Vrijdag 10/04/2020

In memoriam

Met Jeanne Moreau (1928-2017) verliest de Franse cinema een van haar grootste actrices

Jeanne Moreau op de set van 'Eva' (1961)Beeld AFP

De ene regisseur bewonderde haar blik, de andere schreef lyrisch over haar wijze van lopen. Jean Cocteau vergeleek haar wilskracht en vastberadenheid met ijzerdraad. François Truffaut: "In Jeanne's gezicht vervalt haar breekbare, charismatische schoonheid snel uiteen in hardheid, in een wilde sensualiteit."

Met de dood van Jeanne Moreau - ze werd maandag levenloos in haar appartement in Parijs gevonden - heeft de Franse cinema een van haar grootste en meest tot de verbeelding sprekende actrices verloren. Menig optreden van Moreau is klassiek geworden. Als frisse spil in de driehoeksverhouding uit Truffauts Jules et Jim (1962) maakte ze school met de dan weer jongensachtige, dan weer sierlijke kleren die ze droeg. En ook op late leeftijd, in rollen zoals de moeder in François Ozons ziekte- en afscheidsdrama Le temps qui reste (2005), bleef Moreau de aandacht op het doek naar zich toe trekken.

Anders dan haar grote tegenhanger Brigitte Bardot, met wie ze een duet vormde in Louis Malle's pikante kostuumkomedie Viva Maria! (1965), was Jeanne Moreau geen klassieke schoonheid. Lange tijd probeerden filmmakers de hoekigheid van Moreau's gezicht, haar te kleine neus en te grote mond op te kalefateren met flatteus licht en dikke lagen make-up. Dat ze doorbrak toen ze in Malle's Ascenseur pour l'échafaud (1958) eenvoudigweg verscheen zoals ze was, onderstreept de betekenis van Moreau's carrière: eindelijk was hier een vrouw die autonome, ongenaakbare, dodelijke, wellustige, wanhopige, wraakzuchtige en soms ook heel gewone vrouwen durfde te spelen, en dat zonder de bevalligheid die toen als norm voor het sterrendom gold.

Moreau deed daar zelf nuchter over. "Een beroemde regisseur heeft aan het begin van mijn loopbaan gezegd: die zal nooit succes hebben, met die hangende mondhoeken en donkere randen om haar ogen", zei ze in 2013 in een interview met Elle. "Het was ook nooit mijn ambitie een ster te worden. Ik wilde als acteur op ontdekkingsreis gaan, de geheimen van de menselijk ziel ontdekken."

Spijbelen in het theater

Die ontdekkingsreis begon toen Moreau, dochter van een Parijse restauranthouder en een Engels-Ierse danseres, spijbelde om stiekem theatervoorstellingen te kunnen bezoeken. Zittend in het publiek merkte ze dat ze niet in het donker van het publiek thuishoorde, maar in de schijnwerpers. Ondanks verzet van haar vader zette ze door. In 1946 werd ze aangenomen bij het Conservatoire National Supérieur d'Art Dramatique, om een jaar later op de planken te debuteren. Toen ze kort daarop werd gevraagd lid te worden van de prestigieuze Comédie-Française, gaf ze zichzelf tien jaar om beroemd te worden - en nog eens tien jaar om van die roem te profiteren.

Jeanne Moreau (l) en Brigitte Bardot (r) in 1965Beeld AP

Het theaterwerk ging ze al snel combineren met optredens in films: 's avonds in het theater, overdag op de filmset, zij het in nogal marginale rolletjes. In negen jaar tijd speelde ze in een stuk of twintig verwaarloosbare films, tot Louis Malle haar zag tijdens een voorstelling van Tennessee Williams' Cat on a Hot Tin Roof. Eindelijk had hij de hoofdrolspeelster gevonden voor zijn speelfilmdebuut, de gitzwarte thriller Ascenseur pour l'échafaud. Een meesterzet: Moreau gaf ijzig verleidelijk én deerniswekkend gestalte aan de koelbloedige Florence, die haar minnaar tot de moord op haar man aanzet. Na de moord komt de minnaar vast te zitten in de lift, en zwerft de onwetende Florence eenzaam door nachtelijk Parijs. "Je ziet haar ziel in die shots", zou Louis Malle later zeggen.

Pers en publiek reageerden verrukt, alsof Moreau voor het allereerst in een film was te zien. In zeker opzicht was dat ook zo. "Opeens liepen we gewoon met de camera over de straten van Parijs, ik deed mijn eigen make-up, het was echt fantastisch", zei Moreau in 2010 tegen de Süddeutsche Zeitung. "Opeens draaide het alleen nog maar om het leven."

Moreau en Malle, die korte tijd geliefden waren, zouden samen nog drie andere films maken, waaronder het eveneens carrièrebepalende Les amants (1958): de voor die tijd uiterst expliciete seksscènes, met veel bloot en openlijk geëtaleerde lust, wekten veel beroering. In Duitsland werd de film met vijftien minuten ingekort, terwijl de aartsbisschop van Venetië het kijken van de film tot zonde verklaarde. Moreau bleef zelf kenmerkend laconiek, ook over haar blootoptredens in latere films. "Het uitdrukken van diepe en persoonlijke gevoelens is veel onthullender dan het tonen van je lichaam", zei ze in haar biografie La Moreau (1996).

Na Les amants volgde de ene prestigieuze productie na de andere en werkte Moreau samen met de top van de Franse en Europese film. De rollen waren steevast uitdagend, zonder dat ze per se bij Moreau pasten. Haar vertolking als de van het leven vervreemde Lydia in Michelangelo Antonioni's La notte (1961) is nog altijd hypnotiserend sterk, als van een soort gebeeldhouwde existentiële angst, maar Moreau raakte er gedeprimeerd van. Voor het spelen van slachtoffers schoot naar eigen zeggen haar acteertalent tekort; ook de getroebleerde onheilsstichtster uit Tony Richardsons Mademoiselle (1966) lag haar nauwelijks. "Ik zou nooit zo ongelukkig kunnen zijn. Ze is een geremde maagd, een opgedroogd stuk fruit."

Maar hoe ver een personage ook van haar afstond, Moreau vond altijd wel een manier om zich op een rol voor te bereiden. Teksten leerde ze zo weinig mogelijk van buiten, om blanco, 'vrij' en 'schoon' op de set te verschijnen. Tegelijkertijd liet ze vaak de astrologische kaart van haar personage uittekenen, en hielp ook het juiste kostuum haar altijd een flink stuk op weg. Om overtuigend de vertwijfelde fabrieksdirectrice in de Marguerite Duras-verfilming Moderato cantabile (Peter Brook, 1960) te kunnen spelen, ging ze al 's ochtends vroeg aan de wijn.

Jeanne Moreau in 2005.Beeld REUTERS

"Bovenal aanbiddelijk"

Eigenzinnige tactieken die haar in ieder geval in het oog van het publiek steeds weer deden versmelten met haar personages. En weinig rollen uit Moreau's carrière die zich zo makkelijk met haar lieten vereenzelvigen als Catherine uit Jules et Jim - alleen al omdat de kleren die Moreau draagt in dit bitterzoete drama over de schijnbaar perfecte driehoeksverhouding, grotendeels die van haarzelf waren. "Haar kwaliteiten als actrice en als vrouw maakten Catherine werkelijk voor onze ogen", schreef Truffaut later, "maakten haar geloofwaardig, gek, bezitterig, gepassioneerd, maar bovenal aanbiddelijk."

Aan het succes van Jules et Jim verdiende Moreau zoveel dat ze een tweedehands Rolls Royce kon kopen. Verder kon roem haar weinig schelen. Moreau, die er in haar jonge jaren niet om maalde om interviews topless te geven, zonnebadend naast haar zwembad, vond dat acteurs niet over hun faam of werkdruk moeten klagen. "Ik voel me als een wereldburger", zei ze in haar biografie. "Ik ben gelukkig omdat de mensen weten wie ik ben, waar ik maar kom."

Serieuze pogingen om tot Hollywood door te stoten deed Moreau intussen niet, hoe indrukwekkend haar Europese curriculum vitae ook werd - van Orson Welles' in Frankrijk gemaakte The Trial (1962) tot Luis Buñuels Le journal d'une femme de chambre (1964) en Rainer Werner Fassbinders Querelle (1982). Door mislukte producties als het oorlogsdrama Five Branded Women (waar ze naar eigen zeggen alleen aan meedeed om de belasting te kunnen betalen) en de F. Scott Fitzgerald-verfilming The Last Tycoon (Elia Kazan, 1976), merkte ze dat zich niet thuis voelde in het fabrieksmatige studiosysteem en weigerde daarom menig interessante rol. Een slavin in Stanley Kubricks Spartacus (1960), Mrs. Robinson in Mike Nichols' The Graduate (1967), de lelijke verpleegster in One Flew Over the Cuckoo's Nest (Milos Forman, 1975): Moreau wees ze allemaal af.

Met de rollen die ze wél speelde, won Moreau talloze onderscheidingen, van die voor Beste Actrice op het Filmfestival van Cannes (voor Moderato Cantabile) tot vele oeuvre- en ereprijzen. Ze gaf niettemin weinig om zulke bekroningen, en als een film eenmaal af was, hoefde ze hem nooit meer terug te zien. "Waarvoor zou ik?", zei ze tegen de journalist die haar in 1999 interviewde voor The New York Observer. "Ik weet niet hoe jij je leven organiseert, maar ik sta om zeven op en werk dan de hele dag. En dan zou ik vervolgens voor een scherm gaan zitten om mijn oude films terug te zien? Kom op zeg."

Regisseur

Toen in de jaren zeventig en tachtig het aanbod interessante rollen enigszins opdroogde, wilde ze niet van stoppen weten. "Ik blijf werken tot ik omval", zei ze in haar biografie. "Waarom zou ik niet tot mijn negentigste op het scherm kunnen blijven?" Moreau hield zich aan haar besluit: haar laatste filmrol had ze in 2015, als grootmoeder in Alex Lutz' komedie Le talent de mes amis.

Jeanne Moreau met Jean-Marc Bory in 'Les amants'Beeld EPA

Buiten haar acteerwerk had Moreau eveneens genoeg te doen. Ze regisseerde onder meer het drama Lumière (1976) en het autobiografische L'adolescente (1979). En zo rond het verschijnen van Jacques Demy's La baie des anges (1963) - alweer een prachtrol, dit keer als verloren gokster in Monte Carlo - begon Moreau ook met zingen. Ze zou in totaal vijf albums uitbrengen.

Ook zonder werk vulde ze haar tijd prima: met het koken van traditionele Franse recepten, met haar hondje Quick, of als ze in bed kroop met flinke stapels literatuur. Duurzame liefdesrelaties had ze niet, op haar platonische verhouding met de homoseksuele toneelauteur Pierre Chardin en haar korte huwelijk met regisseur William Friedkin na. Al te rouwig was Moreau daar nooit om. "Ik vind het onaantrekkelijk om me naar iemand te voegen, om me aan iemand ondergeschikt te maken", zei ze in 2013 in Elle.

Sinds in 1960 bij haar kanker werd gediagnosticeerd, beschouwde Moreau iedere dag als een geschenk. Wel moest ze met het verstrijken der jaren steeds vaker denken aan de geliefde en belangrijke personen die er niet meer waren. Mensen als Truffaut, Malle, Orson Welles, die haar rijke artistieke leven mogelijk hadden gemaakt. "Deze mensen zijn mijn jaarringen", zei ze tegen de Süddeutsche Zeitung. "Ik ben gemaakt door deze mensen en dat bedoel ik niet pathetisch. Het is gewoon zo. Ik heb ook nog steeds hun telefoonnummers."

Moreau in 2009Beeld AFP

Evenwel, in hetzelfde interview: "Het ouder worden heeft me nooit langer dan twee uur bang gemaakt."

______

MOREAU'S ONELINERS

'Je moet jong van geest zijn om écht te haten.'

'Het lijden gaat voorbij, het geweten blijft.'

'Ik ben geen pessimist en geen optimist. Je suis lucide!'

'Het leven dat je had is onbelangrijk. Wat telt, is het leven dat je hebt.'

'Met iemand naar bed gaan is een van de beste manieren om hem te leren kennen.'

'Ik ben een sensualist die gelooft dat wat me een goed gevoel geeft, onmogelijk slecht kan zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234