Woensdag 12/05/2021

PostuumSchrijver Hafid Bouazza (1970-2021)

Mateloos met woorden, maar ook met drank en drugs

Schrijver Hafid Bouazza.  Beeld Jelle Vermeersch
Schrijver Hafid Bouazza.Beeld Jelle Vermeersch

Zwelgen in de taal en in de roes, dat was het voorschrift van Hafid Bouazza. De langdurig met zijn gezondheid worstelende Nederlandse schrijver overleed gisteren in Amsterdam, amper 51 jaar.

Mateloos met woorden, mateloos met drank en drugs. En toch was Hafid Bouazza een lyrisch taalvirtuoos par excellence. Lak had hij aan zuinig schrijven, bij hem mochten zinnen eindeloos meanderen én hun tentakels uitspreiden. Niet voor niets riep de Groene Amsterdammer hem uit tot “een beeldboetseerder van grote klasse”, terwijl de Nederlandse criticus Jeroen Vullings hem als “de tovenaarsleerling van Nabokov” typeerde. Vaak begaven Bouazza’s kleurrijke boeken zich in een schemerzone tussen werkelijkheid en delirium. Als romancier sloeg hij vooral gensters met Paravion (2004), over drie generaties in een Marokkaans dorp, bekroond met de Gouden Uil Literatuurprijs. Als vertaler uit het Arabisch, Frans en Engels pakte Bouazza, die de letteren binnen denderde als een halfgod, eveneens de lezersharten in.

Bouazza, al lang kampend met een verwoeste gezondheid als gevolg van drugs- en drankexcessen, verhuisde ooit met zijn Marokkaanse ouders in 1977 naar Nederland. In 1996 debuteerde hij met de verhalenbundel De voeten van Abdullah, meteen gelauwerd met de E. du Perronprijs. Met het moeder-zoonverhaal Momo (1998) en zijn hooggestemde, debuutroman Salomon (2001), vol waandenkbeelden en obsessies, vestigde hij zijn naam als sensitief schrijver met gevoel voor exotica. Ook over de zinnelijkheid van verboden liefde wist Bouazza uitnemend te schrijven in Spotvogel (2009).

Bouazza, die ook toneelwerk publiceerde, ontpopte zich de laatste jaren in talloze essays tot een onstuimig islamcriticus en hekelde vooral de minderwaardige positie van de vrouw, onder meer in De akker en de mantel. De stempel ‘migrantenliteratuur’ zinde hem allerminst. “Volgens welwillende mensen ben ik een Marokkaans-Nederlandse schrijver. Deze aanduiding klinkt ongemakkelijk. Zij loopt tegelijkertijd op muil en klomp – en dat loopt verdomd moeilijk.” Bouazza wilde beoordeeld worden op zijn eigen unieke stem.

Openhartig was hij over zijn excessieve drank- en drugsconsumptie, met een voorkeur voor absint (“koning van de drank”) die hem fysiek ten gronde richtte en een levercirrose bezorgde. Al in 2012 klonk het in een Parool-interview, over zijn opeenvolgende ziekenhuisopnames: ‘Ik weet dat de dood nu dichterbij is dan ooit.’ En op de vraag of hij gezonder zou gaan leven: “Nee, ik ga er niks aan doen. Hoe meer mensen mij erover aanspreken, hoe meer ik denk: fuck it.” In zijn laatste roman Meriswin uit 2014 puilt het uit van de aubades aan alcoholica en roesmiddelen. Maar door zijn medicatie kampte Bouazza met overgewicht. “Ik heb wel een bepaalde mate van bewondering en verwondering over mijn lichaam dat blijft overleven”, klonk het.

Kort voor zijn dood werkte Bouazza nog aan een nieuwe roman én een hervertaling van Le spleen de Paris van de bewonderde Charles Baudelaire, te verschijnen met illustraties van kunstenares Marlene Dumas, met wie hij in 2019 ook de Shakespearevertaling Venus en Adonis maakte. Of dat boek nog het licht ziet, is onduidelijk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234