Vrijdag 01/07/2022

AchtergrondSchilderkunst

Magie in tweevoud: tentoonstellingen van David Hockney in Bozar

'In the Studio', een collage die bestaat uit 3.000 aparte foto’s. Typisch Hockney: liefde voor vernieuwende schildertechnieken en perspectiefvorming, en een afkeer voor doorsneefotografie. 
 Beeld Richard Schmidt
'In the Studio', een collage die bestaat uit 3.000 aparte foto’s. Typisch Hockney: liefde voor vernieuwende schildertechnieken en perspectiefvorming, en een afkeer voor doorsneefotografie.Beeld Richard Schmidt

Het is bijna dertig jaar geleden sinds Brits kunstenaar David Hockney voor het laatst solo in België tentoonstelde. Vandaag is hij terug in Bozar met een dubbelexpo en een status die intussen tot aan de sterren reikt.

Sofie Van Hyfte

Kunstenaar David Hockney (84) is al vele jaren een onverslagen publiekslieveling. Met zijn iconische stillevens, portretten en landschappen behoort hij tot de invloedrijkste en meest populaire kunstenaars ter wereld. Die populariteit is terug te brengen tot het moment waarop hij voor het eerst de Londense kunstscène betrad in de vroege jaren zestig. Voor het publiek was zijn persoonlijkheid net zo bijzonder als zijn werk en die gouden formule is tot op vandaag blijven doorwerken.

Hockney werd destijds gezien als de voortrekker van een nieuwe generatie Britse, al dan niet homoseksuele artiesten, een groep kunstenaars die sterk op de voorgrond trad in de swingende jaren zestig. Op zijn 33ste werd al een eerste overzichtstentoonstelling aan zijn werk gewijd in de Whitechapel Gallery in Londen. Sindsdien is hij nooit meer echt uit de aandacht verdwenen.

Niet één, maar twee tentoonstellingen over de Britse grootmeester openen vandaag de deuren in Bozar. Met topstukken uit de Tate-collectie met uitzondering van A bigger splash neemt de expo David Hockney: Werken uit de Tate Collectie 1954-2017 de bezoeker mee doorheen de lange carrière van de 84-jarige kunstenaar. Ook krijgt het publiek De komst van de lente, Normandië, 2020 te zien, zijn recentste werk, dat vooralsnog enkel in Londen werd getoond. In samenwerking met de Royal Academy in Londen legde Hockney op zijn iPad in maar liefst 116 werken het ontluiken van de Normandische lente vast. Een idee dat al sinds begin jaren 2000 door zijn hoofd spookt, toen hij besliste vanuit Californië terug te keren naar zijn geboortestreek, Yorkshire.

Het viel de kunstenaar, die bijna 30 jaar in het zonnige LA verbleef, pas na zijn terugkeer op hoe intens de seizoenen in Yorkshire van elkaar verschillen. Jarenlang groeide de fascinatie voor het landschap. In een documentaire over zijn grootste werk ooit gemaakt Bigger Trees Near Warter, dat aan het begin van de expo ophangt, vertelt Hockney dit: “Wie zegt dat het landschapsgenre dood is, moet beseffen dat dat niet komt door het landschap zelf, maar wel door onze eenzijdige blik erop die door de jaren heen is gaan vervelen. Wie niet op een vernieuwende manier naar buiten kan kijken zal de schoonheid van het uitzicht nooit herontdekken.”

Eind 2019 kocht de kunstenaar een hoeve, een zevendwergenhuisje zoals hij het zelf graag noemt, op een ruim domein vol fruitbomen niet ver van Giverny, Normandië. Zijn isolatie daar, tijdens de lente van 2020, viel toevallig samen met de eerste coronalockdown. Onbewust en niet intentioneel bracht de kunstenaar een boodschap van hoop mee uit Normandië: wat er ook gebeurt in de wereld, de lente kan niet uitgesteld worden.

1 beeld, 3.000 foto’s

Het is dinsdagmiddag in Bozar. Ik sta op de breuklijn tussen de twee Hockney-tentoonstellingen. Rondom mij is er een en al bedrijvigheid, maar ik merk er niets van. Ik staar naar een fascinerend panorama van de hand van Hockney. Zo fascinerend zelfs dat het hypnotiserend wordt. Op het eerste gezicht lijkt het beeld een eenvoudige foto van Hockneys studio in LA met netjes in het midden de kunstenaar die poseert voor zijn werk. Maar het beeld klopt niet en wat er precies fout aan is, valt moeilijk te benoemen. De perspectieven van het tapijt en de kunstwerken aan de muren zijn scheefgetrokken, alsof ze er achteraf zijn opgeplakt. Ook lijken de objecten in de ruimte bijna driedimensionaal, zo gedetailleerd en tastbaar zijn ze weergegeven.

In the Studio werd onlangs cadeau gedaan aan Tate. Het is een kubistische collage uit 2017 die bestaat uit 3.000 aparte foto’s. Elk object in het panorama is gefotografeerd vanuit meerdere hoeken. Die foto’s werden nadien digitaal samengepuzzeld tot een collage waardoor de objecten bijna uit het beeld lijken te springen. Als toeschouwer wordt je blik alle kanten opgestuurd, elk element vraagt evenveel aandacht.

Werk uit de ‘Lente’-reeks. Hockney: ‘Wie zegt dat het landschapsgenre dood is, moet beseffen dat dat niet komt door het landschap zelf, maar wel door onze eenzijdige blik erop.’
 Beeld RV
Werk uit de ‘Lente’-reeks. Hockney: ‘Wie zegt dat het landschapsgenre dood is, moet beseffen dat dat niet komt door het landschap zelf, maar wel door onze eenzijdige blik erop.’Beeld RV

“Het is een complex en allesomvattend werk”, vertelt curator van De komst van de lente en rechterhand van Hockney Edith Devaney. “Het geeft een belangrijke reden weer waarom de kunstenaar vandaag nog zo populair is. Hockney is een persoon die het leven viert en dat komt steeds op een andere manier terug in zijn werk. In the Studio brengt een ode aan het kijkplezier. ‘Perspectief is tunnelvisie’, staat te lezen op een van de canvassen. Het is een sleutel om zijn werk te begrijpen.”

Het is bijna 30 jaar geleden dat David Hockney voor het laatste tentoonstelde in Bozar. Toen was zijn werk baanbrekend omdat hij steeds andere technieken aanwendde. Hij experimenteerde met faxapparaten en met polaroids puzzelde hij collages samen. Toen al wou hij breken met het lineair perspectief en toen al had hij grote twijfels over het medium fotografie. “Vandaag zal je merken dat er in al die tijd nog niet zo gek veel veranderd is in het oeuvre van Hockney”, stelt Devaney. “Nog steeds werkt hij met vernieuwende schildertechnieken, zijn iPad-tekeningen worden almaar complexer en gesofisticeerder, nog steeds verdiept hij zich in perspectiefvorming en nog steeds heeft hij een afkeer voor doorsneefotografie, die hij als claustrofobisch ervaart.”

Het doet denken aan een verhaal dat Hockney jaren geleden vertelde. Op een winterse dag reed hij met zijn wagen door een lange, kaarsrechte tunnel in Zuid-Europa. Er was niemand te bekennen, geen voor- of tegenliggers. Minutenlang was het enige wat hij zag een speldenkopje aan licht. Tot hij plots aan het einde van de tunnel kwam en het landschap voor de kunstenaar uitrolde. In interviews achteraf beschreef Hockney die enge tunnel als een levende nachtmerrie. Het onderstreepte voor hem het belang van kijken en hoe we dat elk op onze eigen manier moeten blijven doen. Het behoedde hem evenzeer voor tunnelvisie in zijn eigen werk.

“Niet in elke periode is het even duidelijk zichtbaar, maar zijn levenslange obsessie met beeldvorming blijft cruciaal om zijn werk te begrijpen”, stelt Tate-curator Helen Little. “Al van bij de start van zijn carrière begin jaren zestig liep hij vast op datzelfde ruimtelijke vraagstuk. In de plaats greep hij terug naar het werk van andere kunstenaars zoals Picasso, Matisse en Van Gogh in de hoop daar het antwoord te vinden.”

Ook vandaag denkt hij er met zijn iPad-werken nog steeds over na. Zo speelt hij in The Arrival of Spring niet alleen met kleur en compositie, maar ook met de factor tijd. De tijd die de kunstenaar nodig had om de lente in kaart te brengen enerzijds, maar evenzeer de tijd die bezoekers nodig hebben om het werk in zich op te nemen. “Toen Hockney richting Normandië trok voor The Arrival of Spring, passeerde hij onderweg het wandtapijt van Bayeux”, vertelt Devaney. “Hij moet het wel al zo een twintig keer gezien hebben het afgelopen jaar en elke keer was het weer anders voor hem. Het tapijt ontleent zijn kracht aan het feit dat je er als toeschouwer langs beweegt. Als je er in verschillende snelheden langsloopt, zie je steeds andere dingen. Net dat heeft Hockney opgenomen in zijn recente werk en net dat draagt bij tot zijn succesformule.”

Hockney-magie

Devaneys woorden katapulteren me terug naar afgelopen zomer toen ik langsliep bij de Royal Academy in Londen, waar Hockneys recente iPad-schilderijen voor het eerst werden getoond. De zalen gonsden van opwinding. Het enthousiasme van de Britten was tomeloos. De geldende coronaregels leken voor de veelal bejaarde bezoekers even vergeten. Meermaals kruiste ik dezelfde gezichten die onverstoorbaar, de looplijnen negerend, heen en weer liepen tussen de werken. Met potlood op het begeleidende blad waar de data van de werken stonden neergeschreven duidden ze kirrend van enthousiasme aan welke werken het voor hen deden.

De Britse pers had wellicht met verbazing toegekeken. Het recente werk van Hockney werd ongemeen hard ontvangen door enkele prominente kunstcritici. “De iPad-werken zijn te beperkend voor Hockneys kunnen, de kleuren te synthetisch. Hockney lijkt zijn sérieux kwijt. Een digitaal hoogstandje ja, kunst niet zozeer”, zo luidde de kritiek. Het leek de vele bezoekers amper te deren. Zelfs tijdens Eurostar-rit richting Brussel merkte een recente bezoeker de catalogus enthousiast op.

David Hockney: populair én nog steeds serieus genomen. Beeld Eva Roefs
David Hockney: populair én nog steeds serieus genomen.Beeld Eva Roefs

Het doet de vraag rijzen wat de 84-jarige zo onmetelijk populair maakt bij het grote publiek. Wat houdt die Hockney-magie precies in? “Een kunstenaar die erg populair is maar nog steeds serieus wordt genomen, is uniek”, stelt Helen Little. “En zijn ongerijmde generositeit speelt daar beslist een grote rol in. Hij opent zijn persoonlijke leefwereld en deelt bijna alles, niet het minst zijn verworven inzichten over kunst. Wat nog het meest meespeelt is zijn vermogen om ons mee te nemen op avontuur. We reizen mee naar zijn prachtige hotels en zwembaden. We wanen ons in zijn boomgaard in Normandië. Hij opent onze ogen op een totaal andere manier dan we van kunst gewoon zijn en dat is van onschatbare waarde.”

David Hockney bij Bozar loopt nog tot 23/1/22

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234