Zaterdag 20/07/2019

Deep in the Woods

Mauro Pawlowski en Colin H. van Eeckhout op Deep in the Woods: "We geloven heilig in instinct"

Colin H. van Eeckhout en Mauro Pawlowski. Beeld Stefaan Temmerman

Dit weekend verandert een onooglijk Ardens vakantiedorpje voor de zevende keer in een muzikaal eldorado tijdens Deep in the Woods. Twee blikvangers op de affiche zijn Mauro Pawlowski (46) en Colin H. van Eeckhout (38) van Amenra. Twee zachtaardige duivels over breuken, monsters en rotslechte kunst.

“Kindertjes! Zin in een broodje Peppa Pig?” Mauro probeert zich voor te stellen hoe hij het Gallische banket, met een varken aan het spit, zal verkopen aan zijn tweekoppige kroost tijdens Deep in the Woods. Daar verblijft hij als 'artist in residence' in een idyllische oase van rust. Nu ja, rust is relatief: met een onvoorspelbaar woelwater als Pawlowski weet je nooit wat hij spontaan uit zijn mouw zal schudden. En ook Amenra staat – zelfs in akoestische gedaante en aan een knetterend kampvuur – ongetwijfeld garant voor onrust en duisternis.

Beide muzikanten groeiden op in een verschillende uithoek van Vlaanderen (“Daar zaten we goed, hé,” glimlacht Colin. “De underdogs.”) maar tussen West-Vlaanderen en Limburg blijkt geen wereld van verschil te liggen. “We geloven allebei heilig in instinct.”

Kennen jullie elkaar al langer? Of zijn jullie tenminste vertrouwd met elkaars werk?
Mauro: “Ik herinner me net dat we elkaar ooit in Parijs zijn tegengekomen. Ik was er voor Ultima Vez, en Amenra was iets verder in de straat aan het uitladen voor een concert.”

Colin: “Natuurlijk! Het is altijd plezant om andere Belgische artiesten in het buitenland tegen te komen, al is dat meestal wel in een of ander verlaten tankstation. Zelfs als je elkaar niet kent, word je spontaan elkaars beste maat, hè. In Zwitserland zijn we zo eens Balthazar tegen het lijf gelopen. Schoon zicht: daar sta je dan allemaal, met dikke wallen onder je ogen. (lacht) Ik herinner me ook dat Mauro me in Trix ooit heeft omvergeblazen als Somnabula (waarvoor Pawlowski een cape aanbindt, en als muzikale vampier het absurdistische album 'Swamps of Simulation' brengt, GVA) Maar ook zijn andere groepen vind ik straf. Ik heb je ook ooit gezien tijdens een expo in Oudenaarde: met een kartonnen plastron en een vinylplaat vol treingeluiden. Je had een hele bazaar mee. (lacht) Ik vond dat wreed cool. Respect.”

Mauro: “Dat is wederzijds, hoor.”

Jullie wijken ook geregeld af van de geijkte paden. Mauro in zijn elfendertig gedaantes, Colin met een draailier of een Nederlandstalige cover van Zjef Vanuytsel.
Colin: “Alles wat ik doe, wordt wel afgebakend qua sfeer. Maar ik moet het voor mezelf interessant houden. Zes platen exact hetzelfde kunstje opvoeren? Daar is niets boeiends aan.”

Mauro, ik las dat je met de Koninklijke Fanfare Kempenzonen zou optreden. Of strooit de 'artist in residence' nu al zand in ieders ogen?
Mauro: “Nee! Dat is stomweg een misverstand. Behalve als die jongens zaterdag toch nog zouden afkomen, omdat ze het nu gelezen hebben. (lacht) De bedoeling is dat ik een popplaat breng, die ik zo’n acht jaar geleden heb gemaakt. Die is nooit uitgebracht, en ga ik voor het eerst laten horen, met wat elektronica. Soms vind ik toevallig interessante muziek terug, wanneer ik mijn harde schijven plunder. Indertijd had ik ook overal cassettes rondslingeren in huis, maar daar kan ik nu niet meer naar luisteren: vroeger vond ik mezelf duidelijk beter dan vandaag." (lacht)

Colin: “Bij mij is dat anders: ik kan echt verrast worden over hoe goed een riff of song klonk die we in pakweg 1994 hebben opgenomen als demo. Als je jong bent, hou je met minder zaken en regels rekening.”

Gaat Amenra dit weekend dan ook de kluizen leegroven?
Colin: “Nee, op Deep in the Woods spelen we onze akoestische set (voor niet-kenners: check het magistrale 'Alive' (2016), GVA). Twee jaar geleden speelde ik al eens op het festival, met onze gitarist. We kregen een klein eilandje in een kreek ter beschikking. Dat multiplex podium is toen net niet in vlammen opgegaan toen we een vuurschaal aanstaken en een metershoge steekvlam opsteeg. (lacht) Een van de meest memorabele festivalweekends ooit. Achteraf volgde nog een ongelooflijk feest, waarbij je diep in de modder wegzakte als je te lang bleef stilstaan op de dansvloer.”

Bereiden jullie je anders voor op zo’n speciale voorstelling?
Mauro: “Rond mijn achttiende heb ik heel veel ervaring opgedaan in het cover-balorkest-cruiseschip-circuit. Ik kan je verzekeren: dan heb je alles gezien waar je je op mag voorbereiden. (lacht) Meestal speelde ik voor dronken, op willekeurige gezichten kloppende en bands bedreigende kerels. Dat had ook wel iets hoor, maar ik mis het niet. In het alternatieve rockcircuit speel je meestal voor een beschaafder publiek. Maar één ding is nooit veranderd: voor elk optreden ben ik er een hele dag onbewust mee bezig. Die concentratie heb ik nodig.”

Colin: “Dat herken ik. Op de dag van een concert ben ik niet eens aanspreekbaar. Mijn vrouw laat me die dag meestal wat links liggen. Maar het cliché dat we ons met Amenra voorbereiden door samen te chanten of een ander ritueel, is onzin. Een half uur voor de show sluiten we ons wel af, en leven we in een bubbel: zo proberen we in the zone te raken met muziek, we stretchen wat...”

Onwillekeurig zie ik je naar je voet grijpen. Had jij niet onlangs een zwaar ongeluk op het podium?
Colin: “Net voor ik het podium op moest, eigenlijk. In de AB verving ik een grieperig crewlid dat een torentje met versterkers van een helling moest duwen. Iets te overmoedig: die constructie ging pijlsnel aan het rollen over mijn schoen, en mijn voet was naar de zak. We moesten in die periode een paar belangrijke optredens afwerken, dus annuleren was geen optie. Het gevolg: elke avond een uur op je tanden bijten, en dan gaan blèten in de coulissen. Maar alles gaat als je het wil, hè.”

Mauro: “Ik heb bij dEUS ook eens met een gebroken arm gespeeld. In Italië, waar het concert zou worden gefilmd door MTV. Juist dan gebeuren zulke accidenten, natuurlijk. Op een belendend industrieterrein had ik wat egotripperige voetbalkunstjes opgevoerd, tot ik plots met mijn elleboog tegen het beton smakte. Tegen de soundcheck merkte ik dat ik mijn gitaar niet eens meer kon opheffen. Direct naar spoed, waar ik bijna vier uur wachtte tussen bejaarden die op brancards werden binnengereden. (lacht) Een half uur voor het optreden kom ik met mijn arm in het gips de backstage binnen. Die show heb ik op Dafalgan en adrenaline moeten spelen. Mijn snaren kreeg ik zelfs nauwelijks aangedrukt, waardoor ik de helft van het optreden wat heb geplaybackt, en mijn standaard zjaar heb opgevoerd. Achteraf keek ik scheel van de pijn, maar ik was wel dé man, hè. (lacht) De volgende dag moesten we naar Tsjechië: voor dat concert heb ik een halve fles whisky binnengekapt in de zon. Het zag er zo marginaal uit als het klinkt.”

Colin: “Goede timing voor tegenvallers bestaat niet op tour. Je probeert er gewoon het beste van te maken. Soms krijg ik halfweg de set het gevoel dat alles misloopt, en zou ik het liefst meteen in mijn auto springen en linea recta naar huis rijden. Maar achteraf zul je altijd merken: net dan vertellen fans hoe die show hun leven heeft veranderd. In Montreal vertelde iemand me ook eens hoe onze muziek hem door alle ellende heeft gesleurd, waarop hij in mijn armen viel en onbedaarlijk begon te huilen. Op zo’n moment kun je zo’n jongen niet van repliek dienen, maar kun je er wel zijn voor hem. Dat houdt me recht tijdens een concert: wanneer je je eigen ellende kunt overstijgen, en er op zo’n moment bent voor iemand anders, maakt dat het allemaal waard.”

Mauro Pawlowski en Colin H. van Eeckhout. Beeld Stefaan Temmerman

'Op het podium is het nooit aan de orde om je te amuseren', vindt Amenra. Jullie zijn nadien zelfs vooral opgelucht dat het weer achter de rug is. Klinkt niet echt waardevol.
Mauro: “Bij ons is dat niet anders, hoor. Amuseren? Zot! Een positivo die “La-la-la-la, we gaan er eens een lap op geven” zou roepen voor elk concert, komt bij mij niet binnen.”

Colin: “We zouden levensvreugde moeten halen uit optreden, maar zo voelt dat niet aan. Het is eerder een soort lotsbestemming. Optreden verlicht de donkere zaken die het leven biedt. Net omdat we er ons eens zo hard op focussen. Je moet eerst door het stof gaan om daarna frisse lucht te kunnen inademen.”

Je was vroeger skater. Een 'solitair groepsgebeuren', noemde je die hobby. Is dat veel anders dan Amenra?
Colin: “Eigenlijk niet. We kruipen allemaal in onze eigen cocon. We staan er wel samen als vrienden, maar zitten ook elk in ons eigen emotionele bad te weken.”

Ook bij Gruppo di Pawlowski heb ik dat gevoel: stuk voor stuk uitgesproken karakters en persoonlijkheden, die haast toevallig op het podium door één deur kunnen.
Mauro: “Klopt wel. Ik wil aparte persoonlijkheden, die me niet instant in slaap zullen wiegen. Ik heb nog steeds respect voor keurige studiomuzikanten – ik ben het zelf nog geweest en ken zelfs alle solo’s van Toto van buiten (lacht) – maar ik word graag verrast door andere muzikanten, die elk hun eigen verhaal bedenken.”

Colin: “Hebben jullie veel interactie met elkaar op het podium?”

Mauro: “Bij Gruppo? Voortdurend. Er wordt veel geïmproviseerd. Sommige bands sloven zich uit om perfect te klinken, maar ik geloof heilig in instinct.”

Colin: “Wij ook, maar improviseren zou niet lukken. We vertrouwen minder op elkaar. Om te improviseren, moet je praten met je ogen, hè. Dat doen wij nadrukkelijk niet op een podium.”

Jullie spelen elk ook in verschillende projecten. Is dat noodzakelijke zuurstof?
Colin: “Voor mij wel. Met de Church of Ra hebben we zo’n beetje onze eigen scene, met muzikanten, visuele kunstenaars… Af en toe ga je dan automatisch vissen in een andere vijver. Dat Mauro ook muziek maakt voor hedendaagse dans (met Ultima Vez, GVA) vind ik ook fenomenaal. Dat móét je gewoon doen: het vat met inspiratie mag nooit opdrogen. Daarom maakte ik bijvoorbeeld Rasa: dronemuziek met een draailier.”

Ooit zei Mauro: 'Mijn nummers zijn kleine, virtuele klonen van mezelf. Ik creëer monsters die samen een leger vormen, zich tegen mij keren en vervolgens een staatsgreep plegen op mijn ziel. Ik hou er dus een sadomasochistische haat-liefdeverhouding op na met mijn nummers.'
Mauro: “Alstublieft." (lacht)

Geldt dat ook voor Amenra?
Colin: “Ik zoek dat zelfs bewust op. Halfweg een concert kan ik ineens aan mijn zoontjes denken, en me voorstellen welke ellende nog op hun weg zal komen. Dan plooi ik meteen. Zelfs als ze volmaakt gelukkig met elkaar zitten te spelen, kan er ineens een tristesse over me neerdalen. Omdat ik weet dat ze ooit op hun tanden zullen krijgen. Dat maakt mij niet neerslachtig, maar geeft me de kracht om het onderste uit de kan te halen tijdens een concert. Ik gebruik die negatieve en pessimistische gevoelens en buig ze om in mijn voordeel. Na de laatste noot ben ik weliswaar kapot, maar voel ik me niet uitgeblust. Pas dan ben ik klaar voor het feest. (lacht) Voor veel mensen is dat moeilijk om te vatten: ze denken dat ik in zak en as zit, of zachtjes lig te blèten in de backstage. Maar muziek is juist mijn vehikel om alle menselijke miserie te kanaliseren.”

Omdat je er zelf over begon: mag ik vragen hoe het gaat met je tweeling? Beiden kropen door het oog van de naald.
Colin: “De jongens kwamen prematuur ter wereld. Bij eentje was een hartklep geblokkeerd, en een hartoperatie was onvermijdelijk. Op zo’n moment sta je echt machteloos: je bent net vader geworden en een van je kinderen moet al meteen onder het mes. Nog voor je er een echte band mee kunt krijgen. Bij mijn andere zoontje werd vorig jaar een tumor in zijn hoofd vastgesteld. Alles zou nu oké moeten zijn, al volgt in december nog een operatie. Die periode was verschrikkelijk, maar ook zulke situaties grijp ik aan om te verwerken in muziek. Dat is de klei waarmee ik boetseer.”

Mauro: “Ik vertrek ook altijd van mijn eigen ervaringen: hoe intenser, des te beter de ideeën. Ik heb de luxe dat ik mezelf nooit hoef weg te cijferen, zelfs niet voor opdrachten. Ik zou het nut van muziek ook niet inzien als je er je eigen emoties en gevoel van overmacht niet in verwerkt zou kunnen krijgen. Ik kan niet zomaar wat ervaringen stencilen uit de bibliotheek. Al merk ik in muziek dat zoiets toch vaker gebeurt." (lacht)

In oude interviews viel me op dat jullie weleens huiverachtig reageerden wanneer iemand het beladen woord 'kunst' in verband bracht met jullie werk. Waarom eigenlijk?
Mauro: “Ik kan me niet voorstellen dat ik zo hevig zou reageren. Vergeet niet: er bestaat namelijk ook rotslechte kunst, hè. (grinnikt) Maar tweeduizend jaar geleden wisten ze al dat muziek de hoogste kunst was! Daar ga ik niet tegenin. Ik moet zelf ook maar twee noten Van Halen horen, om te weten: 'Fuck off, Shakespeare!' Al heb ik tijdens mijn kunsthumaniora wel even overwogen om conceptuele kunstenaar te worden, in plaats van muzikant.”

Colin: “Dat komt nog altijd in jouw werk naar voren, vind ik. Wat mij betreft: ik zal mezelf inderdaad nooit kunstenaar of zelfs maar muzikant noemen. Maar wat ik doe? Dat is wel degelijk kunst.”

Amenra en Mauro Pawlowski spelen dit weekend allebei op Deep in the Woods deepinthewoods.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden