Maandag 09/12/2019
Marc Didden wordt zeventig en schreef een boek. ‘Wat een leven zou mijn leven geweest zijn zonder die kans om journalist te worden?’

Boeken

Marc Didden: ‘Het zou goed kunnen dat ik een beter leven geleid zou hebben als Guy Mortier niet op mijn weg gekomen was’

Marc Didden wordt zeventig en schreef een boek. ‘Wat een leven zou mijn leven geweest zijn zonder die kans om journalist te worden?’ Beeld Tim Dirven

Marc Didden wordt zeventig. Naast een mijlpaal is dat voor de filmmaker/journalist/docent ook een gelegenheid om terug te blikken in een boek. Géén memoires, die zijn voor mensen die hun leven interessant genoeg vinden om het te boek te stellen, en daar heeft Didden een hekel aan. Wel: een boek met een honderdtal betekenisvolle namen, plaatsen en liefhebberijen. We legden hem een selectie voor. 

De Azoren

Aan Athene heeft Didden een pesthekel, zo schrijft hij. Maar naar Kreta gaat hij graag en op de Azoren voelt hij zich thuis: het massatoerisme is er onbestaand, je betaalt met euro maar waant je ver weg van Europa, en met wat geluk spot je vanaf een terras één vulkaan, twee walvissen en drie mooie vrouwen. Het blijkt een constante te zijn in Diddens leven. Jamaica, de Shetlandeilanden, IJsland, Ierland, Sicilië: eilanden verlaat hij vaak met een grote gelukzaligheid. 

“Ik weet niet wat ik met eilanden heb. Het is pas na het verblijven op die plekken dat ik besefte hoezeer ik hou van dat gevoel van afgesloten te zijn van vrijwel alles. Dat je niet weg kunt. En dat je in de tijd voor het internet ook geen of nauwelijks contact kon hebben met het vasteland.” 

Zoals veel stadsmensen koestert Didden ook veel liefde en respect voor de natuur. “Die is op eilanden vaak indrukwekkend. En de inwoners, zeg maar de islanders, zijn niet zelden mensen met sterke persoonlijkheden.” 

Het valt sowieso op hoeveel plaatsnamen Didden heeft opgenomen in zijn boek: Chicago, Oostende, Seoel, Schaarbeek en Toscane, om enkele te noemen. “Ik heb het boek geschreven op basis van notities die ik al jaren maak in kleine Moleskine-schriftjes. Zo ontstond een lange lijst met woorden die blijkbaar enige betekenis voor me hebben: mensen, steden, songs. 

“Het was onmogelijk die lijst helemaal te behandelen – dan had men voor dit boek een half bos moeten kappen. Ik ben dus gaan selecteren. Zo heb ik een soort georganiseerde chaos geschapen die uiteindelijk de structuur van het boek bepaald heeft. Niets staat dus toevallig waar het staat. Al kan je het boek ook helemaal in wanorde lezen.”

Taxi Driver 

Didden heeft de film de afgelopen 43 jaar minstens één keer per jaar bekeken, die ‘rolprent uit 1976’. Maar waarom hij zo van Taxi Driver houdt, daar is hij nog niet helemaal uit. “Misschien omdat ik ook na 43 keer kijken telkens nieuwe wendingen ontdek, dat mij nog altijd zaken ontsnappen, dat ik nog elke keer verrast word”, schrijft hij. 

Het is een film die ergens over gaat: over waanzin, het stadsleven, de onmogelijkheid van de liefde. Sinds kort denkt Didden ook dat Taxi Driver gaat over eenzaamheid. “Gelieve daar vooral geen psychoanalytische gevolgen aan te verbinden”, zegt hij. “Taxi Driver is grote kunst en die gaat, vanuit de kunstenaar, vaak gepaard met grote eenzaamheid. Travis Bickle, de protagonist die schitterend belichaamd wordt door Robert De Niro, is echt God’s Lonely Man. Ik ben steeds zekerder dat de film daarover gaat, en over de vraag wat een mens waard is als hij tegen alles en iedereen moet vechten.”

Oesters 

Zijn eerste oesters at hij in een Parijse brasserie (“Een explosie, écht”). De beste at hij in een Victoriaans ogende Oyster Bar in Londen en in het Grand Central Station in New York werd hij overweldigd door het ‘Oyster Menu’, dat vijf volle pagina’s bevatte. 

Intussen is Didden een zelfverklaarde oesterexpert. “Net als iedereen vond ik dat oesters op snottebellen leken en ging ik ervan uit dat ze ook zo smaakten. Tot iemand eentje in mijn mond stak, in die Parijse brasserie.” In zijn boek geeft Didden de leergierige lezer met een bovenmatige interesse voor oesters een leestip mee, alsook enkele bieren die blijkbaar prima bij het weekdier passen. Zijn voorkeur gaat, in tijden dat het budgettair wat meezit, uit naar de Zeeuwse Platte. “Kom bij mij niet af met oesters uit de Aldi. Met al mijn sympathie voor de Aldi, natuurlijk.”

Amerikaanse kunst 

Europa is een pretentieus werelddeel, zo beweert Didden in het lemma over Amerikaanse kunst. “Ik vind dat wij vanuit de Europese intelligentsia iets te neerbuigend naar Amerikaanse kunst kijken. Ja, jazz en Marvel Comics, dat kunnen ze ginder wel, denken wij. En Warhol en Hopper, die mogen ook bestaan.” 

Maar Didden herinnert zich nog de eerste keer, ruim veertig jaar geleden, dat hij de grote Amerikaanse musea bezocht en besefte welke rijkdom de Europese kunstkritiek zo lang voor hem verborgen had gehouden. “Als ik in New York, Chicago, Boston, Philadelphia of Washington D.C. in een museum ben, dan wordt mijn aandacht toch vooral getrokken door de honderden werken van Amerikaanse kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw die voor ons eigenlijk nobele onbekenden zijn. En die vaak zowel vormelijk als inhoudelijk indrukwekkend zijn.” 

We geven alvast enkele van Diddens ontdekkingen mee: Winslow Homer, tekenaar, lithograaf, schilder en aquarellist. James Abbott McNeill Whistler en zijn vrouwenportretten. Thomas Eakins, een sleutelfiguur in de Amerikaanse schilderkunst aan wiens portretten van roeiers en worstelaars een homo-erotische spanning kleeft. 

Guy Mortier 

“Het zou goed kunnen dat ik een ander, en misschien wel een beter, leven geleid zou hebben als Guy niet op mijn weg gekomen was”, zegt Didden. “Maar dat is toevallig wel gebeurd en ik heb daar geenszins spijt van.” 

In zijn boek schrijft hij dat hij nog altijd niet bekomen is van de kans die hij van de legendarische Humo-hoofdredacteur kreeg om zich in de journalistiek te werpen. Hij vraagt zich af: “Wat een leven zou mijn leven geweest zijn zonder die kans? Wie zou dan mijn vrouw geworden zijn, wie mijn vrienden? Wat zou ik dan met mijn beperkte talent geworden zijn? De regisseur van de weerberichten bij de toenmalige BRT? Barman in een mediocre hotel? Copywriter, of nog iets veel ergers?” 

We zullen het nooit weten. Alleszins, zo heeft Didden nog te melden over de man met de snor: “In tegenstelling tot veel andere mensen heeft hij nooit op mijn zenuwen gewerkt. Bovendien mag ik zijn vrouw Marleen ook erg graag. Voorts heeft hij me geleerd dat vorm en inhoud niet zonder elkaar kunnen. Een wijze les.”

Parijs 

“Autostop, autobus, auto, trein, sneltrein.” Al 65 jaar lang gaat Didden een paar keer per jaar naar Parijs. In het lemma over zijn broer Leon schrijft hij over diens nieuwe, koningsblauwe Fiat 600 die ingereden moest worden. “Ik ga met Marc eens naar Parijs en terug rijden. Dat zal de auto goed doen”, meldde Leon aan hun moeder, toen Didden om vier uur thuis kwam van school. De optimistische schatting was dat ze tegen een uur of negen zouden aankomen, het werd na middernacht. De broers sliepen in de auto, en Didden zat uiteindelijk pas de volgende middag weer aan zijn schoolbank. “Ik kan nooit meer in Parijs komen zonder aan die nacht en aan mijn broer te denken.” 

Nu zegt hij over de lichtstad: “Toen ik films maakte, droomden anderen van Hollywood maar ik van Parijs. Telkens ik er aankom, ben ik blij; als ik wegrijd, ben ik triest. Ik verveel me er nooit, zelfs niet als ik me verveel. De mensen zijn soms arrogant, het bier is duur. Maar ik voel me goed als ik er voet aan wal zet.”

René, Leon en Roland

De drie broers van Didden zijn ieder een eigen hoofdstuk waard. René was de sportman die hem rock-’n-roll leerde kennen, Leon deed alles waar hij van droomde en Roland was een man van de wereld: altijd netjes gekleed, vlot drietalig, diplomatisch en breed geïnteresseerd in de dingen des levens. 

Het gezin Didden kwam uit Hamont in Limburg en verhuisde naar Brussel omdat de vader een baan had bij Thurn & Taxis. Het waren gouden jaren, zo schrijft Didden over de tijd dat het gezin – nochtans ‘working poor’ – tegenover het Jubelpark woonde. 

Didden: “Sinds ik een van mijn broers vorig jaar verloor, besef ik pas hoezeer ik aan hen gehecht was. Hoewel ik weet dat je de tijd niet kunt terugdraaien, had ik dat in dit geval graag gedaan. Nog één keer samen De Daltons spelen, nog één keer die eerste sigaret, nog één keer de kinderen van Frans & Yvonne zijn.” 

Een redelijk leven, uitgegeven door Luster 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234