Woensdag 26/06/2019

RIP Leonard Cohen

Marc Didden brengt hulde aan Leonard Cohen

Regisseur en journalist Marc Didden deelde het leven met Leonard Cohen. Twee zielsverwanten werden slechts door een oceaan gescheiden. Vandaag neemt de ene zageman afscheid van de andere.

► Leonard Cohen in 1988. Hij was toen 54. Beeld Toronto Star via Getty Images

Hoe lelijker ik word, hoe zekerder ik er ook van ben: schoonheid is het enige wat telt in deze wereld. En wie er werk van maakt om naar die schoonheid te zoeken, vindt die meestal ook. Of komt ze toevallig tegen.

Een voorbeeld: in de regel zijn de bussen van De Lijn erg lelijk, maar toch heb ik er ook eens een mooie gezien. En dat kwam omdat ik een jaar of vijf geleden ergens in de bijzondere stad Gent per abuis mijn Alfa Romeo ergens een zogenaamde sens unique had ingestuurd en daar neus aan neus kwam te staan met zo'n geel-witte rijdende kolos waar op het letterbord, dat normaal poëtische bestemmingen als Flanders Expo of UZ Gent belooft, eenmalig de volgende woorden prijkten: Leonard Cohen.

"Beroemder kan je niet worden", zei ik tegen de onbestaande geleidehond die altijd met mij meerijdt wanneer ik me in verafgelegen gebieden bevind. Ik gunde Cohen die faam ook volmondig en hoewel hij terwijl ik dit schrijf nog niet helemaal koud is, begin ik die grote Canadese treurwilg al hevig te missen. Hij was werkelijk wereldberoemd, maar in Gent was hij nog iets wereldberoemder dan elders.

Zijn reeksen concerten op het Sint-Pietersplein zijn tot de culturele geschiedenis van de Arteveldestad gaan horen en ook tot die van Cohen zelf. Maar toen iemand hem voorstelde dat plein te herdopen tot het Leonard Cohenplein en hem tegelijk ook de titel van doctor honoris causa aanbood, bedankte hij vriendelijk. "I'm Your Man", zal hij hebben gedacht, maar niet voor dat soort flauwekul.

Zoals de meeste van mijn leeftijdgenoten heb ik Leonard Cohen leren kennen in de winter van 1967 toen wij in vitrines van de betere platenzaken van de hoofdstad de cover van zijn al een beetje op een grafzerk lijkende eerste lp The Songs of Leonard Cohen zagen staan. Die plaat trok alleen al mijn aandacht omdat ze op het platenlabel CBS (nu Sony Music) was verschenen, een huis van vertrouwen dat ook onderdak bood aan Bob Dylan en Miles Davis, om er maar twee te noemen. Het eerste nummer van die plaat dat ik écht leerde kennen was 'Suzanne', maar dan wel in een zeikversie van Herman Van Veen. Geen fan dus, oorspronkelijk.

Tot ik the real thing ging monsteren en verslaafd geraakte aan de échte Suzanne en met haar meeging naar a place near the river. Tot ik in mijn geest met een handzwaai en tegen mijn zin afscheid nam van de mooiste vrouw van het Griekse eiland Hydra en prevelde: "So long, Marianne." Tot ik van andere sisters of mercy ging dromen. Zonder 'Master Song' te vergeten, of 'Teachers' of 'One of Us Cannot Be Wrong'.

Cohen kocht in de jaren 60 een huisje op het Griekse eiland Hydra, waar hij zich terugtrekt om te schrijven. Beeld The LIFE Picture Collection/Gett

Saudade

Cohen was geen folkzanger, al werd dat soms beweerd. Hij was ook niet van de blues, al zit zijn muziek dan vol saudade. Wat hij deed was ook geen showbusiness en al zeker geen pop of rock. En evenmin variété. Cohen was iets wat van heel weinig artiesten kan worden gezegd: een genre op zich. In sommige milieus wordt hij zelfs als een dichter geëerd, maar hij was dan wel pas een dichter geworden op de dag dat hij ontdekte dat zijn woorden beter werkten wanneer hij ze zong.

En dat terwijl hij technisch gesproken niet eens kon zingen. Een bewering die overigens niet geheel klopt, want meerdere malen reeds heb ik mogen vaststellen dat internationale geleerden het over veel zaken niet eens zijn, maar wel over één ding en wel dat in feite iedereen kan zingen.

Niet even mooi als een andere misschien, niet hoger, niet lager, maar zoals kindergezang overvloedig bewijst: als het goed zit vanbinnen komt het er meestal ook goed uit. Leonard Cohen zong voor zichzelf en voor ons en vooral voor de vrouwen op wie hij verliefd was, of die van wie hij op dat moment hield of die van wie hij ooit had gehouden.

Hij heeft van zijn passie voor vrouwen nooit een geheim gemaakt en voor elke Suzanne, Marianne, Heather en Nancy die hij heeft bezongen zijn er hele eskadrons meisjes en dames die anoniem zijn aandacht verdienden tussen de lijnen van de vele songs op zijn veertien langspeelplaten met origineel werk.

Een daarvan, niet zijn beste, heette zelfs Death of a Ladies' Man (1977). Die titel is vandaag helaas nog meer waar dan anders. Want behalve dat Cohen dus een absolute ladies' man was, is hij nu helaas ook onmiskenbaar dead. Wat mij liefdevol aan een wat ongelukkig benoemde postume plaat Death of a Zageman doet denken.

Flauw, dat weet ik. En daarom hoort daar ook wat uitleg bij. En wel deze: de eerste vriendin die ik ooit in de Bijbelse zin heb gekend was naar eigen zeggen redelijk gek van mij, maar feitelijk nog gekker van die prachtige Mijnheer Cohen, van wie ze de twee eerste langspeelplaten vrijwel voortdurend op haar draaitafel liet cirkelen. Om haar te plagen noemde ik haar Canadese bard weleens een zageman, nadat een verzoek van mij om wat Dylan, wat Stones, wat Janis Joplin te mogen draaien werd afgewezen. Stiekem vond ik hem ook toen best wel goed, en dat doe ik nog altijd.

Vrolijk en dankbaar

Die allereerste platen van hem, en vooral Songs From a Room, zitten helemaal onder mijn vel en als ik zou zeggen dat ik ze nog dagelijks draai, zou ik mij niet ver van de waarheid bevinden. Ze zijn de afgelopen halve eeuw echte huisvrienden geworden. Dingen die er altijd waren en er altijd zullen zijn. Dingen die helpen bij vreugde en bij pijn.

Ik heb die twee eerste lp's trouwens meer dan eens gekocht, want als het mis ging met een vriendin en er dus een boedelscheiding in zicht kwam, rees telkens ook de vraag: "Wat doen we met de boeken en de platen?" Wat de boeken betreft, had ik mijn antwoord altijd klaar: "Ik neem de goede", zei ik dan grappend, "en jij de slechte." Waarop altijd een zuur antwoord volgde. Bij de platen ging het zo: "Jij krijgt Cohen. Ik de rest!" Heerlijke tijden waren het.

Zelf beleefde liedjes van liefde en haat die, als ze ons niet killden ons zeker wel stronger maakten. En die we tijdens de ontbinding van onze affaire ook terugvonden op Songs of Love and Hate (1971), die soms wat vergeten derde lp van Cohen , waarop 'Joan of Arc' staat te schitteren en waarvan ik ook zo graag zelf eens die 'Famous Blue Raincoat' had gedragen. Terwijl ik toch ook behoorlijk onder de indruk was van het donkerder dan donkere 'Dress Rehearsal Rag', waar de protagonist in een koude kamer voor een spiegel zit en zich niet afvraagt of hij zelfmoord zou plegen, maar hoe. En opgepast, kindjes: muziek voor bij de kerstboom is dit niet, ook al komt Santa Claus op treffende wijze aan bod in dit morbide sprookje.

Maar laat ons vandaag vrolijk en dankbaar zijn. En tegelijk ook een beetje ingehouden treurig wezen ter ere van de unieke artiest die ons twee nachten geleden op lijfelijk gebied heeft verlaten, maar van wie de uitgebreide reeks studio-lp's, liveplaten, video's en dvd's nu al een eeuwig leven garanderen.

Of denkt u dat iemand ons ooit 'Bird on The Wire' kan afnemen, of 'Who by Fire' of 'Hey, That's No Way To Say Goodbye'? Ik denk het niet. En dat komt heus niet alleen door zijn fabuleuze songteksten, zoals wijsneuzen beweren die zijn muzikaliteit in twijfel trekken. Cohen schreef, vaak kabbelend onder een schijnbaar rimpelloze vijver vol verdriet, behalve prachtige woorden ook erg subtiele melodieën die zich diep in de geest boren van al wie oren aan zijn kop heeft.

'Suzanne'? Eén keer horen en voor altijd onderhuids aanwezig. 'Hallelujah'? Lijkt alsof het door de Allerhoogste zelf geschreven is. 'Take This Waltz'? Een dodendans waarbij de geliefden in driekwartsmaat breed lachend richting afgrond schuiven.

► Leonard Cohen bij zijn optreden op het Gentse Sint-Pietersplein op 12 augustus 2012. Beeld Alex Vanhee

Hoe goed Cohen's melodieën zijn, blijkt ook wanneer je eens actief gaat luisteren naar wat anderen met zijn songbook hebben gedaan. En ik bedoel dan niet noodzakelijk de 136 versies van 'Hallelujah' die in omloop zijn, maar ik denk bijvoorbeeld aan Linda Thompsons 'Story of Isaac', aan Marianne Faithfulls 'Tower of Song' of Jennifer Warnes' 'Famous Blue Raincoat', R.EM.'s 'First We Take Manhattan' of Nina Simones versie van 'Suzanne'. Stuk voor stuk volwaardige liederen en dus niet het gebruikelijke geneuzel van wat 98 procent van de leden van de singer-songwritersgilde uit hun slappe longen geperst krijgen.

We moeten in deze donkere dagen vooral oppassen om Leonard Cohen als een artiest uit het verleden te behandelen, want dat is hij niet. Ook al hoort hij zeer zeker thuis in het pantheon van de allergrootsten, daar waar het woord 'eendagsvlieg' zelfs niet mag worden uitgesproken. Daar waar platinaplaten als kleingeld worden gebuikt, omdat alleen de onsterfelijken er aan tafel mogen. Daar waar mensen huizen die geen carrière hebben betracht, maar wel een groot en belangrijk oeuvre hebben nagelaten. Mensen die levens van andere mensen hebben veranderd. Mensen die ertoe doen en die daarom bij leven al van de eeuwigheid mochten proeven.

'Out of the game'

Leonard Cohen, een artiest die even onbevangen over de ondergaande zon als over orale seks kon schrijven, is geen schimmige figuur uit de jaren 60 van de vorige eeuw, maar ook een held uit de jaren 70 en 80 en 90 en 00 en 10 en met 2016 omdat hij ons nog maar enkele weken geleden een van zijn allerbeste werken naliet. En ik heb het dan natuurlijk over dat geweldige voorwerp dat nu al, na nog maar een maand, een relikwie is geworden: You Want It Darker.

Je hebt nu wat je wilt, Leonard. Darker wordt het niet meer.

En dankjewel dat je bijna op dezelfde, grootse manier als die andere gentleman, David Bowie, afscheid hebt genomen van dit aardse bestaan. Je hebt je hele lange leven over de dood gezongen en nu was je hem toch nog voor. Hij nam jou niet, maar jij nam hem. Je zette hem een lekker joodse neus. Voor hij zijn zeis kon bovenhalen tijdens het laatste avondmaal, zei jij: "I'm leaving the table, I'm out of the game", om dan af te sluiten met: "The wretched beast is tame, so blow out the flame."

Iemand die ik erg waardeer vroeg me gisterenavond wat mijn favoriete Leonard Cohen-song was. Daar moest ik heel lang over nadenken. Of eigenlijk helemaal niet. Het is voor altijd 'Chelsea Hotel #2'. Omdat ik daar alles in terugvond van wat ik hoopte dat een artiestenleven zou zijn. Omdat het eerste was wat ik deed toen ik in de winter van 1973 voor het eerst van mijn leven in New York landde: recht naar het Chelsea Hotel rijden, aan nummer 222 West 23th Street. Om er in die legendarische luizenbak van een lobby dezelfde lucht te ademen als voor mij Dylan Thomas, Brendan Behan en Jack Kerouac hadden gedaan. En Charles Bukowski en Jan Cremer, de jonge Patti Smith, de jonge Dennis Hopper, de jonge Bob Dylan en Allen Ginsberg, en natuurlijk ook Janis Joplin en Leonard Cohen, die terwijl ze in en aan elkaars lijf zaten ook nog de volgende woorden inspireerden: "Well never mind, we are ugly but we have the music."

Die zin is me in die donkere tijden vaak goed van pas gekomen, Leonard, waarvoor mijn laattijdige dank. Ook hoopgevend en toepasselijk was het vervolg van die song: "You told me again you preferred handsome men, but for me you would make an exception."

Om af te sluiten wil ik me ook verontschuldigen, Leonard, dat ik u ooit een zageman heb genoemd. Maar mocht u mijn excuses aanvaarden van daar waar u zich nu bevindt, dan zeg ik er maar meteen bij dat ik zelf ook een zageman ben. Dat schept een band. Ja toch? Niet dan?

Terwijl Trump kwam, is Leonard gegaan. Dat is misschien niet eens zo'n slechte zet. Als Canadese inwijkeling van New York en Los Angeles had hij al nooit een hoge pet op van de yankeepolitiek. Hij woonde in bij zijn dochter Lorca, die een diepvrieskind van Rufus Wainwright had gekregen, iets wat ook niet iedereen kan zeggen. Cohen was niet van de wereld waarin mannen in maatpak de kaarten delen. De enige politiek waarin hij geloofde was die van het lichaam en de geest. En voor een eigen grafschrift had hij ook al gezorgd.

So long, Leonard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden