Woensdag 13/11/2019

Expo

Met Bozar in Wenen: "Kunst is ook een migrant"

'Beyond Klimt' gaat verder dan de ‘block­busters’ van Klimt en Schiele. Beeld Belvedere/ZANZINGER

Picasso, Miro, Fernand Léger. Bozar goochelt dit seizoen met prestigieuze namen, en ook volgend jaar maken kleppers als Gustav Klimt en Egon Schiele hun opwachting. Sterk, vooral omdat het huis niet één werk in eigen bezit heeft. Wij trokken met Bozar-baas Paul Dujardin naar de opening van Beyond Klimt in Wenen, om erachter te komen hoe net een leeg paleis dé cultuurtempel van Europa werd.

“Zou ik mijn jas aanhouden of niet?”, vraagt Paul Dujardin in een zweem van zenuwachtigheid, wanneer we in het Belvederemuseum toekomen. Zo meteen houdt hij een speech, en heel kunstminnend Wenen is aanwezig. “Doe maar zonder, Paul, dat is mooier”, glimlacht rechterhand en tentoonstellingshoofd Sophie Lauwers hem bemoedigend toe. 

We zijn in één van de meest bombastische paleizen van Wenen voor de opening van Beyond Klimt, de expo die Bozar met het Belvedere opzette en die na de zomer doorreist naar Brussel. Voor Bozar is zo’n uitstapje geen primeur: bijna elke expo is er een internationale bedoening, met vorig jaar een slordige 500 partners op de teller. “Voor ons zijn die samenwerkingen enorm belangrijk”, vertelt Lauwers, terwijl we ons op de vernissage tegoed doen aan Riesling en droog zuurdesembrood. “Deels praktisch – anders zitten we met een kale zaal. Maar vooral vinden we dat cultuur moet reizen. Kunst is ook een migrant.”

Klinkt logisch, maar toch maakt die missie van Bozar een buitenbeentje in de kunstwereld. Lijnrecht tegenover conservatieve musea, die werkelijk ook gericht zijn op conservatie van kunst, is Bozar een leeg paleis. Waarom bouwde het huis niet zelf een collectie uit, in plaats van altijd met hangende pootjes te leen te gaan?

“Die visie ontstond al vanaf het turbulente begin van Paleis voor Schone Kunsten”, verklaart Lauwers de dag erop, bij de onvermijdelijke kop wienermelange. “Net na WOI was een enorme bom ontploft: letterlijk, maar ook alle politieke en artistieke zekerheden lagen aan diggelen. Kunstenaars wilden een nieuwe start mee vormgeven. Het Paleis voor Schone Kunsten is echt het product van die avant-garde: ze hadden een platform nodig om hun moderne ideeën internationaal te spreiden. Tweehonderd rijke families legden samen voor één kunstpaleis. Dat was revolutionair: ze begonnen niet allemaal zelf een museum.”

Broek op de knieën

Een mooie geschiedenis, maar toch is die open deelcultuur vandaag niet evident. Waar musea onderling deals sluiten voor uitwisseling, staat Bozar altijd met lege handen. Hoe kan de cultuurtempel dan toch zoveel prestigeprojecten bij elkaar schrapen, die zelfs Obama naar Bozar lokken?

Precies die vraag stelde Dujardin zich ook toen hij zestien jaar geleden het Paleis voor Schone Kunsten binnenstapte. Na tal van bestuurswissels zat het huis in een fameuze identiteitscrisis. “Ik kwam daar echt toe met mijn broek op de knieën”, herinnert Dujardin zich. “Het was geen museum, geen opera, geen kunsthal. Eigenlijk was er niet meer dan dat prachtige Hortagebouw.” Volgens Lauwers is het dan ook mede Dujardins merite dat Bozar nu een internationaal kwaliteitslabel draagt. 

Beeld Belvedere/ZANZINGER

“Vroeger keken museumdirecteurs me scheef aan als ik over onze plannen vertelde, nu kloppen ze zelf bij ons aan. Sinds hij aan het roer staat, vecht Bozar echt voor een plek op de politieke agenda. We werken mee aan een nieuw verhaal voor Europa. Vergelijk het met een metroplan: in kleurtjes hebben we lijnen als ‘moderne kunst’, ‘geopolitiek’ of ‘Europa’. In de expo’s kruisen die elkaar. Je kunt hier een mooie Klimt bewonderen, maar altijd proberen we ook maatschappelijk iets bij te dragen. Met resultaat: telkens er in Brussel een Europese of Aziatische top is, willen ze allemaal bij Bozar zijn.”

Die politieke invloed wordt zonneklaar wanneer Dujardin van wal steekt met zijn speech – uiteindelijk zonder jas. “Het zijn geen makkelijke tijden voor het vinden van gedeelde gronden. Daarom is deze samenwerking zo belangrijk. De duizenden mensen die Europa willen ontmantelen: ik hoop dat zij deze expo zien.” Een provocatief statement in een steeds nationalistischer land als Oostenrijk, en typisch Bozar: hier kom je niet enkel voor mooie plaatjes.

Het is dan ook geen toeval dat Beyond Klimt de klinkende opener wordt van het volgende seizoen. Meer dan de ‘blockbusters’ van Gustave Klimt en Egon Schiele, ligt de focus op kunstenaars die pas na de val van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk faam maakten. Dat betekent: Servische surrealisten waar Dali de mosterd haalde, Hongaarse Bauhaus-pioniers nog voor de Berlijnse school was opgericht of Tsjechische kubisten die van Picasso niets te leren hadden. Allemaal delen ze één ding: ze worden bij ons gigantisch onderschat. 

“Gelegen op de grens tussen Oost- en West-Europa, was Wenen tussen 1918 en 1938 een groot kunstcentrum”, vertelt curator Alexander Klee. Met trots leidt de Duitse kunstgoeroe ons rond in de zes zalen waar hij tien maanden intensief aan sleutelde. “Door het IJzeren Gordijn geraakte kunst uit Tsjechië, Roemenië, Slowakije of Hongarije in de vergetelheid. Wij willen die focus weer veranderen, want ze zijn even belangrijk als de westerse namen die iedereen wél kent. Politieke landsgrenzen hertekenden misschien de kaart, voor kunstenaars bestonden die niet. Zij bleven met elkaar in contact.”

Beeld Johannes Stoll, Belvedere

Eigen stempel

Precies om die uitwisseling opnieuw te stimuleren, wilde Klee de expo ook in Brussel laten neerstrijken. “Westerlingen wijzen vaak met een beschuldigend vingertje naar de Hongaren. Als ze de expo zien, zullen ze die cultuur beter begrijpen.” Toch blijft de vraag of een Belgisch publiek zich wel zal herkennen in al dat Balkan-geweld. Hoe krijg je een dergelijk thema ook verkocht aan de Brusselaar? “We behouden altijd onze eigen stempel”, benadrukt Lauwers. “Voor ons is de expo in Wenen een test. We hebben dezelfde curator, maar de presentatie wordt heel anders. Ook de Europese context zetten we zeker extra in de verf.” Verder zal Beyond Klimt met andere expo’s in dialoog gaan, vult Dujardin aan. “Eerder al deden we een beroep op Luc Tuymans en Ai Wei Wei als co-curatoren. Er is geen hiërarchie. Ik woon in Sint-Joost, waar op een vierkante kilometer 152 talen gesproken worden. Dat willen we ook bij Bozar.”

Vast staat dat het alweer een expo van wereldklasse wordt, en een stevige schokgolf in het vaak gezapige museumlandschap. Al zijn de neuzen van Lauwers en Dujardin alweer op de volgende uitdaging gericht. “In 2019 lanceren we een project met zestien partners, van Brussel tot Moskou. Het zal zich uitspreiden zoals een gigantische inktvlek.”

Beyond Klimt is van 21/9 tot 20/1 te zien in Bozar, Brussel. bozar.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234