Donderdag 21/11/2019
Frank Aendenboom in 'Crimi Clowns'. Beeld VTM

Postuum

Marc Didden eert Frank Aendenboom: apchards onder elkaar

Er was een tijd toen in de buurt van de Antwerpse Bourla Schouwburg niet alleen schoenen en sushi verkocht werden. De buurt heette toen nog Quartier Latin en droeg die bijnaam met gepaste trots. Er waren volkse restaurants en louche bars in overvloed. En een stuk of wat acteurscafés waar de toneelspelers zowel voor als na de voorstellingen van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg een permanent spektakel opvoerden dat men mogelijk ‘het leven’ zou kunnen noemen.

Van dat leven zijn nog zichtbare resten aanwezig op de Graanmarkt, bijvoorbeeld in een gezellige afspanning die ‘De Duifkens’ heet. Aan de bruine muren daar hangen nog steeds vergeelde foto’s van door en door Antwerpse acteurs die ontelbaar veel mensen een gelukkige avond of middag bezorgd hebben in die wonderlijk mooie Bourla.

Ik mocht ze als jongeman al wel eens gadeslaan. Ze hadden bijna zonder uitzondering veel talent. En een drankprobleem. En ze riepen eerder dan dat ze spraken.

Maar de man die mij het meest intrigeerde, zei helemaal niets. Hij zat in een hoek en keek alleen maar naar zijn glas bier, dat voor hem stond. En als ik het goed heb, rookte hij intensief en volgde zijn blik ook de grillige patronen die de walm van zijn sigaretten in de donkere kroeg veroorzaakte.

Hollywoodheld

Ik kende hem. Omdat iedereen hem kende. Hij heette Frank Aendenboom en was in de jaren ’60 een heus jeugdidool vanwege zijn opvallende aanwezigheid in jeugdfeuilletons als Zanzibar en Johan en de Alverman, waar hij als een ware jeune premier weerwerk gaf aan het komisch genie genaamd Jef Cassiers.

Hij had de klasse van een ware Hollywoodheld en bewoog zich binnen het kader dat een filmcamera uittekent zoals de Errol Flynns, de Rock Hudsons, de Burt Lancasters van die tijd dat deden. Met het grootste gemak. Alsof ze ervoor geboren waren.

Dat was Frank Aendenboom wellicht ook. Zijn moeder, de fijne comédienne Gella Allaert, had hem tenslotte de weg gewezen. En hij liet zich ook weleens ontvallen dat hij acteren niet noodzakelijk een big deal vond. “Je moet toch iets doen in het leven”, zei hij dan. “En dan nog liefst iets wat je kunt.”

Het deed me denken aan die andere king of cool, Robert Mitchum, die graag beweerde dat hij acteur was geworden omdat je er eigenlijk niks voor moest kunnen en er makkelijk rijk mee kon worden. Zijn recept: “Say your words and don’t stumble over the furniture.”

Een grapje. Van Mitchum. Maar ook van Aendenboom, die in werkelijkheid een groot acteur was. Van zijn vroegste jaren tot aan zijn opgemerkte passages in Matroesjka’s of Crimi Clowns heeft hij zijn beroep met talent, passie en precisie uitgevoerd.

Ik heb het geluk gehad hem vaak aan het werk te mogen zien op theater, via de televisie en vooral in films die hij helemaal naar zijn hand zette. Ik denk dan aan Robbe De Herts merkwaardige kortfilm De geboorte en dood van Dirk Vandersteen jr., aan Guido Henderickx’ Skin’, aan Hugo Claus’ Vrijdag en Het sacrament.

Tijdens de opnames van die laatste film had ik het voorrecht hem een beetje te leren kennen. We konden ook niet anders, want de producenten hadden ervoor gekozen de hele cast (die bestond uit een aantal coryfeeën zoals Jan Decleir, Ann Petersen, Chris Lomme, Hugo Van Den Berghe en de grote Aendenboom) bij wijze van loge een leegstaande varkensstal aan te bieden.

Mij was vooraf gezegd dat die Aendenboom een ‘lastige man’ was , maar daar heb ik alvast niets van gemerkt. Ik vond hem integendeel een uiterst minzaam en genereus mens, zeldzaam collegiaal en ook uiterst tolerant tegenover een amateur-acteur als ikzelve die toch ontegensprekelijk op zijn uiterst professionele zenuwen moet gewerkt hebben.

Aendenboom als Johan in 'Johan en de Alverman' Beeld VRT

Brombeer

Eén keer werd het hem allemaal te veel: Frank speelde een dorpspastoor en moest dus op een bepaald moment een mis lezen in de kerk van Kobbegem. Die dag wilden de opnames maar niet vlotten en het was ook berekoud in het huis van God. De scène stokte steeds op het moment van de consecratie en dat lag dat eerder aan een defecte camera dan aan Claus’ gebrekkige kennis van de christelijke liturgie. Telkens als Frank de kelk met miswijn in de lucht stak en er daarna een slok van moest drinken, moest de scène overgedaan worden. Daarom was die miswijn, zoals gebruikelijk is bij film, vervangen door appelsap. Maar vanaf take zes of zeven had de gevierde acteur het toch op een akkoordje geslagen met de rekwisiteur om in plaats van appelsap wat Schots gedestilleerd te schenken. Met het gevolg dat er ook nog een take acht, negen en tien nodig waren om die opnames af te ronden. En misschien ook wel elf, twaalf en dertien. Mijn geheugen strekt niet meer zo ver. Frank was de zaak ’s anderendaags al vergeten en moest er fijntjes om lachen. Niemand die Het sacrament gezien heeft, merkte er ooit wat van.

Van de werkelijk honderden rollen die Frank Aendenboom in zijn 55 jaar lange beroepsleven vertolkt heeft, is die van de brombeer Rik Van de Koolkaai in de onnavolgbare VTM-reeks Lili en Marleen mij het dierbaarst. Hij speelt er een norse ‘voddenmarchand’ die boos in het leven staat maar die zichzelf toch constant aanprijst als zijnde “ne veel te brave mens” en door de anderen verweten wordt een apchard te zijn. Wat Antwerps is voor ‘rare kerel’.

De bewuste Rik heeft in die vrijwel volmaakte volkse comedyreeks met ongeveer iedereen heibel, maar zit nog het meest in de knoop met zichzelf, wat hem tot een volle neef maakt van John Cleese’s roemruchte binnenvetter Basil Fawlty.

Hoe Aendenboom dat door scenarist Walter Van de Velde met slechts een paar geniale pennentrekken neergezette personage 130 afleveringen lang gestalte gegeven heeft, is een prestatie die alleen voor de allergrootsten weggelegd is.

Mooi is ook hoe je in iedere scène waar je net bereid bent die Rik in kwestie een totale klootzak te vinden, toch weer op een bepaald moment dankzij Aendenbooms spelerskwaliteit die blanke pit in de ruwe bolster zag zitten. Hoe je tegelijk én de grote mond én het kleine hartje kon waarnemen.

Die mond en dat hartje kon je behalve in volksvermaak en schurkenreeksen met hetzelfde gemak tegenkomen op de planken, in stukken van Shakespeare, Tsjechow, Wedekind of Pinter. In zowel de films van Urbanus als die van Chantal Akerman (Toute Une Nuit). Telkens helemaal één met de rol, telkens dienstbaar aan het project. Zoals alleen echte acteurs dat kunnen. En als Frank Aendenboom iets was, dan was hij dát wel: een echte acteur. Geboren in Antwerpen en daar ook doodgegaan, op de grens tussen Goede Vrijdag en Paaszaterdag. Ik gok dat hij niet naar de hemel gaat, maar ook niet naar de hel. Rest: het vagevuur. Ik schat ook dat hij daar veel oude vrienden gaat tegenkomen. Apchards onder elkaar.

‘Het Sacrament’ (1990), een film van Hugo Claus met Frank Aendenboom in de hoofdrol, wordt op vrijdag 6/4 getoond in de Cinematek (Brussel) en in Cinema Zuid (Antwerpen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234