Woensdag 01/04/2020

biografie

Lou Reed, een ingewikkelde klootzak

Lou Reed in 1976. Naast een begenadigd artiest was hij in bepaalde periodes ook een onvervalste wifebeater, junkie en dronkaard.Beeld Redferns

Drie jaar geleden stierf Lou Reed, een van de vooraanstaandste rockzangers uit de geschiedenis. In zijn pas vertaalde biografie betuigt Howard Sounes nochtans weinig eer aan de man.

'All your two bit psychiatrists are giving you electric shock', zong Lou Reed in 1974 in het nummer 'Kill Your Sons'. Een zin van een nog hoger autobiografisch gehalte was helaas in zijn geval nauwelijks denkbaar. Lewis Allan Reed, geboren in 1942 in Brooklyn, New York, diende op achttienjarige leeftijd liefst vierentwintig keer elektroconvulsietherapie te ondergaan teneinde een 'zenuwinzinking' te bestrijden waar niemand ooit de aanleiding of oorzaak van gekend heeft. Hij zou het met name zijn vader, zoon van naar Amerika geëmigreerde Russische joden, altijd kwalijk blijven nemen, en de vraag die zus Bunny stelt, is dan ook bijzonder pertinent: "Zou Lou dezelfde kunstenaar zijn geworden zonder de ontembare woede die het gevolg was van zijn behandeling?"

Het waren haat en razernij, jazeker, die de voedingsbodem vormden voor een oeuvre dat belangwekkend zal blijven zolang er haat en razernij bestaan - het bezit zonder meer eeuwigheidswaarde, bedoel ik -, en die bepalend waren voor een leven dat in voldoende mate tot de verbeelding spreekt om nu ook Howard Sounes, auteur van onder meer Down the Highway: The Life of Bob Dylan, te verleiden tot het publiceren van een gloednieuwe biografie.

Bananenelpee

In Lou Reed, zoals het boek lapidair is getiteld, somt Sounes de belangrijkste feiten van dit leven en de bijbehorende carrière nog eens zorgvuldig op. Zo ontbreekt uiteraard niet de zoete weerwraak die Reed mocht ervaren toen hij met zijn pas opgerichte band The Velvet Underground onder de hoede van Andy Warhol op 13 januari 1966 het jaarlijkse diner van de New York Society for Clinical Psychiatrists grondig verstoren mocht door hen te choqueren met een loeiend luide, zeg maar elektriserende versie van zijn nummer 'Heroin'.

Het zou de eerste keer zijn dat The Velvet Underground de kranten haalde, maar ondanks meesterwerken als de befaamde bananenelpee en White Light/White Heat, en ondanks de invloed die de band zou uitoefenen op David Bowie en honderdduizend mindere goden, bleef enige commerciële weerklank uit.

Het temperde Lou zijn haat en razernij zacht uitgedrukt niet, en nadat hij de band in 1970 verruild had voor een tweede zenuwinzinking, die hem als typist op het kantoor van, ahum, vaderlief belanden deed, bleek zijn persoonlijkheid voor de rest van zijn dagen reddeloos te zijn verpest. Hij werd een echte naarling, zou je kunnen zeggen, al belieft Reeds nieuwe biograaf het net iets anders te formuleren: het aantal keren dat het woord 'klootzak' met betrekking tot de zanger-gitarist gebruikt wordt, valt haast niet te turven...

Sounes lijkt dan ook geen grotere vreugde te kennen dan de lezer diets te maken welk een ronduit verwerpelijk sujet het onderwerp van zijn geschrift wel degelijk geweest is, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld de magistrale biografie van Victor Bockris uit 1994, een boek dat de mythe van Lou Reed zowel genadeloos ontluistert als glansrijk bekrachtigt, maakt Lou Reed frappant genoeg soms de indruk dat de schrijver er een geheime rekening mee heeft willen vereffenen.

Nu goed, het is natuurlijk de waarheid: Lou was in periodes van zijn leven een onvervalste wifebeater, een macho en een messentrekker, een emotieloze egocentrist met een ononderdrukbare neiging tot zelfoverschatting, een junkie en een dronkaard, en niet te vergeten in hoge mate seksueel getroebleerd. Zijn relatie in de jaren zeventig met de genaamde Rachel, een boomlange straatkater die gehuld in travestiegewaden behalve als Lous gade tevens als zijn bodyguard fungeerde, is van dat laatste wellicht het mooiste bewijs.

In gang gebliksemd

En dan zwijgen we nog - in tegenstelling tot de babbelzuchtige Sounes - over zijn echt kleine kanten. In 1977 gaf Reed in een interview goudeerlijk het volgende te kennen: "Ik hou niet van nikkers zoals Donna Summer."

In 1978 keek hij terug op het eerste van wat in totaal drie huwelijken zouden worden: "Ik had behoefte aan een jaknikker die ik kon slaan. Ze voldeed perfect aan mijn eisen... maar zij zag het voor liefde aan. Ha!"

Haat en razernij. Laten wij het maar aan de elektroshocks wijten, dezelfde elektroshocks die de artistieke ontwikkeling van Lou Reed in gang hebben gebliksemd en mogelijk van hem de grote kunstenaar gemaakt hebben die het wel degelijk en ondanks alles waard is dat er biografie na biografie over hem in de winkel terechtkomt.

En hier begint de schoen pas echt te wringen waar het Sounes' nieuwe boek betreft. Welk excuus, immers, heeft een schrijver om een biografie te wijden aan een kunstenaar over wie hij enerzijds niets nieuws te melden heeft, en voor wiens werk hij - en dat is veel erger - op de koop toe nauwelijks waardering vermag op te brengen, laat staan dat hij er enthousiasme voor weet te wekken?

Literaire ambitie

Laten we Lou gelukkig prijzen dat hij het niet heeft hoeven mee te maken, de toekenning van de Nobelprijs aan Bob Dylan. "Mijn doel is om een album te maken dat mensen aanspreekt zoals Shakespeare mij aanspreekt, zoals Joyce me aanspreekt", sprak hij in de jaren tachtig.

Reed, die aan de universiteit les in de letteren van Delmore Schwartz kreeg, schrijver van In Dreams Begin Responsibilities, en die verder graag mocht dwepen met het werk van Edgar Allan Poe, Raymond Chandler, Dostojevski en natuurlijk William S. Burroughs, koesterde altijd al de hoogste literaire ambities en leek zichzelf liever als een kortverhalenschrijver dan als een rockzanger te zien. Laten wij hem eens te meer gelukkig prijzen, kortom, dat hij dit boek niet meer kan lezen.

"The Blue Mask geldt als een van Lous beste soloalbums", deelt Howard Sounes ons op de toppen van zijn geestdrift mede. "Sommige nummers hadden banale teksten."

Over het fabuleuze livealbum Take No Prisoners weet hij de lezer te vertellen: "Een gedeelte van Lous praatjes was geestig, zij het weinig origineel."

Ook aangaande het meesterwerk Street Hassle bekent de biograaf zich tot het kamp van de huilende wolven: "Nick Kent wees er in The New Musical Express terecht op dat 'minimaal de helft van de plaat kitsch was'." Op het album New York zijn "de songs niet allemaal even goed", en het monument Berlin was een album dat Lou "in zijn dronken, door drugs gevoede trots als een meesterwerk zag". De nuchtere Sounes ziet dat laatste dus kennelijk helemaal anders. Waar houdt hij dan wel van? Van 'Walk on the Wild Side' en van 'Perfect Day'. Een spannende man, zeg.

Auteur Howard SounesBeeld Jerry Bauer

In zijn nawoord verdedigt Sounes zich bij voorbaat tegen de onvermijdelijke kritiek op de vlakke liefdeloosheid die zijn hele boek doordesemt. "Het is beter om voor andermans meningen open te staan en te accepteren dat meningen nu eenmaal uiteenlopen", preekt hij gloedvol.

Mijn mening, waar Sounes voor open mag staan, is de volgende: Lou Reed moge 'een slecht mens' zijn geweest, de topartiest die hij ontegensprekelijk was, verdient veel beter dan deze biografie. Lees Victor Bockris!

Howard Sounes, Lou Reed, Xander Uitgevers, 400 p., 22,50 euro. Vertaald door Robert Neugarten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234