Zaterdag 19/09/2020

InterviewDavid Mitchell

‘Luister naar de playlist van je kinderen’: schrijver David Mitchell denkt dat muziek de wereld kan vooruithelpen

David Mitchell.Beeld Photoshot

In Utopia Avenue slaat David Mitchell – bekend van Cloud Atlas – de lezer om de (rode) oren met de muziek en seksuele moraal van de jaren 1967 en ’68. Centraal in zijn boek staat Elf, een biseksuele folkzangeres, wat in die tijd zelf toch ook moeilijk had gelegen. ‘Door haar kon ik de waanzin van de mannenwereld in de verf zetten.’

“Heb je wel eens het gevoel gehad dat je graag getuige was geweest van een cruciale gebeurtenis in het verleden, de bestorming van de Bastille, bijvoorbeeld? Zelf was ik graag in het New Yorkse Chelsea Hotel geweest, in de lente van 1968, toen Leonard Cohen en Janis Joplin elkaar om drie uur ’s nachts in de lift ontmoetten en het meteen duidelijk was dat er seks in de lucht hing. Maar dat kan natuurlijk niet. Dus beeld ik het me in en schrijf ik erover.”

In zijn nieuwste roman Utopia Avenue laat David Mitchell niet Janis Joplin bij Cohen in de lift stappen, maar wel Elf Holloway, de zangeres van de band uit de titel van het boek. Met zijn donkere basstem vertelt Leonard haar dat Janis Joplin die avond een feestje geeft op het dakterras van het hotel en dat hij hoopt haar daar te zullen ontmoeten. Wat ook gebeurt, en wat een van de knapste scènes uit de roman oplevert, vol knipogen en doorkijkjes naar de latere carrière van de zanger.

Utopia Avenue gaat over Levon Frankland, een muziekmanager met een neus voor talent die folkzangeres Elf Holloway, bluesbassist Dean Moss, gitarist Jasper de Zoet en jazzdrummer Griff Griffin in 1967 samenbrengt in een band; hoe die band na Engeland ook Amerika verovert en hoe een jaar later alles alweer voorbij is. Op guitige, maar ook vernuftige wijze geeft Mitchell een beeld van een tijdperk en laat hij daarbij illustere grootheden als David Bowie en John Lennon door het beeld struinen.

“Hoe is het mogelijk dat geluidstrillingen in de lucht een hormonaal effect uitlokken bij mensen?”, legt Mitchell uit wat hem dreef bij het schrijven van zijn lijvige nieuwe roman. “Hoe kan muziek tot gevolg hebben dat ongelukkige tieners zich opeens afvragen wie ze zijn? Waarom is muziek zo betoverend en kan een klein onnozel melodietje zich vasthaken in je brein? Waarom is bepaalde muziek goed en andere niet? Neem John Coltranes ‘My Favorite Things’. Waarom precies is dat goed? In feite zou je de roman als een heel lang essay kunnen zien, waarbij de plot alleen maar een middel is om over die vragen na te denken.”

En waarom 1967 en 1968?

David Mitchell: “Omdat Frank Zappa in 1967 een eerste plaat kon maken, wat in 1957 of 1977 niet gelukt zou zijn. Er gebeurde toen iets speciaals en vernieuwends in de muziek. Opeens kwam alles in een stroomversnelling terecht. Het was een van die magische momenten waarop alles mogelijk lijkt. Je bedacht iets, stapte ermee naar een platenmaatschappij en voor je het wist zat je in een studio en had je een plaat, lijkt het wel.

“In 1968 voedde de muziek de tegencultuur en de tegencultuur voedde de muziek. Muziek had een maatschappelijke functie. Je gaf er ideeën mee door over hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten en wat er moest veranderen. Muziek verbond mensen die er dezelfde ideeën op nahielden, overal op aarde. Dat was nooit eerder gebeurd, en het zou ook nooit meer gebeuren. Hoe kon ik over een ander tijdperk schrijven? Niet dat het boek makkelijk te schrijven was, hè, dat is iets anders.”

David Mitchell: ‘Ook vandaag wordt er een ‘Dark Side of the Moon’ gemaakt, alleen hoor jij die niet. Waarom? Omdat je oud bent.’Beeld Contour by Getty Images

Was het ook een onschuldige tijd?

“Onschuldig heeft als synoniem naïef. Die twee leunen dicht bij elkaar aan, net als idealistisch en utopisch. Die onschuld had 1967, maar tegen het einde van 1968 was die alweer verdwenen. De grote platenmaatschappijen gooiden zich op de muziek en eigenden zich die toe. De alternatieve mode werd mainstream en de tanden werden uit de beweging gehaald. Later zag je hetzelfde gebeuren met de punk. Ook die werd heel snel gecommercialiseerd en geneutraliseerd.

“Maar er was ons eerst wel een korte blik op ‘Utopia’ gegund, op een wereld waar huidskleur geen rol speelde, ongelijkheid op een fundamentele manier werd aangepakt en lgbtq-rechten gegarandeerd waren. Het was wellicht naïef om te denken dat wat muziek en een paar concerten een betere wereld zouden inluiden, maar ze toonden wel de richting waarin we verder moesten. En kijk waar we vandaag staan. Er is vooruitgang geboekt, maar niet voldoende, denk ik, maar het is niet omdat een idee naïef is, dat het ook onwaar zou zijn.”

Beleven we vandaag opnieuw zo’n tijd?

“Soms verdwijnt het utopische denken even ondergronds, om dan weer de kop op te steken. Ik denk inderdaad dat we vandaag een nieuwe opstoot meemaken, veroorzaakt door de moord op George Floyd. Het utopische denken blijft altijd leven, omdat mensen het nodig hebben. En het werkt ook. Ik leef liever in 2020 dan in 1920 of 1820. Het utopische denken stuwt ons vooruit in de richting van een beschaving die die naam waardig is en die meer is dan geïnstitutionaliseerd geweld. Het gaat niet snel, dat geef ik toe, maar de vooruitgang bestaat echt.”

Toch zouden veel mensen zeggen dat we vandaag in dystopische tijden leven in plaats van in utopische.

“Met Trump, Johnson, Bolsonaro en Poetin lijkt de toekomst inderdaad precairder dan twintig jaar geleden. De leiderschapskwaliteiten van de politieke voormannen van toen lijken inderdaad een stuk groter te zijn dan van de huidige. Het openlijk ondermijnen van de democratie gebeurde toen misschien ook wel, zij het in het geniep.

“En toch geloof ik dat dit slechts een tijdelijk dipje is. En we moeten ook niet overdrijven. Ga terug in de tijd en je zult zien dat we zelfs vandaag nog geen reden tot klagen hebben, dat de vooruitgang wel degelijk bestaat. Behalve misschien voor een mannelijke aristocraat. Die zou liever in 1920 leven dan vandaag. De vooruitgang is reëel, maar niet automatisch. We moeten er wel iets voor doen natuurlijk, en dat kan via muziek.”

Ook vandaag nog? Misschien word ik oud, maar die utopische drive hoor ik niet in de hedendaagse muziek.

“Je bént al oud. Net zoals onze ouders geen snars begrepen van de muziek waar wij naar luisterden, staan wij hoofdschuddend te kijken naar onze kinderen die betekenis en zin puren uit hun ‘lawaai’. Luisterden jouw ouders naar Dark Side of the Moon van Pink Floyd? Waarschijnlijk niet, maar ze hadden het wel moeten doen. En zo moeten wij ook openstaan voor de muziek waar onze kinderen naar luisteren. Natuurlijk is 90 procent ondermaats, dat zal vroeger ook wel zo geweest zijn, maar die Dark Side of the Moon wordt vandaag ook gemaakt, alleen ken jij die niet. Misschien moet je je kinderen vragen dat ze een playlist voor je samenstellen.” (lacht)

Geef eens een voorbeeld.

“Rap is een en al politiek. Neem Stormzy, van wie mijn dochter fan is. Die heeft geen enkel nummer dat apolitiek is. En hij is ongetwijfeld een van de beste tekstschrijvers ooit. Hoe hij woorden draait en er de betekenis van verkent is fenomenaal. Daar kunnen die grote namen uit de jaren zestig een puntje aan zuigen. Het is pure Seamus Heaney (Ierse dichter die in 1995 de Nobelprijs literatuur won, red.).

“Ook op folkgebied gebeuren er spannende dingen. Mijn dochter wees me ook op BTS, een Koreaanse boyband bestaande uit zeven zwaar geschminkte jongens die opeens blijken te zingen over de noodzaak om te gaan stemmen omdat je anders niet gehoord wordt.

“Maar je hebt deels gelijk. De meeste pop gaat inderdaad over seks, een onderwerp waar jongeren ook erg geïnteresseerd in zijn. Maar misschien moeten we ook daar meer begrip voor opbrengen. Een tijd geleden werd ik met een stel andere schrijvers uitgenodigd voor een rondleiding in de Londense City. Onze gids was de hoofdarchitect van die wijk, die de taak had het leven in dat stadsdeel te verbeteren via architectuur. Daar vielen voor hem niet alleen flashy kantoortorens onder, maar ook pubs en clubs. Hij zou pas echt geslaagd zijn in zijn opzet, zei hij, wanneer hij twintigers zou kunnen overtuigen daar te gaan wonen. Vandaag betalen ze nog niet veel belastingen, voegde hij eraan toe, maar dat speelt geen rol, want die jongeren brengen innovatie en frisse ideeën mee. Want wie seksueel actief is, is ook intellectueel actief. Ik vond dat een bijzonder pientere kijk.”

Wat ook voor de personages in uw boek geldt, natuurlijk. Na de muziek lijkt seks hun voornaamste bezigheid.

“Misschien was 1967 wel zo’n fantastisch jaar voor de muziek omdat de seksuele moraal in korte tijd helemaal veranderde. Wanneer je jong bent, heb je veel creatievere ideeën. Je durft meer. Ik denk bijvoorbeeld niet dat ik vandaag nog een boek als Cloud Atlas zou kunnen schrijven. Wellicht zou ik afknappen op de onwaarschijnlijkheid dat een boek dat zes keer opnieuw begint een succes zou kunnen worden. Maar twintig jaar geleden zag ik het anders. Ik wilde experimenteren, de grenzen van de roman verkennen.”

Wie is David Mitchell? • geboren in 196 in Southport (VK) • verbleef na zijn studie Engelse letter­kunde een jaar in Sicilië en acht jaar in Japan om er Engels te doceren • leerde in Hiroshima zijn vrouw Keiko Yoshida kennen • debuteerde in 1999 met Ghostwritten, een roman in negen verhalen • verwierf in 2004 wereldfaam met Cloud Atlas, in 2012 verfilmd • woont met zijn vrouw, dochter en autistische zoon in County Cork, in Ierland • vertaalde met zijn vrouw twee boeken van de autistische jongen Naoki Higashida, waarin deze uitlegt wat het betekent om autistisch te zijn 

In een tijd waarin bijna alle populaire bands uit mannen bestonden, introduceert u bandlid Elf, de eerste vrouw die in Top of the Pops een instrument bespeelt en ook nog eens biseksueel blijkt. Een statement?

“Om het vandaag te schrijven gelukkig niet, maar voor 1967 wel. Toen was het zelfs gevaarlijk voor een vrouw om carrière te willen maken in de popmuziek. Een statement? Ja dus, maar het is Elf die je moet roemen, niet mij.

“Dat dit vandaag doodnormaal is, bewijst nog maar eens mijn stelling dat de vooruitgang reëel is. Wij vinden het vandaag vanzelfsprekend dat als Elf zich aangetrokken voelt tot vrouwen, zij ook een relatie aanknoopt met een vrouw, maar in 1967 lag dat wel even anders. Toen zwaaide de heteroman nog de plak en alles wat van zijn visie afweek moest bestreden worden. Ook binnen de tegencultuur trouwens, waar mannen zich opwierpen als goeroes die recht hadden op alle vrouwen, terwijl die vrouwen eerder dienstmeiden waren, alleen goed voor seks, eten maken en nadien de afwas doen.

“Tot op zekere hoogte geldt die mannelijke heterohegemonie ook vandaag nog, maar het vergt niet langer intellectuele moed om er tegenin te gaan. Dusty Springfield liep ongeveer hetzelfde parcours als mijn Elf, maar dan tien jaar vroeger, en iedereen gaf toen toe dat dit bijzonder moedig was van haar.”

Stond zij dan model voor Elf?

“Niet echt. Ik had geen voorbeeld nodig. Voor mij was de beslissing om Elf in de band te steken een no-brainer. Een roman met vijf mannelijke hoofdrolspelers zou al te veel naar testosteron geroken hebben. De andere bandleden moeten zich een beetje intomen voor haar, ze kunnen geen harde, chauvinistische kerels worden. Ze letten op hun woorden en misschien worden ze daardoor betere versies van zichzelf.

“Ik woon in Ierland, waar nog altijd jongens- en meisjesscholen bestaan – een aberratie. Zet een stel jongens bij elkaar zonder dat er meisjes in de buurt zijn en je eindigt met een bende halve idioten. En voor meisjes geldt hetzelfde. Wanneer er een jongen in de buurt is, zijn meisjes op hun vijftiende minder monsterachtig tegen elkaar. Door Elf te introduceren kon ik de waanzin van die mannenwereld extra in de verf zetten, een beetje zoals in Mad Men gebeurt.”

Is een relevante roman altijd politiek geladen?

“Ik ben geen politiek schrijver, maar tegelijk ben ik ook nooit niet-politiek. Wat mij interesseert is de elektronica van de macht, hoe het komt dat degene die de beslissingen neemt, daar de macht voor heeft. De Britse Labour-politicus Tony Benn, die in de jaren 60 en 70 meermaals minister en staatssecretaris was, zei op het einde van zijn carrière dat hij niet meer opkwam voor een zetel in het Lagerhuis omdat hij te oud werd en meer aan politiek wilde gaan doen.

“Dat is dus de politiek die ik bedoel. Wanneer het over macht gaat, zei Benn, zijn drie vragen cruciaal: hoe ben je aan die macht geraakt, hoe gebruik je die macht en hoe kan die macht je ontnomen worden? Ik hou die drie vragen altijd in het achterhoofd wanneer ik een plot uitdenk.”

Hoe kijkt u aan tegen de veranderende wereld? Zal corona de machtsverhoudingen wijzigen?

“De wereld zal niet meer worden als voorheen. Wat er precies zal veranderen, is nog onduidelijk. Ik hoop dat er iets goeds zal voortkomen uit deze crisis. Ik hoorde onlangs een goede definitie van de arbeidersklasse: zij die niet van thuis uit kunnen werken. Het is inmiddels wel duidelijk dat we veel langer kunnen overleven zonder handelaren in hefboomfondsen dan zonder chauffeur die je online bestelde boodschappen thuis komt afleveren.

“Het is ook duidelijk geworden dat de poetsvrouw in het ziekenhuis net zo belangrijk is als de arts of de verpleegster. Laten we dat onthouden. Het voelt momenteel alsof we om de zes maanden tien jaar ouder worden, maar ook tien jaar levenservaring opdoen. Ons inzicht groeit iedere dag, maar we moeten ons ook behoeden voor al te snelle beslissingen.

“Ik zou voor een afwachtende, maar duidelijke houding willen pleiten. We weten niet wat er nog op ons afkomt, maar we weten wel welke waarden we willen verdedigen. En het zou mooi zijn als de pandemie uiteindelijk een partner zou blijken bij het verwezenlijken van die waarden. Dan zou alles niet tevergeefs geweest zijn. We zien hoe rechtse regeringen een beleid doorvoeren dat een half jaar geleden nog als marxistisch werd bestempeld, zoals de hulp voor mensen die opeens zonder werk komen te zitten en die veel weg heeft van een algemeen basisinkomen. Ondanks alles kan er dus toch iets goeds uit deze crisis komen. Laat het nieuwe normaal utopisch zijn, en geen flauw doorslagje van wat ervoor kwam.”

En op persoonlijk vlak?

“Van live boekpromotie is natuurlijk geen sprake. Ik word nu verondersteld om midden in de nacht voor mijn computer onlineconversaties te voeren met mijn Amerikaanse lezers. Maar afgezien daarvan heeft corona in feite niet veel veranderd voor ons gezin. We wonen wat afgelegen in het zuiden van Ierland, met de zee en het bos dichtbij, waardoor we altijd buiten konden. Het leek soms alsof de wereld een beetje meer als wij werd, een beetje meer autistisch ook. Mensen waren de hele tijd met zichzelf bezig, of met hun kleine gezin, en vielen terug op stereotiep gedrag.”

En hoe reageerde uw autistische zoon op de veranderde situatie? Begreep hij wat er gaande was?

“Hij woont thuis. School lukte niet zo goed, dus voeden we hem zelf op. Voor sommige soorten autisme zijn orde en regelmaat van het grootste belang. Andere autisten kunnen zich makkelijker aanpassen aan wisselende omstandigheden. Gelukkig hoort onze zoon tot de tweede categorie. Hij voelt natuurlijk wel dat er iets veranderd is. Hij houdt heel erg van Japan en de reis die we jaarlijks maken naar de ouders van mijn vrouw. Dus gaat hij op zoek naar YouTube-clips van mensen die door de luchthaven van Osaka lopen en duwt die onder onze neus. Ook al kan hij niet praten, hij lijkt heel goed te beseffen wat er aan de hand is.”

Geen automutilatie meer dus, waarbij hij met zijn hoofd tegen de grond bonkte en u er uw voet onder stak om het te beschermen, zoals een paar jaar geleden?

“Nee, dat is inmiddels allemaal achter de rug. Hij is niet autodestructiever dan elke andere vijftienjarige, denk ik.”

Wordt u soms niet kwaad dat het jullie overkomt? Dat jullie kind zo zwaar autistisch is?

“Nee, daar zou je gek van worden. Een van de opmerkelijke bijwerkingen van autisme is gedwongen optimisme, omdat je beseft dat tobben de situatie alleen maar erger maakt. Je ziet al gauw in dat je zoon aan autisme lijdt, en dat je daar niks aan kunt veranderen.

“Waar ik wel iets aan kan doen, is de onwetendheid erover bij het grote publiek. Vandaar dat mijn vrouw Keiko en ik een paar boeken vertaald hebben van een Japanse jongen die zelf aan autisme lijdt en die perfect wist uit te leggen hoe dit hem maakte tot de jongen die hij was.

“Door die boeken te lezen, ben ik gaan inzien dat de vraag ‘waarom ik?’ ongelooflijk onbeschoft is ten opzichte van het kind met autisme. Je hebt geen idee wat het betekent om een autist te zijn. En dan zit jij je daar vol zelfmedelijden af te vragen waarom jij zo’n kind hebt?

“Die twee boeken die ik samen met mijn vrouw heb vertaald, zijn belangrijker dan al mijn romans samen. Er heerst op de wereld geen romantekort. Ik schrijf graag romans en ik vind het fantastisch dat mensen ze willen lezen, maar ik zou later het liefst herinnerd worden voor de vertalingen, want die doen er werkelijk toe. Die brengen vooruitgang.”

Beeld RV

David Mitchell, Utopia Avenue, Sceptre, 564 p., 20,95 euro. De Nederlandse vertaling verschijnt volgende maand bij Meulenhoff.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234