Zondag 24/10/2021

InterviewSophie Passmann

Mediafenomeen Sophie Passmann: ‘Wij zijn de eerste generatie die nooit een leven heeft gekend zonder sociale media’

Sophie Passmann: ‘Ik merk dat we er steeds meer moeite mee hebben om iets te beweren en het tegelijkertijd in twijfel te trekken.’ Beeld Patrick Viebranz
Sophie Passmann: ‘Ik merk dat we er steeds meer moeite mee hebben om iets te beweren en het tegelijkertijd in twijfel te trekken.’Beeld Patrick Viebranz

Jong zijn is het ergste wat een mens kan overkomen. Dat is de uitdagende stelling van Sophie Passmann (27), in Duitsland de stem van haar generatie. In Groeipijnen prikt ze genadeloos haar eigen millennialbubbel door. ‘Wij kijken ons hele leven al naar onszelf door een scherm.’

De Nederlandse vertaling van haar debuutroman Groeipijnen mag voor ons een eerste kennismaking zijn met het werk van Sophie Passmann, in eigen land is de Duitse al meer dan tien jaar lang een stem die gehoord wordt. Passmann is een all-round mediafenomeen in Duitsland. In columns, podcasts, radioshows, tv-optredens en op sociale media manifesteert ze zich luid in de cultuuroorlogen van vandaag. Noem haar feministe, activiste, humoriste, socialiste. Ze is een influencer-met-intellect, die op Instagram haar outfits showt, maar tussen de selfies en memes vooral de jeugd een politiek geweten wil schoppen. Haar vorige boek, Oude witte mannen, werd met bijna 100.000 verkochte exemplaren een bestseller in eigen land.

BIO • geboren in Kempen (Dui) in 1994 • studeerde politieke wetenschappen en filosofie in Freiburg • columniste voor Zeitmagazin, werkt voor satirische talkshow Neo Ma­gazin Royale (ZDF) • Alte weiße Männer: Ein Schlichtungs­ver­such stond weken in bestsellerlijst van Der Spiegel Groeipijnen (Kom­plett Gänsehaut) is haar eerste werk dat vertaald wordt uit het Duits

Nu haar werk voor het eerst een vertaling krijgt, wordt Passmann bij ons door de uitgeverij in het persbericht geïntroduceerd als ‘de Duitse Lena Dunham’. “Wacht, staat dat er echt?” zegt ze, wanneer we haar aan de telefoon spreken. Een compliment vindt ze het niet. Als Passmann iets met de Girls-scenariste gemeen heeft, dan is het wel de weigering om een makkelijk label opgeplakt te krijgen. “Oké, ik ben ook een uitgesproken vrouw, een millennial, we worden beiden bestempeld als ‘de stem van een generatie’. Maar Lena Dunham is al enige tijd behoorlijk problematisch in haar uitlatingen, en het is vooral ook te sim­plistisch om te stellen: hier is een vrouw met humor en een mening, dus die stoppen we in dat hokje.”

Het lijkt ook meteen een illustratie van wat haar boek Groeipijnen haarfijn blootlegt: hoe verdomd moeilijk het vandaag voor jongeren is om nog echt uniek te zijn. Het is de valkuil van het doorgedreven individualisme en de ongebreidelde vrijheid die de millennials als een sappig worteltje voor hun neus zagen bengelen. In hun streven naar een authentiek en interessant leven dat ze helemaal zelf mochten – nee, moesten – vormgeven, lijkt een hele demografische klasse tot één groot hipstercliché versmolten. ‘We zijn allemaal één en dezelfde persoon’, zo beschrijft het ik-personage van Groeipijnen haar vrienden- en kennissenkring, en daarmee doelt ze niet op een zalvend mooi samenhorigheidsgevoel. ‘Ik ben net zoals mijn vrienden, en ik kan ze allemaal niet uitstaan’, zo lezen we. En ook: ‘Eigenlijk zijn wij nog de laatste bekrompen burgertutjes die er misschien ooit zullen zijn’.

Goed: ik ben van mening dat op je zevenentwintigste doodgaan wordt overschat. Jimi Hendrix en Janis Joplin zijn wat dat betreft echt de mist ingegaan, vind ik. Op je zevenentwintigste begint het pas, je hele jeugd heeft pas nut, als je lang genoeg standhoudt om haar achter de rug te hebben. De echte lol zit ’m in het achteraf overal over vertellen. Als het allemaal alleen nog maar bestaat uit anekdotes en nostalgie, in plaats van uit weltschmerz en inspanning. Jimi Hendrix had een wensdroom, hij wilde een soort universele muziektaal creëren. Hij is doodgegaan voordat hij die droom kon vervullen. Hij is doodgegaan voordat hij kon inzien dat dat idee vooral hip klinkt, maar niet uitvoerbaar is, net als luxueus kamperen of Duits antifascisme. Jimi Hendrix is op zijn zevenentwintigste doodgegaan, jemig, natuurlijk bleef zijn grote droom onvervuld, hij heeft het waarschijnlijk niet eens voor elkaar gekregen om één keer in zijn leven fatsoenlijk zijn belastingaangifte te doen en te constateren dat het een financiële misser is om elk concert een gitaar te verbranden.

(uit: ‘Groeipijnen’)

De antiheldin uit Groeipijnen heeft geen naam, en we komen bitter weinig over haar te weten. Behalve dat ze 27 is, na een stukgelopen relatie en een verhuis maakt ze het testament op van haar jeugd. In grappige, giftige observaties beschrijft ze haar eigen kleine sociale cirkel – de stedelijke middenklassekinderen met een hoger diploma – en de ondraaglijke leegte van hun hipsterbestaan. Het is een ongenadig relaas, over het milieu waar ze zelf toe behoort maar niet uit kan of wil ontsnappen. En dat geldt in zekere mate ook voor de auteur van het boek, die niet wegsteekt dat het haar eigen levensstijl is die op 181 pagina’s door de mangel wordt gehaald. Het inspireerde een recensent tot de term ‘literaire zelfhaat’.

Alles en iedereen haten

“Ik zou het zelf eerder ‘auto-agressie’ noemen”, zegt Passmann. “Er zit veel kwaadheid in het hoofdpersonage, over zichzelf en de wereld rond haar. En natuurlijk komt het op heel veel punten overeen met wie ik ben. Maar het boek is ambiguer dan dat, het haalt ook zichzelf onderuit. De verteller lijkt maar één boodschap te hebben: ‘Ik haat iedereen en alles.’ Ze voelt zich ver verheven boven de anderen. Dat zet je als lezer ook aan het denken. Wat heb je aan zo’n houding die alles verwerpt? Als je alles alleen maar door een cynische bril kan zien? Het is absoluut niet mijn bedoeling om ‘de millennial’ te ontmaskeren, of voor te schrijven hoe we wel of niet moeten leven. Ik speel net met die dubbelzinnige houding, zodat de lezer zelf maar moet oordelen. In het leven is ook niets eenduidig: we uiten constant kritiek op zaken waar we ons zelf schuldig aan maken.”

Wil je Groeipijnen lezen als een polemisch boek, prima. Maar dit is een literair werk en geen non-fictie, zegt Passmann. “Dat is de kracht van kunst en cultuur: je mag het publiek op het verkeerde been zetten en verwarring zaaien. Voor een fictieschrijver is het mogelijk om iets te beweren en het tegelijkertijd in twijfel te trekken. Ik merk dat we daar steeds meer moeite mee hebben. Omdat we zo gewend zijn om constant gebombardeerd te worden door meningen die in één one­liner gevat kunnen worden.” Dus nee, dit is geen anti­millennial­manifest, benadrukt Passmann. “Er zal vast wel een of andere boomer één citaat uit de context trekken en er al zijn vooroordelen in bevestigd zien: ‘Zie je wel, we zeiden toch altijd al dat millennials verwend en narcistisch zijn, en nu schrijft Passmann het ook.’ Ach, die was dan sowieso niet bereid om echt iets nieuws te leren of de werkelijkheid door een andere bril te be­kijken.”

Een paar jaar geleden zijn klootzakken ermee begonnen om iedere keer als iemand pizza eet, te zeggen dat het oorspronkelijk armeluiseten was, diezelfde klootzakken hebben een paar jaar later pizzeria’s geopend waarin geitenkaas, rode bieten en honing op pizza worden gesmeten, desnoods ook geroosterde pijnboompitten – zolang arme mensen het zich maar niet meer kunnen veroorloven.

(uit: ‘Groeipijnen’)

Passmann is zelf uitgesproken politiek geëngageerd, en is lid van de Duitse socialistische partij SPD. Je kunt Groeipijnen lezen als een onderhoudende karikatuur van de stedelijke hipstercultuur, maar onder die oppervlakte schuilen interessante analyses over klasse, ongelijkheid en privilege. De hipster is méér dan een lifestylefenomeen, het is een klassenstrijd. Van een groep die economisch niet sterk staat en dus nieuwe statussymbolen zoekt die niet in geld worden uitgedrukt, maar in goede smaak, kunstzinnigheid, of het juiste T-shirt met ironische opdruk. Ze koketteren met een alternatieve levensstijl, maar wel in het volle besef dat ze kunnen terugvallen op een financieel vangnet bij mama en papa.

Dominante factor

Dus wordt er erg veel geconsumeerd in Groeipijnen. Appartementen worden ingericht met de ernst die een kunstcurator aan de dag legt, om op dat ene industriële krukje een Monstera-­gatenplant en enkele zorgvuldig uitgekozen boeken te etaleren. Er hangt een kunstfoto aan de muur en er zijn placemats voor chique diners met vrienden, waarbij altijd iemand agressief aubergines roostert alsof zijn leven ervan afhangt.

‘We zijn het gewend om constant gebombardeerd te worden door meningen die in één oneliner gevat kunnen worden.’ Beeld Patrick Viebranz
‘We zijn het gewend om constant gebombardeerd te worden door meningen die in één oneliner gevat kunnen worden.’Beeld Patrick Viebranz

Passmann: “Het is een feit dat mijn generatie het economisch veel moeilijker heeft dan onze ouders. Het is voor twintigers vandaag lang niet evident om een leven op te bouwen: studeren, een huis kopen, een gezin starten, het is allemaal duurder geworden. De generatie voor ons werkte een leven lang bij eenzelfde werkgever. Vooral in Duitsland leefde dat heel sterk, vanaf de jaren 50 zag je bedrijven die erg goed zorgden voor hun personeel, alsof het een tweede familie was. Dat was een heel comfortabele manier om je leven uit te bouwen. Vandaag hebben jongeren meer vrijheid gekregen om te ontsnappen aan die vastomlijnde ideeën over hoe ze hun leven moeten inrichten. Dat lijkt een luxe, maar enkel een kleine upper class kan daar echt van profiteren. Vrije keuzes maken is heel erg duur.

“Tegelijkertijd leven we nu in een wereld waar consumeren steeds belangrijker is geworden. Onze identiteit bestaat voor een groot deel uit de spullen die we hebben, hoe we wonen, wat we dragen, wat we eten. Wij zijn de eerste generatie die nooit een leven heeft gekend zonder sociale media, we kijken ons hele leven al naar onszelf door een scherm. Dat is heel bepalend. Hoe we onszelf aan de buitenwereld presenteren, is een dominante factor geworden.”

Mijn vrienden en ik doen alsof we gechoqueerd zijn door een of ander post­feiten­tijdperk, alsof het tijdperk Trump ons sprakeloos heeft gemaakt, we zijn sowieso vaak sprakeloos of diepbedroefd, waanzinnig gekwetst, altijd als je ook eens gewoon zou kunnen nadenken, snijden we weer een nieuwe hevige emotie aan, we voelen waar denken wenselijk zou zijn, we vervangen argumenten door emoties.

(uit: ‘Groeipijnen’)

De scherpste zin uit het hele boek staat op pagina 69: “Mijn vrienden en ik, wij voelen zo goed maar we denken zo slecht.” Mogen we daar een kritiek in lezen op de terreur van de verontwaardiging en de cancelcultuur?

Passmann: “Natuurlijk vind ik dat we discriminatie moeten aanklagen. Woke-discussies ontstaan uit een heel terechte reactie tegen maatschappelijk onrecht. Maar ik hoop dat we mistoestanden als racisme en seksisme ook met slimmere wapens kunnen bestrijden. Zeggen ‘ik ben beledigd’ kan niet worden opgevoerd als het ultieme eindpunt in een debat. Dat betekent niet dat de strijd niet gevoerd moet worden, maar wel dat je moeite moet doen om met intelligente argumenten de discussie aan te gaan.

“Kijk, als ik een grapje maak over moeders, en jouw moeder is net de dag daarvoor gestorven, dan kan mijn uitspraak bij jou als erg kwetsend overkomen. Maar dat betekent niet dat er iets fundamenteel verkeerd is aan mijn grap, of dat ik daarom het zwijgen moet worden opgelegd. Als een bepaalde grap een hele bevolkingsgroep kleineert, dan kan je dat met rationele elementen staven. Maar een emotie volstaat niet als argument.”

Mijn vrienden en ik, wij weten dat je geen vlees zou moeten eten, maar als we in dit kloteleven op deze klotewereld maar twee dagen per week eens niet hoeven te werken, als wij vrouwen onze lichamen sowieso al haten sinds we onze buik kunnen aanraken, dan mogen we op zijn minst toch wel eens een döner eten op zaterdagavond, we zitten dan sprakeloos voor het vlees, zijn diepbedroefd, sommigen zijn verontwaardigd, minimaal één van ons huilt. Ons hele leven voelt alsof we vlak voor het inslapen gewoon geen comfortabele ligpositie kunnen vinden.

(uit: ‘Groeipijnen’)

Terwijl de millennials in Groeipijnen zichzelf als kritische burgers zien, legt Passmann vooral de grenzen van hun activisme bloot. Er is bezorgdheid over het klimaat, er worden Instagram-posts over body­positivity geliket en Netflix-reeksen over queerness gebinged. Winkelen in Primark is taboe, schrijft Passmann, “omdat we beweren dat we fast­fashion haten. Eigenlijk haten we alleen arme mensen die bij Primark moeten shoppen, wij kopen liever fast­fashion in winkels waarvan de doelgroep marginaal meer urban is.”

Zo blijft hun idealisme hangen bij symbolen en goede intenties. Wat moeten ze ook in godsnaam met het besef dat je het klimaat niet redt door je eigen herbruikbare koffiemok mee te nemen naar de koffiebar? Volgens Passmann is het de jongere generatie – de Greta Thunbergs, zeg maar – die overduidelijk veel meer politiek bewustzijn en meer daadkracht aan de dag legt.

Niet meer genoeg

“Dat wil niet zeggen dat ons engagement niet oprecht is. Vrouwen van mijn generatie vinden het bijvoorbeeld belangrijk om aan te tonen dat je niet moet beantwoorden aan het vastgeroeste ideaalbeeld van hoe een vrouw eruit moet zien of zich dient te gedragen. Die aanvaarding en beeldvorming zijn heel belangrijk. Maar voor tieners is dat niet meer genoeg. Zij eisen concrete veranderingen op beleidsniveau.”

Om het provocerend samen te vatten: terwijl jullie streden voor de aanvaarding van vetrolletjes, heeft er niemand voor betaalbare kinderopvang geknokt? “Dat is te streng, want dan stel jij het een boven het ander. Dat is typisch een manier om het feminisme of alle vormen van activisme te ondermijnen. Hoezo jullie strijden voor X? En wat met probleem Y en Z? Voor mij maakt dat allemaal deel uit van dezelfde strijd: je okselhaar laten staan, én eisen dat je dezelfde kansen krijgt op de arbeidsmarkt.”

Tot slot, hoe kijkt Passmann als politieke commentator naar het nakende einde van het bondskanselierschap van Mutti Merkel, die dit najaar na zestien jaar aftreedt? “O, interessant dat jullie daar mee bezig zijn. Hoe kijken ze bij jullie naar Merkel?”

Ze reageert verbaasd als ik antwoord dat er bij ons zelfs door mensen die niet tot Merkels politieke familie behoren, over het algemeen met veel ontzag over haar wordt bericht. Als een staatsvrouw, die politieke moed toonde met haar ‘Wir schaffen das’. Passmann: “Vreemd, want dat is inderdaad de enige keer dat Merkel wat mij betreft haar nek heeft uitgestoken. Voor mij is ze toch vooral iemand van de status quo, die er alles aan heeft gedaan om de huidige machtsverhoudingen – en dus de ongelijkheid – in stand te houden. En voor feministen is ze allesbehalve een goede zaak geweest. Er wordt nog te vaak van uitgegaan dat elke vrouwelijke leidster een goede zaak is voor vrouwenrechten. Integendeel, heel vaak blokkeert het net het debat. ‘Wat willen jullie nog meer, meisjes? Er is al een vrouwelijke kanselier!’ Alsof daarmee de strijd gestreden is.”

Sophie Passmann, Groeipijnen, Uitgeverij Pluim, 181 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234