Donderdag 03/12/2020

InterviewCarla Bruni

‘Met mijn staat van dienst kan niemand mij een mannenhaatster noemen’

‘Zelfs in dit #MeToo-tijdperk, waarin vrouwen vaak de neiging hebben om hun man te willen domesticeren, hunkeren ze al dan niet stiekem naar een deel van hem dat zich níét laat temmen.’

Alleen een impotente, doofstomme blinde met het libido van een panda wordt als hij Carla Bruni ontmoet niet bevangen door een coup de foudre. En dan heb ik het niet eens over haar uiterlijk, wel over haar hese fluisterstem die intimiteit weeft, haar aanstekelijke lach, haar ook na vier jaar formaliteit in het Elysée onaangetaste naturel, en hoe ze kan flirten zonder te flirten. Laat ons eerlijk zijn: ook u vraagt zich op basis van haar zang af hoe haar bedstem klinkt.

In de Franse pers wordt Carla Bruni neergezet als een linkse, vrijgevochten bohemienne die bleef hangen aan een rechtse, conservatieve politicus. Daarbij wordt vaak te veel ingezoomd op haar aura van glamour en vergeten dat Bruni woordvoerder was van War Child, dat zich inzet voor door oorlog wees geworden kinderen. Als première dame van Frankrijk was ze stijlvol en vooral tactvol, al wist wie goed op de formulering lette wel wat ze écht dacht. (David Letterman: “Kwamen uw echtgenoot en George Bush goed overeen?” Carla Bruni: “Ze móésten wel.”) Ze doorprikte het bombast van officiële ontmoetingen toen ze in gezelschap van een nerveuze president Sarkozy, wachtend op Barack Obama, ‘Time Is on My Side’ begon te neuriën, een song van haar ex Mick Jagger.

Toen Carla Bruni een riante schadevergoeding kreeg omdat Ryanair zonder haar toestemming een foto van haar en Sarkozy had gebruikt in een reclamecampagne, schonk ze dat bedrag integraal aan een vereniging die maaltijden bereidt voor daklozen. Ze steunde ook PETA, de antibontliga - moedig voor een model. Nog moediger protesteerde Bruni herhaaldelijk tegen de steniging van overspelige vrouwen in Iran, waarop Iraanse kranten haar bestempelden als 'hoer'. Overspel zit in de familie: haar grootvader had negen maîtresses (Carla: 'Dat wordt gezegd, ik was er niet bij'), en niet Alberto Bruni-Tedeschi maar wel zakenman Maurizio Remmert is haar natuurlijke vader.

Van goede afkomst, knap, model, succesvolle zangeres, première dame... Op papier lijkt Carla een godenkind en haar cv leest als een droomscenario, maar het leven heeft haar niet gespaard: haar broer Virginio stierf op 46-jarige leeftijd aan aids - Bruni stond haar auteursrechten van de plaat 'Comme si de rien n'était' af aan de strijd tegen de ziekte. Bruni incasseerde ook de dood van haar vader en de scheiding van de vader van haar zoon. Haar Instagram-account wordt gevolgd door onder anderen de Obama's en Madonna.

Omwille van corona praten we via de telefoon. Telefonische interviews met lelijke mannen vind ik een verademing, maar in uw geval...

“Zoveel wat leuk is, kan niet meer. Ik mis vooral de culturele uitstappen: theater, concerten, musea... Corona heeft de cultuur een mes in de rug gestoken, ons kreupel gemaakt: we moeten genieten met de handen op de rug gebonden.”

U kunt zelf niet op tournee. Ik betrap me erop dat ik prachtige evenementen die ik ooit bijwoonde mentaal recycleer.

“Ik heb dat altijd gedaan, maar eerder met concerten die ik nooit heb gezien omdat ik te laat ben geboren of omdat de artiest te vroeg is gestorven. Ik heb vaak een visioen van een droomfestival: Leonard Cohen, Janis Joplin, Prince, David Bowie, Freddie Mercury, Lou Reed...”

Wat zou u Lou Reed nu vragen als hij voor u zat?

“Wie Caroline was, de mysterieuze vrouw uit de gelijknamige song. En waarom zij in de eerste versie Stephanie heette. Berlin is mijn favoriete plaat, ook al heeft ze een dramatische, zelfs sinistere kant.”

Sinds onze vorige ontmoeting stierf minstens een dozijn rocksterren. Wiens overlijden raakte u het meest?

“Pff... Allemaal. Als iemand wegvalt die mee de soundtrack van je bestaan leverde, sterft ook een deel van jezelf en besef je: mijn jeugd is definitief voorbij. Hoeveel stille, intieme momenten heb ik gedeeld met Leonard Cohen, zonder dat hij dat ooit heeft geweten? Hij heeft me vaak getroost. En Prince associëer ik met feesten en euforie. Maar doe toch maar Bowie, ook al omdat hij trouwde met één van mijn vroegere getrouwen: ik heb vaak shows gelopen met Iman. Ik heb ooit een keer live 'Absolute Beginners' gezongen - heel intiem, enkel op piano - en Iman heeft me laten weten dat David mijn versie mooi vond. Kijk! Tja, je kunt het niet zien, maar geloof me: ik krijg kippenvel terwijl ik dat zeg.”

Is er een verband tussen die hese slaapkamerstem van u en roken? Tijdens onze vorige ontmoetingen lurkte u aan een elektronische sigaret.

“Ik lurk nog steeds aan nepsigaretten, en heel af en toe aan een echte, maar in feite ben ik al jaren bijna definitief gestopt met roken. Je te jure! Die hese stem had ik voordien al, al is het er met de jaren niet op gebeterd.”

Uw nieuwe plaat heet Carla Bruni...

“Over die titel heb ik lang moeten nadenken (lacht). Deze plaat verschijnt exact achttien jaar na mijn debuut - eindelijk meerderjarig!”

Mijn favoriet op uw nieuwe cd is ‘Le petit guépard’. Kent u Marchesa Luisa Casati?

“Vaag... Woont zij niet in Venetië?”

Woonde. Zij betrok in 1910 aan het Canal Grande het onafgewerkte Palazzo Venier dei Leoni, nu bekend als het Guggenheim. Ze hield daar een menagerie van wilde dieren, waaronder een jachtluipaard. Te voet of in haar gondel trok ze ermee door de stad. Maar uw guépard is een metaforisch exemplaar, neem ik aan.

“Helaas, want het idee om te leven met een gevaarlijk dier spreekt me erg aan. En vooraleer dierenvrienden protesteren, haast ik me te zeggen: in theorie!”

“Een jachtluipaard is zo sierlijk, zo'n krachtig en vinnig beest, zo 100 procent functioneel zonder een grammetje overtollig vet... 'Le petit guépard' heb ik geschreven als een fabel van La Fontaine. De eerste vonk kwam tijdens het kijken naar 'Bringing Up Baby', een oude film van Howard Hawks met Katharine Hepburn en Cary Grant. Daarin is haar huisdier een jachtluipaard die Baby heet - wellicht een verwrongen kinderwens. Naar het schijnt was de sterke vrouw Katharine Hepburn dol op dat beest, terwijl machoheld Cary Grant er bang voor was.”

“Iedereen draagt een petit guépard in zich. Dat kan zich vertalen in sensualiteit, hedonisme, een hang naar risico's, een zin voor avontuur, onverantwoordelijk gedrag... Een petit guépard is tegelijk troef en achilleshiel. Het is een hang naar absolute vrijheid, dat deel van ons dat, hoe beschaafd en tactvol we ook zijn geworden, ontembaar is gebleven. En natuurlijk is er ook de link met mannen: zelfs in dit #MeToo-tijdperk, waarin vrouwen vaak de neiging hebben om hun man te willen domesticeren, hunkeren ze al dan niet stiekem naar een deel van hem dat zich níét laat temmen. En wij, vrouwen, kunnen dan wel lief en zorgzaam zijn, af en toe bekruipt ons de zin om eens flink te bijten. Nietwaar, dames?”

HARTELOZE ZOON

‘La chambre vide’ is een uniek liedje. Bij mijn weten heeft nooit eerder een sensuele beroemde vrouw zo eerlijk getuigd over hoe ze wordt opgevreten door de aanblik van een lege jongenskamer, nu de zoon de vleugels uitslaat en gaat samenwonen met zijn lief.

“Waarom zou ik enkel zingen over succes, glamour of seks? Onze kinderen zijn onze achilleshiel. Een Engelse vrouw vertelde me onlangs nog dat ze indertijd haar hele zwangerschap naar mijn muziek had geluisterd, omdat die haar een goed gevoel gaf. Maar als ze nu mijn muziek hoort, voelt ze ook een steek van pijn, nu haar zoon zich aan haar bescherming en zorg onttrekt. Elke moeder kent het gevoel in 'La chambre vide', het is een mijlpaal - dat gevóél, bedoel ik, niet mijn liedje (lacht). Die kinderkamer waar zich zestien of twintig jaar lang zoveel heeft afgespeeld, nu zo stil, zo doods, zwanger van herinneringen... Alleen vrouwelijke lezers die het al meemaakten zullen ten volle begrijpen wat ik bedoel. En natuurlijk is die lege kinderkamer ook een spiegel: de tijd verglijdt en ook jij bent twintig jaar ouder geworden.”

“Mijn lied is niet langer uniek, mijn goede vriend Julien Clerc heeft er zopas een mannelijk equivalent van gemaakt: 'Qu'ils en aillent'. Maar zijn toon en invalshoek zijn het spiegelbeeld van de mijne: mijn liedje is zwaar melancholisch, het zijne is euforisch. Hij moedigt zijn kind aan: ga, vlieg uit, verbaas jezelf en mij! Ik beschrijf enkel de schok van het vertrek: mijn kleine, harteloze jongen die zijn arme mama in de steek laat omdat hij verdomme zonodig onafhankelijk wil zijn, de verrader (lacht).”

Heeft uw zoon Aurélien ‘La chambre vide’ al gehoord?

“Ja. Hij vond het nummer mooi maar ook 'deprimerend, alsof ik al dood ben'. Hij vindt dat ik overdrijf, hij ziet het probleem niet. En zo hoort het.”

Wie is thuis strenger met de kinderen, u of die man wiens naam me ontschiet?

“Ik ben iets losser, een tikje meer laisser-aller. Controleren maakt geen deel uit van mijn natuurlijke reflex. I'm an old hippie. Ik laat onze kinderen heel veel vrijheid. Ik ken ook ouders die het welzijn van hun kinderen gebruiken als alibi om voor zichzelf rust en tijd te kopen: een volledig getemd kind is een stil en gehoorzaam kind. Alles hangt af van het karakter en van de genen: laat een van nature rebels kind te vrij en je oogst een ramp, laat een van nature seutig kind vrij en je geeft het vleugels. Sturen is goed, controleren minder. Ik liet mijn zoon musiceren en tekenen en musea bezoeken. Ik vertelde hem over de grote filosofen en de grote literatoren. En wat was het resultaat? Dynosauriërs! Paleontologie is nog steeds zijn grote passie.”

“Ik ben aanwezig. Dat is het grootste verschil met hoe ik opgroeide. Ik was kind in een milieu en in een tijdvak waarin ik mijn ouders soms amper zag - ik werd grotendeels opgevoed door mijn Franse grootmoeder, die bij ons inwoonde, en door kindermeisjes. Mijn ouders waren drukbezette hedonisten die geen tijd hadden voor sleur: de planeet van het kind en die van de volwassene waren twee gescheiden werelden. Maar de routine die mijn ouders overlieten aan anderen - het kind aankleden, in bad zetten - daar wil ik geen moment van missen.”

'Natuurlijk voelt een mens zich wat verloren als het hectische leven als president plots stopt. Dat toegeven getuigt van kracht en moed.' (Foto: met Nicolas Sarkozy)Beeld Photo News

HET GROTE GEHEIM

U werd geboren in Italië en verhuisde toen u 7 jaar was naar Frankrijk, omdat de Rode Brigades industriëlen zoals uw vader wilden vermoorden of zijn dochters ontvoeren. Nu zingt u al vijftien jaar in het Frans...

“Ja, maar ik vloek nog in het Italiaans (lacht). Als de familie - of wat ervan rest - samen is, praten we bijna altijd Italiaans. De aangetrouwde kliek heeft eraan moeten wennen. Ik heb ondertussen een Frans paspoort, maar ik voel me nog steeds een Italiaanse met twee families en twee thuislanden.”

En twee vaders? Ik voel me als een roddeljournalist van Paris Match als ik erover begin, maar daar gaat 'Un secret' toch over?

“Mijn officiële vader heeft aan mijn oudere zus verteld dat hij niet mijn biologische vader is, en mijn moeder heeft dat bevestigd. Dat was een schok, maar au fond veranderde het niets. Ons instinct is sterker dan wij denken, geloof ik, want ik had altijd wel gevoeld dat er íéts niet klopte, dat íéts aan de familiefoto ontbrak. Daarom zing ik dat het Grote Geheim al die tijd ergens op zolder lag, tussen oud speelgoed en beschadigde lijsten. Zo voelde het. Maar ik heb van alle betrokkenen niets dan liefde gekregen - ik heb dus niet het gevoel dat ik ben benadeeld. We leven nu in een tijdperk waarin alles wordt uitgesproken, en dat is gezond, maar ook saai. Geheimen zijn spannender, mysterieuzer. Een geheim is het sympathiekere broertje van de leugen.”

In de film Un château en Italie, geregisseerd door uw zus Valeria, staat jullie ouderlijke huis centraal. Dat neogotische Castello di Castagneto Po is een palazzo met mythische allures. Aan welke kamer denkt u als ik het kasteel vernoem?

“Aan de muziekkamer. Daar speelde mijn moeder, die concertpianiste was, minstens acht uur per dag muziek, zelfs toen ze hoogzwanger was. Mijn vader was een industrieel, maar speelde ook piano. In ons gezin was muziek een extra familielid. Het motto van mijn moeder was: ‘Je moet de wereld doen dansen, je moet de toekomst doen dansen.’”

“Castagneto Po was een ideale plek om in op te groeien omdat het zo groot was: als onze ouders ons riepen, kwam het heel geloofwaardig over als we beweerden dat we hen niet hadden gehoord, twaalf kamers verderop (lacht). Maar mijn favoriete plek was het terras, met in het midden een eeuwenoude boom. Daar kwamen we samen, daar werd alles uitgepraat, en je had er een prachtig uitzicht over het domein.”

Welke geur roept meteen uw jeugd op?

“De geur van sigaren. Als ik ergens sigarenrook ontwaar, draai ik me instinctief om en verwacht ik dat mijn vader voor me staat, al is hij lang geleden gestorven. Maar omdat je in openbare gebouwen niet meer mag roken, overkomt me dat nog zelden, en lijkt mijn vader alsmaar doder, verder weg...”

Ik vernam dat uw echtgenoot handtekeningen en manuscripten verzamelt. Bezit Nicolas Sarkozy behalve u nog iets waarop ik jaloers moet zijn?

“Wacht... Ik zit thuis, maar ik kan je wel meenemen op een wandeling aan de telefoon... Ik stap naar de gang, en sta nu voor een reeks ingelijste brieven van... Voyons... Voor mij hangt een handgeschreven kladversie van een gedicht van Paul Verlaine. En een brief uit 1608 van koning Henri IV aan zijn vrouw, Maria de' Medici. En een brief van Leon Trotski...”

Trotski?! Bezit uw man nog meer brieven van extreemrechtse politici of is dat de enige?

“Deze brief van de marxistische revolutionair Trotski getuigt van de open geest van mijn echtgenoot, meneer! (lacht) O, en hier, op zijn bureau ligt een brief van Sigmund Freud, en niet zomaar eentje, want deze is gericht aan de fantastische schrijver Stefan Zweig. Da's een zeer kleine greep, mon homme heeft een grote collectie.”

Ik dacht dat ‘Le garçon triste’ ook over uw zoon ging, maar het gaat over uw man. Zes jaar geleden zong u een dubbelzinnig liedje over Sarkozy, die je ‘Mon Raymond’ noemde: ‘Mon Raymond il est canon, c'est la bombe atomique, (...) et bien qu'il porte une cravate, il est un pirate.’ Die beschrijving staat haaks op het beeld van een triest, verloren gelopen ventje in ‘Le garçon triste’. Machtige politici houden er niet van dat hun kwetsbaarheid wordt onthuld...

“Ah, mon homme vindt het nochtans een ontroerend liedje. Maar de politiek is een harde en meedogenloze wereld, het is normaal dat iemand die zich jarenlang daarin beweegt een pantser kweekt. Mijn man is absoluut een botsbal van tomeloze energie, maar hij heeft ook een zachte, melancholische kant die ik natuurlijk beter ken dan buitenstaanders. En natuurlijk voelt een mens zich wat verloren als het hectische leven dat een president leidt, plots stopt. Dat toegeven getuigt van moed en kracht.”

Op uw Instagram zag ik een foto van de onlangs overleden diva Montserrat Caballé. Uw leven heeft iets van een opera. Wie is uw favoriete heldin?

“Ik voel tonnen empathie voor Cho-Cho-San uit Puccini's Madama Butterfly. Maar zij sterft aan het eind - ze doet er lang over, maar ze sterft (lacht). De enige die ik had willen zijn, is Carmen, omdat ze een onafhankelijke vrouw met een eigen wil is én omdat ze aan het eind nog leeft. Dat laatste is zeldzaam, want librettisten en componisten waren vroeger iets té tuk op het offeren van schone jonkvrouwen. Een vrouw meer of minder die van een kasteelmuur springt, wat kon het hen schelen, vrouwen genoeg (lacht). Ik ben het ook eens met wat de librettist van 'Carmen' haar in de mond legde: ‘L'amour est enfant de bohème’ - de liefde is een bohemien, ze stoort zich niet aan regels en voorschriften. Mijn verliefdheden waren altijd het tegendeel van een gearrangeerd huwelijk of het marriage de raison.”

Ik had onlangs een discussie met drie jonge vrouwen die dweepten met #MeToo, klaagden over het glazen plafond en kritiek uitten op de Harvey Weinsteins van deze wereld, maar zich toch niet geroepen voelden om zich feministe te noemen. Bent u een feministe?

“Natuurlijk. Ik ben geen militante, maar in een westerse democratie zijn alle moderne vrouwen feminist, zelfs al beseffen ze het niet. De feministes van het eerste uur waren heldinnen! Dankzij die pioniers hebben alle vrouwen nu stemrecht. Dankzij hen mogen we de pil gebruiken, hebben we gelijke rechten, kunnen we huiselijk geweld aanklagen en hebben we recht op abortus, indien nodig. Kan dat volstaan? Zij hebben de weg gebaand.”

“Het is kortzichtig en contraproductief om daar afstand van te nemen. Het begrip feministe heeft een pejoratieve bijklank gekregen - voor wie niet nadenkt of de geschiedenis niet kent, is het synoniem voor 'zure, aseksuele mannenhaatster', maar daar moeten we vanaf. Al denk ik niet dat iemand mij, met mijn staat van dienst, een mannenhaatster kan noemen (lacht).”

Op de begrafenis van Yves Saint Laurent stond u tussen zijn minnaar en uw man in. Ik dacht: de politiek, de muziek en de mode... En u had en hebt een voet in alle drie die werelden.

“De vrouw met drie voeten (grinnikt). Ik dacht toen vooral aan de vergankelijkheid van... álles. Monsieur Saint Laurent - ik bleef hem zo noemen, nóóit 'Yves', ook al heb ik hem goed gekend - was zeer ouderwets, hij had zijn tijdperk overleefd. Hij sukkelde allang met zijn gezondheid, maar toch is het een schok als zo iemand wegvalt. Ik neem aan dat alles samenviel: het einde van mijn loopbaan als model, een midlifecrisis, het wegvallen van vertrouwde bakens... Ik wil dat alles eeuwig blijft duren.”

“Natuurlijk kijkt niemand uit naar ophouden te bestaan, maar ik vrees dat ik een extra nostalgie-gen heb gekregen, of een extra dosis niet-bestand-zijn-tegen-dingen-die-voorbijgaan. Maar alles gaat zo snel voorbij!”

NÓG VRIJER

Eén van uw nieuwe liedjes heet 'Comme si c'était hier'. Welke mijlpaal in uw leven lijkt gisteren gebeurd te zijn?

“Moeder worden. Mijn broer verliezen. Zelfs hoe iets proefde dat ik at toen ik 9 jaar was, lijkt gisteren - ik kan het zo oproepen. Ik lach heel veel, maar misschien is dat overcompensatie. Ik schreef ‘Rien que l’extase’ als verzet tegen de dood. En ik heb in ‘Comme si c’était hier’ ook het beeld verwerkt dat we elkaar aan het eind van de wereld allemaal terugzien, ook de doden. Ik vind het heel moeilijk om níét in een hiernamaals te geloven.”

De eerste zin van ‘Comme si c'était hier’ luidt: ‘30 ans sont passées en une semaine.’ 30 jaar geleden stierf Serge Gainsbourg. Hij schreef heel wat songs voor vrouwen. U was jong, knap én in Parijs: het zou me verbazen als de laser van zijn wellust u niet had gelokaliseerd.

“Dat kan kloppen, want van de ene keer dat ik hem zag in een restaurant, herinner ik me zijn blik, die je met gevoel voor understatement begerig zou kunnen noemen. Maar hij zat toen aan een luidruchtige tafel met een zestal mensen die ik niet kende en hij was in die periode al meer Gainsbarre dan Gainsbourg. Ik ben dus snel doorgelopen. Natuurlijk heb ik me sindsdien afgevraagd hoe een samenwerking met hem zou zijn verlopen. Helaas...”

Ook al dood: Johnny Hallyday. Ik zag ooit een film met hem waarin u een paparazzo sloeg. Typecasting?

“Ik sloeg de acteur die de paparazzo speelde zo hard dat hij na de derde take vol blauwe plekken stond en een gekneusde rib had. En de handtas waarmee ik sloeg, was aan flarden. Noem het methodacting (lacht).”

U bent niet vies van milde provocatie. Toen een Franse journaliste u vroeg wat het meest extreme is dat u al in naam van de liefde hebt gedaan, zei u: ‘Alles.’ Een handvol van uw liedjes gaat over beroemde mannen in uw leven. Eén voorbeeld: in de tekst van ‘L'excessive’ hebben alle woorden een x... Je zingt ze allemaal, behalve sexe, maar wel: ‘Je suis excessive’ en ‘extase’ en ‘Y en a qui s'exitent avec tous ses ‘x’ dans le texte’. Maar als ik dat suggereer, zult u natuurlijk monkelend antwoorden...

“...Dat is jouw interpretatie, zo heb ik het niet bedoeld (lacht). Ach, ik wil gewoon de ridicule sérieux en de vaak hypocriete houding hekelen van mensen en belangengroepen die menen mij te moeten dicteren wat al dan niet gepast is om over te zingen. Er zijn pressiegroepen die dat doen, en politieke tegenstanders van mijn man, en religieuze groeperingen, en concurrenten en roddelaars die simpelweg jaloers zijn op wie ik ben en wat ik heb. Zij hebben recht op hun mening, en ik heb het recht om mij te amuseren.”

Was het door al die druk de voorbije jaren een strijd om spontaan en onbekommerd te blijven?

“Zo kun je het formuleren. Mensen beseffen niet hoe het is om jarenlang een spot op je gericht te krijgen, en te weten dat kanonnen klaarstaan om je af te schieten als je één ding doet of zegt waarvan partijdige betweters menen dat het ongepast is. Meer nog, dat er mensen zijn die kwijlend van verlangen hopen dát je dat zult doen. Dan bestaat het gevaar dat je dichtklapt en niemand nog vertrouwt.”

De modellenwereld is een vleeskeuring, zelfs een topmodel als u was kritiek en afwijzing gewend.

“Die vergelijking gaat niet op. Het zijn de beginnende en de niet zo succesvolle modellen die naar duizend castings moeten en daar elke dag worden afgewezen. Het is een harde wereld: zelfs een oogverblindende pannenlat van amper 20 jaar krijgt vaak nog te horen dat ze te dik, te oud of niet knap genoeg is.”

‘Met mijn staat van dienst kan niemand mij een mannenhaatster noemen’

“Als topmodel heb je de luxe om uit honderd aanbiedingen de meest interessante of de meest lonende te kiezen – en daarbij zijn de meest lonende zeker niet altijd de meest interessante. Bovendien krijgt het model zelden kritiek. Als iemand kritiek levert op de kleding, wordt die geïncasseerd door de couturier. Kritiek op de foto's wordt afgevuurd op de fotograaf. Tenzij je van de catwalk tuimelt of betrapt wordt met vijf kilo bloem in je neus, blijf je als topmodel buiten schot. Natuurlijk wilde ik toen, meer dan nu, pleasen – iedereen is een tikkeltje narcistisch. Maar ik besefte heel goed dat ik werd gevierd omwille van iets dat niet mijn verdienste was: de genen die me waren geschonken. En als ik al kritiek kreeg, dan liet ik die incasseren door mijn alter ego. Want het was mijn alter ego dat op al die covers stond, niet ik. Nu ben ik veel kwetsbaarder, want ik geef al zingend mijn gedachten, meningen en gevoelens prijs.”

Geef eens een voorbeeld van een fotoshoot waarvan u nu denkt: ik kan niet geloven dat ik dat heb meegemaakt.

“In 1993 werd ik ontboden door Irving Penn. Hij is heel oud geworden, maar was toen al een legendarische fotograaf uit een vervlogen tijdperk en niet meer van de jongsten. Kortom, een now or never-aanbod waarvoor je alles laat vallen, ook al betaalt het veel minder goed dan pakweg een reclamecampagne. Hij belde last minute, ik moest halsoverkop vertrekken met de Concorde.”

“Eens in New York, om 8 uur ’s ochtends, werd ik meteen naar zijn studio gereden, waar ik van top tot teen werd ingesmeerd met make-up. Voor Penn was spontaniteit synoniem voor amateurisme. Hij hield van staged shoots: kunstmatige decors, artistieke en dus allesbehalve spontane poses, en de huid, hoe perfect ook, was naar zijn smaak nooit perfect genoeg. Hij had het soort ego dat meende dat het de natuur kon verbeteren.”

“Mijn poriën werden dus dichtgeplamuurd met zeventien producten. Penn begroette me kort en zakelijk en maakte zijn foto's. Ik kleedde me om en waste de smurrie van me af aan een piepklein lavabootje. Ik werd teruggereden naar het vliegveld, en kwam daar net op tijd aan om de Alitalia-vlucht naar Rome te nemen. Die Concorde was peperduur, maar een hotelnacht hadden ze alvast uitgespaard. Glamoureus? Zo voelde het niet. Ik was fysiek mismeesterd en had niets gezien van New York en amper iets verdiend. 'Penn staat goed op je cv en het is voor de cover van Vogue,' zei mijn booker droog, en daar moest ik het mee doen.”

Mag ik vragen waarom u een tijdje in therapie bent geweest?

“Dat is niets om je voor te schamen. Psychoanalyse heeft me altijd geïnteresseerd. Ik ben niet getraumatiseerd en evenmin suïcidaal, maar ik heb tics, zenuwen en afwijkingen zoals iedereen. Heel lichte afwijkingen. Ik wilde mezelf beter begrijpen: ik ben vaak gespannen en soms té spontaan. Ik heb al een paar keer dingen gedaan of overwogen die contraproductief waren. Het is nuttig om het mechanisme achter die impulsen te begrijpen. Ik wilde nog vrijer zijn, nog meer onbekommerd.”

Het is binnenkort Halloween. Vorig jaar poseerde u op Facebook met een bebloed mes doorheen uw hoofd. Ik zie het de dames Mitterand, Giscard d'Estaing, Chirac, Hollande en Macron niet doen.

(lacht) “Je hebt twee soorten mensen: deelnemers en zijlijners. Mijn man en ik zijn deelnemers. Ik vind aan de zijlijn toekijken, bang om je gezicht te verliezen, niet het volle leven. Hoe idioot ook, en hoe groot ook de kans is dat ik mezelf belachelijk maak: een feest is een feest, ik hou me niet in en ik hoop van iedereen hetzelfde.”

Carla Bruni is nu uit bij Universal.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234