Donderdag 23/09/2021

InterviewMathieu Terryn

Mathieu Terryn: ‘Een ‘Belpop’-aflevering over Bazart, dat is de droom’

Mathieu Terryn: ‘De ene dag denk ik: god­verdomme ja, naar het Sport­paleis! De volgende dag word ik wakker en denk ik: Nee, toch maar niet.' Beeld Marie Wynants/Styling: .NU
Mathieu Terryn: ‘De ene dag denk ik: god­verdomme ja, naar het Sport­paleis! De volgende dag word ik wakker en denk ik: Nee, toch maar niet.'Beeld Marie Wynants/Styling: .NU

Met de nieuwe plaat Onderweg wil Mathieu Terryn tonen dat Bazart een blijver is. Voor hij binnenkort weer live mag zingen, praat hij over gulzig leven en laveren tussen Clouseau en indiemuziek. ‘Ik heb er vrede mee dat ik niet zo rock-’n-roll ben.’

Mathieu Terryn en ik delen twee passies. Zingen is daar – gelukkig voor mijn huisgenoten – geen van, maar sporten wel. Zo komt het dat de 27-jarige zanger en ik op een druilerige vrijdagochtend broederlijk naast elkaar staan te zwoegen onder het commando van onze gemeenschappelijke coach. Gewichten worden kreunend de lucht in geduwd, buikspieren spannen zich op, bicepsen trillen van vermoeidheid.

Traag naar de hel: het is niet waar Terryn in zijn grootste hit ‘Goud’ om had gevraagd.

Maar het moet, weet hij. Want op 4 juni komt Onderweg uit, de derde plaat van Bazart, waarmee de band na een ellenlange coronapauze eindelijk weer de Vlaamse podia zal bestormen. De festivalzomer begint nog voorzichtig met Werchter Parklife, maar half augustus wacht misschien al een druk bevolkte weide op Pukkelpop – “Als Chokri dit leest: ik hoop écht dat we daar mogen spelen!” –, en op 19 november loopt de Lotto Arena als vanouds vol. “Ik wil dus in vorm zijn”, zegt Terryn terwijl het zweet van zijn voorhoofd gutst.

Begrijpelijk, want tijdens optredens van Bazart verbruikt hij al springend en schreeuwend meer energie dan een uit de kluiten gewassen kmo. “Inderdaad”, lacht Terryn, “al heb ik wel van de coronatijd gebruik gemaakt om eens na te denken over hoe ik op het podium wil staan. Ik voel dat het jonge springveulen in mij stilaan wel een beetje gekalmeerd is, en dat ik wat gedecideerder op het podium ga staan. Vroeger moest alles metéén kapot, ik stormde het podium op als een halve zot. Eigenlijk is dat wel vermoeiend, ook voor het publiek. (lacht) Nu mag het wat meer gematigd, wat volwassener. Het dak moet er sowieso nog steeds af, maar niet de hele tijd.”

Na de in- komt de verdiende ontspanning, in de vorm van onze tweede gedeelde passie: eten. Wie Terryns sociale media volgt, kent hem als een onverbeterlijke smulpaap. De zanger maakte vorig jaar zelfs van zijn technische werkloosheid gebruik om Croquestar te publiceren – ondertitel: ‘Pamflet over vettige fret’ – een kookboek met maar liefst veertig overdadige varianten op ’s lands meest geliefde gegrilde broodje: de croque monsieur.

We nemen plaats op een Antwerps terras en terwijl we ons over de menukaart buigen, beginnen Terryns ogen te fonkelen. “Bestellen we niet gewoon alles?”

Of Terryn zich een gulzig mens zou noemen, vraag ik. “Op sociaal vlak wel: ik heb graag mensen rondom mij, ik deel graag. Maar qua eten eigenlijk niet zo. Ik begrijp dat dat zo kan overkomen op sociale media, maar uiteindelijk eet ik ook gewoon maar één pizza met twee. En als ik toch eens een gulzige periode heb gehad, dan compenseer ik dat met een week alleen maar sla eten. (lacht) Ik ben steeds meer te vinden voor het yin-yangprincipe: het leven moet in balans zijn.”

Dat evenwicht spreekt ook uit Onderweg: een plaat die meer dan ooit tevoren een coherent verhaal vertelt, zowel thematisch als qua sound. Zelfverzekerd en groots, maar ook kwetsbaar en gelaagd.

“Het was de voorbije jaren allemaal heel snel gegaan voor ons”, zegt Terryn. “Voor deze plaat wilden we dan ook eens heel bewust onze tijd nemen. Onszelf in alle rust de vraag stellen: wat is Bazart eigenlijk voor ons? Daarom klinkt deze plaat minder gehaast. Het grootse zit nog steeds in de sound, maar het ademt allemaal meer.

“We wilden een plaat zonder compromissen, met tien songs waar we alle drie (Terryn, gitarist Simon Nuytten en toetsenist Oliver Symons, red.) volledig achter stonden. We hebben er twee jaar lang elke dag volle bak aan gewerkt. En nu is het hopen dat dat geapprecieerd wordt, en dat we stilaan kunnen uitgroeien tot een gevestigde waarde. Want de steile opgang van de afgelopen jaren was mooi, maar wat er nog voor ons ligt, vind ik veel interessanter. De droom is dat er ooit een Belpop-aflevering over ons gemaakt wordt. (lacht)”

Was die geduldigere aanpak een reactie tegen de omstandigheden waarin jullie vorige plaat 2 tot stand kwam? Toen moest het zo snel gaan dat jullie in tijdsnood kwamen.

“Ja, misschien wel. Kijk, we waren toen zodanig hard gelanceerd... Dat was geen rustig lijnvluchtje, maar een raket! En dan maak je professionele keuzes: we moesten zorgen dat onze debuutplaat snel opvolging kreeg. Op zich schreven we ook gemakkelijk, dus we voelden dat het kon. En we hadden die tweede plaat gekoppeld aan een Sportpaleis-show, dus dan ga je daar gewoon voor. Nu, achteraf bekeken kun je je afvragen of het niet beter was geweest om iets langer te wachten. Maar achteraf is het altijd gemakkelijk praten. (lacht) We hebben toen een beslissing gemaakt, en we hebben daar eigenlijk nog altijd geen spijt van.”

Toch lijkt die periode haar tol te hebben geëist: 2 werd lauw ontvangen en jij viel even in een zwart gat.

“Dat was een samenloop van heel veel omstandigheden... Mijn relatie met mijn toenmalig lief was op de klippen gelopen, en bovendien was het op dat moment ook – meer dan nu, heb ik het gevoel – echt een ding om Bazart te bashen. Ik weet dat ik me dat eigenlijk niet zou mogen aantrekken, maar ik deed het toch. Omdat ik de kritiek zo onterecht vond: er werd gedaan alsof het ons om de faam te doen was, en om hoe we voor de dag kwamen. Terwijl wij áltijd zijn blijven werken vanuit onze liefde voor de muziek.

“Het is wel classic Vlaanderen hoor: als iets een beetje groot wordt, liggen plots de snipers klaar om je af te schieten. Dan is het een kwestie van vooral te blijven geloven in wat je doet, en te hopen dat het tij zal keren.”

Tijdens onze sportsessie vanmorgen viel me op dat het cijfer 2 op je bovenarm getatoeëerd staat. Het bewijs dat je hebt verzoend met die plaat, en alle kopzorgen die erbij kwamen kijken?

“Ergens wel, ja. Ik hou nog altijd van die plaat, en ik denk dat de rest van de wereld er binnen een aantal jaren ook wel anders naar zal gaan kijken. Dat hoop ik toch.”

Even terzijde: in Het huis onthulde je vorig jaar voor het eerst dat je tatoeages had – tot dan toe had je die altijd angstvallig verborgen gehouden voor je ouders. Maar sindsdien zijn er dus nog bijgekomen?

“Ja. Ik heb sinds dan beslist dat ik al lang genoeg niet meer thuis woon om te doen wat ik wil. (lacht) Ik weet dat mijn ouders eer geen fan van zijn, maar ja...”

Hoe boos was je moeder na je bekentenis in Het huis?

“Niet! Blijkbaar had ze mijn tattoos toch al gezien, hoe hard ik ook probeerde om ze te verstoppen, maar had ze er gewoon niets van gezegd.”

null Beeld Marie Wynants
Beeld Marie Wynants

Terug naar Onderweg: lig je al wakker van de recensies?

“Lig ik daarvan wakker? Nee. Hou ik mijn hart vast? Ja. Maar hoe het ook zal uitdraaien, voor onszelf is dit de beste plaat die we tot nu toe gemaakt hebben. Daar zijn we echt van overtuigd. We zijn teruggegaan naar de essentie: even geen samenwerkingen meer met gastartiesten, zoals op 2. Alleen Simon, Olli en ik. Onze broederschap is herleefd.”

Zat die dan in het slop?

“Bij de vorige plaat was het wel een beetje anders... Oliver was toen ook zijn soloplaat aan het maken met Warhola, en het liep allemaal wat minder vlot tussen ons. Maar voor Onderweg hebben we letterlijk elke dag samengezeten. Was het niet om te werken, dan wel om te chillen. Daardoor hebben we gemerkt: Bazart, dat is gewoon wij drie. Dat was een eurekamoment.”

Maar daarmee heb je nog geen geluid gevonden. Hoe moest Bazart klinken op deze derde plaat?

“We wilden terug naar een soort oldskool aanpak. We hebben veel zotte filmpjes bekeken van jaren 90-bands: R.E.M., The Verve, Oasis, Depeche Mode... Daar zijn we compleet gefascineerd door geraakt. Toen hebben we beslist: we gaan nog altijd voor die grootse sound, we willen nog steeds voor arena’s spelen. Maar hoe deden die groepen dat toen? Zo zijn er veel organische invloeden in onze sound gekropen.”

De bands die je opsomt, zijn allemaal stadiongroepen die toch een behoorlijke streetcredibility hebben. Dat evenwicht lijk jij ook belangrijk te vinden voor Bazart?

“Ja. We willen grote popsongs maken, maar er moet ook gevoel en inhoud inzitten. Wij zijn geen platte popmachine – naar mijn gevoel toch. (lacht) Er zijn popbands die hun songs krijgen. Dat is bij ons niet zo, niemand zegt ons wat we moeten maken. Bazart is gewoon een voortdurende evenwichtsoefening. De ene dag denk ik: ‘godverdomme ja, naar het Sportpaleis!’, en de volgende dag word ik wakker en denk ik: ‘Nee, toch maar niet’. Het is de interessantste, maar ook de moeilijkste oefening. We moeten constant afwegen op welke voorstellen we ja zeggen, en op welke niet.”

Waar zeggen jullie dan bijvoorbeeld nee op?

“We hebben wel eens de vraag gekregen om met zijn drieën jurylid te worden in The Voice van Vlaanderen, of mee te doen aan Liefde voor muziek, maar daar hebben we vriendelijk voor bedankt. Alle respect voor mensen die dat wel doen, maar voor ons passen zulke dingen momenteel niet in onze carrière. Ik sluit niet uit dat dat ooit verandert, maar nu nog niet.

“Kijk, wij spelen dan wel in de grote arena’s, maar de Vlaamse boyband waarvoor ze ons lang hebben versleten, dat is Bazart gewoon echt niet. Dat heeft er nooit ingezeten. Het feit dat we zo groot zijn geworden met onze eerste plaat, had er ook gewoon mee te maken dat er ruimte was in het Nederlandstalige genre.

“Wat wij maakten, bestond toen nog niet. Maar op een bepaald moment, als dat succes er plots is, denk je wel: ‘Ja maar, wij maken wel de complexere popsongs, hè.’ (lacht) Ergens willen we graag Clouseau zijn, maar we willen ook de coole kant van de indiemuziek die we toch wel maken niet opgeven.”

Waarom? Wat weerhoudt jullie er dan van om gewoon Clouseau te zijn?

“Omdat we dat niet zijn! Wij zijn eigenlijk een indieband, maar we zingen in het Nederlands. Ergens zou het chiller zijn als we meer in één niche zouden zitten. Kijk naar Zwangere Guy: die is gewoon wat hij is en trekt zich nergens iets van aan. Dat gaan wij nooit hebben, omdat we altijd die balans in het oog moeten houden. Maar dat maakt ons wel ons. Het is onze vloek, maar ook onze sterkte.”

Ben je eigenlijk bezig met je imago? Je bent germanist van opleiding, had geen moeilijke jeugd, en in De slimste mens bekende je dat je ouders een appartement in Knokke hebben. Heb je als popster nooit wat meer rock-’n-roll willen zijn?

“Ik heb daar inderdaad wel even mee gezeten. Soms dacht ik: ‘Moet ik niet wat meer een getormenteerde ziel zijn?’ (lacht) Maar dat ben ik gewoon niet! En dat heb ik intussen ook omarmd. Ik zie nu in dat ik geen moeilijke jeugd nodig heb om geloofwaardig te zijn in wat ik doe. Ik hoef me niet te vergelijken met de Leonard Cohens en de Nick Caves. Alex Turner van de Arctic Monkeys is ook al goed. (lacht)

In het titelnummer ‘Onderweg’ zing je ook: ‘Ik leef andersom, ik weet wie ik niet wil zijn’.

“De meeste mensen zijn hun hele leven bezig met wie ze denken te moeten zijn, maar ik doe het tegenovergestelde: ik weet wie ik niet wil zijn, en de rest maakt mij echt niet uit.”

null Beeld Marie Wynants
Beeld Marie Wynants

Wie of wat wil je dan niet zijn?

“Zoals al de rest. (lacht) Marie (Wynants, fotografe en Terryns verloofde, red.) en ik leven zeer impulsief, helemaal in het moment. Vaak tot groot ongenoegen van anderen. (lacht) Alles wat zogezegd zou moeten, interesseert me niet. Ik ben geen anarchist of zo, maar als ik mijn kind later bijvoorbeeld een naam wil geven die totaal niet strookt met wat op dat moment hip wordt bevonden, dan ga ik dat wel gewoon doen.”

Bart? Petra? Kevin?

“Dat ga ik niet zeggen, Marie zou mij dooddoen! (lacht) Wat ik maar bedoel: ik ben niet zo bezig met ‘je moet dit, je moet dat’. Je moet just niks.”

Je hebt wel net een huis gekocht met Marie, en dit najaar gaan jullie trouwen. Volledig volgens de verwachtingspatronen, toch?

“Ja en nee. Ik ben ook nog maar 27. Veel mensen vinden dat juist heel vroeg om te trouwen. Ik doe gewoon waar ik goesting in heb, snap je? En dat huis was gewoon ons droomhuis. We zijn dat plots tegengekomen, dat is gewoon gebeurd. ‘Zouden we dat nu wel doen?’, daar ben ik minder mee bezig. (lacht)

De titel van de plaat mag dan Onderweg zijn, het voelt alsof jij net thuiskomt. Zowel met Bazart als in je privéleven.

“Absoluut. Mijn teksten gaan nog altijd over existentiële twijfels, en niet goed weten waar je mee bezig bent of waar je naartoe moet. Maar voor het eerst zit er nu ook dat gevoel van thuiskomen in. Dat heeft sowieso met de aanwezigheid van Marie in mijn leven te maken.”

Je ontmoette Marie toen je negen jaar was, en na een levenslange vriendschap sprong de vonk twee jaar geleden alsnog over. Klopt het dan toch wat ze de kandidaten van Blind getrouwd altijd proberen wijs te maken: dat liefde kan groeien?

“Sowieso. Weet je, ik zou het eigenlijk iedereen willen gunnen, de manier waarop onze liefde is ontstaan. Wij waren jaren beste maten. Ik had mijn liefdesleven en zij dat van haar. En dan was er plots een moment waarop het universum ons dan toch heeft samengebracht. (lacht) Dat is het gedroomde fundament voor een relatie.”

Al moet het toch onwennig zijn, die eerste keer met je beste vriendin naar bed gaan...

“Dat was héél raar. Echt, what the fuck. We waren ook een beetje bang: wat als het fout liep? Dan zou onze jarenlange vriendschap het misschien niet overleven. Dat was in het begin echt een reden om niet aan een echte relatie te beginnen. Maar op den duur zaten we zodanig in een schemerzone dat we het evengoed gewoon konden proberen. Het was een risico, daar waren we ons van bewust. Maar het is het beste dat me ooit is overkomen.”

Terryn moet er stilaan vandoor: zijn trouwkostuum moet nog ingelegd worden. Hoe hun feest er zal uitzien? “We gaan een leuk feest geven in het buitenland”, glimlacht hij mysterieus. Maar eerst is er dus nog dat andere feestje: de festivalzomer. “Als iedereen er even veel goesting in heeft als ik, dan sta ik niet in voor de gevolgen. Ik vrees dat de spoed weer vol zal liggen, maar deze keer niet met coronapatiënten. (lacht) Ik kijk er al naar uit om onze nieuwste single ‘Anders’ voor het eerst na corona te zingen voor een volle weide: ‘Dit is anders, maar het voelt alsof ik hier al ben geweest’, dat vat het eigenlijk wel samen, hè? Man man man, ik krijg al kippenvel als ik eraan denk!

“Ik ben benieuwd of er straks nog veel zal overblijven van mijn belofte om beheerster op het podium te staan. (lacht) Yin en yang... Na twintig seconden heb ik waarschijnlijk al geen stem meer en hangt mijn hemd ergens in het publiek!”

Onderweg komt uit op 4 juni.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234