Vrijdag 02/12/2022

BoekeninterviewMichael Palin

Michael Palin reisde naar Irak en schreef er een boek over: ‘Het bedroefde me dat ik de vrouwen daar amper zag of kon spreken’

‘Wat ik me maar bleef ­afvragen: dertig jaar lang heeft de wereld Irak in de steek gelaten, waarom was er niet meer boosheid 
naar het Westen toe?’ Beeld BBC/Oxford Films
‘Wat ik me maar bleef ­afvragen: dertig jaar lang heeft de wereld Irak in de steek gelaten, waarom was er niet meer boosheid naar het Westen toe?’Beeld BBC/Oxford Films

Covid, een hartoperatie en het Syrische regime zetten lange tijd zijn reizen on hold, maar nu is globetrotter en ex-Monty Python Michael Palin (79) terug. In Naar Irak reist hij door wat ooit de wieg van onze beschaving was, maar nu een ­gehavend land is. ‘We mogen de ogen niet sluiten voor de mensen daar.’

Geert De Weyer

‘Toen mijn chirurg zes maanden na de operatie groen licht gaf om opnieuw te mogen reizen, heb ik de kans met ­beide handen gegrepen.” Michael Palin grijnst, klopt zachtjes zijn vuisten op zijn borstkas en zegt: “Ik voel me véél beter dan de vorige ­jaren.” Opnieuw een lachje, wat cynischer deze keer. “Helaas, vlak na dat heuglijke nieuws werd de pandemie een feit. Dat stopte alle ­reizen, niet alleen de mijne.”

Dat hij zo lang als hij kon de blauwe planeet zou bijven verkennen, stond als een paal boven water. ‘In afwachting van’ stippelde hij zijn volgende reis uit. En dat was niet Irak, wel Syrië. In de laatste rechte lijn werd die trip echter ­geaborteerd toen het Syrische regime erachter kwam dat Palin ooit geld had gedoneerd aan de Syrische burgerbeschermingsbeweging Witte Helmen.

“You tell me!”, antwoordt hij op de vraag hoe ze dat hadden ontdekt. “We hebben veel onderhandeld met de Syriërs. We wilden zeker zijn dat de productie niet zou worden overgenomen door Assads regime, dat ze van ons een rechtvaardiging van hun aanvallen zouden eisen. Het leek echt in kannen in kruiken, tot iemand hogerop besliste: die vent willen we niet wegens die donatie – die ik overigens nooit onder stoelen of banken heb gestoken.”

BIO

geboren op 5 mei 1943 in Sheffield (VK) • actief als acteur, komiek, schrijver en reisreportagemaker • werd vanaf 1969 bekend als lid van absurdistische comedy­groep Monty Python • maakt sinds de jaren 1980 reisreportages voor de BBC, en trok o.a. door de Himalaya, de VS, Oost-Europa en de Sahara • schreef ook verschillende boeken over zijn reizen

Dus werd het Irak. Dat de reis naar het Midden-Oosten moest leiden, was wel een zekerheid. In zijn reportagereeks en boek Naar Irak haalt hij daarvoor als trigger de sprookjes van Duizend-en-een-nacht aan. “Ik was als kind gefascineerd door de minaretten op de cover van dat boek”, verduidelijkt hij met zijn typische jongensachtige enthousiasme.

“Ze definieerden zo het begrip ‘buitenland’, waardoor ik voor het eerst te maken kreeg met de lokroep van andere landen. Je moet weten: geen andere natie dan de Britten reist zo veel wereld rond. Groot-Brittannië heerste over onder meer India, en hoe Britser die landen waren, hoe meer men erover sprak en schreef. Ik miste daar toch wat. Toen mijn vader me Duizend-­en-een-nacht gaf, bleek alles zo anders. De architectuur, cultuur, klederdracht en gewoonten die werden beschreven voelden zowel onvertrouwd als exotisch aan. Het was zo anders dan alles wat ik ooit las. Ik was getriggerd.”

Kogelinslag

In maart van dit jaar mocht hij zich eindelijk drie weken lang onderdompelen in de Iraakse cultuur, politiek en samenleving. Op de reis­agenda: onder meer de historische stad Babylon, Mosoel en Bagdad. Het team trok het land door met een door de president ondertekende reisvergunning, die gold als een soort vrijgeleide. Maar een walk in the park werd het nooit, zegt Palin. De talloze zenuwslopende en ellenlange check-ins aan grensgebieden (waar het document van de president vaak slechts een vodje papier bleek) of de regio’s waar Islamitische Staat (IS) nog opereerde, stelden ieders zenuwen en geduld op de proef. Ook die van de fixers en veiligheidslui die de crew had ingehuurd.

Irak is nog steeds een conflictgebied, dus waarom dan de noodzaak om er als bekende buitenlander en internationale tv-crew te gaan filmen? “Je hebt gelijk”, zegt Palin. “Je stelt je bloot wanneer je met een crew reist. De tv-crews die er de laatste twintig jaar naartoe trokken, gingen er de oorlog filmen en werden telkens hevig geëscorteerd door veiligheidslui of mensen van het leger. Wij waren slechts een klein team. Ik merkte dat men bezorgd was om onze veiligheid. Niet alleen om hoe de bevolking zou reageren, maar ook bepaalde groeperingen, zoals de door Iran gesteunde milities in het zuiden.

“We moesten ons dus aan restricties houden: we ­mochten niet onbegeleid ons hotel verlaten of ’s avonds de sfeer gaan opsnuiven in de stad. Reizen kon alleen bij daglicht. Dat is licht ­irritant voor een reiziger als ik, die er net van houdt om te verdwalen in een stad of dorp ­omwille van de toevallige ontmoetingen.

“Nu, er was veel surveillance op de achtergrond, maar je kunt niet in vrees reizen omdat je dan met vooroordelen door een land reist. En ook: op geen enkel moment voelde het aan alsof we in gevaar waren. (denkt na) Al was er wel bezorgdheid wanneer ons werd verteld dat IS dichtbij was.” Wat hemzelf betreft, besluit hij: “Niemand kende me daar. Dat was een bezorgdheid minder.”

Eén keer belandde hij bruut met beide voetjes op de grond. Toen hij op een avond arriveerde in Nasiriyah, zo’n 340 kilometer ten zuiden van Bagdad, ging hij vrijwel meteen slapen na wat hij een “veilige, vruchtbare dag” noemt. “Men had ons, zoals steeds, op het hart gedrukt dat we voorzichtig moesten zijn, maar als alles goed blijft gaan, bevind je je al snel in een soort roes. En dus was ik, toen ik ’s morgens mijn gordijnen opensloeg, niet voorbereid op de kogel­inslag in het raam van mijn hotelkamer. Dan slaat je hart toch een slag over. Het is enerzijds een getuige van het geweld dat er jaren heerste, maar het geldt ook als een waarschuwing: voorzichtig blijven.”

Toch wuift hij het voorval eerder weg. “Misschien was het wel het resultaat van een kei die iemand had gegooid. Ik heb er in ieder geval in eerste instantie niets van tegen de crew gezegd. Het moet wel aangenaam blijven.” (lacht)

Disfunctioneel land

Op dag vijf arriveren Palin en crew in Mosoel. Geen sinecure en, zo zal blijken, een stad vol uitdagingen. Mosoel wordt beschouwd als een van de grotere en historisch en cultureel belangrijkere steden. Maar in 2014 riep IS er een wereldwijd kalifaat uit. In de twee dagen die er op volgden vluchtten naar verluidt 500.000 mensen de stad uit, te voet of per wagen, na het betalen van een vergoeding aan IS.

Palin is niet te beroerd om aan te kaarten dat hij zich bij momenten emotioneel voelde in Irak, en kaart Mosoel aan als schoolvoorbeeld. “IS heeft de mensen er vier, vijf jaar gecontroleerd. Met die achtergrond in gedachten moet je mensen zover krijgen met je te willen praten. Tuurlijk maakt dat je emotioneel, maar tegelijk moet je je cool bewaren. Je wilt immers alles in je opnemen.”

Maar in de ruïnes van de oude stad was zijn cool ver zoek. “Enkele kinderen die er in beschadigde gebouwen woonden, renden meteen naar ons toe. Ze lachten. Ze waren niet boos, bitter of beschuldigend. Ze waren gewoon blij om ons te zien. Daar kon ik op dat moment niet mee om. Midden in die ruïnes, in de context van alles wat er gebeurd was, etaleerden ze hun onschuld. Hun ogen, hun gelach was een lichtpuntje van hoop en menselijkheid dat me tot tranen toe roerde. Dat vond ik vervelend, ik zei hun ook meteen dat ik ermee moest ophouden. Ze knikten bevestigend.” (lacht)

Dat hij het zich snel vergaf, merkt hij op. “Laat ik het erop houden dat emotie ook staat voor het tonen van interesse, en dat je alleen iets van mensen kunt leren als je iets van jezelf teruggeeft. Al heb je zulke momenten nooit in de hand. Ze komen onverwacht. Ze zitten in handjes schudden, een grapje maken, wat grijnzen, of iets onnozels als samen voetballen en naast de bal trappen.”

Is het veerkracht wat hij er aantrof? “Ik hoopte het. Maar het is ook deels hun dagelijkse ­realiteit. Wat ik me maar bleef afvragen: dertig jaar lang heeft de wereld Irak in de steek gelaten, waarom was er niet meer boosheid naar het Westen toe? Goed, ze hebben ieder wel een eigen idee over de politiek en religie in hun land, net als over buitenlandse inmenging, maar ze realiseren zich wel dat ze het zelf ­moeten doen.”

Palin lijkt even in gedachten verzonken. “Bij sommigen dringt ook wel een zekere realiteit door. In Mosoel ontmoette ik twee jonge twintigers. Ze spraken mooi Engels en waren intelligent. Toen ik hun vroeg of ze in Irak zouden blijven om hun land herop te bouwen, gaven ze aan dat ze dat niet zeker wisten. Hun droom was Engels studeren in Groot-Brittannië.

“Dus ‘ja’ wat veerkracht betreft, een meer aarzelende ‘ja’ als het aankomt op hoop. Aan de andere kant zag ik ook hoe ouders twee uur meeliepen met hun kinderen om ze in een schooltje af te zetten. Of kwam ik slimme jongemannen tegen die wel geloofden in een beter Irak. Maar het land is natuurlijk zo disfunctioneel dat het mensen wegjaagt.”

Palin hoopt ook dat vrouwen er zichtbaarder worden in het openbare leven. “Het bedroefde me dat ik ze amper zag of kon spreken. Ze houden zich afzijdig, ook al omdat ze geen gelijkwaardige rol lijken te spelen. Het is mooi dat het in 2021 verkozen Iraakse parlement voor een derde uit vrouwen bestaat, maar ze lijken geen belangrijke rol te vervullen.”

Palin somt in zijn nawoord enkele cijfers op: ‘Ongeletterdheid is onder meisjes twee keer zo hoog als onder jongens en uit de laatste cijfers van de VN blijkt dat maar 14 procent van de Iraakse vrouwen een baan heeft, tegenover 73 procent van de mannen.’

“Intussen groeit de economie er hard. Mooi zo. Maar ik hoop vooral dat we in het Westen niet de ogen sluiten voor Irak. De mensen daar hebben, net als wij, alle vrienden nodig die ze kunnen krijgen. Ik heb mooie mensen gezien, mensen die veel te verduren kregen. Empathie is hier wel op z’n plaats.”

Reizen op leeftijd

Toch nog even de olifant in de kamer aanwijzen. Palin was 37 en een succesvol lid van ­Monty Python toen hij voor het eerst een BBC-reisdocumentaire maakte: een speelse treinrit door Groot-Brittannië. Als mid-veertiger begon hij aan wat een serie reisprogramma’s zou worden die over de hele wereld werd uitgezonden, en waarbij zowat elke reis zich vertaalde in een boek. Hij is nu 78. Tijd dus om voorzichtig en beleefd te vragen hoe dat bevalt, reizen als hoogbejaarde.

Palin: (lacht) “Weet je wat het is? Oud of jong, een reiziger moet behept zijn met nieuwgierigheid. Dat is het belangrijkste. Valt dat weg, waarom zou je er dan nog op uit trekken? Zelf opteer ik ervoor om niet het soort toeristen­reizen te ondernemen waarin je met vijfhonderd anderen op een cruiseboot ronddobbert. Liever ervaar ik hoe er in andere landen geleefd en gewerkt wordt.

“Maar goed, jij wil natuurlijk weten of mijn lijf nog meekon. Eerlijk gezegd, dat vroeg ik me zelf ook af. Was ik nog wel in staat om drie ­weken lang zulk zwaar werk en zulke lange ­dagen te ondergaan? En ik niet alleen. Mijn crew en producer dachten er volgens mij ook zo over.

null Beeld RV
Beeld RV

“Zelf wist ik het pas toen ik er was. Aan het einde van de roadtrip was ik oké met alles, het deed mijn geest en lijf goed. Het bracht energie. Ik herinner me hoe ik de jaren ervoor thuiszat en me afvroeg of ik ooit nog zou ­kunnen reizen. Deze reis was het bevredigende antwoord op die vraag.”

Moest hij zich, met het oog op zijn leeftijd en operatie, fysiek voorbereiden op zijn roadtrip? “Gezondheid is het allerbelangrijkste, dus ja, je moet jezelf wel onderhouden. Ik woon dicht bij Hampstead Heath, waar ik ’s morgens in de heuvels ga lopen. En ik doe aan pilates, stretch- of sit-up­oefeningen.

“Weet je, bewust en onbewust weet ik dat mijn lichaam me op zeker moment zal zeggen: stop it, Michael. Jezelf gezond houden is de ­manier om dat proces zo lang mogelijk uit te stellen. Laat ik dat ook maar proberen vol te houden, want tijdens de Irak-trip besefte ik ook dat ik het reizen nog lang niet wil opgeven.”

Michael Palin, Naar Irak, Het Spectrum, 192 p., 12,99 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234