Zondag 08/12/2019

Portret

Michael Moore ageert tegen Trump, maar de woede van de Trump-stemmers snapt hij volkomen

Beeld Photo News

Michael Moore blikt in Fahrenheit 11/9, zijn nieuwe documentaire, terug op de onwaarschijnlijke verkiezing van Donald Trump tot president van de VS in 2016. Portret van een controversiële documentairemaker. 

Het beste wat Michael Moore kon overkomen, is dat hij is geboren in Flint, Michigan. De middelgrote stad ten noorden van Detroit is altijd een bron van opwinding gebleven voor de Amerikaanse filmmaker. Altijd is er wel een schandaal te vinden, altijd ligt er wel een kiem of een thema of een belangrijk element van een nieuwe film van Moore.

En dus doemt Flint ook weer op in Fahrenheit 11/9, de film die straks ook in de Belgische zalen loopt. Voor de helft gaat die over Donald Trump, en dat is niet de origineelste helft. Beelden van Hitler onder een toespraak van Trump: dat is het dikke hout waarvan iedereen planken kan zagen. 

Maar dan, in de tweede helft, volgt een opzwepende reconstructie van het drinkwaterdrama in Flint, waar een corrupte gouverneur met een combinatie van machtsmisbruik en vriendjespolitiek geld probeerde te verdienen over de ruggen van de arme zwarte bevolking. Dat is het soort schandaal waarmee Moore groot is geworden. Onrecht is zijn bestaansrecht.

Huis, tuin, auto

Moore werd in 1954 in Flint geboren in een middenklassegezin met een arbeideristische traditie. Zijn vader, een marinier die in de Tweede Wereldoorlog had gevochten, werkte net als zijn moeder bij de autofabrieken van General Motors in Flint, net als zijn grootvader en oom, die een vakbond had opgericht en een beroemde staking had georganiseerd. 

Moore was als babyboomer precies op tijd om mee te surfen op de grote Amerikaanse naoorlogse welvaartsgolf, die twee decennia zou aanhouden. Al snel verhuisde het gezin naar een buitenwijk, waar de Amerikaanse Droom van huis, tuin en auto gestalte kreeg. 

Meer dan een paar jaar heeft Moore niet in Flint gewoond, maar het was genoeg voor een blijvende band.

Na 'Fahrenheit 9/11' uit 2004 is 'Fahrenheit 11/9' de tweede Moore-documentaire waarvan de titel verwijst naar 'Fahrenheit 451', een toekomstroman uit 1953 van Ray Bradbury waarin Amerika is veranderd in een totalitaire staat. Beeld AP

Hij heeft vanaf zijn jeugd een idealistische inslag, schrijft hij in zijn autobiografie Here Comes Trouble  met dank aan Vietnam. Eerst wil hij priester worden, geïnspireerd door de radicale gebroeders Berrigan, jezuïeten die in 1968 met zelfgemaakte napalm honderden dienstplichtpapieren verbrandden. Maar na een jaar seminarie wordt hij van school gestuurd, volgens Moore omdat hij te veel vragen stelde.

Schoolraad

Daarna belandt hij op de middelbare school, waar hij erop wordt aangesproken dat hij zijn overhemd niet goed in zijn broek heeft gestopt. Hij reageert door zich kandidaat te stellen voor het bestuur van het schooldistrict, een politieke functie in de VS, om vervolgens de directeur en de onderdirecteur van zijn school te kunnen ontslaan. 

Zo wordt hij op zijn 18de de jongste verkozen politicus van het land, een prestatie die hij vorig jaar in zijn onemanshow The Terms of My Surrender memoreerde. "Kijk, zo simpel is het", zei Moore, nooit vies van een narcistisch schouderklopje.

In die schoolraad is hij vervolgens zo irritant dat zijn mederaadsleden een verkiezing organiseren om hem weg te stemmen. Daarmee komt de politieke carrière van Moore voortijdig ten einde.

Hij gaat studeren aan de universiteit van Michigan, en houdt ook dat net een jaar vol. Toch levert het een blijvende passie op: de journalistiek, om precies te zijn geëngageerde journalistiek. 

Na de universiteitskrant richt hij zijn eigen blad op, The Flint Voice, om in 1984, na een verhuizing naar Californië, over te stappen naar het blad Mother Jones. Daar wordt hij na vier maanden weggestuurd omdat hij geen kritisch verhaal over de (linkse) sandinisten in Nicaragua wil plaatsen, en wel een verhaal over de sluiting van de fabrieken van General Motors. Moore spant een rechtszaak aan, krijgt 58.000 dollar, en begint met dat geld zijn eerste film te maken.

Die film gaat, niet geheel verrassend, over de sluiting van de fabrieken van General Motors in Flint en over de verhuizing van die fabrieken naar Mexico. Roger & Me (1989, genoemd naar GM-baas Roger Smith, wordt Moores eerste j’accuse tegen de mondialisering van de economie. Het is een thema waarmee hij zijn tijd vooruit is en dat hij drie decennia later terugziet in de presidentscampagne van een andere dikke man met een honkbalpetje: Donald Trump.

Confronterend en suggestief

Moore herkent zijn eigen woede in de woede van de Trump-stemmers. "Ik denk dat hij gaat winnen", zegt de filmmaker in de zomer van 2016 in een interview met komiek Bill Maher over Trump. Hij voorspelt precies welke vier staten de doorslag zouden geven: Pennsylvania, Ohio, Wisconsin en zijn eigen Michigan.

In de jaren daarvoor heeft hij een reeks andere spraakmakende films over het grote geld en de politiek gemaakt. Met Bowling for Columbine (2002) ageert hij tegen de vuurwapenlobby (fameus is zijn bezoek aan Charlton Heston, baas van de wapenlobbyorganisatie NRA, die hij confronteert met de foto van een zesjarig slachtoffer van vuurwapengeweld, uit Flint natuurlijk); met Fahrenheit 9/11 (2004) ageert hij tegen de Irak-oorlog van president George W. Bush; met Sicko (2007) ageert hij tegen de Amerikaanse gezondheidszorg. 

De eerste film levert hem een Oscar op, de tweede en derde nogal wat kritiek: Moore is wel heel sturend, bijvoorbeeld als hij Bush belachelijk maakt wegens zijn eerste reactie op de gebeurtenissen van 11 september (Bush zit in een school in Florida een groep kinderen voor te lezen en blijft dat gewoon doen). Het typeert zijn methode: confronterend en suggestief.

De kracht van Moore is dat hij thema’s oppakt die de traditionele media laten liggen. De Irak-oorlog en de mondialisering zijn thema’s waar in progressieve kranten vrij onkritisch over wordt geschreven. Moore is één groot alternatief medium, die wel kritisch naar deze neoliberale projecten kijkt.

Bewegen tot actie

Hij maakt school met zijn documentaires. Zijn overvaltechnieken worden nagedaan door komieken als Sacha Baron Cohen en door de politieke parvenu's van Project Veritas. En kritische documentaires worden inmiddels aan de lopende band gemaakt voor tv-zenders, Netflix of Vice. 

Juist door die overvloed lijkt de methode-Moore een beetje sleets geraakt, en is zijn invloed afgenomen. Vlak voor de verkiezingen van 2016 houdt hij, als aanhanger van Bernie Sanders, met zijn film Michael Moore in Trumpland nog een sterk pleidooi om toch vooral op Clinton te stemmen. Het heeft geen merkbaar effect. Zijn eerdere voorspelling komt uit.

Toch blijft de idealist in hem het proberen, ook weer in zijn jongste film, Fahrenheit 11/9. Hij wil bewegen tot actie. Wat die actie precies is, weet hij ook niet – als je maar iets doet. "Niemand in het Franse verzet zei ooit: tjee, ik zou graag die nazibrug opblazen, maar ik moet nu de kinderen naar de voetbaltraining brengen. Ik bedoel: zo serieus is het nu."

En ook al woont hij al 25 jaar als bemiddeld man aan de Upper West Side van New York, hij ziet zich nog steeds als een Everyman, een vertegenwoordiger van de arbeidersklasse. "Ik ben hun stand-in", zei hij vorig jaar tegen New York Magazine. "Ik weet niet hoe ik uit Flint ben weggekomen en hoe ik hier ben terechtgekomen, maar nu ik hier ben, willen ze dat ik voor hen spreek, en dus doe ik mijn best, om onze verhalen te vertellen."

@MMFlint noemt hij zich dan ook op Twitter. Het is een twee-eenheid. Het beste wat Flint kon overkomen, is dat Michael Moore er geboren werd.

Fahrenheit 11/9, vanaf 10 oktober in de zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234