Donderdag 30/06/2022

InterviewDe Mol

Makers en mol blikken terug op eerste seizoen ‘De Mol’: ‘Ik moest me drie uur in een kast verstoppen’

'De Mol' seizoen 1, met mol Magda Ral in het midden. Beeld VRT
'De Mol' seizoen 1, met mol Magda Ral in het midden.Beeld VRT

Zondagavond wordt het tiende seizoen van De Mol op gang geschoten. De perfecte aanleiding om terug te blikken op de start van een van de succesvolste programma’s uit de Vlaamse televisiegeschiedenis. ‘We hadden geen idee van wat ons te wachten stond.’

Pieter Dumon

“Wat als we er nu eens een saboteur tussen stoppen?” Voorjaar 1998. In de tuin van een huis in Schelle, gehuurd van het toenmalige Electrabel, breekt een select gezelschap televisiemakers zich het hoofd over een nieuw televisieprogramma. De lat ligt hoog. Hetzelfde illustere gezelschap stond twee jaar eerder aan de wieg van Schalkse Ruiters, het legendarische zondagavondprogramma dat met de laatste aflevering een recordaantal van 2.278.675 kijkers aan het scherm wist te kluisteren.

En nu moet er dus een opvolger komen. Aanvankelijk zou die Schalkse Ruiters gaan te ver heten. Een reisprogramma waarin presentatoren Tom Lenaerts en Bart De Pauw elke week op pad zouden gaan om onderweg – net als het originele format – feit en fictie met elkaar te vermengen. De ene week zouden ze met de motor door de VS rijden, de keer daarna al liftend Rome proberen te bereiken en ook een busreis met een groep nobele onbekenden langs de kastelen van de Moezel stond op de planning. Er worden scenario’s geschreven en mogelijke bestemmingen bestudeerd. Maar wanneer ze die in Schelle samenleggen, blijkt het idee toch niet zo geniaal als aanvankelijk gedacht. Niet alleen dreigt het programma op een logistieke nachtmerrie uit te draaien, het bevat ook te weinig laagjes, zoals regisseur Michel Vanhove dat omschrijft. “Het idee was simpelweg niet goed genoeg.”

Eén element uit het afgevoerde programma willen de makers wel behouden: de groep nobele onbekenden met wie Bart en Tom op reis zouden gaan. “We stonden toen aan de vooravond van de geboorte van realitytelevisie”, herinnert Vanhove. “Blijkbaar voelden we instinctief aan dat we met het op sleeptouw nemen van die groep gewone mensen iets te pakken hadden.” Alleen is het nog even zoeken naar wat je met zo’n reisgezelschap zoal kunt doen. Tot iemand – geen van de aanwezigen weet nog precies wie – dé vraag stelt: “Wat als we er nu eens een saboteur tussen stoppen?” Even later staan de grote lijnen van De Mol op papier. De naam hebben we te danken aan de graafwerken van het gelijknamige dier in de tuin van de Electrabel-villa.

De zender overtuigen van het potentieel van hun idee kost de bedenkers weinig moeite. “Het waren andere tijden”, zegt Lenaerts. “We hadden net een van de grootste kijkcijfersuccessen uit de geschiedenis van de VRT bedacht. Gewoon het feit dat we een programma wilden maken was genoeg om de zenderbazen over de streep te trekken.” Al zou dat nieuwe programma het wel zonder de wonderboys Bart De Pauw en Tom Lenaerts moeten doen. Die deden achter de schermen hun deel van het werk, maar zouden niet in beeld komen. “Het moest bij De Mol om de deelnemers draaien”, legt Vanhove uit. “Wanneer Bart en Tom het zouden presenteren, zouden zij met te veel aandacht gaan lopen.” Daarom wordt Michiel Devlieger die in Schalkse Ruiters al een bijrolletje kreeg, de wei in gestuurd. “Een puur praktische keuze”, vertelt die. “Er was gewoon geen tijd meer om deftig op zoek te gaan naar een presentator, dus hebben ze het maar gedaan met wat voorhanden was.” (lacht)

Presentator Michiel Devlieger in het derde seizoen van 'De Mol'. Beeld VRT
Presentator Michiel Devlieger in het derde seizoen van 'De Mol'.Beeld VRT

Strakke planning

Dat gebrek aan tijd is bij dat eerste seizoen wel vaker een pijnpunt. “De Mol is in recordtempo gemaakt”, vertelt Inge Sierens, producer van het eerste seizoen. “Pas eind juni stond het format helemaal op punt, half oktober zijn we beginnen te draaien en op 6 december ging de eerste aflevering op antenne.” Die strakke planning laat zich voelen op het terrein. Zo herinnert Vanhove zich een proef die zich afspeelde in een maislabyrint. “Zo’n doolhof wordt normaal gezien gemaakt door de mais in een bepaald patroon in te zaaien. Maar wij zijn pas in juli naar Frankrijk getrokken om locaties te zoeken en toen was het al veel te laat om nog mais te zaaien.” De productieploeg moest het dus met een bestaand maisveld doen, waaruit ze manueel een labyrint knipten. “Al die planten moesten een voor een verwijderd worden”, vertelt Vanhove. “Een onbegonnen werk. Uiteindelijk was het 1 uur ’s nachts voor we die proef konden opnemen en duurde het tot 4 uur ’s morgens voor de kandidaten naar bed konden.”

“Het grote probleem was dat we van De Mol geen proefopname konden maken, zoals je dat bij andere programma’s wel doet”, vertelt Lenaerts. “Je kunt geen tien kandidaten en een hele productieploeg optrommelen gewoon om eens te proberen.” Wanneer cast en crew eind september 1998 richting Zuid-Frankrijk trekken, moet het dus meteen goed zijn. Dat zorgt voor behoorlijk wat stress. Vooral omdat bij een format als De Mol alles afhangt van de kandidaten en hoe die zich gedragen. Lenaerts: “Net daarom hadden we veel tijd gestopt in de selectie van de deelnemers. Maar je weet natuurlijk nooit hoe het uitdraait. Er kan altijd iemand tussen zitten die denkt: ik ben al lang blij dat ik in het Zuiden van Frankrijk zit, wat kan mij de zoektocht naar die mol schelen.”

Die vrees blijkt al snel ongegrond. Vanhove: “In de tweede aflevering moesten de kandidaten een bungeesprong doen vanaf de Pont de Ponsonnas, vlak bij Grenoble. De boodschap was simpel. Wanneer iedereen zou springen, verdienden ze geld. Bleven er kandidaten op de brug staan, dan was de opdracht mislukt. Boven op die brug zagen we voor het eerst die groepsdynamica waar we op hadden gehoopt. Kandidaten begonnen op elkaar in te praten, wie twijfelde werd verdacht gemaakt. Voor ons als makers vielen toen de puzzelstukken in elkaar.”

Niet alleen de kandidaten waren een onzekere factor, de mol vormde zo mogelijk nog een groter risico. Tijdens dat eerste seizoen werd Magda Ral gerekruteerd als saboteur. Een Brusselse actrice die een goede vriendin was van de toenmalige partner van Devlieger. “We hadden een blind vertrouwen in haar”, vertelt de presenator. “Maar als we eerlijk zijn, hadden we er geen idee van wat haar te wachten stond.” Ook Ral zelf had niet echt over haar rol nagedacht, zo blijkt. “Ik hou van een uitdaging, meewerken aan De Mol leek me een leuk avontuur. Ik wist ook dat ik me makkelijk in een groep beweeg. Het zou wel loslopen. Al herinner ik me wel nog dat ik de dag voor het vertrek heel nerveus was, maar dat heb ik altijd voor een optreden.”

Magda Ral, 'De Mol', seizoen 1. Beeld kos
Magda Ral, 'De Mol', seizoen 1.Beeld kos

Over hoe voorbereid de mol precies aan de startlijn kwam, lopen de versies nogal uiteen. In de beleving van Ral zelf had ze een vrije rol. “Dat niet echt vaststond wat ik moest doen, vond ik net het interessante aan de mol zijn. In mijn herinnering heb ik vooral heel intuïtief gehandeld.” Vanhove en Lenaerts komen met een ander verhaal. Zij hebben het over lange briefings waarbij elke opdracht en alle sabotagekansen nauwgezet overlopen werden. En als interview vermomde dagelijkse overlegmomenten. “Dat overleg was miniem”, zegt Ral. “We communiceerden vooral via briefjes en veelzeggende hoofdknikjes. Michiel kon als geen ander met één hoofdbeweging een heel verhaal vertellen.”

Mollenklem

De angst om ontmaskerd te worden zit er vooral bij het begin van de opnames goed in. Wanneer de mol te vroeg aan de oppervlakte komt dreigt het hele programma in het water te vallen. “Moniek had bij wijze van grap een mollenklem bij”, vertelt Ral. “Toen we op de eerste dag op de trein stapten bleef dat ding per toeval aan mijn broek hangen, waarna iedereen begon te roepen: ‘We hebben de mol te pakken’. Dan slik je wel even.” Om de kans op ontmaskering tot een minimum te beperken werd ook het grootste deel van de productieploeg in het ongewisse gehouden over de identiteit van de mol. Al maakte dat de taak van Ral niet per se makkelijker. “Op een gegeven moment was ik ’s avonds nog bezig met een sabotageactie in de bar toen plots een paar mensen van de ploeg binnenkwamen”, vertelt ze. “Ik heb me toen snel in een kast verstopt en ben daar drie uur blijven zitten tot het gezelschap eindelijk besloot om toch maar te gaan slapen.”

Terugkijkend op dat eerste seizoen beseft Ral nu hoe essentieel haar rol was. “Maar op het moment zelf heb ik daar nooit bij stilgestaan. Ik was er me echt niet van bewust hoe groot mijn verantwoordelijkheid was. Op een gegeven moment heb ik zelfs gedreigd uit het programma te stappen. Voor een van de proeven moest Belle zich helemaal laten ingipsen. Wat ertoe leidde dat ze niet meer zonder hulp naar het toilet kon. Ik vond dat erover en liet aan de ploeg weten dat ik zou stoppen als ze niet ingrepen. (lacht) Toen heeft Michel Vanhove me wel even apart genomen om me op het budget van het programma te wijzen.” Dat Ral de allereerste mol was, maakte haar taak er niet makkelijker op. Er was geen voorganger aan wie ze zich kon spiegelen en bovendien zou haar invulling van de rol als voorbeeld dienen voor de saboteurs die na haar kwamen. “Ik ben Magda nog altijd dankbaar voor hoe ze dat heeft gedaan”, zegt Devlieger. “Ze speelde het spel smerig zonder daarbij zelf een smeerlap te zijn. Ze heeft daarmee de toon gezet voor de volgende seizoenen. En ervoor gezorgd dat er aan het einde van elke reeks twéé helden zijn: degene die de mol ontmaskert én de mol. Dat is heel belangrijk geweest voor het succes van het programma.”

De crew met o.a. Tom Lenaerts, Bart De Pauw en Michiel Devlieger. Beeld SBS
De crew met o.a. Tom Lenaerts, Bart De Pauw en Michiel Devlieger.Beeld SBS

Devlieger omschrijft de opnames treffend als een opeenstapeling van lange ritten en korte nachten. Ze draaien uit op een beproeving. Sierens noemt de draaiperiode een kruising tussen een band op tour en een fictieset. “Met die complicatie dat je elke dag een andere set speelt op een andere locatie, en dat je niet hebt kunnen repeteren. Tegenwoordig blijven ze bij het draaien van De Mol langer op dezelfde plek.” Om die verplaatsingen draaglijker te maken schakelt de productie zelfs een heuse toerbus in. “De broer van Tom Lenaerts was op dat moment tourmanager van dEUS. Het leek ons een goed idee om de bus te huren die zij gebruikten, met een aantal ingebouwde slaapplaatsen. Zo kon de ploeg onderweg wat slaap inhalen.” Van slapen komt er op de bus uiteindelijk niks terecht. Sierens: “We hebben de couchettes gebruikt om het materiaal van de geluids- en cameramensen in op te bergen. Dat bespaarde hen heel veel in- en uitpaktijd. We hebben de bus ook gebruikt als datacenter waar we alle videocassettes met opnames – zo’n veertig per aflevering – checkten en van een label voorzagen.”

De klok rond monteren

Als de crew helemaal uitgewrongen thuiskomt, moet uit al die cassettes nog een programma gedistilleerd worden. “We hebben toen een ploegensysteem opgezet zodat we zeven dagen per week de klok rond konden monteren”, legt Lenaerts uit. “Dat was de enige mogelijkheid om het programma op tijd op antenne te krijgen.” Wanneer dat op zondagavond 6 december uiteindelijk gebeurt, valt de respons wat tegen. Met net geen miljoen kijkers moet De Mol het zelfs afleggen tegen Nonkel Jef die op zondagavond het mooie weer maakt bij concurrent VTM. “Het was natuurlijk een totaal nieuw concept”, legt Devlieger uit. “En blijkbaar hadden mensen tijd nodig om het programma helemaal te snappen. Ik herinner me bijvoorbeeld dat de vader van Bart het bij die eerste afleveringen het telkens over ‘de mol van de week’ had.” Lenaerts krijgt na de tweede aflevering dan weer telefoon van cameraman Jef Van Den Langenbergh. “Die had samen met vrienden gekeken en had gezien dat die totaal niet mee waren in het verhaal. Zijn boodschap was duidelijk: ‘We hebben ons vergist. Het zal niet marcheren’.”

Naarmate het programma vordert, ‘marcheert’ het steeds beter. Tot aan het eind van de reeks is heel Vlaanderen in de ban van De Mol. Met een bizarre apotheose na de laatste uitzending. De ontmaskering van de mol schopt het zowaar tot hoofdpunt in Het journaal, met Magda Ral als studiogast bij Sigrid Spruyt. “Ik vond dat ongelooflijk", vertelt Ral. “Terwijl ik op de redactie zat te wachten tot het journaal zou beginnen liepen daar nog beelden binnen van een zwaar busongeval. Bijna had ik Sigrid bij het begin van ons gesprek gevraagd of dat niet belangrijker was dan de ontknoping van De Mol. Maar ik heb het uiteindelijk niet gedurfd.” Leo Hellemans, destijds hoofdredacteur, vond het toen de normaalste zaak van de wereld zijn journaal met een televisieprogramma te openen. Dat vindt hij nu trouwens nog. “Omdat de ontknoping van De Mol toen wel degelijk nieuws was. Het feit dat je mij meer dan twintig jaar na datum er nog over belt, is daar het beste bewijs van.”

De Mol, Play4, zondag, 19.55 uur
Café De Mol, Play4, zondag, 21.50 uur
10 X De Mol, Play4, maandag, 20.35 uur

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234