Dinsdag 22/10/2019

Uitgezongen

­Luc De Vos, berejager in het diepst van zijn hart

Beeld acht

Hij werd vertederend ‘Vossieboy’ genoemd door zijn vrienden, was bang van de boze wolven, maar wilde zich desgewenst wél laten verscheuren door een lieve, kleine piranha. En diep onder de lakens droomde hij van de dieren. In de teksten van Luc De Vos wemelde het van referenties aan de fauna.

Maar het weekst in de knieën worden wij nog steeds van ‘Berejager’ (met als B-kantje ‘Dit ­prachtige dier moet sterven’!). ‘Berejager’ werd op album Hij leeft (1993) bedrieglijk teder ingezet, maar bouwt dan trefzeker op naar een scheurend en stuwend refrein. Daarin lijkt Vos zichzelf in de spiegel wanhopig toe te schreeuwen: ‘Breek eens open! Laat je horen!’

We spraken de frontman van Gorki eind jaren negentig voor het eerst. Toen legde hij uit dat hij als timide puber zijn leven lange tijd aan zichzelf zag voorbijglijden. “Terwijl ik niets liever wilde dan gehoord worden. Muzikant zijn is misschien wel mijn langgerekte schreeuw om liefde. Voor mij was Freddie Mercury van Queen altijd het prototype van een mens die alles uit het leven durfde te ­zuigen. Alleen: ik was allesbehálve Freddie.”

De meeste teksten die hij schreef, vertelde De Vos, gaan over het jongetje van zestien dat hij ooit was. “Het jongetje dat de hand aan zichzelf sloeg, in stille afwachting van het Echte Werk.”

Jef Geeraerts

Maar er was altijd dat onvermogen tot ­communiceren. “Ik was verlegen. Ik stotterde. Dat heeft zijn sporen nagelaten. Ik wist lange tijd niet hoe ik me in gezelschap moest gedragen. Ik liet alle belangrijke beslissingen ook aan anderen over. Dat geklungel stamt af uit mijn tienerjaren, toen ik in een kostschool terechtkwam waar de gangen altijd naar eau de javel stonken. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat de andere jongens in het ­college zorgeloos door hun dag banjerden, terwijl ik als gekwelde ziel eenzaam in een hoekje Mijn Verschrikkelijke Leed moest zien te torsen. Ik had het gevoel dat iedereen slimmer, ­knapper en vrolijk was. Of tenminste iets dééd met zijn leven. Bij mij was dat niet het geval.”

Daar ­verwijst hij ook naar in de lyrics: ‘Ik wou dat er iemand bestond op deze wereld, die wou geloven dat ik van alles kon.’ Want diep in zijn hart, diep in de kelders van zijn arme zielenleven, was De Vos – “net als die schrijver” – een berejager.

Goed, op dat vlak won de ironie het van tragiek. Beren schieten in Alaska was allerminst besteed aan De Vos. De songtitel bleek achteraf zelfs een onbedekte sneer naar schrijver Jef Geeraerts: “Als Geeraerts beren wil doodschieten, moet hij dat maar doen,” schimpte De Vos in Humo. “Ik zal hem niet tegenhouden. Maar ik begrijp dat soort onrust niet. Ik ben ook gedreven, heb ook ambities, maar dat speelt zich allemaal meer op het geestelijke vlak af. Bij Geeraerts is het een fysieke onrust. Zoiets wordt uit een neurose geboren. Sommige mensen zijn bang dat ze iets ­zullen missen.”

Is de song dan een wanhoopskreet of een schimpscheut aan een schrijver? Niemand die het postuum haarscherp kan stellen. Luc De Vos gunde je in zijn teksten graag een blik in zijn eigen ­spiegelpaleis, maar daarin verdwaalde hij zelf ook niet zelden. ‘Ik kon liegen, ik kon jou bedriegen, mezelf ­verraden zonder spijt’, zingt hij bijvoorbeeld in ‘Berejager’, voor het in de laatste strofe klinkt: ‘Je moet me geloven. Ik blijf je trouw. Morgen wordt het beter.’

Morgen wordt het beter? Jammer genoeg niet meer voor jou, Vos. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234