Dinsdag 16/07/2019

Mein Kampf

'Mein Kampf': een gevaar voor de volksgezondheid?

Adolf Hitler en Rudolf Hess in 1934. De laatste had een belangrijke inbreng in Mein Kampf. Beeld PHOTO_NEWS

De heruitgave van Mein Kampf, 70 jaar na Hitlers dood, zorgt voor grote beroering in Duitsland en daarbuiten. En toch, echt gevaarlijke lectuur vinden de meeste historici het boek niet. 'Er valt niets in te vinden dat in hedendaagse termen over de wereld spreekt.'

Op 31 december 2015, 70 jaar na de dood van Adolf Hitler, vervielen de auteursrechten op diens boek Mein Kampf. Tot dan toe kon de Duitse deelstaat Beieren, alleenhouder van de rechten, elke heruitgave, en daarmee elk politiek of commercieel misbruik, verhinderen.

Om de samenleving voor abusieve lezingen te behoeden nu Hitlers werkstuk alsnog in het openbaar domein komt, gelastten de Duitse autoriteiten het Münchense Institut für Zeitgeschichte (IfZ) met een wetenschappelijk becommentarieerde editie. Daaraan werd de voorbije weken de laatste hand gelegd. Over luttele dagen ligt Mein Kampf, goed voor twee volumes, 2.000 bladzijden en 3.000 commentaren, weer in de boekhandel.

Voor de nieuwe uitgave is niet over een nacht ijs gegaan. Terwijl projectleider Christian Hartmann en een kerngroep van historici het redactionele werk op zich namen, verstrekten germanisten, experts Joodse studies, japanologen, kunsthistorici, pedagogen, economisten en genetici bijkomend advies. Hoofddoel van de wetenschappers was "Mein Kampf als een belangrijke geschiedkundige bron te ontsluiten, de ontstaanscontext van Hitlers wereldbeschouwing te duiden, zijn geestelijke voorlopers in kaart te brengen en zijn gedachten en beweringen met de stand van het huidige onderzoek te confronteren".

Hek van de dam

De haast ambtelijke nauwgezetheid waarmee het IfZ de heruitgave mo-tiveert, kon niet verhinderen dat het hek van de dam raakte. Joodse verenigingen, de Israëlische regering en antifascistische organisaties, allemaal waarschuwden ze voor de gevolgen van het initiatief en stelden ze vragen bij de noodzaak er-van. Het gemeenschappelijke argument van de tegenstanders ging over ons eigenste tijdvak: overal in Europa doemt het etnische denken aan de einder. Nu antimoslim- en anti-Joodse gevoelens her en der de kop weer opsteken, kunnen we de schokkend xenofobe aansporingen uit Mein Kampf missen als kanker.

Ook in Frankrijk, waar het extreemrechtse Front National inmiddels de grootste partij geworden is en waar uitgeverij Fayard aan een mee door het IfZ geschraagde vertaling werkt, klinken de reacties scherp. "Zelfs al is dit een lucratieve zaak, verlies liever geld dan uw eer, en draag zo weinig mogelijk bij aan misdaden die opnieuw in ons tijdsgewricht vervat zitten", schreef de linkse politicus Jean-Luc Mélenchon in een open brief aan Fayard.

En toch, dat is niet wat de gespecialiseerde historici er zelf van denken. Zij verwerpen de geannoteerde heruitgave allerminst. "Mein Kampf is zo van het internet te plukken en was al decennia in heel wat bibliotheken vrij raadpleegbaar", zegt Lieven Saerens van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Cegesoma). "Wat meer is, in de loop der jaren zijn tal van nieuwe uitgaven verschenen waar nooit heisa over gemaakt is. In de vroege jaren 80 kwam nog een Nederlandstalige editie (uitgeverij Ridderhof in Ridderkerk, Nederland, 1982, LD) op de markt die ook in België werd verspreid. Daarover is voor zover ik me herinner geen ophef ontstaan. Hoe dan ook is het verkieslijk dat, nu de rechten toch vervallen, het prestigieuze IfZ deze taak op zich neemt. Zo ben je lieden met minder nobele bedoelingen, negationisten en neonazi's zeg maar, minstens een stap voor. Ik heb de nieuwe editie nog niet gezien maar heb alle redenen om aan te nemen dat de auteurs kwalitatief hoogstaand werk zullen hebben geleverd."

Beeld BELGAIMAGE

Ook onderzoeker Pieter Lagrou (Université Libre de Bruxelles) juicht de uitgave toe. "Er doen absurde petities de ronde tegen de herpublicatie, terwijl je het boek als pdf'je kunt downloaden. Het zegt iets over de satanische figuur waar Hitler nog altijd voor doorgaat. Het zegt ook veel over de bijna-magische eigenschappen die aan Mein Kampf worden toegeschreven, alsof eenvoudige lectuur ervan volstond om gehersenspoeld te worden.

"Ook de morele verwerpelijkheid van het werk wordt ingeroepen om het niet opnieuw te publiceren. Maar echt: vandaag Mein Kampf lezen is niet gevaarlijk. Meer zelfs, fragmenten eruit geef ik mijn eerstejaarsstudenten te lezen. Fragmenten dus, want op de specialisten na leest niemand zo'n werk in zijn geheel. Inhoudelijk en stilistisch is het van heel bedenkelijk niveau. Bovendien: Mein Kampf is ontzettend gedateerd. Er valt niets in te vinden dat in hedendaagse termen over de wereld spreekt.

"Áls we het boek al lezen, laten we het dan vooral doen om vast te stellen hoezeer het met ogen en haken aan elkaar hangt. Wie er een antwoord in zoekt op de vraag wie Hitler was en waarom hij zoveel invloed had, komt dus bedrogen uit. Als je Hitler echt wilt leren kennen, kun je beter de uitstekende, gezaghebbende biografie van Ian Kershaw lezen."

'Vreselijk saai'

"Ik heb Mein Kampf zelf nooit uit gekregen omdat het zo vreselijk saai geschreven is", geeft Saerens toe. "En ook al is het destijds bij miljoenen verkocht, ik betwijfel of veel mensen het gelezen hebben. In dat opzicht was het partijprogramma van de NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij, LD), waarin je in 24 punten alles ziet waar de nazi's voor stonden, veel duidelijker en gevaarlijker. Je hoefde Mein Kampf dus niet gelezen te hebben om te weten wat het opzet was."

Het neemt niet weg dat dezer dagen iedereen wil weten waar het in Mein Kampf om te doen is, in welke omstandigheden dit na de Bijbel meest verkochte boek uit de Duitse geschiedenis tot stand kwam en waarom het 90 jaar na zijn verschijning tot de verbeelding blijft spreken en afschuw blijft wekken - om niet te zeggen bibberatie oproept.

Terug naar 1924 dus. In het Beierse stadje Landsberg, aan de Romantische Strasse, staat een burcht die als gevangenis dienstdoet. Na zijn mislukte poging tot putsch, een jaar eerder, is Hitler tot vijf jaar cel veroordeeld. Ofschoon de latere Führer er alles aan gelegen is zijn Landsbergse tijd als een heldhaftig martelaarschap te presenteren, zal hij maar 264 dagen vastzitten. Vóór hij wegens goed gedrag vervroegd op vrije voeten komt, met Kerstmis van datzelfde jaar, ontvangt Hitler liefst 489 bezoekers, kan zijn correspondentie ongecensureerd de deur uit en doet een bewonderaarster hem een Remington cadeau - een schrijfmachine van Amerikaanse makelij dus, niet de volkseigen Adler waarvan hij zich voor Mein Kampf beweerde te hebben bediend.

Beeld FABRIZIO BENSCH/reuters

Dichtung und Wahrheit

Het werk bestaat uit twee bundels, respectievelijk 'Een afrekening' en 'De nationaal-socialistische beweging'. Enkel het eerste deel, dat goeddeels autobiografisch is en onder meer Hitlers jeugd in het Opper-Oostenrijkse Braunau am Inn, zijn Weense tijd en de Eerste Wereldoorlog aansnijdt, werd in de cel geschreven. Of correcter, in een kamer waarvan alleen het traliewerk voor het raam aan detentie deed denken. In realiteit sliep Hitler er in een heus bed waarnaast een keurig nachtkastje stond, en beschikte hij over een schrijftafel en twee stoelen. Tijdens zijn hechtenis kwam Hitler ook flink wat kilo's bij. Dat hem in Landsberg een mensonwaardig lot beschoren was, zoals hij deed geloven? Niets is minder waar.

Hele stukken van Mein Kampf, met name dat eerste volume dan, zijn een oefening in Dichtung und Wahrheit: het min of meer geraffineerd versnijden van reëel gebeurde feiten met verzinsels die de werkelijkheid kracht moeten bijzetten; het vakkundig onvermeld laten ook van elementen die niet passen in het te construeren ideologische kraam. Hitler maakt er bijvoorbeeld best wel een geheim van dat hij in de Oostenrijkse hoofdstad slechter aan de bak zou zijn gekomen als niet enkele Joodse kunsthandelaars zijn schilderwerkjes hadden gekocht. Anders ook dan wat Hitler pretendeert, is van studies helemaal niets in huis gekomen, daar aan de Donau.

In Mein Kampf, waarvan het eerste deel ook de beginfase van de NSDAP bestrijkt, behandelt Hitler uitgebreid de Dolkstoot-legende. Aan dat vermeende complot van Joden, communisten, pacifisten en andere volksverraders was het dat veel Duitsers de nederlaag van het keizerrijk in de Eerste Wereldoorlog toeschreven, gevolgd door het krenkende Verdrag van Versailles (1919). Over de Tweede Wereldoorlog gaat het uiteraard nog niet, maar het is zonneklaar dat Hitler de strijd wil voortzetten en wraak wil nemen, in de eerste plaats tegen de Joden, het 'tegenras' (Gegenrasse) waar hij het slachtoffer van zegt te zijn.

Zeer prominent in het boek aanwezig is het zijns inziens superieure Germaanse volk, dat in zijn natuurlijke zoektocht naar Lebensraum een Drang nach Osten aan de dag legt - Centraal- en Oost-Europa moet gaan koloniseren, dus.

"Hitler heeft veel ontleend aan het traditionele, conservatieve en nationalistische denken uit de 19de eeuw", verduidelijkt Lagrou. "Uiteraard leefden de Groot-Duitse gedachte en de Anschluss van Oostenrijk ook toen al. Wat echter veel meer opvalt bij Hitler, is die totale bezetenheid met rasdenken."

In Mein Kampf biologiseert de Führer-in-wording de politiek tot in het uiterste. Het is het leven zelf dat tot permanente strijd beveelt, zegt hij, en bijwijlen leest zijn werk als een medisch lexicon. De vijanden heten nu eens bacteriën, dan weer bacillen of parasieten - Fremdkörper in elk geval waarvan het Duitse volk zich moet ontdoen wil het gezond blijven en overleven.

Adolf Hitler doet het volop voorkomen alsof hij een granieten heerschap is op wie geen enkele externe invloed inwerkt, maar het blijkt heel apert hoezeer hij ook voor zijn raciale theorieën de mosterd bij de sociaal-darwinisten of de Duitse oriëntalist Paul de Lagarde haalt. Meer nog, op het moment dat Hitler zijn amorfe scheldtirade aanvat, staat de wetenschap al veel verder. Rassentheorieën zijn niet langer en vogue, in de latere nazistaat zullen ze om ideologische redenen afgestoft worden en wordt de pseudowetenschap de dienstmaagd van het totalitaire bestel.

Beeld kos

Zoveel is zeker, Hitler was géén man van een stuk. Pas bij het schrijven van Mein Kampf, op zich al een gedeeltelijke remix van oudere toespraken en krantenartikels, ontdekte hij finaal hoe hijzelf in elkaar stak. Behalve als een stappenplan naar de macht leest het werk ook als een drammerige innerlijke monoloog. "Mein Kampf lijkt haast in trance geschreven," merkt Lagrou op, "met alle kranen open."

Sommige historici doen de redactie ervan als bezigheidstherapie af, een manier voor Hitler om zijn suïcidale neigingen te onderdrukken, en beklemtonen de psychopathologische kant van het werk. In die interpretatie zou de gezwollen stijl, vol superlatieven, redundanties, holle frasen en stijlbreuken de grootheidswaanzin van de latere dictator al aantonen. Anderen zijn het daar niet mee eens: Hitler als een ziekelijke geest presenteren, veeleer dan als een erg provinciale exponent van zijn tijdvak, zou juist bijdragen tot de mythevorming.

Hitler, die het tweede deel van zijn werk in 1926 schreef, in Berchtesgaden, trekt van leer tegen kapitalisten, marxisten en bolsjewieken en laat in elk hoofdstuk een allesomvattende Jodenhaat doordesemen. De liberale democratie en sociaaldemocratie degradeert hij tot strategieën om de eenheid van het volk te breken; de democratisch verkozen vertegenwoordigers van dat volk verworden al snel tot zijn verraders.

Terwijl Hitler zichzelf een valse originaliteit aanmeet, zal hij minder weerklank krijgen door wat hij helemaal schrijft of zegt, dan wel door de wijze waarop hij zijn boodschap overbrengt: hij voelt feilloos het belang van de nieuwe massamedia aan, van radio, krant en groots opgezette meetings.

Huwelijkscadeau

De receptie van Mein Kampf, een boek dat minstens voor een deel het werk was van zijn secretaris Rudolf Hess, was overweldigend. Eind 1945 was het liefst 12 miljoen keer over de toonbank gegaan, Hitler is er best wel miljonair door geworden.

Alleen: ook in die bestsellerstatus zit een stuk mythe vervat. "In tegenstelling tot wat nog vaak gedacht wordt," zegt Lagrou, "is het niet door Mein Kampf dat Hitler groot geworden is, maar omgekeerd. Dat het boek zo'n editoriaal succes werd, is een gevolg van Hitlers politieke carrière, niet de oorzaak ervan. Bovendien was het wachten op de goedkope Volksausgabe uit 1929 voor Mein Kampf echt goed verkocht. Maar dan nog: het was vooral het naziregime zelf dat voor de distributie instond. Dat deed het door bijvoorbeeld elk huwelijksstel een exemplaar cadeau te doen. Die jonggehuwden wilden er zo snel van af dat het regime formeel verbood om Mein Kampf tweedehands te slijten."

"Waarmee we ook niet moeten zeggen dat het géén belangrijk boek zou zijn geweest", beklemtoont Lieven Saerens. "Integendeel, voor Hitlers rabiate aanhang was het cruciaal. Het werd uiteraard ook duchtig vertaald. Sinds 1939 lazen bijvoorbeeld ook Vlamingen met nazisympathieën het in de Nederlandse versie."

Ook lang nadat de geallieerde overwinnaars de Duitse heruitgave verboden en de rechten aan Beieren overgedragen hadden, bleef Mein Kampf een populair object. Handelaars bleven er munt uit slaan, agitatoren bleven het kopen en lezen. Zeker in de Arabische wereld vindt het boek tot op vandaag een schrikbarend gretig publiek.

Móést de wetenschappelijk bewerkte heruitgave er komen? "Ja," zegt Saerens, "al is het terzelfder tijd jammer dat het Institut für Zeitgeschichte nu pas op de radar van het brede, internationale publiek verschijnt. Die instelling heeft massa's interessant en doorwrocht materiaal uitgegeven, dat haast alleen door historici gelezen wordt. Nu het plots alles Mein Kampf is wat de klok slaat, baart de mediadrukte mij grotere zorgen dan de uitgave op zich. We moeten niet terugkrabbelen, maar wel opletten dat we geen slapende honden wakker maken."

Op radiozender Südwestrundfunk wees de Joods-Duitse historicus Rafael Seligmann op het gevaar "dat citatenplukkers en bewonderaars van het nazisme dingen uit Mein Kampf zullen halen die hun eigen haat bevestigen. Vergeet niet: veel mensen zijn radeloos vandaag, het populisme is in opmars, het brandt in onze huizen. De verleiding is groot om de complexiteit van onze overgangstijd opnieuw te reduceren door het ophangen van een vijandbeeld."

Seligmann verwijst naar de Pegida-betogingen in het oosten van Duitsland: een kleine minderheid haalt daar woorden als Lügenpresse ('leugenpers') en Volksverräter ('volksverraders') boven, termen die sinds de nazi's niet meer gehoord waren. "Dat een becommentarieerde uitgave van Mein Kampf daar zoden aan de dijk zet, durf ik te betwijfelen", zegt de historicus, onderstrepend dat niet alleen extreemrechts maar ook islamisten steeds meer haat in onze samenleving zaaien.

Naargeestig

Omdat zijn roman De Republiek, Gouden Boekenuil 2014, fijntjes schertst met Adolf Hitler als postmodern studieobject, kon een reactie van de Nederlandse auteur Joost de Vries niet ontbreken. En neen, warm voor de heruitgave loopt De Vries, zelf historicus, in geen geval. "Ik juich het niet toe," zegt hij, "alleen al niet uit goede smaak. Ik vind het maar een naargeestig idee het boek in de winkel te zien liggen. Zelfs als curiosum."

Maar ook De Vries ziet geen gevaar in de lectuur ervan. "Ik kan me simpelweg niet voorstellen dat vandaag nog één iemand het werk onbevangen zou lezen en dan zou denken: 'Goh, eigenlijk had die Hitler nog niet zulke gekke ideeën!'"

In De Republiek voert De Vries het personage Josip Brik op, wereldautoriteit in de Hitler-studies. Wat zou Brik van de heruitgave van Mein Kampf gevonden hebben? "Een heerlijke vraag", vindt De Vries. "Hij zou vast verwezen hebben naar het feit dat we in het tijdperk van de wet van Godwin leven. Die stelt dat hoe langer een forumdiscussie op het internet duurt, hoe groter de kans wordt dat op een gegeven moment Hitler eraan te pas komt. Hitler wordt er dus met de haren bij gesleept, hoe ongepast de context ook is."

"Historici", besluit de schrijver, "zullen Hitler tot het einde der tijden blijven bestuderen en hij vált zeker nog te bestuderen. Maar hoe hij in ons dagelijkse referentiekader voortleeft? Dat wordt niet bepaald door boeken als Mein Kampf. Die lezen we toch niet."

Hitler, Mein Kampf. Eine kritische Edition, Institut für Zeitgeschichte, 1.948 p., 59 euro.

Beeld kos
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden