Donderdag 06/08/2020

Interview

Mauro eert 'onbegrepen' hippieplaat van Boudewijn de Groot

Boudewijn de Groot. Beeld Wouter Van Vooren

Nacht en ontij? Het zijn persoonlijke vrienden van Mauro Pawlowski. Geen wonder dat deze duvelstoejager de gelijknamige, excentrieke plaat van Boudewijn de Groot live tot leven wil wekken. We spraken met Mau en Bou over een onbegrepen plaat, de wrange nasmaak van mei ’68, depressie en drugs. ' Er is nog altijd evenveel ellende als vijftig jaar geleden.'

'Mos en morgendauw lichten op in de eerste roze zonnestralen. Bloemen openen de kelken, vaag, en versluierd in nevel.' Hoe graag hadden we Mauro Pawlowski en Boudewijn de Groot in eenzelfde idyllische decor aangetroffen. De werkelijkheid is helaas prozaïscher dan de eerste zinnen uit ‘Heksen-sabbath’ van Boudewijn de Groot. We hebben rendez-vous aan een sfeerloze vergadertafel in een Nederlands hotel, waar beide heren elkaar voor de tweede keer in hun leven ontmoeten. Een eerste keer spraken ze kort over Nacht en ontij (1968), het eigenaardige album uit 1968 waar ‘Heksen-sabbath’ op stond. In april wil Mauro immers live een eerbetoon brengen aan die plaat. Voor het eerst ooit trouwens, want zelfs De Groot durfde zich daar een halve eeuw geleden niet aan wagen.

Nacht en ontij werd uitgebracht op het hoogtepunt van de hippiecultuur. Toen geloofde de flowerpowerbeweging nog dat ze de wereld effe kon veranderen met een seksuele, muzikale en sociale revolutie. En hopen drugs. Zelfs Pawlowski – nochtans niet van een kleintje vervaard – is verbaasd dat zo’n excentriek album een plaats kon afdwingen in een carrière waarin ‘Een meisje van 16’, ‘Welterusten, mijnheer de president’ of ‘Verdronken vlinder’ zich net zo goed griften in het collectieve geheugen .

Een pretentieuze speelgoedwinkel

Geestdriftig legt de Evil Superstar uit dat Nacht en ontij een plaat is die bol staat van – hou je vast – astrologie en occultisme. De teksten worden bevolkt door heksen, elfen en kobolden. Met een vriend van de filmacademie vatte de Groot die plaat op als een psychedelische geluidstrip. Die begint in een ochtendschemerig bos, waar volgelingen van een hogere macht samenstromen voor een heksensabbat. De soundtrack is er een met een symfonisch orkest, buitenissige geluidseffecten en een bizarre sfeer die je eigenlijk op geen andere plaat van De Groot aantreft.

Het album is niet verwonderlijk een buitenbeentje in diens oeuvre. De plaat werd door OOR zelfs afgeserveerd als een “mystiek en pretentieus album, dat Boudewijn de Groot van zijn publiek vervreemdt”. Zelfs zijn vaste tekstschrijver Lennaert Nijgh, die voor deze plaat even aan de kant geschoven werd, noemde het zijn "onbegrepen plaat". Maar vijftig jaar na de release wil Mauro Pawlowski bewijzen dat dit occulte en psychedelische werkstukje niet langer in geheime kelders moet blijven wegkwijnen als een stil kruipdier. “In de jaren ’90 heb ik de vinyl op de kop kunnen tikken", vertelt Pawlowski. “Wat een geweldige vondst! Deze plaat is een heel universum. En dat universum is nu onze speelgoedwinkel geworden. We zullen de plaat wel niet natuurgetrouw naspelen. Dat is onmogelijk, zelfs met elf muzikanten op het podium. Het wordt eerder een ode aan een tijdsdocument.”

Mauro Pawlowski. Beeld Wouter Van Vooren

Lsd is niet leuk 

Het verhaal gaat dat De Groot dit album gemaakt zou hebben na een lsd-trip. Dat ontkent hij vandaag met klem. Al geeft hij wel toe twee keer acid te hebben geprobeerd, onder begeleiding van een in de sixties bekende psychiater. Die zette lsd in als therapeutisch middel. Understatement: het beviel de zanger niet geweldig. “Iedereen had het er in die tijd over hoe leuk lsd was. Na die eerste mislukte keer nog een keer proberen dus. Maar het ging precies weer zo. Toen wist ik: lsd is gewoon niet leuk."

De verhalen over zijn grootgebruik vindt hij dan ook zwaar overtrokken. "In de jaren 60 dronk ik zelfs geen alcohol. En drugs bleven beperkt tot hasj en wiet. Dat heeft trouwens niet altijd geholpen. ’s Avonds en ’s nachts maak je weleens muziek onder het genot van een joint. “Briljant!”, denk je dan met je stonede kop. Tot je de volgende dag opnieuw luistert naar de opnames (lacht). ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ heb ik weliswaar geschreven in een roes, maar dat is dan ook aan de tekst te merken. In de jaren 80 heb ik onder invloed van coke ook eens een hele plaat gemaakt. Daar heb ik nu spijt van. Maalstroom (1984) heette dat album. De teksten en de songs vind ik nog wel kunnen, maar experimenteren met synthesizers moet je niet doen als je al een paar lijntjes hebt gesnoven." (lacht)

Drugs hebben ook Mauro nooit een dienst bewezen “Ik ben zeker niet anti-drugs. Maar tussen mijn 16 en 26 heb ik zelfs geen druppel alcohol gedronken. Ik herinner me bijgevolg ook niets meer van die periode (lacht). Aan de Poolse kant van mijn familie bestaat er nochtans het culturele alcoholisme, dus groeide ik wel op tussen drinkers. Vandaag ben ik een ouderwetse bierdrinker. Maar andere roesmiddelen? Weleens geprobeerd, maar het wérkt gewoon niet bij mij.”

Achteloos tegenover kinderen

Nacht en ontij kwam uit in 1968. Vlak na de jongerenrevolte dus, die bijna een revolutie werd. Of er nog veel overblijft van de idealen van zijn generatie, daarover kan De Groot kort zijn. “Die idealen waren bedacht om binnen afzienbare tijd verwezenlijkt te worden. De uitkomst was minder dan verhoopt, of bleef zelfs nihil. Daarmee hield het op. Het is soms zelfs slechter uitgedraaid dan gewild. Het anti-autoritaire opvoeden is geculmineerd in een overdreven angst om te streng te zijn, zelfs naar een achteloosheid naar kinderen toe. En er is verder nog altijd evenveel ellende als toen."

Heel strijdvaardig is hij evenwel nooit geweest. “In ‘Witte muur’ zong ik daar drie jaar geleden over: “Hoog op de barricades / van wereldschokkend recht /stond ik en wierp een laatste steen / toen de muur al was geslecht”. Dat zegt alles over mijn engagement. (lacht) Vandaag hang ik ook niet langer liedjes aan de grote idealen. Al doe ik dat tussen de regels door vast wél nog steeds. Maar nooit meer zoals in ‘Ze zijn niet meer als toen’. Aangemoedigd en in de ban van de demonstraties, en de drang naar het doorbreken van taboes, schreef ik een tekst tegen het “klootjesvolk”, zoals de burgermaatschappij door provo’s en langharig tuig werd genoemd. Ik richtte me op mijn vrienden van vroeger. Zij waren, anders dan ik, lijdzaam teruggevallen in een gezapig en gehoorzaam bestaan." Die song kreeg evenwel nooit de bijval waarop hij had gehoopt. Toen De Groot merkte dat hij zijn vrienden onterecht de les had gespeld, werd de song voor altijd van zijn repertoire geschrapt, schrijft hij in het liedjesteksten-boek Hoogtevrees in Babylon.

Beeld Wouter Van Vooren

Onbestemd gevoel

Tijdens het gesprek valt op dat Mauro zich meer gedeisd houdt dan gewoonlijk. Schutterig laat hij zich door De Groot onderwerpen aan een kruisverhoor over de plaat, en na het interview geeft hij ook gewoon toe dat hij best wel starstruck was. Hij voelt zich bijna gegeneerd om nu doodleuk een werk te brengen dat de Meester zelve nooit live heeft kunnen tot leven wekken.

Bovendien komen ze uit een heel andere wereld. Toch delen beiden een migratie-achtergrond. Van Mauro weet iedereen intussen dat hij Poolse en Italiaanse roots heeft, maar méér verrassend zijn de Indische roots van Boudewijn. “Ik ben geboren in een kamp in Batavia (vandaag Jakarta, GVA). Mijn vader was Nederlander, en mijn moeder Nederlands-Indisch. Achteraf ben ik nooit mijn roots gaan opzoeken. Ik heb daar niets te zoeken. Er wordt weleens gezegd dat mensen met roots in een ander land een onbestemd gevoel kennen, een verlangen om terug te gaan naar dat land. Mij zegt datzelfde vage gevoel juist om er níét heen te gaan. Het heeft geen enkele zin. Ik heb toch geen tastbare herinneringen aan Indië.” Pawlowski snapt dat. “Vroeger ging ik als kind jaarlijks naar Italië, maar nu al lang niet meer. Noch met Polen noch met Italianen voel ik een heel nauwe band."

Beeld Wouter Van Vooren

Doelloos scharrelen

Na Nacht en ontij trok de Groot zich terug uit het publieke leven. “De periodes waarin ik niet zoveel concerten gaf, of platen maakte, waren niet toevallig dezelfde waarin ik niet goed in mijn vel zat”, zegt hij daarover. De Groot verwijst onder meer naar zijn “Amerikaanse periode”. Begin jaren 80 woonde hij met zijn gezin een klein jaar in Amerika. Na zijn scheiding bleef hij er nog twee jaar, tot het geld op was. “Ik was een armoezaaier die in de goot naar peuken zocht”, vertelt hij. De Groot woonde bij een vriend in een garage, trok bij een Amerikaans vriendinnetje in en scharrelde wat doelloos door het leven. Met een bezwaard gemoed kijkt hij daar evenwel niet op terug.

Beeld Wouter Van Vooren

“Alles wat je meemaakt, blijf je natuurlijk meedragen. Zo’n donkere periode is aangrijpend en ingrijpend – tot zelfmoordpogingen toe. Dat laatste was bij gelukkig niet het geval. Na Nacht en ontij was ik wel erg ontevreden met het leven dat ik leidde. Dus trok ik me terug in een oude boerderij in Dwingeloo. Ik voelde me verschrikkelijk gedeprimeerd. Maar ik heb er uiteindelijk wel wat mooie liedjes aan overgehouden. Het is zoals met ziek zijn: op het moment zelf voel je je klote, maar wanneer de pijn wegebt, grenst die opluchting aan het euforische. Bij mij viel die kentering bovendien samen met de seizoenen: de slechte periode strekte zich uit over de herfst en een strenge winter. Toen ik me beter voelde, werd het lente, en leek de natuur te reageren op mijn gemoed.”

De bijna dertig jaar oudere gesprekspartner van Mauro ziet er vandaag erg patent uit. Voelt hij zich ooit zijn werkelijke leeftijd? Dat is een onzinnige vraag, lacht De Groot. “Er bestaat toch geen handboek over hoe ik me zou moeten voelen? Ik sta er alleszins niet bij stil welke leeftijd ik heb. Het gebeurt weleens dat ik doodmoe ben tegen drie uur ’s middags, en ja, dan voel ik me heel erg 73. Maar op andere dagen kan ik de hele wereld aan. In de spiegel kijk ik af en toe, om te zien of ik er nog mee doorkan. Maar ik sta al jaren niet meer op de weegschaal, omdat het weinig zin heeft om me druk te maken over een extra kilo. Voor hetzelfde geld sterf ik vanavond in mijn slaap, en zijn al die futiele, ijdele zorgen voor niets geweest.”

Nacht en ontij wordt op 19 april live gebracht in Ancienne Belgique en op 20 april op het Rotterdamse festival Motel Mozaïque.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234