Dinsdag 24/11/2020

Achtergrond

Meester in gracieus oud worden: Springsteen is met ‘Letter to You’ twintig albums jong

Beeld EPA

De jeugdige baldadigheid is er niet meer, maar met Letter to You zingt Bruce Springsteen over hoe je met gratie oud kan worden. Mark Coenen belijdt zijn liefde voor Springsteen en de E Street Band.

Kosten noch moeite werden gespaard voor het twintigste album van Bruce Springsteen. De oude rocker gaat helemaal mee met zijn tijd en voert de promotie via de digitale kanalen van Apple, waar vandaag (23/10) ook de making-of van de plaat wordt vertoond. 

Ik weet nu al dat ik die fantastisch ga vinden: de promoclips, in toepasselijk zwart-wit, zijn, zeker voor iemand wiens onderlip al begint te bibberen bij het zien van een koolmees in de tuin, al bijzonder ontroerend. Van oude mensen en dingen die voorbijgaan, mijmeringen over vriendschap en verlies, gelardeerd met het zo kenmerkende pathos van de Boss, die in de studio en daarbuiten de touwtjes strak in handen houdt en de E Street Band naar weer nieuwe grote hoogtes tilt. En veel shots met drones, want dat is modern.

De E Street Band is wel geen rockband meer, maar een oudemannenhuis: het gaat niet meer over Growin’ up, de jeugdige baldadigheid van onverschrokken teenagers met talent. Het gaat over Growin’ old. Met gratie. Ons aller lot, alleen zijn er weinigen die daar zo mooi over kunnen zingen als Springsteen. Letter to You staat er vol van. 

Nils Lofgren liet twee heupen steken en heeft twee kapotte schouders. Max Weinberg overleefde een openhartoperatie, prostaatkanker, twee operaties aan zijn rug en niet minder dan zeven aan zijn handen. Miami Steve Van Zandt moest in najaar 2019 een hele tournee schrappen wegen hardnekkige sinusitis. Springsteen is al dertig jaar in therapie voor steeds weerkerende depressies. Hij heeft slechte knieën, is geopereerd aan twee wervels in zijn rug en heeft last van tendinitis in handen en ellebogen. Twee stichtende leden van de groep zijn er niet meer: Danny Federici stierf in 2008 aan huidkanker, drie jaar later overleefde Clarence ‘Big Man’ Clemons een massieve hartklap niet.

I’m the last man standing, zingt Springsteen dan ook, zoals altijd lichtelijk overdrijvend, op het gelijknamige Last Man Standing, een van de twaalf nieuwe nummers. Dat maakte hij na de dood van George Theiss, met wie hij samen in zijn eerste groepje, The Castiles, zat. Bruce is de enige van dat groepje die nog leeft.

Iedereen gaat dood, maar als je daarna in een song van Springsteen terechtkomt, heeft het toch nog een beetje zin gehad.

Hoogmissen

Elke fan heeft een verhaal met Springsteen en in de film Springsteen and I getuigen zij over hun liefde en zie je hoe diep dat kan gaan: mensen geraken niet uit hun woorden als ze hun bewondering voor de man uitspreken. Tranen achter het stuur. Grote dankbaarheid. Meest gebruikte woord: hoop. Hij geeft mensen hoop. Het is weinigen gegeven.

Ik ben als zovelen ingestapt ten tijde van Born to Run. “Tramps like us, baby we were born to run”: het sprak mij aan, hoewel ik niet goed wist wat hij daarmee bedoelde. En nog altijd niet.

Ik ben eigenlijk ook redelijk snel uitgestapt: na Born in the USA, zijn best verkochte plaat, en de beste vijfdubbele liveplaat aller tijden (Live/1975-85) wist ik het wel. En Tunnel of Love ging over een scheiding en daar was ik nog niet aan toe. Zijn toon werd donker, mijn interesse minder.

Beeld AP

Uit het oog, maar wel nooit uit het hart: ik heb aan die intense eerste periode wel een levenslange liefde voor hem en zijn werk overgehouden, al volgde ik hem sinds eind jaren tachtig meer in de media en op concerten dan op plaat.

Die concerten! Ondanks dat ik sinds mijn dertiende niet meer elke zondag naar de kerk moest van mijn ouders, wist ik meteen wat ze waren: hoogmissen. Springsteen preekt de passie tegen de gelovigen, zijn E Street Band verleent hem als een bende dementerende aartsengelen ruggensteun en er wordt gespeeld tot men niet meer kan en op zijn moeder begint te roepen van uitputting.

Dat Springsteen zijn mosterd haalt bij de paters komt omdat hij zelf nog altijd katholiek is. Op de nieuwe plaat staat daar zelfs een nummer over: ‘The Power of Prayer’. Niet Born to run maar Born to pray, blijkbaar.

De legendarische solo-optredens op Broadway, die een combinatie waren van een lang sermoen en een akoestische greatest hits-show, placht hij af te sluiten met ‘Born to Run’, maar niet zonder daarvoor een welgemeend Onzevader te bidden.

Zijn werk krioelt van de christelijke metaforen en beelden: er wordt geleden, er wordt gezondigd, maar de verlossing is ook dikwijls nabij. Het is ook uitdrukkelijk de missie van Springsteen: “I want to be an ancestor”: ik wil een voorvader zijn. Een lichte vorm van zelfoverschatting is de man niet vreemd. Hij leidt de rock-kudde uit de woestijn, begeleid door duizend luide Fender-gitaren en meervoudige samenzang: een beatmis voor volwassenen.

Grote gebaren 

Hij laat niemand onverschillig: je bent grote fan of je moet van hem niet weten. Zijn tomeloze hyperbolen gaan na een tijd op je zenuwen werken, zeker als je Jan Hautekiet bent. De Roy Bittan (toetsenist bij de E Street Band, red.) van Rick de Leeuw is streng.

“Springsteen heeft songs geschreven die het naoorlogse Amerika bezingen op een voor iedereen bevattelijke manier. Zoals ik Dylan en anderen ook pas ten volle ben beginnen te appreciëren door hun muziek te spelen, heb ik ook met veel plezier Born to Run ingestudeerd", zegt Hautekiet. “En toch. Ik geloof de man niet. Zeker niet als hij zingt. Hij roept, maakt grote gebaren en speelt nodeloos lange concerten, als was muziek een olympische discipline waarin de langst spelende wint. Zelfs zijn zogezegd ‘verstilde’ albums gaan wat de performance en expressie betreft, gebukt onder nodeloos, zij het onderdrukt pathos. 

“Hij pretendeert working class te zijn, maar speelde op Broadway waar zijn tickets 850 dollar kosten. En he fucks the payroll: zijn vrouw speelt mee in zijn groep. (lacht) Geef mij in die liga maar Southside Johnny, John Cougar Mellencamp of Tom Petty.”

Beeld Chris Pizzello/Invision/AP

Zwarte attitude

De spreidstand tussen zijn arbeideristische adagio’s en zijn eigen welstand is voor velen een doorn in het oog. Sinds het eclatante succes van Born in the USA moest hij niet meer werken voor zijn geld. Hij resideert in een paardenranch met 160 hectare land aan, in Colts Neck, op tien minuten rijden van zijn geboortestad Freehold, en geeft grootmoedig toe dat hij in zijn leven geen dag als arbeider aan de band heeft gestaan.

Zijn manager Jon Landau heeft een Rubens in zijn kantoor hangen. Maar de leden van de E Street zijn nog steeds gewoon in dienst en delen niet in de royalty’s van de platen. 

Ben Crabbé, de Max Weinberg van De Kreuners, heeft daar een genuanceerdere mening over: “Wat heeft vermeend salonsocialisme te maken met ijzersterke songs schrijven en ze zingen zoals je gebekt bent? Hij speelt dure Broadway-shows, zeker, maar Neil Young solo in Antwerpen kostte ook een arm en een been. Ik vind hem nog altijd zo goed omdat hij een ongelofelijke werkethiek koppelt aan geweldige songs, die altijd familie zijn van elkaar maar ook altijd nét iets anders klinken. En hij ziet er op zijn 71 beter uit dan wij op ons 58. Je hoort muziek graag omdat die iets over je eigen leven zegt, of tenminste dat denk je: dan ráákt je dat. Dat heb ik minder met Jan Garbarek of Weather Report, eerlijk gezegd.”

Ook Frank Vander linden, de Miami Steve van De Mens, is en blijft fan: “Ik vergeef Springsteen alles wat hem –vaak ten onrechte – wordt aangewreven: dat hij een opgezwollen brulboei is; dat hij altijd over auto’s zingt en nooit zijn rijbewijs heeft gehaald; dat hij over het arbeidersleven schrijft en nooit een dag écht gewerkt heeft. Ik hou van Springsteen omdat hij met vijf akkoorden ontelbare onvergetelijke songs heeft geschreven en zo een repertoire bijeen heeft bedacht dat de klassiekers – die échte klassiekers zijn – mooi en rijk omringt. 

“Ik hou van hem omdat hij talloze niet te vergeten concerten heeft gespeeld, met als absoluut hoogtepunt voor mij: zijn passage in Vorst Nationaal in 1981, vlak na The River. Op het toppunt van zijn kunnen, met een zekere maturiteit in de songs, maar nog genoeg jeugdige energie om op het podium moeiteloos de werelden van Bob Dylan en James Brown te verenigen. Dat deed hij dus – en doet hij soms nog: witte muziek spelen met een zwarte attitude. Over zichzelf zingen, voor andere mensen. Nooit met de rug naar de zaal, altijd met open vizier.

“Dat domme Boss-idee nemen we er maar bij. In muziek is niemand de baas.” 

Hall of Fame

Springsteen mocht in 2014 zijn eigen groep inleiden bij de Rock and Roll Hall of Fame en hield daar een prachtige speech, die veel, zo niet alles zegt over de man en zijn muziek. De zanger blijkt een groep, eens te meer.

“De E Street Band”, zei hij, “was een dans, een idee, een wens, een schuilplaats, een thuis, een bestemming en ambitie, en uiteindelijk een groep. We vochten samen, soms vochten we tegen elkaar. We waren gezond, sommigen werden ziek of gingen dood. We zorgden voor elkaar.”

En hij vervolgt: “Mijn verhaal is zoveel groter geworden dankzij de E Street Band. Ons verhaal samen is veel groter dan wat iedereen apart zou vertellen. Zoals bij de Rolling Stones. Sex Pistols. Neil Young ánd Crazy Horse.”

En hij besluit: “Zestien jaar geleden stond ik hier ook om gehuldigd te worden, zonder de band. Dat vonden ze niet leuk, maar ik stond op mijn onafhankelijkheid. Nu snap ik wat Miami Steve toen zei: ‘Bruce, de legende is niet Bruce Springsteen, maar Bruce Springsteen and the E Street Band.’ Hij had gelijk. Ik ben blij dat dat nu goedgemaakt is.”

Ik zei het al: gracieus oud worden is een kunst die Bruce Springsteen beheerst als geen ander.

'Letter to You' is nu uit.Beeld K2 - Bruce Springsteen Album
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234