Donderdag 29/10/2020

InterviewMatt Berninger

Matt Berninger (The National): ‘Niet alleen in tijden van corona draag ik een masker’

Berninger: ‘Ik ben de lulligste leugenaar ter wereld.’Beeld Chantal Anderson

Aan de vooravond van zijn vijftigste verjaardag brengt Matt Berninger (49) zijn solodebuut uit. Met ‘Serpentine Prison’ bewandelt de frontman van The National andermaal de dunne koord tussen angst en liefde.

Zijn artiesten per definitie gepatenteerde liegbeesten? De laatste plaat van The National heette I Am Easy to Find, maar Matt Berninger te pakken krijgen, blijkt een ander paar mouwen. Anderhalve minuut voor het gesprek moet plaatsvinden, wordt de afspraak koudweg geannuleerd door zijn entourage. Later krijgen we hem dan tóch te pakken, maar lijkt hij tijdens het gesprek over de Brennerpas te sjezen op een rommelende Harley. Een andere keer horen we hooguit hikkende geluiden, waarna Berninger – every inch the gentleman – zich steeds profuus excuseert voor alle technische mankementen. En zijn jongere broer. “Ik stond in de garage achter het huis van Tom”, verontschuldigt hij zich al na vijf minuten gehannes aan de hoorn. “Die kloothommel moest natuurlijk nét de droogtrommel aanzetten terwijl ik een gesprek wil beginnen.”

Gaat het om dezelfde Tom die je het leven zuur maakte in de tragikomische en onthutsend eerlijke documentairefilm Mistaken for Strangers?

“Hè hè, dat klopt. Some things never change, I guess. Voor alle duidelijkheid: ik hou van die knakker. Tom is een schat van een vent, maar net zoals dat geldt bij de andere broers binnen The National (de broers Dessner en Devendorf; gva), is frictie onze eeuwige bron van energie. Voor de buitenwacht levert dat niet alleen plaatsvervangende schaamte op, maar ook goede kunst. Onvoorwaardelijke liefde houdt die broederbanden intact, dat geloof ik. Anders zouden we elkaar doorlopend naar het leven staan. Wat Tom en mij betreft: we hebben elkaar meer leren appreciëren door die film, nadat hij véél te dicht op mijn huid zat en ik te streng was voor die luiwammes. Zo’n zeven jaar geleden zijn we zelfs allebei naar Venice, Californië verkast. Als filmmaker blikte hij sindsdien ook al wat clips in voor een zijproject van mij.”

Door die verhuis naar de Westside klinkt de muziek op Serpentine Prison niet ineens méér zonovergoten.

“De aard van het beestje, zeker? Zelfs met uitzicht op het Amerikaanse Venetië viel ik niet opeens in een vat van vrolijkheid dat overloopt van plezier. Met een grafzerksmoel loop ik natuurlijk ook niet steeds rond, maar het zal me gewoon nooit lukken om een onverdeeld vrolijke tekst te schrijven. Echt niet. Er moet altijd iets wringen, iets nijpen of pijn doen. Liefde en angst zijn mijn munitie. Ik kan niet anders zingen dan ik gebekt ben. Aan het begin van deze plaat zeg ik dat ook: ‘My eyes are T-shirts, they’re so easy to read / I wear ’em for you but they’re all about me’. De waarheid ligt verscholen in de ogen, denk ik. En in mijn blik lees je metéén alle mogelijke flessentrekkerij af. Ik ben de lulligste leugenaar ter wereld. Dus móét ik je als luisteraar vergasten op de waarheid.”

‘Liefde en angst zijn mijn munitie. Ik kan niet anders zingen dan ik gebekt ben.’Beeld JEFF SALEM

Dat geloof ik niet helemaal. Grossier je niet eerder in halve waarheden, al was het maar om jezelf en je geliefden in te dekken?

(Denkt na) “De songs zijn inderdaad zelden onvervalste dagboekverhalen. Ik dol wat met de waarheid, zelfs als ik heel gedetailleerd schrijf. In ‘City Middle’ zing ik bijvoorbeeld hoe mijn vrouw piste in de pompbak. Dat is dichterlijke vrijheid, voor alle duidelijkheid (lacht). Mijn advocaat adviseerde me trouwens om dat meteen duidelijk te maken aan een journalist, om een vechtscheiding te voorkomen.

“Maar in alle ernst: ik vertel de waarheid door abstractie. Dat doe ik door een personage te boetseren dat bepaalde karaktertrekken van mij belichaamt. In mijn teksten lijkt het alsof ik voortdurend op een gemaskerd bal rondloop. Het gaat over mijn vruchteloos verlangen, mijn vrees en wroeging, maar je herkent me niet meteen. Op die manier kan ik me ook meteen te buiten gaan aan grotesk of onbetamelijk gedrag. Niet alleen in tijden van corona draag ik een masker. Misschien ben ik eerder een acteur dan een zanger. Of misschien ben ik éénder wat eerder dan een zanger, zal mijn minder enthousiaste publiek bevestigen.” (lacht)

Draag je ook bewust een masker op het podium? Je ziel kan je onmogelijk elke avond uitwringen. Vroeg of laat móét het gewoon een performance worden, al was het maar om je hart en hoofd te sparen.

“Tijdens een concert moet ik een ander beestje worden. Ik drink wijn, smoor wat wiet, … Alles om de grip op Normale Matt te kunnen lossen. Dan word ik Matt Berninger doorheen de lens van Quentin Tarantino en Broadway (grinnikt). Ik zie optreden als freestyle theatre. Half geïmproviseerd, half gemarineerd.”

Ik wil niet klinken als je therapeut van vijf frank maar…

(Onderbreekt) “Ik zou nochtans willen dat jij mijn zielenknijper van vijf cent wordt. De mijne vraagt me niet alleen de kleren van het lijf, maar kost me ook nog eens de kleren van mijn lijf. Nee, ik overdrijf. Ze zou me eigenlijk veel méér moeten aanrekenen. Hoe dan ook: brand maar los.”

Waarom koketteer je met je imago als drinkebroer tijdens een optreden? Is dat om het imposter syndrome weg te spoelen? Om verlegenheid te maskeren?

“Ik voel me vaak naakt en beschaamd op een podium, dat klopt. Maar de waarheid achter dat drinken is iets prozaïscher. Ik ben katholiek opgevoed. Als oldskool catholic boy is het vrij normaal om zo’n langdurige en hechte relatie met wijn te onderhouden. Voor het slapengaan kan ik er van genieten, na een optreden zéker, en in de stralende zon laaf ik me net zo graag aan dat goddelijke vocht. Tabak is evengoed zo’n tere plek bij mij. Op de boerderij van mijn oom Jack heb ik dat goedje jarenlang gekweekt, vooraleer we erachter kwamen hoe slecht tabak was voor je gezondheid. Toen switchte hij naar kerstbomen (lacht). Ik kauwde tabak als kind, en dronk wijn als misdienaar. Zo ver gaan mijn verslavingen terug. Maar ik maak mezelf succesvol wijs dat ik geen probleem heb.

“Nu ja, ik denk dat ik één echt probleem heb. Ik ben een ziekelijke workaholic, die er niet in slaagt om gas terug te nemen. Misschien uit katholiek schuldbesef, ja. Al jaren hoor ik mijn vader zeggen: ‘Slow down, my boy’. Die verslaving zou effectief weleens mijn dood kunnen betekenen. Ik voel dat ik langzaam opbrand, dus daar moet ik voor opletten.”

De lockdown was dan een zegen?

“Nee, niet echt. Ik brand ook van verlangen om opnieuw op te treden. Om mensen te zien, te ruiken, te voelen. Anderzijds opende het wel de poort naar gezonde gewoontes, die ik doorheen de jaren uit het oog verloren was. Ik ga bijvoorbeeld fietsen om mijn hoofd leeg te maken. En vissen, zoals vroeger. Ik vang niets, maar dat doet er niet toe. Urenlang naar het strelende riet luisteren, of staren naar het vredige water... Zalig. Ik luister ook eindelijk weer naar muziek om puur te genieten. En ik voel me bovendien meer geïnspireerd omdat ik geen tijd verbeuzel in luchthavens, treinstations of ergens onderweg.”

Aanvankelijk wilde je van Serpentine Prison een coveralbum maken. Met alle respect: dat klinkt een beetje cheesy.

(Blaast) “Loop heen! Dat idee staat nog steeds op mijn bucketlist. Al is het maar omdat ik Stardust (1978) van Willie Nelson zo’n prachtplaat vind. Ik ben opgegroeid met die vertolkingen van standards, aangezien mijn pa er helemaal weg van was. En de legendarische Booker T. Jones was de producer van die classic. Het stond dus in de sterrenstof geschreven dat… ah fuck, wat een melige woordspeling… Anyway: het leek voorbestemd dat we met elkaar zouden werken aan deze plaat. Al wist ik niet eens dat hij aan die plaat had gewerkt. Mijn keuze viel op hem omdat we al eens studiotijd met elkaar hebben doorgebracht (voor een duet met Sharon Jones & The Dap-Kings, gva). Bij die eerste kennismaking stond ik aan de grond genageld – wat dééd ik daar tussen zoveel talent? – maar hij gaf me het gevoel dat ik er ook best mocht wezen (lacht). Als ik dan toch solo zou gaan, mocht hij me ontmaagden.”

Waarom koos je uiteindelijk voor eigen werk?

“Het was geen jarenlange droom. Maar misschien wilde ik toch eindelijk mijn eigen kinderen baren.”

En daarvoor deel je toch het bed met leden van The National en je andere groep El Vy.

“Vind je dat eigenaardig? Wij vonden het allerminst bizar om er een orgie van oude en nieuwe vrienden van te maken (lacht). Doorheen de jaren is The National eerder een netwerk dan een hechte groep geworden. De band bestaat vandaag uit zo’n dertigtal mensen, die komen en gaan, die aan kruisbestuivingen doen en dan weer verdwijnen. Anno 2020 is dat trouwens geen kwalijke zaak: The National bestond de facto uit een handvol blanke mannen. Akkoord, mijn vrouw Carin (Besser, gva) werkt al heel lang mee aan mijn teksten. Maar verder leek het alsof we een studentenclubje op jaren waren (lacht). Nu is er kleur en vrouwelijkheid in The National geslopen. Zo hoort het maar net.”

Op deze plaat klinken enkele songs ook alsof ze voor The National geschreven zijn. Overtuig me dat dit geen egotrip is.

“Ik kan je daar niet van overtuigen, vrees ik. Ik schrijf songs namelijk nooit in functie van The National, altijd voor mezelf. Met wie ik ze daarna probeer uit te werken, hangt af van de omstandigheden en mijn prioriteiten. Ik heb een karrenvracht aan half afgewerkte liedjes die in allerlei mapjes zitten, gemaakt met allerhande muzikale vrienden. Waar die ooit gaan belanden? God only knows. Dat wijst zichzelf wel uit. Ik blijf nog wel een paar decennia werken als een paard.”

Serpentine Prison verschijnt op 16/10 bij Concord / Caroline

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234