Woensdag 01/02/2023

InterviewPaolo Giordano

‘Met covid stopte alles, brutaal. Toen pas zag ik in hoe dwaas ik had geleefd’

Paolo Giordano: ‘Italië heeft veel problemen, maar wokeness is er geen van.’ Beeld Marjolein van Damme
Paolo Giordano: ‘Italië heeft veel problemen, maar wokeness is er geen van.’Beeld Marjolein van Damme

In Tasmanië vliegt Paolo Giordano (40) je niet over naar een exotisch eiland, maar dropt hij je aan de rand van de apocalyps. Met ene P.G. als gids. ‘We zitten opgescheept met de terreur van de actualiteit. Je kunt niet meer zeggen: het is ver van mijn bed.’

Danny Ilegems

De verwachting was dat Paolo Giordano de mist van de literatuurgeschiedenis zou ingaan als een eendagsvlieg uit de jaren nul. Het succes van zijn eerste roman, De eenzaamheid van de priemgetallen (2008), was gewoon té eclatant: meer dan een miljoen verkochte exemplaren in Italië alleen al, veertig vertalingen, een hoop literaire prijzen (waaronder de prestigieuze Premio Strega), en een verfilming erbovenop. Niemand geloofde dat hij dat ooit nog zou evenaren.

Dat is ook niet gebeurd. Maar de kwaliteit van zijn debuut heeft hij inmiddels wel overtroffen. De hemel verslinden (2018), zijn vierde boek, is in alle opzichten zijn beste. En het stigma van onetrickpony heeft hij ook al van zich afgeworpen. Emoverhalen vertellen in de gortdroge, onderkoelde stijl van een bètawetenschapper, dat is en blijft zijn handelsmerk, maar hij beperkt zich al lang niet meer tot één genre. Zijn nieuwe boek is daarvan het beste bewijs.

Tasmanië is een hybride van fictie en non-fictie, journalistiek en essayistiek, reisreportage en relatietragedie, waarheid en verzinsel. Afgekruid met een flinke geut autofictie, want de verteller is deze keer ene P.G.: 40 jaar, fysicus van opleiding, afkomstig uit Turijn, wonend in Rome, schrijver voor de kost en journalist voor Corriere della Sera in bijberoep. Iemand die verdacht hard lijkt op de man die tegenover mij zit in de lobby van Hotel Ambassade in Amsterdam, in een jeanshemdje onder een corduroy kostuumvest, een stoppelbaardje van vier dagen onder een jeugdige oogopslag.

Buon giorno, P.G. Was het moeilijk om over uzelf te schrijven?

“Toch wel, ik heb er lang over getwijfeld. Een schrijver die zichzelf opvoert als ik-figuur en verteller: ik blijf dat een erg autoritaire, masculiene constructie vinden. Assertief, egocentrisch en een tikkeltje ijdel. Kortom, alles wat ik probeer níét te zijn, en wat naar mijn aanvoelen ook niet in mijn natuur ligt.

“Maar hier zag ik geen andere mogelijkheid. Tussen de personages die ik in deze roman ten tonele voer, de thema’s die ik aansnijd en plekken die ik opzoek, was ik nu eenmaal de verbindende factor. De hamvraag was dus: kan een gefragmenteerde man, een weinig uitgesproken man, een twijfelende man, een man die op mij lijkt, dit verhaal schragen? Temeer omdat de ik-figuur in feite niet het hoofdpersonage is.

“P.G., de man die op mij lijkt, is veeleer een soort scharnierfiguur in deze roman, het personage dat de lezer in contact brengt met de andere personages. Met zijn echtgenote en zijn vrienden, met de wetenschapper, de getormenteerde student en de rusteloze journaliste. Ik beken, er waren dagen dat ik dacht: verdomme, ik kom mezelf nog niet genoeg tegen, nu zit ik ook nog met mezelf opgescheept tijdens het schrijven.” (lacht)

Tasmanië is de roman waarin u het hele heden probeert te vatten, zo lijkt het wel. De terreuraanslagen en de klimaatverandering, de cultuuroorlogen en de nucleaire dreiging: alles passeert de revue, het is crisis van pagina één tot pagina laatst.

“Ja, en elke crisis is dan ook nog eens een extreem gecompliceerde kwestie. Sorry daarvoor! De boodschap is: we kunnen wel denken dat we de controle hebben over ons leven en dat onze ideeën en overtuigingen coherentie scheppen in de wereld, maar dat is niet zo. We maken onszelf iets wijs. De coronacrisis heeft dat nog eens heel duidelijk gemaakt. Tot een paar dagen voor ze uitbrak was een wereldwijde pandemie voor de meesten van ons iets onvoorstelbaars. Iets ondenkbaars, zelfs. En nu lijken we in een wereld te leven waarin het ondenkbare met de dag denkbaarder wordt.”

Daarom: had de romancier in u geen zin om zijn vele lezers een heerlijke vlucht uit de doffe, terneerdrukkende realiteit aan te bieden?

“Nee. En zelfs als ik het gewild had, zou het me niet gelukt zijn. Ik heb de afgelopen jaren nauwelijks nog pure fictie gelezen. Al die verzonnen verhalen, hoe mooi verteld ook: het was alsof ik ze niet kon meer geloven. Ik kon ze niet meer volgen, ik kon er mijn aandacht niet bij houden. Ik raakte gewoon niet meer weg uit de realiteit. Daarom ben ik op een gegeven moment fictie met non-fictie beginnen te vermengen. Niet als pastiche of postmoderne collage, maar als een geïntegreerde, zo homogeen mogelijke vertelvorm.

‘Ik maak me altijd zorgen. meestal over persoonlijke shit, zo niet vind ik wel iets anders. Wellicht zijn 
wetenschappers de meest ongeruste mensen!’ Beeld Marjolein van Damme
‘Ik maak me altijd zorgen. meestal over persoonlijke shit, zo niet vind ik wel iets anders. Wellicht zijn wetenschappers de meest ongeruste mensen!’Beeld Marjolein van Damme

(denkt na) “Nagenoeg alles wat nu gebeurt heeft concrete gevolgen in ons dagelijks leven. Onprettige gevolgen, kwalijke gevolgen. Zie het verband tussen de oorlog in Oekraïne en de energieprijzen. Dat is de terreur van de actualiteit. Je kunt niet meer zeggen: het is ver van mijn bed, het interesseert mij niet, ik heb er niks mee te maken. Daardoor ervaren we het heden als invasief, als iets wat ongevraagd en met geweld ons leven binnendringt.

“Er wordt extreem veel van ons gevergd: flexibiliteit, aanpassingsvermogen, incasseringsvermogen, begrip voor het onbegrijpelijke. Wel, we kunnen het gewoon niet meer opbrengen. Het is te veel gevraagd. Ik denk dat we allemaal een beetje verloren lopen in de wereld van vandaag. Dat is het gevoel dat ik onder woorden heb proberen te brengen in dit boek.”

Het apocalyptische levensgevoel, zeg maar, het einde-van-de-wereld-zoals-we-hem-kenden-gevoel. Zit dat ook in u?

“Ja, zeker. Ik ben van nature iemand die zich altijd wel zorgen maakt over iets. Meestal over persoonlijke shit, maar als die niet voorradig is, vind ik wel iets anders om mij druk over te maken. Ik ben in die mate hypochondrisch, angstig en obsessief dat ik soms om mezelf moet lachen. Dat heb ik ondertussen geleerd. Vandaar de ironische ondertoon in Tasmanië. Mijn levensgevoel heeft ook een frivool kantje: ik snap de wereld van vandaag eerlijk gezegd niet zo goed, ik weet niet of ik moet lachen of moet huilen, dus doe ik beide.”

Vreemd toch, voor iemand als u, met een hardcore wetenschappelijke achtergrond, cum laude afgestudeerd in de natuurkunde?

“Hoezo? Wetenschappers zijn zich juist terdege bewust van de gevaren die op ons afkomen, zeker als het gaat over klimaatverandering, maar ook wanneer er opnieuw gedreigd wordt met atoomwapens. Dat maakt ons gemiddeld ongeruster dan anderen, denk ik. (lachje) Wellicht zijn wij de meest ongeruste mensen ter wereld!”

Maar ze kunnen ook relativeren, zou ik denken. Het hoofd koel houden, belangrijke ontwikkelingen van bijzaken onderscheiden, reële dreigingen van opgeklopte bangmakerij, ondergangsfilosofen te kijk zetten, beleidsmakers tot rede brengen. Jacopo Novelli, de wolkenprofessor uit uw boek, lijkt aanvankelijk zo iemand te zijn.

“Ja, maar hij is ook een wetenschapper van een vorige generatie. Enerzijds brengt hij bepaalde indicatoren van klimaatverandering in kaart, anderzijds is hij een typische kamergeleerde die de moderne wereld niet goed kan volgen en vasthoudt aan oude procedures en patronen. Eigenlijk heeft hij heimwee naar de tijd toen de natuurkunde die hij bedreef nog losstond van de wereld.

“Novelli is een belangrijk figuur in Tasmanië. Met hem is het allemaal begonnen. Oorspronkelijk wilde ik een boek schrijven over de wetenschappers die tijdens de pandemie op de voorgrond zijn getreden, zowat overal ter wereld. Zij werden de nieuwe autoriteiten. Begrijp me niet verkeerd: de meesten van hen hebben de mensheid grote diensten bewezen. Maar er waren er ook bij die zich wel heel erg verkneukelden in hun nieuwe bestaan als mediaster.

“In Italië zijn een paar virologen in de politiek beland. Binnen de kortste keren begonnen ze stommiteiten uit te kramen over dingen waar ze geen verstand van hadden. Waardoor hun autoriteit en hun integriteit in een mum van tijd teloorging. Wetenschappers bleken ook maar mensen te zijn, even feilbaar als u en ik.”

Uw Jacopo Novelli vergaloppeert zich in een gendergevecht met een jonge, vrouwelijke collega die een leerstoel krijgt die hij ambieert. Is dat uit het ware leven gegrepen? Kent u iemand die bij zo’n incident betrokken is geweest?

“Nee, er zitten geen Novelli’s in mijn vriendenkring. (lacht) Maar in de academische wereld loopt het vol Novelli’s, daar mag je zeker van zijn. Mensen, overwegend mannen, die krampachtig vasthouden aan hun oude status, en die meewarig, onbegrijpend het hoofd schudden wanneer jonge vrouwen hun plaats opeisen in de academische hiërarchie, of erger nog: hun plaats innemen.”

Ik zou graag een aantal fenomenen bespreken die u in Tasmanië neerzet als reëel bestaand, of als harde, onrustwekkende feiten, maar waarvan ik me afvraag of u ze niet gewoon hebt verzonnen.

“Haha, dat is het spel dat ik speel in dit boek. Shoot!

De Ailanthus altissima, de boom van Aziatische oorsprong die ineens overal opschiet in Rome.

“Absoluut waar! En niet alleen in Rome, trouwens, maar zowat overal in Italië. Ik had er zelf nog niks van gemerkt, tot ik op een dag een botanicus interviewde tijdens een wandeling door een Romeins park. Hij maakte me er opmerkzaam op en vertelde het verhaal van die invasieve boomsoort. En vanaf dat moment zag ik ze overal, in parken en plantsoenen, maar vooral op stukken braakland en langs spoorwegen. De Ailanthus altissima is eigenlijk een wilde struik die zeer snel groeit. Hij wordt tot 25 meter hoog en ziet er dan uit als een tropische boom zonder vruchten.”

BIO

• geboren in 1982 in Turijn • doctor in de fysica • debuteerde in 2008 met de bestseller De eenzaamheid van de priemgetallen • winnaar van de prestigieuze Premio Strega • medewerker van de krant Corriere della Sera • woont met vrouw en (2) kinderen in Rome • zopas verscheen Tasmanië, zijn vijfde roman

Trekt u er vaak op uit om in uw eigen leefomgeving na te gaan hoe de klimaatverandering zich voltrekt?

“Soms. Maar er zijn zo veel dingen die we pas in de gaten krijgen als iemand ons erop wijst, hè. Neem de Ailanthus altissima: die overwoekerde mijn leefomgeving echt, maar ik zag hem niet. En je kunt wel vermoeden dat de ongekende snelheid waarmee hij zich vermeerdert een gevolg is van klimaatverandering, maar een bewijs daarvoor heb je niet. We hadden dit jaar een crazy zomer in Italië. Hij duurde eindeloos, de hitte was verzengend, de droogte catastrofaal. En toch zijn er nog mensen die geloven dat het niks met klimaatopwarming te maken heeft. Tja.”

Vervolgens: de Rhizostoma pulmo of bloemkoolkwal, een kwal die zo groot kan worden als een mens.

“Zelf gezien! De baai van Triëst ligt er vol mee. En ei zo na heb ik een persoonlijke ontmoeting gehad met een bloemkoolkwal, toen ik samen met een vriend de zee in dook vanaf een strandje ten noorden van Ostia, bij Rome. Ik ben nog nooit zo bang geweest! En dat wil wat zeggen, want ik ben van alles bang.” (lacht)

De lengte van het mannelijk lid, de ooit zo fiere penis, zou in de loop van de jongste zestig jaar met gemiddeld twee centimeter zijn gekrompen. Wij feminiseren, doordat het water dat we drinken vol oestrogenen zit. Waar komt dat cijfer vandaan?

“Ik ben het tegengekomen in een studie. Er is al veel geschreven over de demasculinisering bij vissen, maar veel minder over datzelfde proces bij mensen. Voor mijn boek was het niet zo belangrijk dat het cijfer klopte, het gaat over een evolutie die ik bij mijn generatie, en ook bij mezelf, vaststel: wij voelen ons minder masculien dan de generatie van onze ouders, en zeker dan die van onze grootouders.

“Wij hebben een minder afgelijnde, minder strenge opvatting over wat mannelijk en vrouwelijk is. Wij zijn complexere, fluïdere wezens, om maar eens een hippe term te gebruiken. Wij praten opener over seksbeleving en seksproblemen. En we zijn minder geneigd om de pornoster uit te hangen. Dus die twee centimeter konden er wel van af, wat mij betreft.”

De meest shockerende passage in uw boek vind ik die over Nukemap, een onlinesimulator waarmee je op elke plek ter wereld kernkoppen kunt laten ontploffen, om te zien wat het geeft qua verwoesting, aantal slachtoffers en dodelijke fall-out. Dat spelletje kende ik nog niet.

“Het is geen spelletje, het is een interactieve kaart. De man die erachter zit is Alex Wellerstein, een wetenschapshistoricus gespecialiseerd in de geschiedenis van kernwapens. Een serieuze vent. Voor zijn berekeningen maakt hij gebruik van officiële en wetenschappelijke data. It’s a big thing. Legioenen mensen houden zich ermee bezig.”

Tasmanië is in zekere zin ook een reisboek. Het speelt zich af in Rome, Turijn en Parijs, met uitstapjes naar Guadeloupe en Japan. Zijn die reizen een metafoor voor vluchten? Ontsnappen uit de zoveelste crisis, uit de greep van de wanen van de tijd?

“Zo was mijn leven pre-covid. Altijd onderweg. Thuiskomen, twee dagen uitpuffen, en weer weg. De locaties in dit boek, dat zijn allemaal plekken waar ik voor korte of langere tijd heb verbleven.”

Op de loop voor een relatiecrisis, zoals uw alter ego P.G.?

“Nee, dat niet. Maar ik reisde meestal wel alleen. Het was vaak eenzaam, ik miste mijn vrouw en kinderen. Het schrijverschap had mij in die situatie gebracht. Ik kreeg uitnodigingen voor lezingen en residenties, ik werd geacht mijn opwachting te maken op boekenbeurzen, zowat overal in Europa. Soms was ik reizend reporter voor Corriere della Sera. Ik voldeed aan elk verzoek, ik nam elke opdracht aan, ik was veel te weinig selectief. Omdat ik van reizen hield. Ik hield van onverwachte ontmoetingen met mensen in onvoorziene situaties op onbestemde plekken. Toen kwam covid en stopte alles, ineens, brutaal. Toen pas zag ik in hoe dwaas ik had geleefd.”

‘Blijkbaar is niets electoraal zo lonend als bij mensen het gevoel aanwakkeren dat hun iets wordt ontnomen of wordt opgedrongen.' Beeld Marjolein van Damme
‘Blijkbaar is niets electoraal zo lonend als bij mensen het gevoel aanwakkeren dat hun iets wordt ontnomen of wordt opgedrongen.'Beeld Marjolein van Damme

Ik had verwacht dat uw verhaal me naar Tasmanië zou brengen, het eiland ten zuidoosten van Australië waar we volgens professor Novelli de meeste kans maken om een klimaatcatastrofe te overleven. Het ligt zuidelijk genoeg om te ontsnappen aan extreme temperaturen, er is voldoende zoet water in voorraad, er lopen geen gevaarlijke roofdieren rond, en het is makkelijk te verdedigen tegen gebeurlijke invallen.

“Tasmanië: ik heb het zelfs niet overwogen! Het is een heel controversieel idee, hè, wat die dekselse Novelli daar oppert. Hoeveel mensen zouden er echt gered kunnen worden in Tasmanië? Ze zijn daar nu met ongeveer een half miljoen. Stel dat er vier keer zoveel mensen op het eiland kunnen, dan hebben we het nog altijd maar over twee miljoen mensen: het inwonersaantal van wat tegenwoordig een middelgrote stad is, niet eens een megapolis.

“Bovendien is Tasmanië een duistere plek, met een beladen geschiedenis van kolonisatie, deportatie en genocide onder de inheemse bevolking. Geen exotisch eiland waar je gezellig het einde van de wereld wil afwachten, als je het mij vraagt. Nee, mijn epiloog móést zich afspelen in Japan, in Hiroshima en Nagasaki...”

Over gezellige plekken gesproken.

“...omdat daar het hele vlechtwerk van personages, locaties en thema’s dat eraan voorafgaat betekenis krijgt. Omdat je daar te weten komt waarom ik dit boek nu heb geschreven. Maar ik stel voor dat we daar wijselijk over zwijgen, om de leespret niet al bij voorbaat te bederven.”

Er zijn geen grote politieke verschillen meer, schrijft u ...

“Correctie: zegt mijn verteller. Ik zou zoiets nooit zeggen.”

... behalve eentje: je bent pro of contra de waarheid.

“Dat is de bizarre realiteit van vandaag. Het politieke debat lijkt zich te versmallen tot populisme aan de ene kant – een verhaal waarin de feiten niet van belang zijn, naargelang het uitkomt ontkent men ze gewoon, of verzint men alternatieve feiten – en ... ja, wat aan de andere kant? Er bestaat niet eens een term voor antipopulisme. Al ben ik er zeker van dat ik tot die strekking behoor. (lacht)

“Het populisme hooghartig negeren of van tafel vegen heeft weinig zin. Je kunt niet ontkennen dat er een voedingsbodem voor bestaat. Al die mensen die zich uitgesloten voelen. Al die mensen die hun onmacht uitschreeuwen. Al die mensen die zich achtergesteld voelen, en terecht. Ik probeer het als een belangrijk en interessant nieuw fenomeen te beschouwen. Ik denk dat we nog maar aan het begin staan van het populistische verhaal. We zullen ermee moeten leren omgaan. En vooral: we zullen het ingepast moeten zien te krijgen in de democratie. Dat wordt de grote uitdaging.”

In Italië is er nu een populistische regering aan de macht die gedomineerd wordt door extreemrechts. Hoe gaat u ermee om? Wat leert u eruit?

“Dat de kwaliteit van de lucht vrijwel meteen verandert. Dat de nieuwe machthebbers zich dingen permitteren die je voorheen niet voor mogelijk had geacht. Om in mijn branche te blijven: zowel premier Giorgia Meloni als vicepremier Matteo Salvini heeft mijn collega-schrijver Roberto Saviano voor de rechter gedaagd wegens smaad. Dezelfde Saviano die bescherming moet krijgen van de Italiaanse staat tegen de maffia. Dat geloof je toch niet?

“De taal verandert, het officiële discours draait. En als de taal verandert in de politiek, verandert ze gegarandeerd ook op straat. Het debat over woke is het beste voorbeeld: we hebben veel problemen in Italië, maar wokeness is er daar geen van. Wel integendeel, wij zijn nog veel te weinig woke op heel veel vlakken, te brutaal, te patriarchaal, te weinig divers. Maar de politici van rechts willen er koste wat kost een cultuuroorlog over ontketenen.”

De machtigste politicus van Vlaanderen, een nationalist genaamd Bart De Wever, ketst dezer dagen de universiteiten af met een‘wokelezing’. Hij beklaagt zich daarin onder meer over genderneutrale toiletten.

“Serieus? Lachen! Blijkbaar is niets electoraal zo lonend als bij mensen het gevoel aanwakkeren dat hun iets wordt ontnomen of wordt opgedrongen. Maar als je dan gaat kijken wie de politici zijn die dat discours voeren, zie je dat ze doorgaans tot een kaste behoren die helemaal niets moet opgeven. Het is de elite die doet alsof ze niet tot de elite behoort, die doet alsof ze de mensen die in opstand komen begrijpt, maar die in feite alleen maar politieke winst zoekt met een discours tegen de elite. En die elite, dat is in hun ogen al wie het niet met hen eens is, kritische journalisten en armlastige kunstenaars inbegrepen.

“En wat eisen de tegenstanders van woke nu eigenlijk op, vraag ik me weleens af. De vrijheid om ongegeneerd macho, racistisch, klimaatgevaarlijk en onverdraagzaam te zijn? De vrijheid om andersdenkenden te kwetsen en te vernederen? De vrijheid om in het verleden te blijven leven? Dat ze het dan zeggen.”

Paolo Giordano, 'Tasmanië', De Bezige Bij, 320 p., 24,99 euro. Vertaald door Manon Smits. Beeld rv
Paolo Giordano, 'Tasmanië', De Bezige Bij, 320 p., 24,99 euro. Vertaald door Manon Smits.Beeld rv

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234