Donderdag 17/10/2019

Interview

Lynn Wesenbeek: “Ik moest plots op zoek naar een ander leven”

Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: journaliste en tv-presentatrice Lynn Wesenbeek (56). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Dat hangt een beetje af van het moment van de dag. ’s Morgens mijn leeftijd: 56, maar naarmate de dag wat meer dynamiek krijgt, word ik actiever en voel ik me een vlotte veertiger. Als ik in het weekend naar een feestje ga en er is een dansvloer in de buurt, voel ik me 30. Maar jonger dan 30 ga ik nooit, anders voel ik me ’s anderendaags 70. (lacht)

“Doorgaans heb ik geen moeite met mijn leeftijd. Ik heb zelfs een boek geschreven over dat symbolische getal 50 (
‘50 tinten wijs’, uitgeverij Van Halewyck, red.). Daarvoor heb ik gesprekken gevoerd met uiteenlopende mensen over wat het voor hen ­betekent om halverwege te zijn van de spreekwoordelijke top van de berg. En over wat er dan toch ongemerkt verandert.

“Bij mij viel 50 worden samen met mijn vertrek bij VTM. Ik moest plots op zoek naar een ander professioneel leven. En bij uitbreiding zelfs naar een ander leven, want beide waren zo nauw met elkaar verstrengeld geraakt in die 25 jaar dat ik als het ware een deel van mijn job was geworden. Dat was wel een serieuze ­denk­oefening, moet ik toegeven. Ik heb er toch een tijd over gedaan om opnieuw een weg te vinden.

Wie is Lynn Wesenbeek?

* geboren op 3 november 1962 in Brasschaat

* studeerde economie aan de avondschool in Antwerpen, werkte bij Bank of America

* won in 1987 de Miss België-verkiezing

* was van bij de start in 1989 schermgezicht van VTM, eerst als omroepster en presentatrice van o.a. De nu of nooit show, Love Letters, Dierenplezier, Waagstuk en Het gala van het Gouden Oog

* later ook aan de slag als reporta­ge­­maker en journaliste in o.a. Royalty en Telefacts, en als anker van Het nieuws (2004-2012)

* werd in 2012 abrupt van het scherm gehaald, in 2013 verliet ze VTM definitief

* richtte de Belgische Federatie voor Robotica op, die zich met ­menselijke robots bezighoudt

* bracht in 2018, samen met levens­­­coach Kris Colpaert, het boek 50 tinten wijs uit, met levens­­lessen van bekende 50-plussers

* maakte eind vorig jaar haar comeback op tv bij het interview­programma Z-Talk op Kanaal Z

* heeft twee dochters

“Maar meer dan alleen mezelf als referentie te nemen, wilde ik in het boek ook andere stemmen aan het woord laten. Welke kantel­momenten hebben zij beleefd? Hoe hebben zij tegenslagen overwonnen? Hun inzichten hebben mij uiteindelijk geholpen om met mijn eigen situatie te dealen. Na 25 jaar was mijn vertrek bij VTM immers een feit zonder dat ik daarvoor ooit enige motivatie heb gekregen. Was ik plots niet meer capabel? Of had ik gezien mijn leeftijd geen economische waarde meer in een commerciële context? Ik heb nooit een antwoord gekregen en heb daar ­intussen vrede mee genomen, maar maatschappelijk gezien vind ik wel dat we dringend collectief iets moeten veranderen aan de beeldvorming van vrouwen in media en reclame. Ik denk dat we een soort #MeToo-beweging nodig hebben tegen leeftijds­discriminatie. Ook op dat vlak moeten we naar een totale ­ommekeer.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Mijn veerkracht, denk ik. Hoewel die natuurlijk niet altijd even sterk is geweest. De vroege dood van mijn moeder op mijn 21ste was het begin van een paar verdrietige jaren in mijn leven. En ook na het vertrek bij VTM moest ik mijn leven weer op de rails zien te krijgen. Toch is het glas voor mij altijd halfvol in plaats van ­half­leeg. Als ik de balans van mijn leven opmaak, kijk ik naar de plussen en niet naar de minnen, naar de winst en niet naar het verlies. Ik ben allergisch voor mensen die zich wentelen in een slachtofferrol. Ik vind dat heel onaantrekkelijk. Af en toe moet je jezelf een duwtje in de goede richting geven, vind ik. Je moet toch een klein beetje willen meewerken. Dat vind ik het minimum.”

3. Wat is uw passie?

“Als ik vanuit mijn ziel spreek: water. Ik ben verknocht aan water. Water betekent voor mij absolute vrijheid. Op een zeilboot ­stappen, op een surfplank liggen, gaan zwemmen in de open zee. Zo ben ik eens op een nacht samen met de grootmoeder van mijn kinderen – ik noem haar mijn tweede mama –, die toen al 80 was, ik in slip en beha, zij in onderjurk, de Noordzee ingesprongen, maar de kustwachter floot ons er weer uit. Het is natuurlijk levens­gevaarlijk. We hadden wat te veel Irish coffee op, vrees ik. (lacht)

“Ik woon nog niet aan zee, neen. (lacht) Maar wel aan de Leie. Af en toe duik ik er eens in. Wie mij wil verleiden met een diner op restaurant, kiest het liefst een restaurant met uitzicht op water.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja, want ik ben gezond. En de mensen rondom mij die ik graag zie, zijn gezond. Dan kan je niet anders dan het leven als een cadeau zien. Elke avond voor het slapen­gaan maak ik in mijn hoofd een lijstje op van vijf dingen die mij die dag plezier hebben gedaan, en dat helpt. Dankbaarheid is een fantastisch hulpmiddel om je goed te voelen.”

5. Wat is uw zwakte?

“Ik raak weleens in de knoei met mijn time­management. Ik durf mensen weleens te laten wachten. Ik doe het nogal graag rustig aan.”

6. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Thuiskomen en letterlijk mijn keurslijf uittrekken. (lachje) Heerlijk ontspannen in een warm bad. Een lange wandeling met de hond. Mijn kinderen die komen eten en een hoop vrienden meebrengen. Dat heb ik van mijn tweede mama geleerd: als je geeft, moet je gul zijn. In het leven is generositeit belangrijk. Als je mensen ­uitnodigt, moet je alles geven.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Toen ik 16 was, heb ik eens twee dagen gespijbeld om samen met mijn vriendje door te brengen. Tot de school mijn moeder belde en vroeg waar ik bleef. Mijn mama was toen zo teleurgesteld in mij dat ik het nooit meer gedaan heb. Ze was vooral bekommerd om mijn toekomst, denk ik.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Dat mijn kinderen iets zou overkomen. Voor de rest heb ik ­eigenlijk weinig angsten.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Vorige week nog. Ik was aan het supporteren voor vrienden die deelnamen aan een marathon in Firenze. Bij de aankomst zag je heel veel mensen naar boven kijken, naar de lucht, uit blijdschap en dankbaarheid omdat ze het gehaald hadden. Die persoonlijke overwinning, dat was zo schoon om te zien, zo ontroerend.

“Voor de rest huil ik niet zo vaak meer, maar ik heb wel al veel ­tranen gelaten in mijn leven, misschien te veel zelfs. Mijn moeder die 35 jaar geleden gestorven is, mijn vader 10 jaar geleden, en het liefdes­parcours dat ook weleens tranen heeft gekost. (lachje)

“Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans dat je iets meemaakt wat er hard inhakt. Dirk De Wachter zegt in mijn boek: naarmate je leert omgaan met verdriet en tegenslag, heb je een stapje voor, en ik denk dat dat klopt. Wat niet wegneemt dat sommige ­tegen­slagen nog indruk kunnen maken, uiteraard, maar je vindt je veerkracht sneller terug. Ik probeer dan ook niet te lang te blijven hangen in het verleden. Met de jaren besef je dat de tijd beperkt en kostbaar is.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Hm ja. (
denkt even na) Ik ben niet iemand die snel door het lint gaat. Als ik iets te zeggen heb, zal dat wel vrij snel gezegd worden. Het enige wat ik mij herinner, is een incident tijdens een vakantie, toen mijn oudste dochter een baby van zes weken oud was. We waren uitgenodigd op een zeilboot bij vrienden, voor de kust van Ibiza. Ik was haar ’s nachts aan het voeden en plots werd er op het raampje van onze kajuit geklopt. Ik schoof het gordijn open en zag een tierende naakte man staan, in de gietende regen. Bleek dat we zijn boot geramd hadden. Ons anker was losgekomen en beide boten waren ernstig beschadigd. Toen ben ik serieus in paniek geraakt. Ik zag mezelf al met mijn baby het water inspringen en 15 kilometer naar het vasteland zwemmen.”

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd of heeft een blijvende indruk nagelaten?

“Een van mijn lievelingsboeken is The Remains of the Day van Kazuo Ishiguro, verfilmd met Anthony Hopkins en Emma Thompson in de hoofd­rollen (onder regie van James Ivory, 1993, red.). Het hoofdpersonage van het verhaal is een butler. Eigenlijk zijn we allemaal wel een beetje butler in het leven, zegt de schrijver. Een groot deel van ons bestaan wijden we toe aan een kind, een partner, een bedrijf, een land of een partij, en daaruit halen we voor een stuk onze eer en identiteit, maar we weten nooit wat daarvan de uitkomst zal zijn. Dat boek heeft me heel sterk geraakt.

Lynn Wesenbeek: “Als je geeft, moet je gul zijn. In het leven is generositeit belangrijk.” Beeld Stefaan Temmerman

“En opera in het algemeen. De liefde voor opera heb ik meegekregen van mijn tweede mama. Ze was hier trouwens onlangs nog om haar ­begrafenis voor te bereiden. Ze wordt dit jaar 89. Ze zocht nog een aria voor aan het einde van de dienst en had dertig titels mee (lacht) en kon niet kiezen. We ­hebben toen de hele namiddag stukken beluisterd om te zien of er iets tussen zat dat toepasselijk was. (lacht) Opera zal mij dus altijd aan haar herinneren.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Ik ben niet gelovig. Ik vind wel dat er zinvolle teksten staan in het Oude en het Nieuwe Testament, maar zodra de katholieke leer een dogma wordt, haak ik af.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Met mededogen. Na 50 verandert je lichaams­bouw, je huid. Maar liever dan mijn energie te stoppen in dat jammer vinden, want dat is een gevecht dat je toch niet kan winnen, stop ik mijn energie in langer gezond blijven. Op mijn 86ste wil ik niet denken: kind, wat stond je daar 30 jaar geleden voor die spiegel toch te zeuren tegen jezelf. Mijn lichaam kan immers nog altijd alles. Zolang je gezond bent, kan je bij wijze van spreken over een huis springen, dus wat houdt er mij tegen?”

14. Wat vindt u erotisch?

“De compliciteit tussen man en vrouw, dat vind ik de hoogste vorm van erotiek. Die intimiteit, die absolute veiligheid. Seks om de seks met een onbekend lijf, vind ik banaal. Zomaar iemand nemen om niet alleen te zijn, dat is echt niet aan mij besteed.

“Ik ben tegen roken, maar een man met een sigaret vind ik wel iets hebben. Tot ik hem dan zou moeten kussen. (lacht) Maar het plaatje oogt wel mooi.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

(denkt lang na) “Ik vrees dat ik daar te nuchter voor ben. Ik heb een grote hang naar schoonheid. Goor staat voor mij gelijk aan banaal, platvloers, lelijk, helemaal niks verfijnds. Je hebt mensen die afschuwelijke dingen kunnen bedenken, maar ik zou er zelfs niet kunnen opkomen. Dus nee, dat is mij vreemd.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“In de Chinese dieren­riem ben ik een tijger en daar kan ik goed mee leven. (lacht) Als ik zelf zou mogen kiezen, misschien een zwarte panter. Dat is een zeldzaam, intelligent, elegant en sterk dier. Een beetje gevaarlijk ook. En wild.” (lacht)

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Met mijn mama had ik een heel hechte band. Op mijn negende zijn mijn ouders uit elkaar gegaan. Mijn zus en ik bleven bij haar in Antwerpen wonen, terwijl mijn vader een groot deel van het jaar in het buitenland verbleef. Met hem hadden we dus nauwelijks contact.

“Mijn moeder was een verstandige vrouw, hoewel ze niet lang naar school was geweest. Ze was geboren net voor de Tweede Wereld­oorlog, kwam uit een heel bescheiden gezin, maar had wel een natuurlijke drang om zich te ontwikkelen. Mijn vader was een creatieveling, kon heel goed tekenen, schilderen, zingen ook, maar ik heb geen van al zijn talenten overgeërfd. (lacht)

“Toen ik 14 was, is mijn moeder ernstig ziek geworden en is ze een maand lang in het ziekenhuis opgenomen. Na schooltijd namen mijn zus en ik iedere dag de bus naar het Middelheim-ziekenhuis om haar te bezoeken. Heen en terug waren we twee uur onderweg. ‘s Avonds laat maakte ik nog mijn huiswerk. Eigenlijk kan ik me dat nu niet meer voorstellen. Wij woonden wel in een sociale-woningblok met een hecht sociaal weefsel, maar we waren nog zo jong. Mijn zus is toen zelfs gestopt met studeren omdat iemand de kostwinner moest zijn. En toen mama terug thuis was, had ze heel veel verzorging nodig. Haar ziekte heeft jarenlang aangesleept. Maar toch heb ik niet het gevoel dat ik een slechte of ­ongelukkige jeugd heb gehad. Er was structuur, en veel warmte en liefde. Maar bon, een normale situatie was het niet. Dat had zo fout kunnen lopen.

“Toen mijn moeder gestorven is, het jaar dat ik 21 werd, heb ik daarover met mijn vader een ferm gesprek gehad. Ik vond dat hij serieus tekort was geschoten, dat hij zijn verantwoordelijkheid al die jaren ontlopen had. Maar goed, dat was dan uitgesproken. Uiteindelijk kan iemand maar handelen in de mate waarin zijn of haar bewustzijn is ontwikkeld. Zodra ik dat inzag, is onze band wel verbeterd. Omdat ik dacht: welke keuze heb ik nu? Nooit meer spreken tegen mijn vader? Zal dat beter zijn, word ik daar gelukkig van? Of er nog iets van maken, van de tijd die ons samen rest? Er waren intussen ook klein­kinderen gekomen. Ik heb voor dat laatste gekozen en voor mij voelde dat als de juiste keuze.

“Tien jaar geleden is hij overleden, maar ik heb nog de tijd gehad om uit te leggen hoe ik onze band heb ervaren, hoezeer hij mij gekwetst had. En hij heeft dat ook wel begrepen en toegegeven, wat heel belangrijk is voor de verwerking. Als de ander je gevoel erkent en spijt betuigt, doet dat heel veel. Dat geldt trouwens in elke relatie.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is jezelf herkennen in de ander. In de spiegel kijken en je eigen angsten, tekort­komingen en onzekerheden durven te zien. Als je je eigen beperkingen kunt aanvaarden, dan ga je ook die van de ander makkelijker kunnen relativeren en ermee omgaan.

“Liefde is dus mededogen voor de ander. Als ik zie hoeveel ­vecht­scheidingen er zijn, dan kan ik dat soms moeilijk begrijpen. Hoe je iemand die je toch óóit graag hebt gezien, met wie je óóit hebt besloten om je leven op te bouwen, kinderen te hebben, hoe je die persoon toch onder de gordel kunt slaan, daar heb ik het lastig mee. Ik ben blij dat ik daarvan gespaard ben gebleven. Ik vind het voortzetten van een goede verstand­houding, zeker als er kinderen zijn, belangrijk. Dat is het minste wat je aan je kinderen ­verschuldigd bent. Je moet daarvoor uiteraard met twee zijn. Het vraagt toegeeflijkheid, volwassenheid en de wil om je ego opzij te zetten.”

Lynn Wesenbeek: “Liefde is jezelf herkennen in de ander. In de spiegel kijken en je eigen angsten, tekort­komingen en onzekerheden durven te zien.” Beeld Stefaan Temmerman

19. Bent u een goede vriend?

“Dat probeer ik alleszins toch te zijn. Ik heb heel veel kennissen, heel veel professionele contacten, een groot netwerk, maar slechts een handvol vrienden, omdat ik, en dat herkende ik in het gesprek met Tinneke (Beeckman, in De vragen van Proust, DM 8/10, red.), ­moeilijk mensen toelaat. Een beetje uit zelfbescherming misschien. Maar voor de vrienden die ik heb, probeer ik er voluit te zijn. Ik heb een grote gulheid naar hen toe. Maar ik kan ook hard zijn als vriend. Je moet de dingen soms durven te benoemen. Dat helpt de ­vriendschap vooruit, denk ik.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“In een fauteuil met uitzicht op de Noordzee, dat lijkt me een goede suggestie ja. (lacht) En het liefst in het bijzijn van mijn dochters en geliefden. Alleen sterven lijkt me verschrikkelijk.

“De zee. Gesprekken. Muziek. Nog eens iedereen bedanken. (lacht) Maar het liefst nog niet morgen. Het is raar dat we daar niet graag aan denken hè. Het is alsof het alleen de ander overkomt. Of zoals Woody Allen het zegt: ‘Ik ben niet bang om te sterven, ik wil er alleen niet bij zijn als het gebeurt.’

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Een bord lekkere ­spaghetti bolognaise met een goed glas rode wijn.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“De hel op aarde? Ik denk niet dat wij die kennen.

“Je kind geen eten kunnen geven, bijvoorbeeld. Of moeten kiezen tussen je kinderen, zoals in Sophie’s Choice (Amerikaanse film van Alan J. Pakula uit 1982 met Meryl Streep in de hoofd­rol. Sophie wordt in Auschwitz door een kampbewaker gedwongen om te kiezen tussen haar zoontje en haar dochtertje, red.). Het meisje wordt naar de gaskamer gestuurd. Het verhaal speelt tijdens de Tweede Wereld­oorlog, maar vandaag gebeurt dat op allerlei manieren nog. Dat een kind je wordt afgenomen of dat je het moet afstaan omdat het anders geen overlevings­kansen heeft.” (zwijgt)

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Niet bewust, maar afgelopen zomer zat ik op het strand aan onze Belgische kust. Ik zag een jongeman, een twintiger met een lange zwarte baard en getaande huid. Hij droeg een rugzak en op dat moment betrapte ik mezelf op een verhoogde alertheid. Ik hield hem in de gaten. Pakweg tien jaar geleden zou ik dat gevoel niet gehad hebben.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Geld is vrijheid. Een middel om de keuzes te kunnen maken die je wilt maken. Een vehikel naar meer zelf­redzaamheid. Ik kom uit een bescheiden gezin. Ik weet wat het betekent om met weinig geld te moeten rond­komen. In dat opzicht kan ik alleen maar dankbaar zijn voor alle kansen die zich aangediend hebben de afgelopen dertig jaar.

“Op zich heeft een mens niet zo veel nodig. Ik denk vaak: mocht ik verhuizen en ik ga kleiner wonen, wat neem ik dan mee? Ik stel vast dat ik van een heleboel zaken afscheid zou kunnen nemen. Niet dat ik gouden kranen heb, maar daaruit komt ook maar gewoon water.” (lacht)

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Eigenlijk heb ik geen slechte vakantie­herinneringen. We hebben ooit eens een mooi oud huis gehuurd aan het strand in Biarritz. Nadat we een bad hadden genomen, stortte een deel van het plafond in. Het water liep als een beek door de living. Maar achteraf wordt dat louter een anekdote. Ik vergeet altijd de slechte dingen. Bij mij komen na verloop van tijd alleen maar goede herinneringen naar boven, of dat nu over relaties gaat of over vakanties. Mijn brein doet daar een goed werk.” (lacht)

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Ik ben niet zo van het schreeuwerige type. Als ik mijn mening wil geven, zal ik dat doen, maar ik zal me niet snel kwaad maken. Op het moment dat je begint te tieren en te brullen verliest je argumentatie aan kracht. Mijn kinderen zeggen wel dat ik soms scherp kan zijn. Ik zeg wat ik denk, en daarna is het ook weg.

“Wat ik wel zou willen zeggen, is dat je als vrouw ervoor moet ­zorgen dat je zelfredzaam bent. Zeker mijn generatie, maar ook de generatie van vandaag denkt soms nog te veel in termen van de prinses die zich overgeeft aan de prins op het witte paard. Vergeet niet om ook zorg te dragen voor jezelf, probeer ook je eigen doelen waar te maken. Dat zeg ik vaak aan mijn dochters: wees af en toe wat meer wolf en wat minder Roodkapje.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234