Zaterdag 10/04/2021

InterviewBoeken

Martin Amis schrijft laatste dikke roman: ‘Ernst zonder humor is ondraaglijk’

Martin Amis: ‘Als je je sterfelijkheid eenmaal hebt geaccepteerd, wordt het leven weer heel fascinerend.’  Beeld ELLEN SEIBERT
Martin Amis: ‘Als je je sterfelijkheid eenmaal hebt geaccepteerd, wordt het leven weer heel fascinerend.’Beeld ELLEN SEIBERT

In een steeds snellere wereld mag ook het tempo in de roman omhoog, vindt Martin Amis (71). Maar het schrijven zelf mag traag: achttien jaar deed Amis erover om zijn nieuwe werkstuk te voltooien.

Het is zijn persoonlijkste boek en tevens de laatste dikke roman die we van hem kunnen verwachten. In Uit de eerste hand (Inside Story) blikt Martin Amis terug op zijn leven en loopbaan als schrijver. Rode draad vormt zijn vriendschap met journalist en essayist Christopher Hitchens (1949-2011), en met zijn collega’s Saul Bellow (1915-2005) en Philip Larkin (1922-1985). Via het personage Phoebe Phelps, een soort amalgaam van een reeks vroegere vriendinnen, geeft het boek een inkijk in Amis’ liefdesleven.

BIO • geboren op 25 augustus 1949 in Swansea, Wales • zoon van ‘angry young man’ Kingsley Amis • debuteerde in 1973 met The Rachel Papers (Rachel) • belangrijkste boeken: Dead Babies / Dark Secrets, (1975), Geld (Money, 1984), London Fields (1989), De informatie (The Information, 1995) en Ervaring (Experience, 2000)

Daarnaast bevat Uit de eerste hand een groot aantal bespiegelingen over de meest uiteenlopende zaken, waaronder vele over de kunst van het schrijven.

Achttien jaar geleden begon u aan wat nu Uit de eerste hand is. Op een gegeven moment legde u het terzijde. Waarom?

“Het lukte me maar niet om het materiaal dat ik opschreef echt tot leven te wekken. Na de dood van mijn vriend Christopher Hitchens in 2011 heb ik het weer opgepakt. Op dat moment waren alle belangrijke figuren over wie ik wilde schrijven overleden. Kennelijk was dat nodig om mij de benodigde vrijheid te geven. Bovendien besloot ik dat het een roman zou zijn en ook dat verschafte me extra bewegingsruimte.”

Het boek telt veel voetnoten en veertien pagina’s index. De verhaallijn wordt geregeld onderbroken door uitvoerige beschouwingen. Was die ongebruikelijke opzet van meet af aan het plan?

“Het gebeurde intuïtief. Mijn hele loopbaan heb ik het schrijven van romans, essays en literaire kritiek afgewisseld en in dit boek heb ik ervoor gekozen die genres door elkaar te laten lopen.”

Is Uit de eerste hand mede een poging om de dood te verwerken van drie mensen die belangrijk voor u zijn geweest: Philip Larkin, Saul Bellow en Christopher Hitchens?

“Ja, al is verwerken misschien niet het juiste woord. Ik ben mijn hele leven een bevoorrecht observator van de literaire wereld geweest en ik wilde dit gegeven eens nader onder de loep nemen. Bovendien voelde ik dat dat voorrecht mij ook een soort verplichting oplegde: dat ik het mijn lezers verschuldigd was erover te vertellen.

“Ik ben de zoon en de stiefzoon van twee vooraanstaande schrijvers: Kingsley Amis en Elizabeth Jane Howard. Pas later ben ik gaan beseffen hoe bijzonder het is dat ik een vader had die niet alleen schrijver was, maar hetzelfde type schrijver. We schrijven allebei in de komische, satirische traditie, de mock epic, waarbij je in een verheven stijl schrijft over ­relatief triviale zaken.”

Hoe was de relatie met uw vader?

“We hadden op persoonlijk niveau een goede band, maar ook een goede literaire vriendschap.

“Ik hield veel meer van zijn schrijfstijl dan hij van de mijne. Hij heeft een aantal van mijn boeken gelezen, maar reageerde altijd nogal lauw. Hoewel hij wel degelijk een stel ambitieuze boeken heeft geschreven, was het zijn overtuiging dat een roman pretentieloos vermaak moest zijn. In zijn werk is de blik niet naar binnen gericht, zoals bij mij wel het geval is. Van de postmodernistische elementen in mijn boeken moest hij weinig hebben.”

Amis raakte tijdens zijn studie in Oxford bevriend met de latere journalist Christopher Hitchens. In Uit de eerste hand staan prachtige verhalen over met alcohol en nicotine doordesemde bijeenkomsten waarin Amis en Hitchens de literatuur, het leven en de liefde bespreken. Dat ‘The Hitch’ voor Amis een belangrijk intellectueel ijkpunt en in zekere zin zelfs een niet-geconsumeerde liefde was, lijdt geen twijfel.

“Ik mis Christopher nog elke dag. Zelfs toen hij met stadium 4 slokdarmkanker in het ziekenhuis lag, wilde ik niet geloven dat hij stervende was. Hitch zelf was er trouwens ook van overtuigd dat hij zou overleven.”

Saul Bellow figureert in het boek als die zeldzame schrijver van wie Amis meteen beseft dat hij zijn meerdere is. Met pijn in zijn ziel moet hij aanschouwen hoe deze grote geest aan alzheimer ten onder gaat.

Was Saul Bellow als een literaire vader voor u?

“Nee, daarvoor was hij te zeer een ander soort schrijver. Hij is de enige ­auteur die meesterlijke romans over zijn directe omgeving heeft geschreven. Bij Roth, Updike en anderen leidde dat niet tot werkelijk grootse boeken. Het moet te maken hebben met de vastberaden, onverschrokken wijze waarop hij naar zijn eigen werkelijkheid keek.”

U beschouwt Uit de eerste hand als een apologie: een verdediging van uw positie, principes en betrokkenheid. Verklaart dat ook de voor een roman nogal opvallende ondertitel van de Engelse editie, ‘How to Write’?

“Ja. Ik wilde ingaan op de technische aspecten van het schrijven van een goede zin. Er zit zeker een didactische kant aan mijn boek. Als je de memoires leest van een kunstenaar, musicus, atleet of iemand anders die specialist is op een bepaald gebied, wil je altijd dingen weten over de technische kant van de zaak, niet de algemeenheden. Ik geef in mijn boek specifieke informatie over dingen als de lengte van een paragraaf, het gebruik van voor- en achtervoegsels, interpunctie, enzovoort.”

Zijn die passages gericht aan de lezer, aan andere schrijvers of wellicht aan uw jongere ik?

“Dat laatste. Als ik aan mijn lezers denk, zie ik mijn jongere ik voor me. Mijn ideale lezer is een jaar of 20, pakt een van mijn boeken en voelt zich meteen persoonlijk aangesproken door de schrijver. De boeken van Saul Bellow zijn gericht aan de ‘superlezer’: oudere, belezen figuren. Mijn ideale lezer is iemand die bezig is zijn weg in het leven te vinden.”

U stelt in uw boek dat de manier waarop romans worden geschreven en gelezen in de loop van uw schrijverscarrière is veranderd.

“Dat heeft deels te maken met de versnelling van de geschiedenis, van de tijd die wij doormaken. Daarom moet ook de roman een hoger tempo hebben, want de romanschrijver leeft in een versnellende wereld. Je kunt niet langer van de lezer verwachten dat hij naar de bedoelingen van de schrijver gaat speuren. De hedendaagse lezer verwacht een heldere boodschap.”

Een roman moet volgens u zowel humor als ernst bevatten.

“Dat besef ontstond na mijn vorige roman, Het interessegebied, die over de Holocaust gaat, maar ook plaats biedt aan humor. Van mijn Duitse uitgever begreep ik dat het boek vanwege dat feit in Duitsland unaniem negatief is besproken. Men vond: je moet óf humoristisch schrijven, óf ernstig. Dat vind ik een primitief principe. Ernst zonder humor is onverdraaglijk, onmogelijk. Zoals de schrijver en criticus Clive James zei: ze zijn allebei een vorm van gezond verstand, alleen is humor gezond verstand dat danst.”

Uw boeken werden en worden altijd prominent en uitvoerig gerecenseerd. Is de betekenis van die recensies voor u in de loop der jaren veranderd?

“Zeker. Ik ben er langzamerhand meer afstand van gaan nemen, wat niet betekent dat ze me niet meer interesseren. Ik kijk niet neer op de tijd, energie en intelligentie die komt kijken bij het schrijven van een goede boekrecensie. Ik heb er zelf honderden geschreven en ik weet dat het serieus werk is. Maar recensies zijn stemmen in een andere kamer voor me geworden, die niet meer echt tot mij zijn gericht, zoals vroeger. Wel belangrijk is de wetenschap dat mijn schrijverschap in de wereld niet met algehele minachting wordt bejegend. Ik geef toe: dat zou me danig dwarszitten.”

De dood vormt een rode draad in Uit de eerste hand. Is dit een boek dat u alleen op gevorderde leeftijd kon schrijven?

“Beslist. Wanneer je ouder bent, kun je eindelijk met een zekere evenwichtigheid naar de dood kijken. Jeugdige veerkracht en dwaasheid zorgen er lang voor dat je het negeert. Pas als je halverwege de 40 bent, begin je erover na te denken en vervolgens wordt het onafwendbaar.

“Freud zei dat geen mens echt kan nadenken over zijn eigen niet-bestaan, maar het is onvermijdelijk dat je dat op een gegeven moment wel doet. De meeste vijftigers gaan gebukt onder dat nadenken. Maar als je je sterfelijkheid eenmaal hebt geaccepteerd, wordt het leven weer heel fascinerend.”

Martin Amis, Uit de eerste hand, Atlas Contact, 632 p., 34,99 euro. Vertaald door Paul van der Lecq en Arthur Wevers.

Martin Amis, Rachel, Atlas Contact, 288 p., 15 euro. Vertaald door R.J.H. Jonkers (heruitgave).

Martin Amis, Ervaring, Atlas Contact, 424 p., 20 euro. Vertaald door Tinke Davids (heruitgave).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234