Woensdag 21/10/2020

InterviewRufus Wainwright

‘Meestal sta ik heel laat op met een erectie en een goed idee voor een song’

Beeld Tony Hauser

Het rijke oeuvre van Rufus Wainwright (47) omvat songs over sperma, drugs, dood en verderf. Al die pracht, en dan ook nog twee opera’s en bijdragen aan de soundtracks van een dozijn films en televisieseries, waaronder Moulin Rouge, Brokeback Mountain en Boardwalk Empire. En wie anders recreëert noot voor noot en tic voor tic, gekleed zoals zij toen, het concert dat de alcoholistische diva Judy Garland in 1961 in Carnegie Hall gaf? Zijn recentste plaat heet Unfollow the Rules. En tussen een dozijn andere projecten door maakt hij ook nog een boeiende podcast onder de titel Roadtrip Elegies.

‘I’m Leaving for Paris’ is een song van Rufus Wainwright. Ik doe hetzelfde om hem daar te spreken. Vlak voor ik begin op te nemen, flitst zijn gsm aan en zie ik het startscherm: een foto van het onweerstaanbaar schattige dochtertje dat hij met Lorca heeft. Alleen al dat aspect aan Rufus’ leven is een trip. Viva Catherine Wainwright Cohen heeft twee vaders en een moeder, en haar grootvader is Leonard Cohen.

Je recentste plaat heet Unfollow the Rules. In ‘My Little You’, je ode aan Viva, luidt de laatste zin: ‘Don’t let anybody out there tell you what you gotta do in here.’ Geef eens een moment in jouw carrière waarin je zelf de regels aan je laars lapte?

Rufus Wainwright: “Ik zou kunnen zeggen: ‘Mijn hele carrière!’ Ik geloof niet dat er een artiest is die meer dan ik koppigheid en eigenzinnigheid tot norm heeft verheven. Nu is koppigheid niet noodzakelijk een goed raadsman. Ik heb er – vooral privé – een hoge prijs voor betaald.

“Je mag natuurlijk niet te trots zijn om te leren van de wijsheid van alle mensen die jou voorafgingen, maar het is ook nuttig om regels en wetten en tradities in vraag te stellen. Als we dat niet hadden gedaan, dan was homoseksualiteit nog altijd illegaal, zouden vrouwen geen stemrecht hebben, waren we met z’n allen nog steeds lijfeigenen, enzovoort.

“Op persoonlijk vlak heb ik van in het begin mijn eigen koers gevaren. Dat heeft me veel geld gekost (lacht). Een voorbeeld: toen ik nog in een goor appartementje van 2 meter op 3 woonde, kwam er een aanbod van Calvin Klein, die jonge, hippe, sexy – dat denk ik toch – muzikanten zocht voor zijn reclamecampagne. Maar wat bleek? Ik zou niet eens betaald worden door die opportunistische miljardair, maar zou een paar jeansbroeken krijgen en mocht dankbaar zijn voor ‘de gratis reclame’ voor mijn muziek. I’m not playing that game.

“Er is me die eerste jaren ook meerdere malen gevraagd om ‘in mijn eigen belang’ te verbergen dat ik homoseksueel ben. Managers en concertpromotoren vroegen in koor: ‘Kun je niet op z’n minst faken dat je biseksueel bent?’ Zo’n rookgordijn helpt vooral in achtergebleven gebieden zoals de Midwest of in zeer katholieke landen waar de hypocrisie nog heerst.

“Terugkijkend had ik ook mijn vader wat beter moeten behandelen. Ik heb te zeer en vooral te publiekelijk tegen hem gerebelleerd. Onze relatie was altijd al rocky – ik ben een mama’s kindje, en dat hij mijn moeder vaak slecht behandelde, hielp niet. Maar ik had hem niet zo openlijk aan de schandpaal mogen nagelen – I said some very lousy things about him in the press, aan likkebaardende journalisten. Dat mijn vader Loudon Wainwright III zelf een singer-songwriter is en dus een concurrent, en dat ik ondertussen veel beroemder ben dan hij, hielp natuurlijk evenmin.

So, I did it my way... Wat, in tegenstelling tot wat Frank Sinatra beweert, niet altijd de beste manier is.”

Met de flamboyante Dame Edna, alias komiek Barry Humphries, nam je vader ooit het nummer ‘I Remember Sex’ op, waarin ze beiden als impotente oude mannen terugkijken op hun seksleven. Heb je je vader daarmee geplaagd?

Wainwright: “Niet genoeg (lacht). Dame Edna was toen de centrale gast in de in die tijd waanzinnig populaire televisieshow Ally McBeal, en als ik me niet vergis, trouwde in één van de afleveringen mijn vader met Dame Edna. Zo hebben Loudon en Barry elkaar leren kennen. Wat me, terugkijkend, aan die melancholieke, bitterzoete tekst verbaast, is dat mijn vader toen pas in de veertig was. Nu, ik wist van de dames die ik toen af en toe thuis zag defileren dat zijn seksleven nog níét voorbij was. Weet je wie gek is op dat nummer? Mark Ronson. Misschien vindt hij het herkenbaar.”

Wat voor een componist ben jij? Werk je vaak ’s nachts? Billy Joel rende eens een winkel van muziekinstrumenten in om daar op een willekeurige piano een idee uit te werken dat hem enkele seconden eerder op straat te binnen schoot.

Wainwright: “Ik werk constant. Ik heb al ideetjes uitgewerkt op piano’s in de lobby’s van hotels. Maar dan is er altijd wel iemand die denkt dat ik een gratis concert wil spelen. Plus: ik ben paranoïde dat iemand mijn briljante idee stiekem met zijn gsm opneemt.

“Meestal sta ik heel laat op met een erectie én een goed idee voor een song. Of nee: een idee voor een song, of het goed is, moet dan nog blijken. Maar er zijn songs waarvoor ik het idee ’s avonds laat kreeg en de song zich zo aan mij opdrong dat ik tot vijf uur ’s ochtends doorwerkte. Je mag een idee niet koud laten worden.”

Schrijf je met je stemming mee? Produceert euforie ook een opgewekte song, of werkt het zo niet?

Wainwright: “Vaak wel, maar nog vaker lijkt het alsof een song de toekomst dicteert, alsof ik muzikaal een stemming afdwing voor de volgende dagen of weken. Ik wil me niet voordoen als een helderziende, maar het is al gebeurd dat ik pas later besef dat een nummer iets voorafspiegelde. Of misschien ben ik toch helderziend en nog meer bijzonder dan ik al dacht (lacht). Ik kan in de toekomst kijken, of ik leef in permanente onvrede met het heden: één van beide.”

Je gaf ooit een optreden waarbij vooraf werd gevraagd om vooral níét te applaudisseren. Je schreed het podium op in een kleed met een meterslange sleep.

Wainwright: “Ik wilde één lange performance, en mezelf verliezen in de flow en het duister: dat lukt niet als je om de drie of vier minuten uit je trance wordt gewekt. Ik hou ervan om de grenzen van performance art uit te testen. Hoe ver kan ik het drijven zonder dat het optreden ontspoort? Anderhalf uur lang aan een piano zitten, is te monotoon. De ‘Lulu’-shows, waarin ik zwaar geschminkt was – als het slachtoffer van een zeer glamoureus ongeluk in de hel – waren bevrijdend. Een tikje à la Bowie kon ik me verstoppen achter een personage om mijn grenzen nog wat te verleggen.”

Je hebt je ook eens laten kruisigen. In het programmaboekje van je verzamel-cd Vibrate insinueer je dat Madonna dat idee van jou had gepikt. Ik heb het nagekeken: jij was inderdaad eerst.

Wainwright: “Nee, Jezus was eerst, ere wie ere toekomt (grijnst). Maar Madonna heeft het idee van mij, ja, daar ben ik zeker van. Zij luistert naar alles, pikt van alles, en eigent het zich schaamteloos toe. Onlangs laste ze op de valreep enkele van haar concerten af. Hier in Parijs ook weer. Een vriend vroeg me of ik dat erg vond. Ik heb iets stouts geantwoord, waarbij ik de merkwaardige aanvechting voel om dat nu publiekelijk te herhalen (lacht). Ik heb duidelijk laten merken dat het me steenkoud laat. (Vol leedvermaak) Ik heb ook naar Madonna verwezen als ‘een historische figuur’. Ik probeer tijdloze muziek te maken en waardig ouder te worden. Madonna probeert krampachtig de trend van het moment te kapen en zich te meten met de piepjonge zangeresjes van nu.”

Wil je dat ik dat publiceer, of is dat tussen ons...

Wainwright: “O, feel free. Madonna heeft zich ook al laatdunkend over mij uitgelaten, wellicht om zich in te dekken.”

Iets positiever: ‘Rufus is de beste componist op de planeet’, zei jouw concullega Elton John. Hij hielp je naar verluidt ook toen je fysiek aan de grond zat.

Wainwright: “Hij was zelf lang verslaafd aan cocaïne en andere smeerlapperij, en kent alle goede therapeuten en adresjes waar je ongestoord kan afkicken. Zijn hulp kwam net op tijd. Volgens de dokter had ik niet lang meer te gaan, ook al omdat ik levensgevaarlijke rommel zoals crystal meth nam. (Droog) Als je tijdelijk hysterisch blind bent, en je druggebruik en slaaptekort en de alcohol tasten je ademhaling en je spraak aan, dan komt er gelukkig een moment dat je zelf niet anders kan dan besluiten dat er íéts mis is.

“Het probleem was dat ik toch veel werk klaar kreeg. Dat deed me denken: hé, net in de studio nog een klein meesterwerkje afgewerkt, dus zo erg kan het niet met me gesteld zijn. Maar ik wist dat ik moest stoppen omdat... (Lange stilte) Omdat ik sterk aanvoelde dat mijn verhaal nog niet verteld was, dat ik pas aan het begin van de reis was en het oerdom zou zijn én ondankbaar tegenover het talent dat mij werd vergund, om mezelf zo jong al op te heffen.”

De eerste keer dat ik George Michael ontmoette, aan het prille begin van jouw carrière, hield hij ongevraagd een passioneel pleidooi voor jou.

Wainwright: “Ja, George was grootmoedig en galant. Hij heeft later nog mijn ‘Going Through a Town’ gecoverd. Ik was zeer vereerd. En kort daarna stierf hij.

“Ik heb hem nooit ontmoet – of misschien één keer, járen geleden, maar daar herinner ik me niets meer van. Ik heb wel een handvol keren met hem aan de telefoon gehangen, en dat waren heerlijke gesprekken. George was heel grappig. Tijdens ons laatste gesprek leek hij me ziek of oververmoeid, maar hij was er niet de man naar om te klagen over fysieke akkefietjes.”

Is er een artiest die jou afwees?

Wainwright: “Ik werd ooit gevraagd om een song aan te leveren voor een plaat van Marianne Faithfull. Ik zond haar ‘The Appartment’, maar kreeg het bericht dat ze er niet tevreden over was. Ondankbare trut (lacht). Toevallig kreeg ik die dag telefoon van de manager van Shirley Bassey, die ook wilde weten of ik een mooie song op overschot had. Waarop ik ‘The Appartment’ meteen naar haar heb gemaild, met de melding dat ik hem ‘speciaal voor haar’ had geschreven.”

Meestal geven componisten met een eigen carrière niet hun beste songs weg...

Wainwright: “Eén van de minder aangename neveneffecten van het leven in een democratie is dat jij recht hebt op jouw mening (lacht smakelijk). Nee, ‘t is geen meesterwerk, maar het haar horen zingen was a great thrill. En naar verluidt had Marianne later spijt, wat ook erg leuk is.”

Dit jaar is Beethoven tweehonderd jaar dood. Wat zou jij hem vragen als hij hier nu aan tafel zat?

Wainwright: “Hoe was je relatie met je moeder? Ik lach, maar ik meen het. Mothers make a man. Ik geloof absoluut dat mensen, met name mannen, worden gevormd door hun moeder, en artiesten al helemaal.”

De vader van Beethoven schreef ook een lied over zijn zoon: ‘Ludwig Is a Tit Man’. (Een grapje: Loudon Wainwright III schreef voor en over zijn zoontje de song ‘Rufus Is a Tit Man’).

Wainwright: “’Did he?’ (lacht) Oké, wat hebben we nog meer gemeen? Ik ben alvast niet doof, al is dat een kwestie van tijd. En Beethoven leefde in een tijdperk en kwam uit een eenvoudig milieu waar opvoeding een relatieve zaak was, en waar moeders vaak 537 kinderen moesten baren, zodat de aandacht die zij konden geven, minimaal was. Van tederheid was in die tijd geen sprake. Nu kan je zeggen: als een kind zoals Beethoven, dat in allesbehalve ideale omstandigheden opgroeit, toch uitgroeit tot een genie, dan valt er toch iets te zeggen voor een opvoeding vol stress en ontbering? Wel, ik denk dat Beethoven een genie werd ondánks en niet dankzij die ontbering.”

Over wie heb je het in ‘This One’s for the Ladies (That Lunge!)’? Een woordspeling op ‘ladies who lunch’, rijke weduwen die liefdadigheid vooral zien als een alibi om exquis te lunchen?

Wainwright: “Op de Out of the Game-tournee eindigde ik elk concert met een soort Oud-Griekse orgie, een variant op mijn song ‘Gay Messiah’, compleet met fans uit het publiek in toga’s. Mijn bedoeling was om in Lissabon Portugese fans te laten deelnemen, in Rome Italiaanse fans, enzovoort. Maar wat bleek? Ik ben de voorbije jaren ook populair geworden bij lovely ladies of a certain age, die hun zuurverdiende geld uitgeven aan mij achterna reizen. Elke avond, in elk land, zaten diezelfde dames weer op de eerste rij. Ze waren nogal fanatiek en lijfelijk, vandaar ‘dames die zich op je werpen’. Ik waardeer hun toewijding, maar euh...”

Dit is een première: Rufus die tactvol probeert te zijn...

Wainwright: “Betrapt! Wel, soms is de intensiteit van hun adoratie een tikje verstikkend. Maar mijn echtgenoot Jörn is blij met hun toewijding – liever zij dan aantrekkelijke jongemannen (lacht).

“Nu moet ik plots denken aan een andere vrouwelijke fan, die me ontroerde. Ze stopte me onlangs een briefje toe. Dat is al uitzonderlijk: als ik word aangeklampt, is het meestal voor een selfie, een handtekening, een halfdronken geforceerde poging tot gesprek of alle drie. Maar zij was heel discreet. Toen ik haar brief las, kreeg ik meteen een krop in de keel. Ze leed aan multiple sclerose, wat maakt dat je langzaam maar zeker wegkwijnt, zonder hoop op genezing. Ze zei dat mijn muziek al jaren een grote steun was. Phéw!”

Misschien zijn die dames op zoek naar een beroemde gay best friend én hebben ze een overontwikkeld moederinstinct. Sinds het overlijden van jouw moeder is er een vacature.

Wainwright (monkelend): “Tot die simplistische freudiaanse conclusie was ik zelf al gekomen, Sherlock. Maar dat maakt het er op emotioneel vlak allemaal niet makkelijker op.”

‘Misschien ben ik tóch helderziend en nog meer bijzonder dan ik al dacht.’Beeld Tony Hauser

JALOERS OP JONI

Een songtitel als ‘Hatred’ komt aan. Wie is de ontvanger?

Wainwright: “Ik had een persoonlijke ervaring waarbij ik mijn harnas moest omgespen, een paar keer slikken, en een gevecht aangaan dat niet te winnen viel.”

Kan je wat vager zijn?

Wainwright: “Sorry, in dit geval moet ik vaag blijven. Het ging om een ervaring waar niemand aan ontsnapt. Een zware strijd: een geliefde die aan kanker sterft, of een zus die wordt overreden... Ik moest me afreageren in een song.

“Ik zie het nummer nu als een strijdkreet voor de Amerikaanse verkiezingen. Die worden cruciaal: slagen we erin om het tij van de gevaarlijke gek Trump te keren en eindelijk vooruitgang te boeken op alle vlakken waarbij het vijf voor twaalf is, of wint die hansworst wéér? Daarom liet ik de video van ‘Sword of Damocles’ eindigen met het woord ‘Vote!’”

Tijdens je concert in Brussel zei je over ‘Sword of Damocles’: ‘Het volgende nummer is een tikje politiek.’ Waarop ik jouw echtgenoot Jörn hard hoorde lachen.

Wainwright: “Dat kan: hij heeft een gênant luide stem, en voor een Duitser is hij verdacht dol op sarcasme (lacht).”

In Brussel speelde je al een cover van Joni Mitchells ‘Both Sides Now’. Ondertussen coverde je nog meer van haar songs op de cd Northern Stars en verhuisde je naar Laurel Canyon, waar zij al eeuwen woont. Hoe gaat het met haar?

Wainwright: “Joni heeft een paar jaar geleden miraculeus een zware hersenbloeding overleefd, maar ze is nu wel een wrak. Het komt, vrees ik, niet meer goed. Maar zolang het kan, zal ze onze geëerde vriendin zijn, en haar sublieme muziek gaat goddank nooit verloren. Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik wat haar oeuvre betreft een laatbloeier ben.”

Dat is merkwaardig.

Wainwright: “Ik heb me lang afgevraagd waarom en ik denk dat ik het antwoord ken. Mijn moeder en mijn tante zongen ook en waren ook exponenten van de folk uit het hippietijdperk: zij zagen in Joni een concurrente. Het enige dat ik mijn moeder ooit over haar heb horen zeggen, was dat ze haar roots had verraden. Joni had haar folk gaandeweg verrijkt met jazz, pop, rock en soul. Joni had meer talent, en meer succes, en een glamoureus leven waarvan mijn moeder enkel kon dromen.”

Noel Coward had een amusante en leerrijke song: ‘(Don’t Put Your Daughter on the Stage) Mrs Worthington’. Wat zijn jouw do’s en don’ts?

Wainwright: “Ik geloof niet in advies. Ofwel is het onweerstaanbare drang, ofwel begin je er beter niet aan. Maar wat je ook doet, het werk moet centraal staan. Ik heb éérst veertig mooie songs geschreven en pas daarná werd ik beroemd en verkocht ik Carnegie Hall uit – níét omgekeerd. Maak ook dat je van in het begin minstens twee keer per week kan optreden, desnoods gratis, op bar mitswa’s, kinderfeestjes of begrafenissen. Dan wordt zingen voor een publiek een automatisme, dat een zesde zintuig is tegen de tijd dat je optreedt voor een groot en belangrijk publiek. En besef dat – wat je ook wilt bereiken op professioneel vlak – het tien jaar zal duren voor je op een peil bent waarvan anderen denken dat het een fenomenaal natuurtalent betreft. Er zijn geen shortcuts.”

Wat is je grootste ambitie voor de volgende jaren?

Wainwright: “In leven blijven. En niet schizofreen worden: ik ben nu, op gezegende leeftijd, componist, performer, echtgenoot, vader, party animal en cultureel fenomeen. Het wordt een beetje veel. En ik wil minder touren, meer van thuis uit werken, er meer zijn voor Viva. En zoveel mogelijk componeren.”

Je schreef songteksten over Californië, Montauk, Memphis, Barcelona, Millbrook, Tulsa, Parijs... De negorij Topeka heb je zelfs in twéé songs bezongen. Maar over België geen woord.

Wainwright: “I love Belgium. Maar je zal me haten, want ik heb net een song klaar die ‘Luxemburg’ heet. Sorry.”

Unfollow the Rules van Rufus Wainwright is verschenen bij BMG.

Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234