Donderdag 25/04/2019

poëzie

Maud Vanhauwaert: “Ik wil voor altijd Antwerps stadsdichter blijven”

Maud Vanhauwaert. Beeld Illias Teirlinck

“Esthetiek primeert bij mij op politiek”, stelt de Antwerpse stadsdichter Maud Vanhauwaert op de vooravond van Gedichtendag. Liever omarmt ze ‘de sprakeloosheid’. Om zo ‘de veelstemmigheid’ van de metropool beter weer te geven. En nee, dat is geen paradox.

Ja, ook een stadsdichter heeft zo zijn praktische besognes. “We zitten met een mazoutlek”, zegt Vanhauwaert een tikje zorgelijk, wanneer ze de deur opent. De indringende brandstofgeur valt inderdaad moeilijk te negeren. Gedurende het hele gesprek zal hij onze neusgaten prikkelen. Sinds kort betrekt Vanhauwaert met haar vriendin een fraai middeleeuws pand, in het hart van de Antwerpse studentenbuurt. “Ach, bij zo’n oud huis vol geschiedenis valt er weleens een lijk uit de kast”, lacht ze. Ze laat zich niet zomaar uit het lood slaan. Gauw voert de ars poëtica weer de boventoon.

“Ik kan me geen dag voorstellen zonder poëzie, voor mij is het iets puur existentieels”, zegt Vanhauwaert, terwijl ze een glas brandnetelsap inschenkt. Nu de Poëzieweek op volle toeren draait, holt ze van hot naar her. “Ik heb de indruk dat Gedichtendag (dat donderdag plaatsvindt, DL) steeds grotere proporties aanneemt en zich zelfs over de hele maand januari uitstrekt. Een fijne evolutie. Poëzie blijkt in smartphonetijden een handig medium om te delen.” 

Maar we zijn hier neergestreken voor een tussentijdse round-up van haar stadsdichterschap. De West-Vlaamse Vanhauwaert (“Ach, waren Joke van Leeuwen, Ramsey Nasr en Tom Lanoye ook geen inwijkelingen in ’t Stad?”) verraste Antwerpen al met subtiele, sterk beeldende projecten, zoals het opblaasbare woord ‘macht’ en een optocht met ‘witruimte’. Ze heeft nog veel meer in haar koker zitten.

Steeds grootser

Wat vergt zo’n stadsdichterschap van een podiumdichteres die even graag op de vierkante centimeter van haar werktafel wroet? “Ik heb mij totaal gesmeten”, bekent ze. “Ik zette andere projecten on hold, zoals mijn lespraktijk aan het Antwerps conservatorium. Intussen heb ik de kwalijke gewoonte om elk stadsgedicht steeds grootser te zien. Waardoor het organisatorisch soms uit de hand loopt, ook omdat ik eeuwig ontevreden én perfectionistisch ben. Toen ik eind 2017 het aanzoek kreeg om stadsdichter te worden, had ik nét besloten minder op te treden en aan een roman te werken. Nieuwe vormen te zoeken én me de vrijheid te gunnen om schaamteloos te mislukken. Ook dat ligt nu stil.”

Beeld Illias Teirlinck

Terwijl elders het stadsdichterschap verflenst, toont het zich in Antwerpen springlevend. Misschien omdat het steeds ruimtelijker wordt ingevuld? Ook voorgangers als Stijn Vranken en Maarten Inghels kozen voor visuele en typografische interventies. Is dat een richtlijn van bovenaf? “Nee, helemaal niet” zegt Vanhauwaert. “We krijgen carte blanche. De opdracht is simpel: schrijf twaalf gedichten en zoek een manier om ze aan de stad te schenken. Maak je in de eerste dagen van je stadsdichterschap twaalf haiku’s en drop je die mondjesmaat op Twitter? Wel, dan heb je je opdracht volbracht. (lacht) Maar natuurlijk is het zeer verleidelijk om de hele stad als je canvas te gebruiken. Heerlijk om buiten de grenzen van het papier te treden! Nu denk ik steeds beeldender en conceptueler, ook dankzij vormgever Jelle Jespers met wie ik een echte tandem vorm. Er is een zone in mijn hersenen aangesproken die lang lag te sluimeren. Als ik nu voor het eerst in een stad kom, loop ik er direct een museum voor hedendaagse kunst binnen.”

Louis Paul Boon

Die koerswijziging kon je al detecteren in Vanhauwaerts eerste stadsgedicht: een ode aan de witruimte én een stoet op de Meir met witte, blanco vierkanten. “Ik vroeg me af: wat kan ik bieden aan deze stad waarin al zoveel wordt gezegd, geschreven, gebazeld, gekletst en gezeverd? Ik spiegelde me aan Louis Paul Boon. Volgens hem is de dichter een seismograaf die de trillingen van de stad registreert en laat uitmonden in verzen. De witruimte verbeeldde onze sprakeloosheid en machteloosheid. Omdat die ons verbindt. Tegelijk heb ik een grote fascinatie voor meertaligheid. De potentie van zoveel Antwerpse jongeren en hun immense talenweelde is immens.”

Vanhauwaert hoedt er zich wel voor om de gedichtenmissionaris uit te hangen of ons haar gedichten door de strot te rammen. “Als stadsdichter ontdek je voortdurend dat poëzie voor de meeste mensen totaal onbelangrijk is in hun dagelijks leven. ‘Poëzie is niets voor mij’, hoor ik vaak. Maar als je zegt dat je dichter bent, is er veel respect en bewondering. De volgende vraag is wél: ‘Hoe kun je daar je geld mee verdienen?’ (lacht) En toch grijpt iedereen bij fundamentele momenten als geboorte, huwelijk of overlijden spontaan naar een gedicht. Vreemd is dat.”

Bart De Wever-ballon

Ze benadrukt het regelmatig tijdens haar meanderende gedachtegangen: polemiseren, dat is haar minder op het lijf geschreven. “Esthetiek primeert bij mij boven politiek”, vat ze het kordaat samen. “Poëzie is niet het medium van de vuist of de opgestoken vinger, hoogstens van het vreemde pinkje. Tegelijk besef ik dat er in het laboratorium Antwerpen veel op het spel staat. Daarom wou ik iets ondernemen in verkiezingstijden, zonder partij te kiezen.” 

Dat werd het spraakmakende project rond ‘MACHT’, een forse woordballon die zich op het Conscienceplein in een voortdurende beweging vulde en leegliep. “Mijn eerste naïeve idee was om een inflatable te laten maken van burgemeester Bart De Wever. Het leek me een fantastisch beeld. Een plastic Bart de Wever die opzwelt, in volle spanning staat én dan langzaam weer leegloopt. Op en af, als metafoor voor het stijgen en krimpen van macht. Ook omdat macht soms ‘gebakken lucht’ is. Toegegeven, met een flauwe knipoog naar De Wever en zijn gewichtsworstelingen. Maar Michaël Vandebril van Antwerpen Boekenstad vond het – achteraf terecht – te veel op de man gespeeld.”

Als compromis kwam de vijfletterige ‘MACHT’-ballon in inktblauw uit de bus. “De eerste reactie kwam van een oud vrouwtje dat me vroeg of ik campagne voerde voor Open Vld. Pas dan viel mijn frank. Kleuren zijn niet neutraal in een verkiezingsperiode.” 

Vanhauwaert maakte ook een gedicht voor het Havenhuis, bij het afscheid van CD&V-politicus Marc van Peel. “Dat viel buiten mijn stadsdichterschap”, haast ze zich te zeggen. “Het voelde zeker niet alsof een politicus mij voor zijn kar spande. Het Havenhuis is gewoon een machtig gebouw om iets mee te doen. Ik volg in zulke zaken steeds mijn intuïtie. Vandaar dat ik ook een gedicht schreef voor Ringland en curator werd van het Queer Arts Festival.”

Publieke stem

Queer, het woord is gevallen. “Tot voor kort had ik amper de behoefte om iets over mijn genderidentiteit prijs te geven”, aldus Vanhauwaert. “De strijd rond mijn lesbisch zijn was er vooral eentje met mezelf. Al bij al een kleine, overzichtelijke zoektocht. Toch voel ik een groeiende verantwoordelijkheid naar de buitenwereld. Als je een publieke stem krijgt, kan het geen kwaad die af en toe te gebruiken.” 

Nadat ze getuigde in
De afspraak over hoe haar Joodse vriendin door haar schoonfamilie vanwege haar geaardheid wordt geweerd, schudde ze aan de boom met het stadsgedicht annex spel You’ll never guess who? “Daarmee wou ik het binaire denken en de hokjesgeest doorbreken, waar onze taal van doordrongen is: man/vrouw/zwart/blank/allochtoon/autochtoon….” Binnenkort krijgt ze samen met haar ooit uit Georgië gevluchte vriendin ook een eerste baby. “Wat dat allemaal gaat teweegbrengen, ik weet het niet. Maar bijzonder zal het zeker zijn.”

Beeld Illias Teirlinck

Hogerop

Het is voorlopig geen reden voor Vanhauwaert om, halfweg haar mandaat, op de rem te gaan trappen. Voor 2019 staan twee blikvangers op stapel die ongetwijfeld over de Antwerpse tongen zullen rollen. “Onder de vlag van Radio Babel trek ik verder door de stad met een kleine paalwoning en een zender. Op die manier registreer ik gedichten van inwoners, voorgelezen in hun moedertaal. Die verzameling anderstalige gedichten komt deze zomer terecht in een twintig meter hoge toren van Babel, gemaakt van bamboe, in de buurt van de Turnhoutsebaan, hartje multicultureel Borgerhout.” 

En ook voor de volgende klapper zoekt de stadsdichteres het hogerop, net zoals Lanoye het haar voordeed met de Boerentoren. “De stad vroeg me of ik iets kon doen rond de renovatie van de kathedraal. Mijn eerste idee was om een gigantische woordzoeker aan te brengen op de stellingen, een soort kruiswoordraadsel met versregels. Om veiligheidsredenen bleek dat te ambitieus. Uiteindelijk zal er op de werfdoeken een stadsgedicht verschijnen. Ook mooi, natuurlijk.” 

Over het zwarte gat na het stadsdichterschap wil Vanhauwaert liever nog niet nadenken. Zeker is dat ze Antwerpen voorgoed in haar hart heeft gesloten. “Ik heb me voorgenomen om gewoon stadsdichter te blijven”, zegt ze schalks. “Zelfs zonder officiële titel. Het is veel te leuk. Hoewel. Nogal wat stadsdichters eindigen met een burn-out. Dat staat me ook te wachten, zeker?”

www.poëzieweek.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.