Donderdag 24/10/2019

Recensie

Marissa Nadler in De Roma: technische mankementjes als enige schoonheidsfoutje

Beeld Alex Vanhee

Marissa Nadler beschikt over een bedwelmende sirenenstem van het type dat zeelui met plezier schipbreuk doet lijden. In Antwerpen, waar de 38-jarige chanteuse een touwtje spande tussen droomfolk en country, vielen gelukkig geen drenkelingen te bespeuren.

Nadler, uit Boston, Massachusetts, heeft als zangeres en liedjesschrijfster de voorbije vijftien jaar een zo goed als foutloos parcours afgelegd. Kort voor de jaarwisseling bracht ze met For My Crimes haar bloedmooie achtste langspeler uit, maar intussen kwam ze al aankloppen met ‘Poison’, een prachtige, minimalistische ballad waarop niemand minder dan John Cale zijn stembanden uitrolde. Eind deze maand verschijnt dan weer Droneflower, een plaat waarop ze een alliantie smeedt met Stephen Brodsky van Cave In. Aan zijn oorspronkelijke plan, samen de soundtrack voor een horrorfilm schrijven, is het duo niet toegekomen, maar zijn afwisselend etherische en brutale muziek klinkt nog altijd beeldend genoeg om je verbeelding te teasen.

Op For My Crimes bericht Marissa Nadler over de teloorgang van een destructieve relatie en de identiteitscrisis die eruit voortspruit. De songs, die bol staan van eenzaamheid en verlangen, zijn één voor één van een rouwrandje voorzien. In het voortuintje van huize Nadler bloeien uitsluitend chrysanten en in haar teksten worden traumatische gebeurtenissen consequent uit meerdere vertelperspectieven belicht. De Amerikaanse strooit met details die je bijblijven en bedenkt ijle melodieën die zich ongemerkt onder je huid nestelen. Haar liedjes, stevig geworteld in americana en southern gothic, strekken zich uit op een bedje van sepiakleurige strijkers, maar blijken voorts weinig opsmuk nodig te hebben. In stilistisch opzicht zijn ze verwant aan die van Angel Olsen en Sharon Van Etten, die Nadler ook in de studio een troostende schouder hebben geboden, en het nog steeds fel aan het firmament schitterende Mazzy Star.

Beeld Alex Vanhee

In De Roma verscheen Marissa Nadler onverwacht solo op het podium. “Ik had nooit gedacht dat ik me tijdens deze tournee zonder band uit de slag zou moeten trekken”, zei ze. “Maar er is onderweg iets misgelopen. Dus probeer ik er nu in mijn eentje het beste van te maken.” Met drie elektrische gitaren, enkele effectpedaaltjes en een loopstation dat haar toeliet meerdere vocale en instrumentale laagjes op elkaar te stapelen, begon ze dapper aan haar set. Toch verliep een en ander niet zonder gestuntel: nu eens startte een loop te vroeg, dan weer kreeg ze hem niet tijdig het zwijgen opgelegd. Jammer, want die technische haperingen verbraken meer dan eens de zorgvuldig opgebouwde magie.

De avond werd ingeleid met ‘All My Crimes’, het verhaal van een gevangene die op death row haar executie afwacht en hoopt dat ze niet in de collectieve herinnering zal voortleven om haar misdaden, maar om haar positieve eigenschappen. In de context van Nadlers jongste plaat is het niet moeilijk dit desolate nummer als een metafoor te zien voor een romance die onder een denkbeeldige hakbijl sneuvelt. De zangeres voelt zich van nature aangetrokken tot alles wat duister en sinister is, zodat haar werk sowieso meer schaduw dan licht bevat. Dat neemt niet weg dat je er, dankzij haar heldere, wendbare stem en sierlijke fingerpicking in Antwerpen toch je hart en je ziel aan kon warmen.

Beeld Alex Vanhee

Marissa Nadler houdt ervan het publiek op het verkeerde been te zetten. ‘Poison’ kondigde ze tongue in cheek aan als een ‘vrolijk’ liedje, om met regels als “Daze in the barrel of a gun / Are we nothing but poison?” precies het tegendeel te suggereren. Soms zette ze een song in, om hem even later te onderbreken met de vaststelling dat het nog iets te vroeg op de avond was om hem nu al uit te laten. Occasioneel diepte ze nummers op uit haar vroegste platen, zoals ‘Fifty Five Falls’ uit haar debuut Ballads of Living and Dying of ‘Dying Breed’, een staaltje klassieke folk uit Bird on the Water. Het vaakst putte ze echter uit het vijf jaar oude July, met ‘Firecrackers’, het exotisch aandoende, onder een fikse dosis reverb bedolven ‘Dead City Emily’ en het uit een 12-string getoverde ‘Anyone Else’.

Het materiaal uit For My Crimes vormde logischerwijs echter de rode draad in de set. “Soms is je favoriete muziek onverbrekelijk verbonden met je partner en wordt ze ondraaglijk zodra de relatie is beëindigd”, vertelde ze als introductie bij ‘I Can’t Listen to Gene Clark Anymore’. ‘Said Goodbye to that Car’, over hoe afscheid nemen van een auto een nieuwe fase in je leven inluidt, noemde ze haar favoriet uit de jongste plaat “omdat er getallen in voorkomen”. ‘Are You Really Gonna Move to the South?’ was het soort country dat op de traanklieren van het publiek het effect had van een gepelde ui en ‘Blue Vapor’ was een les in scheikunde die duidelijk moest maken dat de liefde nog vluchtiger kan zijn dan helium. In het laatst genoemde, een van de hoogtepunten uit For My Crimes, werd het gemis aan een band pas echt pijnlijk duidelijk. Enkele extra ornamenten waren hier geen overbodige luxe geweest.

Na een uurtje zat het er al op, al liet Marissa Nadler zich nog tot enkele extraatjes overhalen. Eerder op de avond had ze uit het rijke oeuvre van Fred Neil al ‘Just A Little Bit of Rain’ geplukt en ook in de bisronde zaten enkele covers verstopt: het uit Tusk gelichte ‘Save Me A Place’ van Fleetwood Mac en, op verzoek van een toeschouwer, Leonard Cohens ‘That’s No Way to Say Goodbye’. Al bij al was het een fijn concert, maar zonder de technische schoonheidsfoutjes zouden we pas helemaal in de zevende hemel hebben gelogeerd. En zeggen dat we speciaal een uitschuifbare ladder hadden meegenomen.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234