Donderdag 17/10/2019

Interview

Matthias Schoenaerts: “Heel Hollywood wist van Weinstein. Zelfs ik”

Matthias Schoenaerts. Beeld Filip Van Roe

Het was tijd voor pauze, want het ging hard. Misschien wel te hard. In één week tijd kwam Matthias Schoenaerts bijna om in een brand én liep door de schuld van Weinstein een project met De Niro op de klippen. “Hij heeft Suite française volledig gesaboteerd, wist je dat?”

Het is een heldere donderdagnacht, halverwege oktober. Warm voor de tijd van het jaar, maar toch stilaan te koud voor twee mensen die met een blikje bier aan de oever van de Schelde zitten. In het gelige schijnsel van een verbazend grote maan zie ik hoe Matthias Schoenaerts geduldig een sigaret rolt. Even voel ik me weer 16 – met dat verschil dat ik hier toen allicht met een Bacardi Breezer aan mijn lippen had gezeten, en zeker niet in het gezelschap van een wereldberoemde acteur.

De avond is niet hier begonnen, op de kasseien van de Scheldekaai. Wel zes uur eerder en vijftig meter verderop, in een restaurant. Daar taterden we ons los door drie gangen heen, totdat de deuren sloten. Eerlijk gezegd had ik daar niet op durven te hopen, want Schoenaerts heeft het normaal niet zo voor lange interviews. Hij geeft veel interviews, dat wel – soms zijn er weken waarin hij niets anders doet –, maar zelden laat hij journalisten echt diep in zijn ziel kijken. Maar er is veel gebeurd, het afgelopen jaar. En daar wil hij nu wel eens – in alle rust – over ­praten.

Hoewel de Antwerpenaar alomtegenwoordig is op het grote scherm – Frères ennemis is nog maar net in de zalen, of daar komt Kursk al aangevaren, Thomas Vinterbergs verfilming van de ramp met de gelijknamige Russische kernonderzeeër –, heeft hij al tien maanden niet meer gewerkt. “Of toch: ik heb aan mezelf gewerkt.” Schoenaerts heeft een zuiverend jaar achter de rug. En dat begon toepasselijk genoeg met een hevig vuur.

Eind september vorig jaar brandde Schoenaerts’ nagelnieuwe dakappartement in hartje Antwerpen volledig uit. “Dat was de horror”, zegt de acteur aan tafel, terwijl hij even zijn vork neerlegt. “Ik wil niet dramatisch doen, maar ik had dood kunnen zijn. Ik lag diep te slapen toen het begon te branden. Gelukkig lag mijn beste vriend uit Los Angeles beneden op de zetel. Hij is me net op tijd komen wekken. Mijn kamer hing toen al volgepakt met dikke, zwarte rook. Had ik daar een paar minuten langer gelegen, dan was ik ongetwijfeld gestikt door CO-vergiftiging. Het was een close call.”

Het is niet de eerste keer dat Schoenaerts door het oog van de naald kroop, zegt hij: “Toen ik 24 was, werd ik in allerijl naar het ziekenhuis gebracht met een gesprongen appendix. Levensgevaarlijk. En toen ik zes was, heb ik zelfs vijf dagen in coma gelegen. Een marktkramer had me in elkaar geslagen.” Ik laat die woorden even bezinken. Een volwassen man die een zesjarig kind in elkaar ramt. Dan moest de kleine Matthias vast wel iets heel ergs misdaan hebben? “Ik had met mijn BMX’je zijn kraam omvergereden. Waarop hij me met mijn hoofd tegen de grond kwakte. Die man mag blij zijn dat ik zijn naam niet ken, want anders ging ik hem nog weleens goeiedag zeggen. Hey motherfucker, guess what: the little kid got big!” (lacht)

Zijn appartement was niet het enige dat die week in rook opging. Weet u nog hoe alle kranten vorig jaar kopten dat Matthias Schoenaerts een hoofdrol had bemachtigd in een peperdure tv-serie van American Hustle-regisseur David O. Russell, naast onder meer Robert De Niro en Julianne Moore? Een zekere H. Weinstein zorgde ervoor dat dat feestje niet doorging.

“Enkele dagen na de brand stond ik al in Nevada op de set van mijn volgende film Mustang”, herinnert Schoenaerts zich. “Plots kreeg ik telefoon van David O. Russell. Slecht nieuws. Het schandaal rond Harvey Weinstein was net ontploft, en uitgerekend hij was de belangrijkste producent van onze serie. Gevolg: heel dat project is in elkaar gestort, en de rechten zitten nog altijd vast bij Weinstein...”

Had je Weinstein ooit ontmoet?

Matthias Schoenaerts: “Ja, hij produceerde ook Suite française (een oorlogsdrama waarin Schoenaerts nazi-officier Bruno von Falk speelt, LT). Hij is toen op de set geweest en ik heb tien minuutjes met hem gesproken. Moeilijk om in zo’n korte tijd een indruk van iemand te krijgen, maar ik zag wel dat dat een man met een soort dominantiedrang was. Hij heeft Suite française uiteindelijk volledig gesaboteerd, wist je dat? Omdat er een scène inzat waarin het Joodse personage van Michelle Williams vrijt met mijn personage – een nazi dus. Weinstein is zelf Joods en zag dat absoluut niet zitten. Hij eiste dat die scène sneuvelde.

“Toen de Britse producenten dat weigerden, heeft hij wraak genomen door de film doodleuk niet uit te brengen in Amerika. Zijn eigen film, gewoon de vuilbak in omdat hij zijn zin niet kreeg! That’s American ego for you.

Zijn reputatie van seksueel roofdier was een publiek geheim in Hollywood. Had jij weleens geruchten opgevangen?

“Iederéén had het daarover, al jaren. Als iemand als George Clooney, die vaak met Weinstein samenwerkte, beweert dat hij van niks wist, dan is dat dikke zever. Ik bedoel, als ík er al van weet! Ik woon niet eens in Amerika!”

Hoe kijk je naar de #MeToo-beweging, die door de zaak-Weinstein losbarstte?

“Uiteraard ben ik voorstander van #MeToo. Maar een deel ervan vind ik ook klinkklare onzin. Dat meen ik echt. We leven in tijden van verwarring, en dat zorgt voor een vorm van hysterie. En met hysterie komt ook veel stupiditeit en overdrijving. Natuurlijk moet wie onrecht is aangedaan, verdedigd worden, en moeten de schuldigen bestraft worden. Maar de media mogen zichzelf ook weleens in vraag stellen. Nog voordat de rechtspraak haar werk heeft kunnen doen, worden sommige figuren al aan de schandpaal genageld.

“Neem nu Bart De Pauw: ja, die zal wel ongepaste sms’en verstuurd hebben, en af en toe aan iemands deur hebben gestaan. Dat valt niet goed te praten. Maar het is ook niet wat de media ervan gemaakt hebben. Hij werd op den duur afgeschilderd als een soort serieverkrachter. Er moet een rechtvaardiger manier zijn om met dat soort zaken om te gaan. Anders leven we niet in een rechtsstaat.”

Met het wegvallen van de tv-serie van David O. Russell ontstond er plots een reusachtig gat in Schoenaerts’ agenda: zeven maanden had hij vrijgehouden voor de opnames, die in maart in New York zouden starten. “Ik ben natuurlijk een paar dagen teleurgesteld geweest. Ik vroeg me af wat er in godsnaam aan de hand was: die brand en dan nog geen week later dit... Maar ik heb dat snel aanvaard. Blijven bewegen, is mijn motto. Keep moving. Niet blijven stilstaan, maar loslaten. Dat heb ik al heel vroeg van mijn ouders geleerd: die twee samen, dat was een en al onvoorspelbaarheid. (lacht) Het was constant hechten en loslaten, hechten en loslaten.”

Hoe heb je al die vrijgekomen tijd ingevuld?

“Ik heb eigenlijk meteen beslist dat ik een lange vakantie zou nemen. En dat heeft me enorm veel deugd gedaan. Als ik aan het tempo van vorig jaar was blijven verderwerken, dan had je me nu waarschijnlijk bijeen kunnen vegen. Ik was stikkapot, rende van het ene project naar het andere. Ik was altijd maar aan het werken en vergat te genieten. Ik had dringend nood aan een nulpunt. Daarom ben ik na de opnames van Frères ennemis voor vier maanden naar Costa Rica en Colombia vertrokken. Ik ben daar echt in de jungle gaan zitten. Even weg van alles. Ik liet mijn agent weten dat ik vier maanden lang geen nieuwe rollen wilde. “Pardon?”, zei ze. (lacht)

“Daarom ben ik ook bewust ver weggegaan. Want als ik te dichtbij was gebleven – op een paar uurtjes vliegen –, hadden ze me makkelijker kunnen terughalen. Ik dacht: nee, ik ben foetsie. Mij gaan ze niet meer liggen hebben.” (lacht)

Matthias Schoenaerts: ‘Wat Bart De Pauw deed, valt niet goed te praten. Maar op den duur werd hij afgeschilderd als een soort serieverkrachter.’ Beeld Filip Van Roe

Wat doet een mens vier maanden lang in de jungle?

“Synchroniseren met de apen, man. Oe-oe-oe-oe! (bulderlacht) Eten, slapen, lezen, sporten... Tot rust komen. En de elementen voelen: zee, wind, zon. Op een bepaald moment ontdekte ik in Costa Rica een kilometerslange strook verlaten strand. Gewoon zee, zand en daarnaast ruwe jungle. Geen bebouwing. Iedere avond ging ik er rond zonsondergang met mijn quad naartoe. Dan reed ik aan volle snelheid door de branding, zodat het water in mijn gezicht spatte en de wind door mijn oren suisde. Kilometers en kilometers aan een stuk: wshhhhhhhhhh. Fantastisch.”

Denk je dan nooit aan verhuizen?

“Jawel. Niet per se naar Costa Rica, maar wel dichter bij de natuur. Toen mijn appartement was afgebrand, heb ik me een hele tijd zitten afvragen waarom dat nu precies gebeurd was – een mens zoekt altijd naar betekenis. Intussen ben ik erachter gekomen: het heeft me doen inzien dat dat appartement geen echte thuis voor mij was. Het was een prachtige plek, maar geen home. Daar moet ik nu naar op zoek. En dat zal niet in de stad zijn, maar in de natuur. Een heel bevrijdend besef.”

Al enig idee in welke contreien je je wilt vestigen?

“Ik heb geen bestemming. Vroeger dacht ik altijd dat ik in België zou blijven. Nu ben ik daar helemaal niet meer zo zeker van. Ik sta open voor andere plekken. Voorlopig ben ik nog niet actief op zoek; ik laat het gewoon op me afkomen. Ik neus weleens rond op internet, maar ik heb geen haast.”

Een steracteur die zich op het (voorlopige) hoogtepunt van zijn faam een klein halfjaar in het oerwoud gaat verstoppen: er zijn er maar weinigen die het Schoenaerts zouden nadoen. Het is kenmerkend voor de atypische, gevoelsmatige manier waarop hij zijn carrière vormgeeft. Hij zei nee tegen een aantal offers you can’t refuse. In Hollywood lag de cape van Batman klaar, maar Schoenaerts bedankte vriendelijk. Niet de status, wel de ervaring telt. De ontmoetingen met wat hij “boeiende zielen” noemt.

Zoals Jacques Audiard, de Franse topregisseur die hem zijn eerste grote buitenlandse rol bezorgde in De rouille et d’os. Een intense persoonlijkheid, zegt Schoenaerts. “Hij is heel gepassioneerd op de set. Streng, maar bezield. Daar moet je mee om kunnen. Ik heb zelf gezien hoe een acteur die een kleine bijrol speelde, volledig instortte nadat Jacques hem met de grond gelijk had gemaakt. Maar ik ben zelf niet snel geïntimideerd. Dat heb ik aan mijn vader (wijlen acteur Julien Schoenaerts, LT) te danken: door op jonge leeftijd al met hem samen te werken, was ik voorbereid op dat soort dingen. 

“Eerlijk gezegd: de meeste situaties zijn klein bier in vergelijking met wat ik met mijn vader heb meegemaakt. Als mensen Jacques Audiard ‘wild’ noemen, dan denk ik: ‘Mijn vader, díé was wild.’ In bepaalde fases van zijn leven was hij ronduit griezelig. Een harde werker, maar ook totalitair en extreem intimiderend. Ik heb dus wel wat meer nodig voordat ik uit mijn lood geslagen word.” (lacht)

Je stond twee jaar geleden op de set van Radegund, de nieuwe film van de mensenschuwe Terrence Malick. Een iets zachtere ontmoeting, gok ik?

“Terrence is heel schattig. Weet je waar je hem tussen de takes kunt vinden? Aan de monitor, handjes vasthoudend met de vrouw met wie hij al 40 jaar getrouwd is. Hallucinant ontroerend. Hij geeft zijn aanwijzingen ook al fluisterend. Hij wil niet dat er iemand het gevoel zou krijgen dat hij de baas is. Maar hij is het wel. Hij laat je scènes opnieuw en opnieuw en opnieuw spelen. Tientallen keren, totdat je helemaal leeg gespeeld bent. Hij duwt je naar een verzadigingspunt, waarop je echt niet meer weet wat je nog moet doen. Maar dan komt de openbaring. Plots komt de scène naar je toe. Want je hebt al je acteertrucjes opgebruikt. Zo word je weer heel instinctief in je spel.”

Malick staat erom bekend dat hij hele rollen uit zijn films knipt. Zou je daarmee kunnen leven?

“Ja. Mijn grootste voldoening ligt echt in het doen. Alles tussen ‘actie’ en ‘cut’, daar geniet ik het meest van. Terrence werkt als een schilder: hij blijft zijn werken aanpassen en herschilderen. Als hij zijn film tijdens de montage op een andere manier ontdekt, en plots voelt dat mijn personage – een kleine, maar interessante rol – niet meer in het plaatje past, dan is dat zo. Er zijn acteurs die dat persoonlijk nemen, maar opnieuw: volgens mij heeft het geen zin om bij dingen te blijven hangen. Alles verandert voortdurend. So just keep moving.”

Binnenkort speel je ook in The Laundromat, de nieuwe film van Steven Soderbergh over de Panama Papers.

“Meryl Streep, Gary Oldman en Antonio Banderas spelen de hoofdrollen, maar daarnaast is er een hele resem kleinere rollen van twee of drie draaidagen. Ik heb er zo een. De film gaat over grootschalige witwaspraktijken en ik speel iemand uit het bankwezen die de corrupte constructies helpt op te zetten. Ik kijk heel erg uit naar de ontmoeting met Soderbergh, daarvoor doe ik het. En ik beschouw het ook als een goede opwarming. Ik heb nu een klein jaar niet meer gedraaid, dus dan is dit soort opdracht ideaal om weer warm te lopen – kort, maar meteen op hoog niveau.”

En dan beginnen zijn ogen te fonkelen. “Er komt misschien ook nog een serie aan, maar daar kan ik nog niet veel over zeggen. Behalve dat David O. Russell de showrunner zal zijn én een paar afleveringen zal regisseren. En De Niro zou ook aan boord zijn! Dus je ziet: dat andere project is uit elkaar gevallen, maar nu komen we toch weer samen voor iets anders. En nu ga ik erover zwijgen, want anders, they’ll sue my ass.” (lacht)

Waar hij wel over mag praten, honderduit zelfs, is Mustang. Een Amerikaanse lowbudgetfilm over een gewelddadige man die al twaalf jaar in de cel zit, maar via een speciale therapie met wilde paarden voorbereid wordt op zijn herintegratie in de maatschappij. Terwijl Schoenaerts een hap pasta naar binnen werkt, geeft hij me zijn gsm om de voorlopige trailer te tonen, die hij enkele dagen geleden pas in zijn mailbox kreeg. Ik herken hem niet meteen op de beelden: met kale knikker en ringbaardje ziet hij er vervaarlijk en ongezond uit.

Matthias Schoenaerts: ‘De coma van mijn vader was het kruispunt in mijn leven. Zo fragiel kan het soms zijn.’ Beeld Filip Van Roe

Ter voorbereiding van de film bezocht hij vier maximum security gevangenissen, vertelt hij, waar hij urenlang met gevangenen heeft gepraat. “Mensen die al tien, twintig, dertig jaar in de cel zaten. De meest diverse profielen. Maar één ding hadden ze allemaal gemeen: stuk voor stuk waren ze opgegroeid in een context van liefdeloosheid. Een afwezige vader, huiselijk geweld, misbruik, alcohol- of drugsverslaafde ouders... Een kind reproduceert wat het thuis ziet, ontwikkelt slechte reflexen, en hop, zo belandt het zelf ook op het foute pad.”

Dat leerde Schoenaerts niet alleen uit zijn gesprekken met gevangenen. Hij weet het al lang. Hij zag het in zijn jeugd overal om zich heen gebeuren. Schoenaerts groeide op bij de Sint-Paulusplaats, in het Antwerpse Schipperskwartier. “Toen dat nog cowboyland was”, grinnikt hij. “Mijn jeugdvrienden waren vrijwel allemaal mensen die uit een onevenwichtige gezinssituatie kwamen, en die steeds problematischer gedrag gingen vertonen. Het begon meestal onschuldig, met hier en daar iets stelen en een jointje roken. Maar dat evolueerde vaak heel snel in de foute richting. Een leven is snel vergooid.”

Wat is er van die mensen geworden?

“Enkelen hebben zich weten te redden, maar de meesten zijn niet goed terechtgekomen. Psychiatrie, gevangenis, drugsverslaving, dood, zelfmoord... Ik zal je een anekdote vertellen die tegelijk superschrijnend en heel komisch is. Toen we met Rundskop voor de Oscars genomineerd waren, zat een van mijn beste jeugdvrienden, Franky, in de gevangenis. Het contact met zijn twee celgenoten was bijzonder onderkoeld, want die dachten dat hij een informant was die hen kwam afluisteren. Nu moet je weten: Franky heeft maar één been en wandelt op een kruk.

“Op een nacht wordt hij wakker, en ziet hij dat een van zijn celgenoten aan zijn kruk zit te frunniken. ‘Wat doe jij nu?’, vraagt hij. Blijkt dat die de dop van zijn kruk eraf wil halen om te zien of er geen microfoon in verstopt zat. (lacht) Om maar te zeggen: ze vertrouwden elkaar niet. Totdat er op een dag een interview met mij op tv was, in de aanloop naar de Oscars. Franky riep: ‘Hier, de Matti, een van mijn beste jeugdvrienden!’, waarop een van die twee anderen zei: ‘Dat kan niet, de Matti is een van míjn beste maten!’ (lacht) Dus zonder het van elkaar te weten, zaten twee van mijn beste vrienden samen in de cel. Toen ze allebei weer vrij waren, zijn we met ons drieën gaan eten.” (lacht)

Hoe komt het dat jij uiteindelijk degene bent die op tv te zien is, en niet degene die in de gevangenis zit?

“Ik kwam ook uit een extreem onevenwichtige gezinssituatie, die heel explosief was, door mijn vader. En ik heb natuurlijk ook stommiteiten uitgehaald. Maar het heeft nooit dezelfde dimensies aangenomen als bij mijn vrienden. Ik heb altijd een ander soort intuïtie gehad, die me altijd net op het juiste moment heeft weggestuurd van de écht foute dingen.

“Hoe dat komt? Hoe moeilijk onze situatie thuis soms ook was, er was toch heel veel schoonheid aanwezig. Als kind was ik omringd door kunstboeken. Ik hoefde er maar een open te slaan om Van Gogh, Monet, Francis Bacon en Egon Schiele te zien. Er stond ook altijd mooie muziek op bij ons thuis. Die impressies neem je onbewust mee als kind, dat vormt je. Bovendien was ik ook geobsedeerd door voetbal en sport. Zo kwam ik toch nog geregeld uit die biotoop, kreeg ik wat mentale verfrissing, en werd ik niet meegezogen in die nefaste spiraal.”

Je was ook veel bezig met graffiti.

“Ja. Ergens reproduceerde ik daarin de esthetiek die ik als kind thuis had opgepikt. Die harmonie van kleuren. Dus terwijl andere gasten op hun zestiende nachtwinkels gingen overvallen, liep ik met maten over de treinsporen, op zoek naar een plekje om graffiti te spuiten. Ook illegaal, natuurlijk, maar ik heb er tenminste nooit iemand mee gekwetst. Veel mensen zagen dat als vandalisme, maar er zat wel een creatieve intentie achter. Het was iets liefdevols.”

En die liefdeloosheid waar veel van je vrienden mee te maken kregen, dat was bij jou thuis anders?

“Dat is het allerbelangrijkste: bij ons thuis was er altijd liefde. Onverbiddelijke, onvoorwaardelijke liefde. Ook al was de situatie onmogelijk. Ik heb het geluk gehad dat ik heel mijn leven getuige ben geweest van iemand die de belichaming was van absolute liefde: mijn moeder (Dominique Wiche, die in 2016 overleed, LT). Ze was absoluut geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Ze was een leeuwin en zeker niet onfeilbaar. Maar in haar ziel deed ze hetzelfde als Nelson Mandela, Gandhi of Mohammed Ali: altijd rechtlijnig voor de liefde blijven vechten, en daar geen centimeter van afwijken. Ook al kost het je alles dat je hebt. Wat een godsgeschenk om door zo’n vrouw te zijn opgevoed.

“Ik probeer nu te reproduceren wat ik van haar heb geleerd. Ik ben er nog lang niet, ik heb nog veel werk. Maar door de warmte en steun die ik altijd heb gekregen, heb ik wel iets van mijn leven kunnen maken. Dat is het fundamentele verschil met de meeste van mijn jeugdvrienden die daar niet in geslaagd zijn. Zij zijn geconfronteerd met extreme liefdeloosheid. En het is heel moeilijk om een cyclus te doorbreken als je niemand hebt die je daarbij helpt. Mensen hebben elkaar nodig voor de grote gevechten in het leven. Daarom komt dat thema ook zo vaak terug in de rollen die ik speel. Dat zijn verhalen die ik graag wil vertellen.”

Is er een bepaald moment in je leven geweest waarop je definitief de knop hebt omgedraaid, om afstand te nemen van die wereld?

“Nee, het leven heeft mij daar vanzelf uit weggetrokken. Op een bepaald moment (in 1999, toen Matthias 21 was, LT) is mijn vader na een psychose in coma gegaan. Toen heb ik beslist om met hem te gaan samenwonen. Waardoor mijn leven zich plots anders organiseerde: ik hing minder rond op straat, omdat er een hulpbehoevende mijn aandacht nodig had. Zo werd ik stilaan in een andere richting geduwd. En na de toneelschool begon ik mijn carrière rustig op te bouwen. De coma van mijn vader was dus het kruispunt in mijn leven. Zo fragiel kan het soms zijn.”

En daar zitten we dan, aan het water. Schoenaerts steekt zijn sigaret op en nipt van zijn pint. Dat hij blij is, zegt hij. En dankbaar voor wat hij heeft. “Dat heb ik het afgelopen jaar weer geleerd. Het is niet slecht om af en toe wat afstand te nemen en bij jezelf te denken: so far, I’ve been quite lucky. Want een mens past zich aan alles aan, dus op een bepaald moment raak je het allemaal gewend. Maar je mag niet vergeten om blij te zijn. Gratitude is zo belangrijk.”

Ik verjaag het beeld van een handenwuivende Ingeborg uit mijn hoofd en kijk naar het water dat onder onze bungelende benen voorbij stroomt. Keep moving, denk ik. Precies wat Schoenaerts alweer aan het doen is. “Ik voel me weer helemaal opgeladen, ik heb echt zin om weer te knallen. Ik heb in mijn carrière twee films gehad die ik echt tijdloos vind, en waar ik altijd trots op zal blijven: Rundskop en De rouille et d’os. Twee van die films, dat is al heel veel, dat besef ik – de meeste acteurs hebben er op het einde van hun leven niet één waar ze echt gelukkig mee zijn. Maar ik heb nog honger. Ik wil nog eens die magische ervaring voelen die cinema kan zijn.”

Kursk speelt vanaf 7/11 in de bioscoop.

Volg De Morgen ook op Instagram:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234