Dinsdag 23/07/2019

Interview

Martin Scorsese mist opening van 'zijn' expo in Amsterdam: "Ik wilde écht komen"

Hij zou erbij zijn, op de opening van de grote tentoonstelling over zijn werk en leven, vandaag in filmmuseum Eye. Alles was rond. "Grote teleurstelling", zegt Martin Scorsese (74) aan de telefoon vanuit New York. "Ik wilde écht komen. Sinds 1968 ben ik niet meer in Amsterdam geweest."

Martin Scorsese. Beeld EPA

Als twintiger en beginnend filmer verbleef hij ooit een periode in de Nederlandse hoofdstad. "Het lukt me niet, nu. Het is de bedoeling dat ik een nieuwe film maak."

Een geldig excuus.

"En geen grap. We liggen iets achter op schema. Gaat niet, kreeg ik te horen. Dus ik heb Cannes afgezegd, en Amsterdam. Maar ik zou de stad zo graag nog eens zien. Misschien als deze film af is."

Scorsese is druk met de voorbereidingen van zijn door Netflix gefinancierde misdaaddrama The Irishman, gebaseerd op de succesvolle misdaadroman I Heard You Paint Houses (2004, Charles Brandt). Robert De Niro speelt erin. Al Pacino en Joe Pesci mogelijk ook. Voorafgaand aan het telefoongesprek laat Scorseses agent weten dat 'Marty' nu niet over zijn nieuwe project spreekt. Of we daar rekening mee kunnen houden.

Martin Scorsese - The Exhibition is vanaf 25 mei open voor publiek, en was eerder te zien in Berlijn, Parijs en New York. Behalve uit projecties van filmfragmenten, bestaat de tentoonstelling uit enkele honderden voorwerpen, waarvan vele uit Scorseses persoonlijke collectie. Van de bokshandschoenen uit Raging Bull (1980) tot de originele storyboardschetsen voor Taxi Driver (1976). En zelfs de houten eettafel van zijn ouders, die te zien is in Scorseses familiedocumentaire Italian-American (1974).

Wat moet er als eerste gered worden, mocht er brand uitbreken?

"My oh my... Nou, de originele rode schoenen zitten erbij (die Scorsese ooit kreeg van vriend en collega Michael Powell, regisseur van de klassieke balletfilm uit 1948 The Red Shoes, red.). Dat komt als eerste in me op. O, ik wil ook wel dat er iets uit mijn films wordt gered, maar pak eerst die rode schoenen. En als je dan, op de weg naar buiten, ook nog wat van mijn storyboards mee kunt grissen?"

Wat was uw gedachte toen u de tentoonstelling voor het eerst bezocht?

"Dat was in Parijs. Ik was overweldigd. Vooral omdat ik al die films als eigen werelden heb beleefd. Om ze dan zo samen verenigd te zien, als een soort film-loop... Allerlei tastbare en emotionele herinneringen. Aan mijn familie, mijn naaste vrienden. De dingen die ik voor elkaar kreeg, of juist niet, of onvoldoende, en die ik dan later weer oppakte. Het was alsof ik door mijn autobiografie liep. Dat had ik niet zo verwacht."

U aarzelde een poosje voor u uw zegen gaf aan de tentoonstelling. Waarom? 

"Ik dacht: wie wil die dingen nu allemaal zien? Van de storyboards kon ik me wel voorstellen dat ze interessant waren. Ze geven een idee van de structuur, de benadering van een film. En ze brengen me terug naar de periode toen ik een jaar of 10 was, in de kleine kamer van ons appartement aan de oostkant van Manhattan. Wanneer ik uit school kwam en mijn ouders nog naar hun werk waren, had ik een paar uur voor mezelf en tekende ik filmpjes. Dat was mijn eigen wereld, niemand kon zich ermee bemoeien, het verstoren. Nog steeds beschouw ik dát als het echte maken van een film: alleen in mijn kamer, bezig met het ontwerp van scènes, de patronen en composities. Daarin schuilt voor mij het genot. Terug naar die kamer, op mijzelf. Kleine tekeningen maken."

In Eye hangt een van uw vroegste filmtekeningen: de openingsbeelden van de spektakelfilm The Eternal City. 'Geproduceerd en geregisseerd door Martin Scorsese' staat erop. U was toen 11.

"Heb ik nog steeds niet gemaakt, helaas. Ik wilde altijd eens een grote epische Romeinse film maken. Maar toen kwam Gladiator en ging iedereen ze maken. Jammer."

Het was uw droom als kind: Hollywoodregisseur worden?

"Een droom ja. Maar die kon toen op geen enkele manier realiteit worden. Je hebt het over de jaren vijftig in New York, destijds geen centrum voor de filmproductie in Amerika. De sleutel, degene die alles in beweging bracht, was John Cassavetes met Shadows, in 1959. Hij filmde zonder grote crew, zonder alle Hollywood-benodigdheden. Daardoor kon ik het me ineens ook voorstellen. Dus ik paste wat Cassavetes deed toe op de wereld die ik kende. Ik volgde een filmcursus aan Washington Square College, het enige wat er toen was op dat gebied. Mijn leraar geloofde in me, zo kon ik begin jaren zestig wat korte films maken."

"Het was de periode van de nouvelle vague. De taal van de cinema werd geherdefinieerd, in Europa maar ook in Japan. En Andy Warhol natuurlijk, in New York. De filmgroep rond Jonas Mekas, de avant-garde. Mijn dromen over het maken van een Romeins epos of een western gingen geleidelijk over in iets anders: films maken over de wereld om me heen. Zo kwam ik bij Mean Streets en Raging Bull."

De inmiddels overleden ouders van Scorsese, van Siciliaanse komaf, zijn nadrukkelijk aanwezig in de tentoonstelling. "Al vanaf het begin, als ze thuiskwamen van hun werk, betrok ik ze bij mijn films. Eerst zagen ze het gewoon als schoolprojecten - het kwam niet in ze op dat ik ook daadwerkelijk speelfilms zou gaan maken. Er was een moment waarop ze dachten dat ik gek was. En er waren ook wel mensen die hun erop wezen dat ze daarin gelijk hadden. Toch hielpen ze me."

Geen vrouw staat zo vaak op de aftiteling van uw films als Catherine Scorsese. Is dat moeilijk, je eigen moeder regisseren?

"Niet echt, gelukkig. Ze speelde zichzelf. Dat was al zo toen ik een documentaire over mijn ouders opnam, Italian-American (waarvan fragmenten te zien zijn in Eye, red.). Zodra ik de camera aanzette, nam haar persoonlijkheid alles over, dus liet ik de vragen die ik vooraf had uitgedacht los. Dat moment leerde me iets belangrijks als filmer: je moet het verhaal nooit verstoren. Mijn vader was aarzelend voor de camera, vertrouwde het niet helemaal. Mijn moeder had er plezier in. Ze deed ook een echt goede scène in Goodfellas (als bezorgde moeder van de door Joe Pesci gespeelde levensgevaarlijke psychopathische gangster). Grotendeels geïmproviseerd. Je moet begrijpen: voor haar gevoel zit ze gewoon aan tafel, met Bobby (Robert De Niro, red.) en nog wat vrienden van haar zoon."

In de vitrine in Eye ligt ook de van aanwijzingen voorziene originele scriptpagina van de beroemdste scène uit Taxi Driver, die waarin Robert De Niro als Travis Bickle tegen zijn eigen spiegelbeeld praat: "You talkin' to me?" De dialoog staat er niet op - die werd geïmproviseerd.

Er bestaan nogal wat mythen over die scène. Ik las ooit dat De Niro de zinnetjes oppikte tijdens een optreden van Bruce Springsteen, die met z'n publiek dolde.

"Dat is de derde keer dat ik dit hoor. Het zou kunnen. Ik zag Bruce Springsteen weleens in die tijd. Hij kwam een keer langs in de montagekamer, toen liet ik hem wat scènes uit Taxi Driver zien. We filmden in de zomer van 1975, hij trad toen met zijn concerttour Born to Run op in New York. Daar was ik een avond bij. Maar De Niro niet, geloof ik. Van de opname weet ik alleen nog dat ik zei: 'Zeg maar iets, ik weet niet wat.' Ik zat onder de spiegel, bij de camera. De Niro begon te praten als een soort jazz-riff en ik gebaarde met mijn handen: meer, meer! Dus ik weet niet precies wie het nu heeft bedacht, maar het voelde goed."

Was u ooit ongerust dat De Niro te ver zou gaan voor zijn rol, bijvoorbeeld toen hij voor de oudere bokser in Raging Bull besloot echt dik te worden?

"Nee, ik wist dat hij overlegde met een goede arts. Het was zijn idee, hij stond erop. Het is wel zo dat we dat deel van de film in één ruk hebben opgenomen, tien dagen lang zonder rustdag, zodat hij zo snel mogelijk weer kon afvallen. Het werd hinderlijk voor hem, om het voorzichtig te zeggen."

Wanneer je door de tentoonstelling loopt, voelt alles logisch: hij maakte die film, toen die. Waren er ook momenten waarop u niet wist hoe het verder moest?

"Na New York, New York (in 1977, red.) zat ik vast. Ik was niet zo enthousiast over Raging Bull en ik belandde op een dieptepunt in mijn leven. (De ongezond levende Scorsese werd, uitgeput, opgenomen in het ziekenhuis, red.) Dieper kon niet, zag ik in. Dus de enige optie was: gaan werken. De Niro was blijven pushen met Raging Bull. En hoe ik me voelde, stopte ik in die film. Dan is het filmen klaar, dacht ik. Ik was dankbaar. Ik zou naar Italië gaan om er tv-werk te gaan maken over de levens van heiligen. Dat moest dan maar de sleutel naar mijn nieuwe leven worden, meende ik. Het pakte anders uit."

De scène die ooit uw carrière in beweging zette, draaide u in Nederland.

"We maakten commercials toen, in Amsterdam. Een Amerikaanse distributeur zei: 'Ik wil Who's that Knocking at My Door (Scorseses toen al twee jaar afgeronde portret van jongeren in de New Yorkse wijk Little Italy, red.) wel uitbrengen, maar alleen als je er een naaktscène in doet, iets met seks. Het was 1968, de censuur in Amerika werd minder. Ik kon niet weg, dus toen bedacht ik een soort droomscène, die we met Harvey Keitel filmden in een loft-achtige ruimte in Amsterdam. Het leek net de Bowery in New York, bij mij op de hoek."

De vrouwen in die scène zijn Nederlands?

"Ja. En eentje was Frans."

Voor de zekerheid smokkelde u de opnamen naar Amerika.

"Ik deed ze in mijn binnenzak. De film aan de ene kant, geluidsopnamen in de andere. Ging prima."

Van 25/5 tot 3/9 in Eye, Amsterdam. eyefilm.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden