dat je behoorlijk in balans bent.

“Daar streef ik naar, maar ik ben het niet. Faalangst kan mij nog altijd van mijn stuk brengen. Denken dat wat ik doe niet goed is, is een fase waar ik telkens weer doorheen moet. Ik heb ermee leren leven. Ze kan weer niet omgaan met stress, denk ik dan over mezelf. Mijn schoonvader zei me een tijd geleden: 'Jij bent bang voor je eigen succes.' Ik denk dat hij gelijk heeft.”

Wantrouw je dat succes?

“Ja. Ik vind het heel belangrijk om artistiek te blijven. Ik wil graag veel verschillende rollen spelen omdat ik nu eenmaal graag speel, maar tegelijk wil ik ergens voor staan. En ik wil mijn werkomstandigheden goed bewaken: je presteert het best in een sfeer van vertrouwen, en met mensen die oog hebben voor magie. Mensen ook die bedanken voor haastwerk en de tijd nemen om een verhaal tot leven te brengen.

“Kunst is zo zinvol voor de wereld, ze maakt de wereld absoluut beter. Ik kan zelfs ontroerd raken door mislukte voorstellingen, als ik maar de zoektocht van de maker aanvoel. Maar ik beschouw mezelf als een luxepaard: ik ben me er terdege van bewust dat ik blij mag zijn dat ik in dit land mijn vak kan uitoefenen.”

Heb je de indruk dat de wereld in de loop van je leven verslechterd is?

“Ik ben enorm ontroerd door scholieren, onder wie mijn eigen dochter, die de lakse klimaatpolitiek niet langer pikken. Dat is hoopgevend. Ik geloof in hun oprechte bedoelingen. Die kinderen weten beter hoe het met de wereld is gesteld dan ik toen ik hun leeftijd had. Die permanente dreiging op de achtergrond hoort niet bij hun leeftijd. Mijn dochter zegt: 'Hier blijf ik niet wonen. De zeespiegel gaat stijgen!'

“Onlangs zag ik de documentaire Fahrenheit 11/9 van Michael Moore: daarin zie je een graad van verrechtsing en hopeloosheid in Amerika waar een mens instant depressief van wordt. De doemsfeer bepaalt de kijk op de toekomst van de scholieren van nu. Toen ik 14 was, stond het voor mij vast dat ik actrice zou worden, en dat wilde ik ook blijven. Maar mijn dochter zegt nu al: 'Ik ga niet mijn hele leven hetzelfde doen.' Ze wil geschiedenis studeren of jazz-zangeres worden – ze zingt heel goed. De nieuwe generatie is in ieder geval soepel en communicatief, en vooral: niet geïntimideerd door volwassenen.”

In ‘De dag’. Beeld RV

Ik weet dat je niet aan sociale media doet.

“Ze hebben mij nooit geïnteresseerd. Stijn heeft een app geïnstalleerd om zijn gebruik van sociale media te beperken. Verbazend hoe snel hij er twee uur per dag – zijn limiet – aan besteedt. Twee uur per dag! Tijdverlies. Ik doe in die tijd liever aan yoga, of anders lees ik een boek. 

“In Nederland is het al zover: werkaanbiedingen voor acteurs hangen er af van het aantal volgers dat ze op sociale media hebben. Ik verzet mij daartegen – een acteur moet meer zijn dan zijn populariteit – maar ik weet dat de vraag 'Voor wie gaan mensen naar de cinema?' zal primeren. Alles ziet er altijd zo mooi uit op sociale media, terwijl ik niet eens een selfie kan maken. Voor ik eraan begin, ligt mijn dochter al dubbel. Het interesseert me niet. Op die manier ben ik niet met mijn vak bezig, maar ik voorzie dat sociale media binnenkort ook voor mij onvermijdelijk zullen zijn.”

Als we het over deze tijd hebben, moeten we het ook even over #MeToo hebben, een groot succes in de wereld van de podiumkunsten en het entertainment in het algemeen.

“Het machtsmisbruik vind ik nog het ergst. Je moet er altijd gevoelig voor zijn. Au fond draait alles nog steeds om de klassieke feministische thema's: de gelijkheid tussen man en vrouw, hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Voor de rest denk ik niet zoveel na over feminisme, tenzij ik met ongelijkheid word geconfronteerd. Als een acteur die even oud is als ik in dezelfde productie meer blijkt te verdienen, bijvoorbeeld, terwijl ik een grotere rol speel. De Acteursgilde moet nog altijd zwaar vechten om zulke toestanden ongedaan te maken. Over de verloning is er weinig transparantie in de acteurswereld. En als je als vrouw je beklag doet, krijg je meestal te horen: 'Mannen onderhandelen beter.'

In ‘Over water’. Beeld RV

“Behalve dat het natuurlijk laakbaar is, heeft seksueel grensoverschrijdend gedrag nog een ander kwalijk effect: het werkt een nieuw soort preutsheid in de hand. Frank Vercruyssen van tg STAN zei me laatst: 'Ik heb onlangs Saturday Night Fever nog eens gezien. Wat een vuile film, zeg! Geweldig! Nu zou je zoiets niet meer kunnen maken.' 'Vuil' hoort bij het leven, en dus moet je het ook kunnen tonen in films, mits met respect gedaan, en goed omlijst.”

Linkse actrice

Vijf jaar geleden dreigde je huis in te storten door bouwwerkzaamheden in de moskee hiernaast. Toen zei je in Humo: 'Ik kan me niet vinden in de standpunten van Bart De Wever en ik heb mezelf altijd als een linkse artiest beschouwd. Maar als het leven van je kind in gevaar wordt gebracht en je huis op instorten staat, slaat er toch een soort behoudsgezindheid toe.'

“Ach, dat was onzin. Ik was bezorgd om mijn gezin en heel boos op de Turken van hiernaast, en op de moskee, wat nooit betekend heeft dat ik ineens tegen Turken in het algemeen was. Ik was vooral extreem bang. Dat instortingsgevaar was toen reëel. Die zaak is juridisch overigens nog altijd niet uitgeklaard. En wat 'linkse artiest' betreft: aan mijn werk valt doorgaans geen politiek engagement af te lezen. Ik vind het belangrijker om alle facetten en alle gezindten van mensen te laten zien. Ik draag liever geen politieke overtuigingen uit – ik geloof er zelfs niet erg in.”

Wat maakt jou nog het meest bang?

“De gedachte dat mijn kind iets zou overkomen. Ze verlangt zo naar vrijheid, nu ze 16 is geworden. Zelf ben ik met veel te veel regels opgevoed en daar heb ik veel last van gehad. Die regels van mijn ouders hebben niet veel opgeleverd. Voor je waarden opkomen volstaat: je kind duidelijk maken dat je eerlijkheid en communicatie belangrijk vindt. Stijn en ik proberen ons kind heel veel vertrouwen te geven. En ik zal nooit roepen dat de moeilijkste weg ook de interessantste is (lacht). Ik merk dat onze dochter een ongelofelijk talent heeft om goed te leven, wat ook betekent dat ze goed voor zichzelf kan zijn. Ze kent zichzelf heel goed. En ze accepteert zichzelf zoals ze is. Daar zit ik met open mond naar te kijken.”

Ik heb doorgaans een lichte hekel aan mezelf.

“Ik ook aan mezelf. Ik kan, wat mijn werk betreft, echt zelfdestructief zijn. Maar als ik mijn dochter zie, denk ik: dat heb ik toch niet zo slecht gedaan.”

Heb je het moederschap altijd aangenaam gevonden?

“Heel erg, ja. Ik was pas 25 toen ik zwanger was. Na een zatte nacht dachten we: kom, we maken een kind. En een maand later: shit, ik ben zwanger. Waar zijn we aan begonnen? (lacht) Daarna leek alles vanzelf te gaan, misschien wel omdat we zo jong waren.

“Ik ben nooit het soort meisje geweest dat er op de middelbare school al van droomde om moeder te zijn – ik ben ook nooit een moederkloek geweest. Ik heb nu het gevoel dat ik mijn werk nog liever doe sinds ik moeder ben geworden. Het moederschap heeft mijn leven voller gemaakt, en er is dus ook meer waar ik als actrice uit kan putten.”

Straks moet je met tg STAN op tournee door Frankrijk en Zwitserland. Je speelt in Infidèles, gebaseerd op teksten van Ingmar Bergman. Hoe is het om in het Frans te acteren?

“Heftig, in het begin. Ik heb er veel stress voor moeten doorstaan. Ik wist dat de manier van werken van tg STAN apart is, maar dat proces had ik nog niet mogen ervaren: acht weken met elkaar aan tafel zitten en aan de tekst werken. Er wordt niet gerepeteerd. Pas twee weken vóór de première gingen we de vloer op. Bij tg STAN ontstaat een voorstelling elke avond opnieuw, wat geweldig is. Maar ik huiver nog altijd als ik aan de première in Toulouse denk. 't Is lastig als je niet op de muziek van je eigen taal kunt vertrouwen. Omdat ik de muziek van het Frans niet genoeg beheers, kon ik niets met mijn intuïtie aanvangen. Improviseren is er ook niet bij, waardoor ik nog maar eens scherp aanvoelde dat ik vooral een intuïtieve en fysieke actrice ben.

“Ik ben, jezuïeten of niet, helemaal geen hoofdmens. Intussen is mijn Frans er enorm op vooruitgegaan, en Infidèles is een prachtige voorstelling die ik heel graag speel. Ik vond het ook fantastisch om te merken dat tg STAN een begrip is in het Franse theatermilieu. En het Franse theaterpubliek praat graag en uitvoerig met de acteurs na over wat het heeft gezien, veel meer dan het publiek bij ons.”

Beeld Johan Jacobs

Welke harde lessen heb je tot nog toe van het leven gekregen?

“De dood van naasten. Falen. Een huis dat op instorten stond. Mijn moeder heeft vorig jaar door een oogontsteking een hersenontsteking opgelopen, met zware hersenbeschadiging tot gevolg. Les choses de la vie, hè?”

Hoe kom je tegenslagen meestal te boven?

“Door het gezelschap van man en kind, door onze verbondenheid. En door yoga, dat voor mij oneindig veel meer is dan zomaar een vorm van lichaamsbeweging of een liefhebberij. Ik moet mijn lichaam intens voelen om alles in mijn hoofd aan de kant te kunnen krijgen. Dat hoofd zit altijd zó vol. Er dreigt altijd weer een onevenwicht, dat door yoga in balans wordt gebracht. Mijn levensfilosofie is: in beweging blijven. In dat opzicht ben ik zeker de dochter van een danser. Maar ook geestelijk in beweging blijven: leren.”

Tot slot nog een vraag van om en bij de 100 kilo: wat geeft je leven zin?

“Mijn gezin en mijn werk. En daar heb ik, wat zingeving betreft, ruim genoeg aan.”

Over water, Eén, zondag, 20.50 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.