Zondag 31/05/2020

Marc Sleen

"Madam Pheip rookte geen tabak, maar drugs"

Beeld Stichting Marc Sleen

In 2014 verscheen er nog een interview met Marc Sleen in De Morgen. U kunt het gesprek hieronder herlezen.

---

Ook al heeft hij al jaren geen tekenpen meer aangeraakt, op de boekenbeurs dingt Marc Sleen volop mee naar de prijs voor de beste Belgische strip. En zopas verschenen de eerste twee delen van 'De premières', stokoude Nero-verhalen waarin de belangrijkste personages hun intrede maakten.

"Ach, het heeft tien jaar geduurd vooraleer ik besefte dat ik helemaal niet kon tekenen, maar toen was het al te laat. Toen was ik al beroemd." Aan het woord is een grijnzende Marc Sleen, eind dit jaar 92 jaar. "Hoe het gaat? Ach, jong, Ik ben een wrak. Ik kan niet meer gaan of staan. Lichamelijk ben ik naar de knoppen. Maar geestelijk hoop ik nog een paar jaar mee te kunnen."

Los van al die fysieke misère is Sleen bijzonder verheugd dat zijn beroemde kaalhoofdige dagbladverschijnsel Nero opnieuw in de belangstelling staat. "Die premières, dat is een prachtig idee, want men was Nero een beetje aan het vergeten. Zelfs in mijn eigen dorp Hoeilaart vond ik geen Nero's meer. Het zijn allemaal Suske en Wiskes en De Kiekeboes die ik nu zie liggen."

De Standaard Uitgeverij wil Nero definitief terug uit de vergeethoek halen, zo blijkt. In december verschijnt het eerste deel van een nieuwe integrale Nero-reeks met (achtergronden rond) vier verhalen die Sleen maakte toen hij in 1965 overstapte van de krant Het Volk naar De Standaard-groep. Maar nog meer kijkt Sleen uit naar De premières, waarvan zonet de eerste twee albums verschenen. "Voor het eerst in mijn leven zie ik die oude - ik geef toe - slecht getekende Nero-verhalen in kleur." Voorlopig verschenen twee albums: het eerste verhaal waarin Petoetje voorkomt (Moea-Papoea) en het eerste verhaal waarin Petatje aantreedt (De ring van Petatje). Elk jaar moet er zo'n ingekleurd verhaal verschijnen.

Marc Sleen.Beeld Bob Van Mol

Schoonpeerd

Sleen is de eerste om toe te geven dat er geen strak plan aan de basis lag van Nero en co. "Het kwam zoals het kwam. De belangrijkste personages verschenen eerder toevalligerwijs, en net zo toevallig groeiden ze uit tot belangrijke spelers. Ik deed maar wat, geloof ik."

Een blik in de geschiedenis treedt hem daarin bij. In het zonet verschenen eerste album rond Petatje is van een wafelenbak nog geen sprake. In het slotplaatje ligt enkel een grijnzende varkenskop tussen wat garnituur op een zilveren schotel, de champagne wordt ontkurkt en midden op de tafel wacht een grote pot Tabac. Het zijn Sleens beginjaren. De entourage van wat zijn bekendste reeks zou worden, moet nog uitgezet worden. Met vallen en opstaan, zo blijkt. Detective Van Zwam is dan nog de hoofdrolspeler. De verhalen zijn ook naar hem genoemd. Pas na negen albums neemt Nero - dan nog Schoonpeerd geheten en nog niet uitgerust met zijn karakteristieke haarsprieten - de titel- en hoofdrol op zich.

Sleen: "Ach, Van Zwam. Ik creëerde hem na het lezen van detectiveverhalen als die van Sherlock Holmes en co. Zo'n detective wilde ik ook, maar dan een kolderieke. Hij was zo fantastisch. Aan de hand van sigarettenpeuken kon hij zeggen: Siciliaan, 47 jaar, slecht geslapen vannacht. (grijnst) Maar ik ben ermee gestopt omdat hij te veel een deus ex machina werd. Veel te gemakkelijk. Daarom gaf ik Nero de hoofdrol. En zo heb ik langzaamaan geleerd welke personages en karaktertrekken aansloegen."

Adhemar was twaalf albums lang een bleitende kleuter gehuld in babykleren, vooraleer hij gekleed in een pitteleer de kleine professor werd. "Maar hij was absoluut noodzakelijk voor de reeks", zegt Sleen nu. "Nero was een doodgewoon burgermannetje, prestigieus, opvliegend, dan rijk, dan weer arm. Het was geen goed voorbeeld als ouderfiguur, dus moest er iemand naast staan die veel verstandiger was: een ventje van zes jaar die al unief had gelopen. Kolder, natuurlijk, maar viel het je op dat Adhemar zijn vader altijd aansprak met 'teergeliefde vader', nooit ruzie maakte en alles beter wist maar toch zo respectvol bleef? Nero en Adhemar samen, dat was een goede beslissing. Eindelijk was er evenwicht."

Beeld Stichting Marc Sleen

Emancipatie

Andere personages ontstonden vanuit Sleens onmiddellijke omgeving. "Madam Pheip, dat was de eigenares van een wassalon uit Sint-Niklaas waar ik elke dag langs moest. Ik stak de straat over als zij er was, want ik was er bang voor: een heel bazig, pijp rokend manwijf dat het passerende werkvolk uitschold. Volgens mij was ze niet goed snik, maar goed, een vrouw die pijp rookte en daar ook trots op was, was wellicht het gevolg van de emancipatie van die tijd. Er zat overigens geen tabak in haar pijp, maar drugs. Denk maar aan de mensen die flauwvallen als ze voorbijkomt. Madam Pheip was een verdekte drugsgebruiker. Ik heb beslist haar in Nero onder te brengen met aan haar zijde een te brave, francofone man die niets durfde te zeggen: Philemon. Hij was gebaseerd op een burgemeester van Moerbeke-Waas, vlak bij ons (Sleen doelt op Jean Mariën, GDW). Ik heb flink de spot met die man gedreven."

Recht tegenover madam Pheip stond madam Nero, de wafels bakkende goedheid zelve. De vrouw aan de haard. "De typische vrouw zoals ze feitelijk moeten zijn", zegt Sleen. "In mijn jeugd was de ideale vrouw een goede huismoeder die haar kinderen goed opvoedde en zorgde dat haar kroost elke dag lekker te eten had. Maar nu?! Nu verdienen ze soms meer dan een man, zijn staatssecretaris of weet ik veel en koken niet meer maar doen een beroep op een meid. Tja, goed, ik ben er niet tegen, dat is de moderne beschaving, zeker?!"

Sleen benadrukt dat hij diepmenselijke thema's verweefde in Nero. Zo bracht hij adoptie ter sprake toen hij Petoetje en Petatje introduceerde als de aangenomen kinderen van meneer en madam Pheip. "In het album De ring van Petatje liet ik zien hoe haar tante Eusebie haar naar de Mont Blanc stuurde of haar een Harley-Davidson gaf in de hoop dat ze zou verongelukken om zo haar erfenis in te kunnen pikken. Er zijn van die mensen die erfenissen van anderen inpikken, hoor. Misschien gebeurt het met mij ook als ik er niet meer ben. Ik bedoel: het is allemaal zo menselijk wat zich in Nero heeft afgespeeld. En ja, natuurlijk was ik beschaamd om die hele oude, slecht getekende verhalen. Ik bekijk die twee oude albums rond Petatje en Petoetje ook met een scheef oog, maar dat was het begin van mijn carrière, hé. Ik heb me daar lang voor geschaamd, maar Hergé heeft me ooit persoonlijk gezegd dat zijn eerste tekenplaten ook heel slecht waren en dat ik me daar niet voor moet schamen. Het was een evolutie. Als ik maar beter werd, dacht ik. En dat was zo, niet?"

'De premières' verscheen bij Standaard Uitgeverij. Zopas kwam bij Bonte ook een bundeling uit met de eerste werken van Marc Sleen die hij tekende voor Ons Volkske.

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234