Donderdag 22/08/2019

Interview

Marina Abramović: "Mijn uitvaart wordt een spektakel"

Het werk van Marina Abramović (70)? ‘Masochistisch, exhibitionistisch, gestoord.’ Over dat werk, en haar leven, schreef ze een boek. "Zelfs wanneer alles om je heen op slot lijkt te zitten, kun je door muren heen breken."

Beeld rv

Hoeveel performances Marina Abramović nog zal opvoeren, weet ze niet. Maar welke de laatste zal zijn, dat staat vast. De ‘godmother of performance’ – vorige maand werd de Servische kunstenares 70 – heeft het tot in de kleine lettertjes laten vastleggen. Haar begrafenis wordt haar laatste kunst­stuk.

Bij een notaris in New York ligt het draaiboek. Zo heeft Abramović het bedacht, dus zo zal het geschieden: “Het wordt een behoorlijk spektakel”. Drie graven zullen er zijn, in de drie steden waar ze het langst woonde, in Belgrado, Amsterdam en New York. Voor de drie Marina’s die haar persoonlijkheid vormen. Abramović somt op, met Sla­vische tongval: Warrior Marina, Spiritual Marina en Bullshit Marina (de onzekere, kwetsbare versie van haarzelf) – “ze moeten allemaal begraven worden. Maar in welk graf mijn lichaam daadwerkelijk komt te liggen, blijft geheim.”

Performance-icoon Marina Abramović. Beeld Marco Anelli

Ook voor de rouwenden zijn er instructies: “Kom niet in het zwart. Iedereen moet heldere kleuren dragen. Fel­groen, rood en paars. Mijn uitvaart moet een afscheids­feest zijn, een ­viering van alles wat ik heb gedaan en van mijn reis naar een andere plek.” Anohni, voorheen bekend als de zanger Antony Hegarty, moet ‘My Way’ zingen.

Raar? IJdel? Over de top? Abramović, laconiek: “Alles wat ik doe, is performance. Waarom zou mijn uitvaart dat niet zijn? Het is de laatste daad van mijn leven waarover ik de absolute regie kan hebben.”

Sterrenstatus

De diva die de touwtjes strak in handen houdt, het is een van de kanten van Marina Abramović die we vaker te zien krijgen. In het gesprek, dat plaatsvindt in haar kantoor op de twaalfde verdieping in Soho, New York. En in haar memoires, het onlangs in het Nederlands vertaalde Walk Through Walls, een openhartig boek over haar kunst en haar privé­leven.

Over de fysiek en geestelijk uitputtende performances die ze uitvoerde in de jaren 70 en 80, eerst alleen, later met Ulay. Over The Artist Is Present in 2010 in het New Yorkse Museum of Modern Art, een performance die haar wereldberoemd maakte en sterren­status verleende. En over haar getroe­bleerde jeugd, de stukgelopen liefdes, de zielenpijn – “want leven en werk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”.

In hun performances stelden Marina Abramović en (toenmalige partner) Ulay hun fysieke en mentale uithouding op de proef. Beeld rv

In haar zelf­geschreven geschiedenis zijn de hoofd­rollen weggelegd voor de Drie Marina’s, de strijdbare, de spirituele en de eenzame. Daarnaast en tussendoor steken nog andere Marina’s de kop op – de zakelijke, de ambitieuze, die haar erfenis willen veiligstellen voor toekomstige generaties. Of de Marina die de werkelijkheid een beetje naar haar hand zet – een waarvoor haar jonge medewerkers op kantoor liefdevol lachend waarschuwen. Hoeveel ­gasten er op haar verjaardagsfeest in het Guggenheim Museum waren? “Vraag het Marina en ze denkt achthonderd. Vraag het ons en we halen er 250 van af. Marina is van het drama. Voor fact checking, kom naar ons.”

Pistool op nachtkastje

Ze moest dit boek schrijven, zegt ze. Niet omdat ze nu 70 is geworden en de behoefte voelt terug te blikken. Niet omdat haar oeuvre aan afronding toe is – verre van. “Maar om een nieuw publiek te bedienen: jonge mensen, niet per se een kunst­publiek. Mijn leven is als een film. Ik kom uit een lastig deel van Oost-Europa, het was niet makkelijk. Mijn werk is bestempeld als masochistisch, exhibitionistisch, gestoord. Soms kwam er tien man kijken, nu zijn het er honderd­duizenden. Ik geloof dat het het waard is dat verhaal te vertellen. Dat het ­inspirerend kan zijn voor mensen. Dat je door muren heen kunt breken, zelfs wanneer alles om je heen op slot lijkt te zitten.”

Ze groeide op in Belgrado, onder het communistisch regime van Tito en in het spartaanse huishouden van haar ouders, beiden verzets­helden die ook na de Tweede Wereldoorlog met geladen pistolen op het nachtkastje sliepen. Haar moeder sloeg haar, haar vader was er regelmatig met andere vrouwen vandoor – zo’n jeugd. Hard en liefdeloos. De performances die ze vanaf haar 25ste ­op­voerde, zijn te herleiden tot die tijd, denkt ze. “Als je terugkijkt, zie je directe lijnen lopen, alles past als een puzzel.”

In de performance Rhythm 0 (1974) gaf Marina Abramović de toeschouwers ­toestemming om zes uur lang alles met haar te doen wat ze wilden. Beeld rv

Haar lichaam was haar basis­materiaal. Ze on­der­wierp het langdurig aan extreme omstandigheden – volgens vooraf opgestelde, vaste regels. Het publiek werd haar medeplichtige. In Rhythm 10 stak ze razendsnel met een mes tussen de vingers van haar gespreide hand; zodra ze miste, moest ze van mes verwisselen, tot ze tien messen had ge­had. In Rhythm 0 gaf ze de toeschouwers toestemming alles met haar te doen, gebruikmakend van voorwerpen die ze op een tafel had gelegd (zoals een mes, een lippenstift, een pistool met kogel). De performance eindigde, volgens afspraak, pas na zes uur. Toen hadden de aanwezigen Abramović inmiddels ontkleed, bekrast en het pistool met ­in­gedrukte trekker tegen haar hals gedrukt.

Discipline, moed, de wil om door te gaan – ­on­danks hun fouten hebben haar ouders haar dat tenminste toch meegegeven, zegt ze. “Ik denk dat mijn moeder een soldaat van me wilde maken, net als zij.”

Enter Warrior Marina. Die de angst voor fysieke pijn wist te overwinnen, zoals ze in haar boek schrijft, en daarmee in een staat weet te komen waar pijn geen rol meer speelt. En die enorm hecht aan discipline. “Ik creëer in mijn werk altijd regels waarvan ik niet afwijk.” Ze geeft zichzelf opdrachten: borstel je haar gedurende een uur zo hard je kunt, ook als de plukken erbij uitvallen (Art Must Be Beautiful, Artist Must Be Beautiful, 1975). En ook op vakantie onderwerpt ze zich graag aan een vast regime. Over een week gaat ze een maand in retraite in India. “Op een plek die het midden houdt tussen een gevangenis, sanatorium en klooster. Héérlijk! Geen bezittingen, niet praten, strakke regels gehoorzamen. Veel mensen houden niet van regels, omdat die de vrijheid zouden inperken. Maar als je je strikt houdt aan zelf­gemaakte keuzes, dan schep je ware vrijheid.”

Intimiderend

Wie zich erover verbaast dat de onverschrokken jonge Abramović, die geen grens of limiet eerbiedigde, dezelfde vrouw is die tot na haar 25ste braaf haar moe­der gehoorzaamde en elke avond voor 10 uur thuis was, die ontmoet in het kantoor in Soho twee zwarte opgetrokken wenkbrauwen achter een zwart brilmontuur.

“Maar natuurlijk”, zegt Abramović – zoals altijd verder ook in het zwart gehuld, de ha­ren geverfd sinds ze na de performance Rhythm 0 in één avond grijze lokken kreeg. “Want we hebben toch niet één persoonlijkheid? Er zijn er zo­veel. Kijk, fysiek kan ik alles aan. Maar emotioneel ben ik een kind: makkelijk te verwonden, kwetsbaar, onzeker. Relaties zijn altijd moeilijk. Ik lijd eronder dat ik nooit de juiste vent heb.” Want: “Het is onmogelijk iemand te vinden die zich niet door me geïntimideerd voelt, of niet in mijn schaduw staat.”

Het brengt het gesprek onvermijdelijk op Ulay, de kunstenaar die ze in 1975 in Amsterdam ontmoette en in wie ze haar ziels­verwant herkende. Twaalf jaar leefden ze samen – “negen daarvan waren geweldig, drie jaar de hel”, onderbreekt ze –, in een oud Volkswagenbusje waarmee ze door heel Europa zwierven, en samen maakten ze performances, stuk voor stuk iconisch: de opvoeringen waar ze een uur naakt tegen elkaar opbotsten, hun lichaam als klankkast; of 19 minuten elkaars adem in- en uitademden, de monden stevig op elkaar. In Rest Energy (1980) hingen ze met hun lichaams­gewicht elk aan een kant van een gespannen boog, de punt van de pijl op Abramović’ hart gericht – het ultieme symbool van vertrouwen. En van een relatie die onder spanning staat.

Op hun verhouding kwam sleet. De performance The Lovers (’88), waarbij ze elk van een kant van de Chinese Muur naar elkaar toe liepen (en elkaar na drie maanden troffen), werd hun definitieve afscheid. Hun symbiotische relatie was na al die jaren opgebrand, verklaarde Ulay. “Ulay kon er niet tegen dat ik steeds vaker als het gezicht van onze samenwerking werd beschouwd”, schrijft Abramović nu. “En hij ging vreemd.”

Slachtoffer spelen

Achtentwintig jaar later is de relatie nog altijd moeilijk. Ulay spande dit jaar een rechtszaak tegen Abramović aan over de verdeling van de auteurs­rechten op hun gezamenlijke werk. Abramović: “Ik heb daar een heel simpel statement over. Hij won, ik verloor. Next! No hard feelings.”

Om er later toch nog een paar keer op terug te komen: “Weet je, ik ben blij dat hij gewonnen heeft. Ulay heeft 28 jaar het slacht­offer gespeeld. Nu hij heeft gewonnen, kan men zich concentreren op wat hij in die 28 jaar heeft gedaan. Wat voor expo’s heeft hij gemaakt, hoeveel boeken heeft hij gepubliceerd, wat voor werk heeft hij gemaakt? Weet jij het? En is het niet opvallend: hij had nooit klachten. Totdat ik een rich bitch werd. Is dat niet triest?”

Publiek in tranen

Bewondering van kenners was er altijd al. Maar officiële erkenning kwam pas laat. Vijftig was Abramović toen ze de prestigieuze Gouden Leeuw kreeg op de Biënnale van Venetië voor Balkan Baroque (’97), waar­in ze reflecteerde op de grimmige oorlog in haar geboorteland, terwijl ze dagen achtereen een stinkende berg bloederige koeien­beenderen probeerde schoon te boenen – de maden kropen er op een gegeven moment uit. Bijna 60 was ze bij de expo in het Gug­gen­heim Museum in New York, waarin ze oude performances van collega-kunstenaars her­opvoerde, en daarmee de vraag opriep of perfor­mance­kunst net zo benaderd kon worden als dans­- of muziek­composities.

Maar haar doorbraak naar het grote publiek kwam pas in 2010, met de performance The Artist Is Present, tijdens haar overzichts­tentoonstelling in het MoMA in New York: drie maanden lang zat ze tijdens de openings­uren van het museum bewegingloos op een stoel en kon het publiek bij haar aanschuiven om haar in de ogen te kijken.

Het idee kwam niet eens van haarzelf, maar van conservator Klaus Biesenbach, schrijft ze in haar boek. Maar toen hij begon te twijfelen, zette zij door. Gedurende een jaar bereidde ze zich voor: door niet meer overdag te eten en te drinken, maar ’s avonds, en zo het functioneren van haar lichaam te verleggen. Het ­succes was onverwacht en overweldigend: het publiek stond uren voor haar performance in de rij, zo’n 1.500 men­sen schoven aan, velen die voor haar plaats­namen, raakten in tranen.

Marina Abramović kijkt de bezoekers in de ogen tijdens The Artist is Present in het Museum of Modern Art, New York 2010. Beeld IMAGEGLOBE

Waarom komt het succes pas nu? “Omdat ik naar New York ben verhuisd”, reageert Abramović nuchter. “Amerikanen don’t give a shit om wat er in Europa gebeurt, terwijl Europeanen alles hier op de voet volgen. Wat hier gebeurt, heeft tien keer meer impact dan in Europa.” Komt bij: “Twintig jaar geleden had dit werk niet de­zelfde emoties opgeroepen. Het publiek is er nu klaar voor om daadwerkelijk iets te ervaren, deel te nemen in plaats van louter toe te kijken. Zeker hier, in New York, waar alles emotieloos is en vervangen door technologie, waar mensen elkaar sms’jes sturen in plaats van met elkaar te praten – om dan een totaal vreemde langdurig in de ogen te kijken en de overdracht van energie te voelen, dat heeft effect.”

Lady Gaga

Abramović borduurt op dat principe voort in recenter werk, waaruit ze zelf steeds meer ­verdwijnt. Ze ontwikkelde de Abramović-methode, een oefening in concentratie, onthaasting en aanwezig zijn in het moment, die ze onder meer ontleende aan haar bezoeken aan Taiwanese monniken. Lady Gaga onderwierp zich aan die methode, te zien in een tamelijk hilarisch filmpje, waar­in ze naakt en geblinddoekt door een bos loopt. Bezoekers van de Serpentine Gallery in Londen lieten zich (na inlevering van telefoons en camera’s) naar een lege muur leiden, waar ze zich konden concentreren op zichzelf. Net zoals het publiek voorafgaand aan een mode­show van Givenchy, getooid met geluids­werende koptelefoons, zich eerst een half uur aan complete stilte onderwierp.

Het levert haar lof op. Maar ook de kritiek dat ze zich steeds minder als performance­kunste­naar manifesteert en steeds meer als een goeroe met ster­allures. Het roept de vraag op of haar methode wel voor elke situatie even geschikt is. En waar kunst overgaat in een cursus mindfulness, of gewoon gekkigheid.

Beeld AFP

Abramović, licht geïrriteerd: “Eerst maakt het publiek je tot een beroemdheid en dan maken ze je af omdat je een beroemdheid bent. Het is simpel: de context bepaalt alles. Als iets in een museum plaats­heeft, is het kunst. Vroeger gingen mensen naar de kerk, nu naar het museum. Ik creëer nieuwe tempels.”

Avatar op komst

Ze is een pionier, zegt ze. Altijd bereid om grenzen te verleggen. En nieuw, jong publiek aan te boren, voor het veilig­stellen van haar erfenis, zegt een van haar medewerkers later. “Marina zit helemaal niet vast aan de kunstwereld. Nieuwe aanwas voor de performance­kunst is mogelijk beter te bereiken via de mode­wereld, of muziek­video’s.”

Haar nieuwste interesse is virtual reality, zegt Abramović. “Ik maak een avatar.” Er is een hologram van haar in de maak dat kan optreden zonder dat ze zelf aanwezig is.

Druist dat niet in tegen het hoofdprincipe van performancekunst dat The Artist Present moet zijn? Abramović: “Alleen slechte performance­kunstenaars uit de jaren 70 blijven dezelfde shit herhalen als uit de jaren 70. En er is een nieuwe virtuele techniek waarbij het brein daadwerkelijk gelooft wat het oog ziet.”

Zeker, beaamt ze, de avatar is ook bedoeld om in te zetten na haar dood. Als Warrior Marina, Spiritual Marina en Bullshit Marina zijn begraven. Leve Virtual Marina. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden