Donderdag 02/02/2023

AchtergrondW.F. Hermans

Maak kennis met de blik van W.F. Hermans: ‘Alleen de foto kan chaos uitbeelden zonder ordenen’

Hermans' voorkeur voor ‘betekenisloze plekken’ of ‘terrain vague’ zou hem nooit meer verlaten.  Beeld W.F. HERMANS
Hermans' voorkeur voor ‘betekenisloze plekken’ of ‘terrain vague’ zou hem nooit meer verlaten.Beeld W.F. HERMANS

De Nederlandse schrijver W.F. Hermans (1921-1995) had ook steile ambities als fotograaf. Een expo in Den Haag én een fraaie catalogus tonen hoe ijverig hij in de weer was met zijn geliefde Leica. Hij betrapte een wereld die ‘onherroepelijk in het teken staat van verval en chaos’.

Dirk Leyman

“De camera is klaarblijkelijk een even optimistische leugenaar als de mens die hem uitgevonden heeft en de mensen die hem verkopen”, zo schreef W.F. Hermans in 1961 schamper over ‘Koningin Eenoog’. Maar hij was er wél verzot op.

Foto’s hoefden voor de gramstorige schrijver-geograaf niets te verbloemen. Integendeel: “Ik bekijk de wereld zoals je een microscopisch preparaat bekijkt.” Aan afgelikte esthetiek had hij een hekel. Nee, zijn doel bleef “de banaliteit, de chaos in reine gedaante; de alledaagsheid die niet eens gek is, die niet meer is dan een groot, hol vraagteken.” Het is Hermans’ ‘scheppend nihilisme’ ten voeten uit.

Niet voor het eerst is er (door hemzelf en door anderen) geput uit de fotocollectie van de beroemde schrijver van De donkere kamer van Damocles en Nooit meer slapen: denk aan Koningin Eenoog uit 1986. Maar nooit eerder kon, 27 jaar na Hermans dood, door onderzoekers geloerd én gegrasduind worden in het complete beeldarchief. Dat omvat ruim 10.000 nooit eerder getoonde kleurendia’s, 9.800 negatieven en 2.500 vintage-prints, veelal nogal chaotisch gerangschikt. Grafisch ontwerper Piet Schreuders en Bram Oostveen maakten een selectie.

Zelfportret in spiegel van Notre Dame-hotel, Parijs, augustus 1957
 Beeld W.F. HERMANS
Zelfportret in spiegel van Notre Dame-hotel, Parijs, augustus 1957Beeld W.F. HERMANS

Het leidde tot een expo over drie zaaltjes in het Fotomuseum te Den Haag én vooral een somptueuze, veel uitgebreidere catalogus, die Hermans’ licht surrealistische universum ten volle oproept. Die kreeg de ironische titel Vrij belangrijke foto’s mee.

Dat schreef Hermans op een van de mapjes waarin hij afdrukken bewaarde van hemzelf, zijn ouders, andere familieleden en vrienden. Het Fotomuseum geeft toe dat zijn foto’s “technisch niet van het hoogste niveau zijn, maar wel zijn doortrokken van de wereldvisie van de schrijver”.

Ook inhoudelijk heerst wisselvalligheid. Je merkt bovendien hoever Hermans bewondering reikte voor Eugène Atget (1857-1927, die op bijna encyclopedische wijze foto’s maakte van verdwijnende Parijse winkeletalages, cafés, deuropeningen en etalages). En hoe hij enige mosterd haalde bij straatfotografen als Henri Cartier-Bresson, Robert Doisneau, Edouard Boubat en Walker Evans.

Wat eerst nog hobbyisme en gefröbel in de marge leek, nam bij Hermans snel serieuzere vormen aan. Hoewel hij in 1955 als fysisch geograaf was gepromoveerd, wilde hij op zeker moment van fotografie een professie maken, ook omdat het schrijven aan De donkere kamer van Damocles sputterde.

Eind 1956 kocht hij zich een twee-ogige Kalloflex en stortte zich op het fotograferen van zijn nabije omgeving in Groningen: de huiskamer, de markt, etalages, spelende kinderen of mensen op straat.

Een jaar later stak hij nog een tandje bij en ging hij in de leer bij de toen bekende arts-fotograaf Nico Jesse (1911-1976), die faam had verworven met zijn boek Vrouwen van Parijs. Aan Jesse liet hij deemoedig weten: “Ik ben, geheel in tegenstelling tot wat sommigen misschien van mij beweren mogen, in de nabijheid van Meesters gewillig, vlijtig en goed van aannemen.”

So far, so good. Van Jesse kreeg hij te horen, zo vertelde Hermans later, dat “een foto altijd interessant is als het over een mens gaat. Veel vaker in ieder geval dan wanneer het een dood voorwerp betreft.” Later nam hij van Jesse een Leica over, een toestel dat hij als techniekfanaat adoreerde: “Hun schoonheid is van de soort die de indruk geeft ontstaan te zijn, zonder dat iemand bijzonder zijn best gedaan heeft iets moois te maken.” Geen wonder dat hij na typemachines ook fototoestellen ging verzamelen, waarvan er op de expo een kleine honderd te bekijken zijn.

Maar Hermans’ inschrijving aan de fotovakschool in 1958 wordt een debacle, terwijl hij zich al voortijdig had laten registreren als Persfotobedrijf W.F. Hermans. Bij het fotografie-examen kreeg hij uiteindelijk driemaal onvoldoendes “over het onderdeel praktische bekwaamheid; en voor reproductie- en technische opname.”

Met kritiek kon W.F Hermans niet zo best om, dat is bekend. “Foto’s kunnen, evenmin als de grappigheid van een mop, met woorden worden verdedigd en daarom word ik droevig als iemand mijn foto’s lelijk vindt.” Ook liet hij zich ontvallen: “Zelfkritiek op foto’s is bijna onmogelijk, voor mij tenminste. Ik vind ze óf allemaal even slecht, óf allemaal even goed.”

Toch fotografeerde hij driftig door én in de periode 1957-1959 oogstte hij uiteindelijk zijn sterkste beelden, waarbij vooral de achterafbuurten van Parijs hem prikkelden. Zijn voorkeur voor ‘betekenisloze plekken’ of ‘terrain vague’ zou hem nooit meer verlaten.

“Het is deze omgeving die ik bij voorkeur fotografeer: aanplakbiljetten op schuttingen, vuilnis op straat, vervallen huizen, gestrande auto’s, honden zonder halsband en verloren voorwerpen.” Erosie en afbrokkeling was hem lief, evenals verlaten kerkhoven.

Hermans gluurde bij voorkeur achter de coulissen van een grimmige wereld. “Weinig mensen weten hoe groot de aantrekkingskracht is die ik onderga van wat achter borden ‘Verboden Toegang’ verborgen ligt. […] Daar is het dat monsterlijke graafmachines, pneumatische boren en dynamiet de illusie dat onze wereld een ‘bewoonde wereld’ zou zijn, vernietigen.

Hier wordt het duidelijk wat onze planeet in werkelijkheid is: een grote steen, inwendig rein, hard, en helder, van buiten wat vuil, slijmerig en versleten.” Volgens Schreuders fotografeerde Hermans dan ook “als een geoloog”, zo vertelde hij aan NOS: “Net als in zijn literaire werk herkende Hermans in elk landschap de onderliggende structuren. Volgens hem stond alles in het teken van verval.”

Er schuilt ongetwijfeld ook schalksheid en ironie in zijn foto’s, soms nogal opzichtig geserveerd. Kijk naar de dia met rode parasol op een Zwitsers terras Beeld W.F. HERMANS
Er schuilt ongetwijfeld ook schalksheid en ironie in zijn foto’s, soms nogal opzichtig geserveerd. Kijk naar de dia met rode parasol op een Zwitsers terrasBeeld W.F. HERMANS

Toch schuilt er ongetwijfeld ook schalksheid en ironie in zijn foto’s, soms nogal opzichtig geserveerd. Kijk naar de hem doodgemoedereerd tegemoet wandelende koe bij de Herculesmolen in La Coruña of de dia met rode parasol op een Zwitsers terras. Relativering zit er ook in de reeksen zelfportretten die hij onderweg of in hotelkamers schoot.

Conservator Wim van Sinderen van het Fotomuseum: “We kijken ook met Hermans mee als hij voor de zoveelste keer zijn spiegelbeeld fotografeert in een etalage, een koplamp of een sigarettenautomaat.

Hermans fotografeert zijn spiegelbeeld in een sigarettenautomaat. Beeld W.F. HERMANS
Hermans fotografeert zijn spiegelbeeld in een sigarettenautomaat.Beeld W.F. HERMANS

En dat is precies wat de miljoenen Instagrammers van vandaag ook voortdurend doen, alleen W.F. Hermans verzon er de mooiste term voor: de ‘zelfkiek’.” Heel geestig is de selfie van een door zijn knieën buigende Hermans in de Amsterdamse Kalverstraat mét gepositioneerde boekentas. Maar het niveau van Vivian Maier haalden zijn ‘zelfkieken’ niet.

Opmerkelijk is ook hoe de auteur in veel beelden amper interactie met mensen of modellen maakte. Hij durfde geen passanten aan te spreken, vond zichzelf van nature “bescheiden en verlegen”. “En zo mensen op straat, zo whop aanschieten, dat is eigenlijk net alsof je een pistool op ze richt.”

Hermans was dus eerder een mensenbetrapper, zoals bij de bijna Italiaans aandoende foto van een elegante vrouw op haar scooter, een ‘verkeersdeelneemster’ uit 1957 in Parijs Beeld W.F. HERMANS
Hermans was dus eerder een mensenbetrapper, zoals bij de bijna Italiaans aandoende foto van een elegante vrouw op haar scooter, een ‘verkeersdeelneemster’ uit 1957 in ParijsBeeld W.F. HERMANS

Hermans was dus eerder een mensenbetrapper, zoals bij de bijna Italiaans aandoende foto van een elegante vrouw op haar scooter, een ‘verkeersdeelneemster’ uit 1957 in Parijs. Ook de verkoopster van Le Monde in haar straatstalletje weet duidelijk van niets. Helaas liet Hermans ook technisch steken vallen. Sommige foto’s ogen rommelig, zijn duidelijk te gehaast genomen of ruw uitgesneden.

Ook de verkoopster van Le Monde in haar straatstalletje weet duidelijk van niets. Beeld W.F. HERMANS
Ook de verkoopster van Le Monde in haar straatstalletje weet duidelijk van niets.Beeld W.F. HERMANS

Hermans’ respect voor de fotografie was oneindig. Hij erkende er als het ware zijn meerdere in én schreef er bevlogen over: “Mijn grootste ongeluk is dat ik niet als machine ter wereld gekomen ben en dat ik niet met licht kan schrijven als een fototoestel”, klonk het in Paranoia (1953).

Want “alleen de foto kan de idee van de chaos uitbeelden zonder te ordenen.” Hermans heeft het tijdperk van de digitale fotografie niet meer meegemaakt. Het blijft dus speculeren of hij fanatiek met een smartphone aan de slag zou zijn gegaan. Zou hij – zoals schrijvers als Ilja Leonard Pfeijffer en Peter Terrin (een groot Hermansiaan, trouwens) nu doen, zijn dagelijkse portie beeld droppen op Instagram?

Vrij belangrijke foto’s toont zowel het talent als het falen van Hermans als plaatjesschieter, met altijd dat “dichterlijke oog”. Een menselijke Hermans dus. En dat zijn we al bij al niet gewend.

De tentoonstelling Vrij Belangrijke Foto’s bevat bijna 70 werken van W.F. Hermans. T/m 8 januari 2023 te zien in het Fotomuseum Den Haag. Het boek verschijnt bij Hannibal op 30 augustus.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234