Dinsdag 25/06/2019

40 jaar nieuwsanker

Martine Tanghe, veertig jaar anker: van 'Rooie Martine' tot enthousiaste oma

Martine Tanghe door de jaren heen. Geert van Istendael, die in hetzelfde jaar begon als VRT-journalist: '‘Haar présence, haar perfecte uitspraak, haar mooie spreekritme, het was er allemaal vanaf dag één.’ Beeld VRT / Fotomontage DM

Maandag start op Canvas Dank dat u bij ons was, een vierdelige documentaire over veertig jaar tv-journalistiek. Aanleiding voor het programma is het veertig­jarige nieuwsankerschap van Martine Tanghe (62), kroonjuweel van de VRT-nieuwsdienst.

"Ik ben niet van plan om nog twintig jaar op die BRT te blijven, zelfs geen tien. Ik wil daar niet op mijn zestigste nog altijd mijn tekstjes zitten schrijven.” Aldus spreekt Martine Tanghe in Humo, op 26 mei 1983. Ze is 27, presenteert al vijf jaar het nieuws en maakt op ouderwets eerlijke wijze gewag van een professioneel dipje. “Een mens moet na verloop van tijd de moed hebben om te zeggen dat het genoeg is geweest. Als de situatie op de arbeidsmarkt beter was, zou ik durven uit te kijken naar iets anders.”

Twaalf maanden later neemt ze een jaar verlof zonder wedde en stapt ze met haar echtgenoot, VRT-journalist Jos Van Hemelrijck, aan boord van de Miss Musette: de zeilboot waarmee het sprankelende echtpaar al globetrottend de Kaapverdische eilanden en de Caraïben zal veroveren. Een lang gekoesterde droom, heet het in Humo, maar ook een gevalletje van escapisme: “Ik hou van mijn job, maar de haat en de vijandschap van buitenaf zijn er te veel aan. Ik ben ziek van al die mensen die me achtervolgen en voor rotte vis uitmaken. Ik wil daar een jaartje vanaf zijn.”

Martine Tanghe – nochtans opgegroeid in een deugdelijk Bellems arbeidersgezin en intellectueel gedrild in een oerkatholiek Kortrijks internaat – valt in haar beginjaren niet in de smaak van de Vlaamse huismoeders. Haar haar is te lang, haar jeansbroek te mannelijk en haar hemd te geruit.

Bovendien wordt haar aan de rechterkant van de politieke arena partijdigheid aangewreven. ‘Rooie Martine’, noemen critici haar met een staaltje Trump-retoriek avant la lettre. Ze vinden haar oog­opslag niet objectief genoeg en zien zelfs in de manier waarop ze tijdens het journaal haar neusvleugels aanspant duidelijke tekenen van links-progressieve vooringenomenheid.

“Martine Tanghe is een volksvreemd figuur”, toetert ook CD&V-politicus Eric Van Rompuy tijdens een interview begin jaren 80. “Ze is de exponent van een nihilistisch Vlaanderen dat neerkijkt op onze katholieke volksaard.” “Fascistoïde praat”, reageert Tanghe fors. Waarna ze door de niet geheel onfascistoïde VMO (Vlaamse Militan­ten Orde, red.) geschopt en geslagen wordt tijdens het maken van een reportage over extreem­rechts. Kortom: ambiance. Als de teletijd­machine ooit wordt uitgevonden, worden de jaren 80 er vast niet in voorgeprogrammeerd.

Martine Tanghe op een nonchalant moment, tijdens een lunch op de redactie in 1980. Ze is op dat moment 24 jaar en presenteert al twee jaar het nieuws. Beeld Selleslags

“Ik heb me bij Martine Tanghe lang geleden al geëxcuseerd voor mijn uitspraken”, zegt Eric Van Rompuy vandaag. “Ik was tégen de linkse VRT en scheerde haar over één kam met journalisten als Walter Zinzen en Tuur Van Wallendael. Dat was onterecht, ik heb me toen een beetje laten mee­slepen. Maar je moet mijn beweringen zien in de tijdgeest van toen. Progressief Vlaanderen was in volle opmars – het was de tijd van de raketten­crisis – en ik vond het nodig om wat tegengas te geven. 

“En mijn kritiek op Martine Tanghe was dan wel overdreven, die op de VRT was dat níét: de openbare omroep wás in die tijd te links. Toen ik later media­minister werd, heb ik er alles aan gedaan om de nieuwsdienst te depolitiseren. En met succes, mag ik zeggen. Samen met Bert De Graeve heb ik van de VRT op­nieuw een openbare omroep voor iedereen gemaakt.”

Eric Van Rompuy (CD&V): "Ik heb me er bij Martine allang geleden voor verontschuldigd dat ik haar in de jaren 80 een 'volksvreemde' figuur noemde." Beeld BELGA

Ook met de volksvreemde Martine Tanghe kwam het na de harde beginjaren helemaal goed: ze kwam ontsomberd terug van haar wereldreis, werd mama, leerde relativeren en omarmde het ankerschap als haar ware lotsbestemming. Vandaag, na veertig jaar ankeren, is Tanghe het pronte vlaggenschip van de VRT-nieuwsdienst. Spreek haar naam uit en er komen gegarandeerd woorden als icoon, leading lady en coryfee aangehuppeld.

“Om van ‘monument’ nog te zwijgen”, zegt Amerika-correspondent en ex-hoofd­redacteur van Het journaal Björn Soenens. “En het straffe is: al die superlatieven zijn op hun plaats. Hoe goed de andere VRT-ankers ook zijn, als er echt iets belangrijks gebeurt, denk ik toch nog altijd: ‘De wereld heeft er alle belang bij dat Martine dit verhaal brengt.’”

“Ze brengt rust in de chaos”, vindt Leo Hellemans, ex-CEO van de VRT. “Martine kan de meest ingewikkelde gebeurtenissen op een verbluffend heldere manier synthetiseren. En ze blijft nederig. Ze wil haar kennis niet etaleren, ze wil inzicht verschaffen.”

“Martine leest het nieuws niet, ze vertelt het”, zegt collega-anker Wim De Vilder. “Altijd weet ze de gebeurtenissen van de dag met de juiste woorden te vatten, zodat de draagwijdte ervan meteen duidelijk is.”

In een dubbelinterview met Jos Van Hemel­rijck beweerde Martine Tanghe ooit dat haar grootmoeder haar ijkpunt is. “Ik zeg dikwijls bij mezelf: mémé zal dat niet begrijpen. En dan schaaf ik verder aan mijn teksten tot alles glas­helder is.” Waarna Jos Van Hemelrijck opmerkte: “Eigenlijk ben je belerend van aard. Je bent een lerares die de grootste klas van België heeft gevonden.”

Natuurtalent

Ooit koesterde Martine Tanghe ambities om voor een échte klas te gaan staan. Maar na een stage waarin haar prille enthousiasme door haar leerlingen onder een dikke laag apathie bedolven werd, borg ze haar onderwijs­aspiraties weer op. Tijdens het laatste jaar van haar studies Germaanse filo­logie in 1977 nam ze – samen met Jef Lambrecht, Leo Stoops en Geert van Istendael – deel aan het journalisten­examen van de toenmalige BRT. Ze slaagde met glans en op woensdag 10 mei 1978 presenteerde ze haar aller­eerste televisiejournaal. Met een nog wat verlegen prinses Diana-oogopslag en een stem die nog niet helemaal ontdaan was van staats­omroep-aplomb, maar niettemin: alsof ze nooit iets anders had gedaan.

Ex-VRT-journalist Geert van Istendael was onder de indruk van haar naturel. “Bestaat er zoiets als een aangeboren talent om het nieuws te presenteren? Je zou denken van niet: hoe kan zoiets nu in de genen zitten? Maar Martine heeft mij getoond dat het wél bestaat. Op een dag – we hadden nog maar net te horen gekregen dat we geslaagd waren – moesten we samen camera-oefeningen doen. We zaten op stoelen die onderaan zo’n ring hadden waarop je je voeten kunt laten rusten. Terwijl we nog over koetjes en kalfjes aan het kletsen waren, ging plots het rode lampje van haar camera branden. Binnen de seconde zag ik haar veranderen. Ze klemde haar voeten onder de ring van haar stoel, boog eventjes voorover – net niet te veel – en werd één met de camera. Van het ene moment op het andere was ze totáál geconcentreerd. Onwaarschijnlijk. Haar présence, haar perfecte uitspraak, haar mooie spreek­ritme: het was er allemaal vanaf dag één. En met het voort­schrijden van de jaren is ze nóg beter geworden. We leven in een cultuur waarin het jonge vergoddelijkt wordt, maar Martine floreert als nooit tevoren.”

Björn Soenens (ex-hoofdredacteur van 'Het journaal'): "Op haar 62ste heeft Martine nog altijd niet de minste last van routine. Ze barst van de energie." Beeld Tine Schoemaeker

Björn Soenens denkt te weten waarom. “Op haar 62ste heeft Martine nog altijd niet de minste last van routine”, zegt hij. “Als ik tijdens Het journaal live ga vanuit New York, hoor ik in mijn oortje hoe gedreven ze met de eindredacteurs overlegt en hoe ze in extremis nog headlines aanpast. Ze barst van de energie.”

“Martine blijft nooit hangen in ‘hoe het vroeger was’”, zegt Wim De Vilder. “Ze weet zich keer op keer aan nieuwe formats, stijlen en ritmes aan te passen.”

“Onderschat dat niet”, beklemtoont collega-ankervrouw Goedele Wachters. “Het is niet iedereen gegeven om zolang met de tijd mee te gaan. Jan Becaus was ook een top­anker: een ware rots in de branding. Maar hij was wel precies dezelfde rots in het begin van zijn ankerschap als op het einde ervan. Martine bespeelt een breder arsenaal aan mogelijkheden.”

Martine Tanghe-Nederlands

In 1995 mocht Martine Tanghe in Nederland de Groenman-taalprijs in ontvangst nemen: een prijs die wordt uitgereikt aan media­persoonlijkheden die zich laten opmerken door ‘een goed en creatief gebruik van de Nederlandse taal’. De felicitaties van de jury klonken als volgt: “Martine Tanghe bewijst dat een Nederlands dat in woordkeuze, grammatica en uitspraak aan de hoogste eisen voldoet, toch natuurlijk en ongekunsteld kan klinken.”

Volgens Jan Hautekiet, ex-studiegenoot van Tanghe en collega-voorvechter van een heerlijk heldere moers­taal, is daar geen woord van gelogen. “De taal van Martine is warm, geschakeerd, empathisch en raak. Er zit werkelijk geen spatje ruis op. Er wordt in nieuwskringen niet voor niks over Martine Tanghe-Nederlands gesproken. VTM-anker Elke Pattyn zei in jullie krant dat je er goed moet uitzien om op tv te komen. Dat is natuurlijk niet helemaal onwaar, maar ook de stem is een wezenlijk onderdeel van het totaalpakket van een anker. C'est le ton qui fait la musique. Een vrouw mag nog zo mooi zijn: als haar taal krom is, is het feestje wat mij betreft voorbij.”

Tot het communicatieve repertoire van Martine Tanghe behoren ook de non-verbale kant­tekeningen die ze met de regelmaat van een Rolex bij het nieuws plaatst. Twee jaar geleden kwamen in Het journaal jonge festival­gangers aan het woord die niet wisten wie Paul McCartney was. Toen Tanghe opnieuw in beeld kwam, droop het ongeloof in dikke, mimische klodders van haar gezicht.

“Martine laat inderdaad weleens blijken hoe ze tegenover een bericht staat”, zegt Hautekiet. “Maar ze doet dat niet op een gespeelde en al helemaal niet op een overdadige manier. Dat je verbaasd bent als iemand Paul McCartney niet blijkt te kennen, is begrijpelijk. Al moeten we er mee leren leven dat de heer McCartney in de ogen van steeds meer achttien­jarigen een obscure, stokoude man is, vrees ik.” (lacht) “Het is niet zo moeilijk om als anker te tonen wat je denkt”, vindt Goedele Wachters. “Maar het is wél moeilijk om dat binnen de grenzen van het objectiviteits­beginsel te doen. De marge die wij hebben om onze emoties te ventileren, is bijzonder smal. En toch is het belangrijk dat die marge er ís. Wij praten vaak over dramatische gebeurtenissen. Als we dat zouden moeten doen zoals we voetbal­uitslagen voorlezen, zouden we volstrekt ongeloofwaardig zijn. Niemand gelooft nog dat wij geen emoties hebben.”

Ja, ze maakt ook weleens non-verbale kanttekeningen. Zie de verbazing op haar gezicht, toen in een interviewtje in 'Het journaal' jonge festivalgangers aan het woord kwamen die niet wisten wie Paul McCartney was. Beeld VRT

Voor ze journaliste werd, gaf de wereld­verbeteraar in Martine Tanghe zomer­cursussen Nederlands aan Zuid-Amerikaanse vluchtelingen. Als beginnend anker vond ze het niet altijd gemakkelijk om haar maatschappelijke betrokkenheid tijdig onder haar nieuwsdesk weg te moffelen. “Ik word opstandig bij al die onmenselijke praktijken in de wereld”, zegt ze in een interview uit 1980. “Mijn collega’s zeggen dat je niet kunt blijven huilen om een dode Ethiopiër of een verdwenen Argentijn. Maar ik huil daar niet om: ik word opstandig. Soms wou ik dat ik voor een blad schreef waarin ik mijn mening kon zeggen.” Leo Hellemans begrijpt de vroegere frustraties van Tanghe. “Ankers hebben een dienende rol, ze moeten zichzelf wegcijferen. De meesten onder hen willen na verloop van tijd weleens wat meer van hun persoonlijkheid tonen. Martine heeft dat gedaan door reportages te maken en het discussieprogramma Volt te presenteren. Maar ik denk dat ze zelf ook wel weet dat ze nog altijd op haar best is als anker.

Martine Tanghe en kind, april 1984. Beeld Herman Selleslags

“Ze is zo uitzonderlijk goed dat haar trouwens ook altijd gevráágd is om Het journaal te blijven presenteren. En terecht: je moet al een hele zotte nieuwsbaas zijn om Martine Tanghe níét in je team te willen.”

Geen Miss Congeniality

Toch sijpelt het in interviews met VRT-journalisten weleens door: Martine Tanghe is geen Miss Congeniality. Als de dingen niet lopen zoals het hoort, gaat ze de confrontatie niet uit de weg. “Durf geen intro te schrijven die wat onduidelijk is, of ze staat aan je bureau”, zei economie­journalist Michaël Van Droogenbroeck twee weken geleden nog in Humo.

Björn Soenens beaamt. “Je moet bij Martine niet afkomen met om het even wat: het moet kloppen. En als ze onder druk staat: gardez-vous. Dan is ze een en al concentratie en verwacht ze ook van haar collega’s de grootst mogelijke focus. Martine is streng. Zowel voor zichzelf als voor anderen. Het voordeel daarvan is dat ze iedereen wakker houdt. Het nadeel is dat ze soms intimiderend overkomt op mensen die nog niet overlopen van zelfvertrouwen.” “Het kan bij Martine weleens stormen, maar het onweer gaat meestal ook snel weer liggen”, nuanceert Goedele Wachters. “En haar veel­eisend­heid is gewoon een uiting van haar beroeps­eer. Ze wil trots kunnen zijn op wat zij – en bij uitbreiding de voltallige nieuwsdienst – elke dag doet.”

“Denk je dat ik een gemakkelijke jongen was?”, vraagt Geert van Istendael retorisch. “Natuurlijk niet. En zo hoort het ook. Makkelijke journalisten zijn mosselen. En met mosselen maak je geen journaal.”

Drie jaar geleden lekte in De Morgen een mail uit van Martine Tanghe waarin ze haar oversten meedeelde dat ze Het journaal niet meer herkende. “Er zijn de laatste maanden dingen aan het gebeuren die ik nooit heb meegemaakt en die mij zeer grote zorgen baren. Het journaal, dat mij zo na aan het hart ligt, is niet wat het moet zijn. Mijn loyauteit is bijna spreekwoordelijk, maar wordt sterk op de proef gesteld.” Ze betreurde onder meer dat de VRT na het neerstorten van de MH17 in 2014 geen reporter naar Oekraïne had gestuurd. “Daar is geen enkele aanvaardbare uitleg voor.”

Aan Björn Soenens, toenmalig hoofd­redacteur van Het journaal, vraag ik of de vete tussen hem en Martine Tanghe inmiddels voorbij is. “Er is nooit een vete tussen mij en Martine gewéést”, antwoordt hij. “Die uitgelekte mail heeft de indruk doen ontstaan dat Martine en ik elkaar niet kunnen uitstaan. Maar dat is onzin.

“Het klopt dat ik als hoofd­redacteur een aantal veranderingen had doorgevoerd waar Martine zich niet helemaal in kon terugvinden. Over Afrika bijvoorbeeld wilde ik niet alleen de acute honger-en-dorst­verhalen brengen, maar ook wat minder actualiteits­gebonden reportages, onder andere over het dalende analfabetisme. Martine aanvaardde dat, maar was als klassieke nieuws­vrouw – voor wie het nieuws van de dag heilig is – bezorgd dat we van onze kerntaak zouden afwijken.

“Ook dat we met de redactie een zomerfilmpje hadden gemaakt waarin we dansten op de tonen van ‘Happy’ van Pharrell Williams – een poging om ons te ontdoen van ons imago van droog­stoppels – kon er bij haar niet in: volgens Martine horen journalisten zich daar niet mee bezig te houden. Maar au fond zijn dat allemaal interne kwesties waarover op elke redactie weleens wordt gediscussieerd. Ook op die van De Morgen, neem ik aan. Van een ontwrichtend dispuut tussen ons is nooit sprake geweest. Ze vond het trouwens verschrikkelijk dat jullie haar mail hebben gepubliceerd. Ze vond terecht dat haar woorden volledig uit hun context waren gerukt.”

Drie dagen stilte

Van sommige tv-journalisten weten we of ze als kind soms met een broekriem aan de ouderlijke houtkachel werden vastgeklonken en of ze tijdens hun laatste Azië-reis al dan niet spiritueel ontwaakt zijn. Maar over de gemoedsgesteldheid van de journaliste die de afgelopen decennia het vaakst in onze huiskamer is geweest, weten we weinig tot niets: Martine Tanghe geeft nauwelijks interviews, en al helemaal niet over persoonlijke kwesties.

Toen ik haar een tijd geleden uitnodigde voor een gesprek van het levensbeschouwelijke type, stuurde ze me deze mail (en ja, ik heb haar toestemming om onze digitale colloque singulier te schenden): “Dat u aan mij denkt, is heel vriendelijk. Maar ik praat niet graag over mezelf. En ik geloof echt waar niet dat de mensen willen vernemen hoe ik over het leven denk. Soms weet ik dat zelf niet eens. Het leven is voor mij zeer verrassend uit de hoek gekomen en niets is nog wat het was. Ik ben lang en ernstig ziek geweest, probeer­de daarna de draad van het leven weer op te nemen en heb daar nog altijd de handen vol mee. Intussen concentreer ik me op mijn werk en blijf ik in de luwte. Met vriendelijke groet, Martine.”

“Niemand weigert zo mooi interviews als u”, antwoordde ik pompeus. Maar haar afwijzing kwam natuurlijk niet onverwacht. Al in 1980 zei ze: “Ik ben niet zo’n prater. Als ik geen boodschappen moest doen, zou ik soms drie dagen niks zeggen.”

Is de super­nova van de Vlaamse tv-journalistiek een einzelgänger? “Toch niet”, zegt Wim De Vilder. “Ik zit op de redactie soms tegenover haar. Dan wisselen we gretig reis­ervaringen uit. En sinds ze grootmoeder is, deelt ze enthousiast verhalen over haar kleinkinderen.” “Het empathisch vermogen van Martine is groot”, weet ook Leo Hellemans. “Toen ze kanker had, is ze een grote steun geweest voor vrouwen – en niet alleen BV’s – die in dezelfde situatie verkeerden als zij. Ik ken op de VRT veel mensen die haar daar nog altijd dankbaar voor zijn.”

Collega-anker Wim De Vilder: "Ik zit op de redactie soms tegenover haar. Dan wisselen we gretig reis­ervaringen uit. En sinds ze grootmoeder is, deelt ze enthousiast verhalen over haar kleinkinderen." Beeld VRT/Lies Willaert

Wanneer Tanghe in de herfst van 2011 te horen krijgt dat ze borstkanker heeft, verdwijnt ze met kenmerkende geruisloosheid van het scherm. Pas in het najaar van 2012 neemt ze – met een ‘coupe garçonne van peper en zout’ (copyright: Hugo Camps) – opnieuw plaats op haar ankerstoel. Het is de eerste dag van het nieuwe schooljaar en ze opent Het journaal met de woorden: “Drie september is in vele opzichten een bijzondere dag.”

“Je zag aan Martine dat ze opgelucht was om terug te zijn”, vertelt Björn Soenens. “Haar werk is alles voor haar. Ze moet het tijdens haar afwezigheid enorm hebben gemist.”

“Na haar terugkeer heb ik wel een paar keer gemerkt dat ze bang was om aan de kant geschoven te worden. Ze leek zich soms af te vragen: ‘Ben ik nog goed genoeg?’ Maar uiteindelijk hebben haar twijfels haar alleen maar scherper gemaakt. Ze besloot: ‘Ik heb kanker overwonnen, nu ga ik er ook professioneel nog eens een lap op geven.’ En dat heeft ze ook gedaan.”

Laatste tv-icoon

Tijd voor de heiligschennende vraag: zijn de Martine Tanghes van deze wereld niet stilaan een met uitsterven bedreigde soort? Nu de actualiteit ons vanaf twintig schermen tegelijk in het gezicht niest en je al naar een Georgische grot moet verhuizen om een succesvol nieuws­mijder te worden, oogt de toekomst van nieuws­ankers op zijn zachtst gezegd onzeker.

Geert van Istendael: “Het journaal heeft inderdaad meer concurrenten dan vroeger. Maar zeker de digitale concurrentie is niet altijd even secuur. En in een context van fake news kan een openbare omroep ook een baken van betrouwbaarheid zijn. Ik sluit niet uit dat mensen zich in het geval van belangrijk nieuws steeds vaker gaan afvragen: ‘Wat zegt Tanghe hierover?’” Goedele Wachters is minder optimistisch over haar houdbaar­heids­datum als anker. “Ik denk niet dat ik het nieuws nog twintig jaar zal presenteren. Het dagelijkse, lineaire tv-journaal is geen lang leven meer beschoren. Martine Tanghe is wellicht het laatste echte nieuws­icoon.”

Martine Tanghe op de cover van 'Humo', 1985. Beeld HUMO

Wim De Vilder sluit zich daarbij aan. “Mocht zich in 2030 een gebeurtenis met de draagwijdte van 9/11 voordoen, zal dat nog altijd veel mensen naar het scherm lokken. En je zal op zo’n moment nog altijd ankers nodig hebben om de live­berichtgeving in goeie banen te leiden. Maar ankers die dagelijks op tv komen? Nee, die zijn tegen dan verdwenen.”

Tot het zover is, mag Martine Tanghe ons ’s avonds nog een tijdje zegenen met de woorden “Dank dat u bij ons was”: het dunne laagje beschaving dat ze steevast over de dagelijkse wreedheden drapeert. Wanneer zullen we haar definitief moeten missen, Wim De Vilder? “Ik weet niet wanneer Martine met pensioen zal gaan. Maar wees gerust: we gaan proberen haar geen dag vroeger te laten vertrekken dan nodig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden