Vrijdag 15/11/2019

MUZIEK

Lost Frequencies: ‘Een controlefreak? Ik ben nog steeds een pipo, hoor’

Lost Frequencies Beeld RV BOY KORTEKAAS

Als je achtertuin je arena wordt: dat gevoel zal Brusselaar Félix De Laet (25) dit weekend ervaren, wanneer hij met Lost Frequencies in Vorst Nationaal zijn eerste echte liveshow speelt.

Wanneer we De Laet ontmoeten, is hij net terug van een tour in de Verenigde Staten. De voornaamste reden waarom hij niet op een vliegtuig in eender welke windrichting aangetroffen wordt, is omdat hij zijn optreden in Brussel moet voorbereiden. Die zal extravagant zijn en is meteen ook zijn allereerste liveshow.

De Laet heeft zijn management voor de lol laten uitrekenen hoeveel tijd hij het voorbije jaar thuis was. Dat bleek nog geen vijfde van de tijd. Maar hard werken lijkt een verplichting voor hem. “Toen ‘Are You with Me?’ een internationale hit werd, dacht ik allesbehalve: ‘Hey, nu ben ik binnen. Feesten maar!’ In die periode zag ik veel onehitwonders de revue passeren, en ik nam me voor om onder geen beding bij hen aansluiting te vinden. Of ik te snel bekend ben geworden? Achteraf bekeken wel. Je kunt natuurlijk nooit klaar zijn voor zo’n hitsucces. Ik zat heus niet in de studio te knutselen aan een wereldwijde doorbraak. Het overviel me gewoon. En eigenlijk heb ik nog het geluk gehad dat ik overal met independent labels een deal had gesloten. Met een grote platenfirma zou alles nog sneller gegaan zijn, en had ik niet geleidelijk aan zo’n internationaal succes kunnen wennen.”

Nog steeds kan hij niet helemaal bevatten wat er is gebeurd. “Het overkomt me dat de tranen in mijn ogen staan op het podium, als iedereen in de zaal begint mee te zingen. Met dat idee zat ik een paar jaar geleden niet in mijn slaapkamer. Het is een onwerkelijke gedachte dat die songs, die misschien alleen in de beslotenheid van mijn studiootje hadden blijven bestaan, zo’n hoge vlucht hebben genomen. Dat is supercrazy. In Italië heb ik deze zomer op een krankzinnig festival gespeeld: het publiek zong niet alleen de teksten mee, maar nam ook de melodie van de synths over. Dat is me nog nooit overkomen. Over twee weken speel ik weer in Milaan. Benieuwd of ze die ervaring kunnen evenaren. In Amerika is het publiek ook minder beschroomd om helemaal loos te gaan. Alsof ze genoeg hebben aan één noot om gek te worden.”

We interviewen hem bij zijn vader thuis, waar Félix op dit moment een muziekstudio inricht. Op een andere etage heeft zijn oom een schildersatelier, maar we passeren ook zijn kantoor met zicht op de straatkant, waar drie MIA’s staan, een aantal gouden platen en een plaque hangt die hij kreeg na een miljoen streams. 

Moeilijk te vinden is hij niet. De Laet schokschoudert even. “Eén keer zijn een paar jonge meisjes komen aanbellen voor een handtekening. Dat was best wel schattig. Voorts leef ik in relatieve anonimiteit. En maar goed ook. In de spiegel zie ik ook geen wereldster of een groot idool. Daarvoor mis ik alvast het sexy imago (lacht). Ik zie mezelf vooral als een harde werker… en tegelijk de grootste speelvogel ter wereld. Toen ik mijn vriendin vroeg of ze me een workaholic vond, begon ze te schateren. En ik moest haar gelijk geven (lacht). Ik ben wel voortdurend met mijn muziek bezig, maar eigenlijk doe ik dat zo graag dat je het kunt vergelijken met iemand die op een vrije dag een goed boek zou lezen. Mijn manager, dat is pas een workaholic. Ik kan met een gerust hart drijven op zijn labeur. Hij is trouwens de ambitieuze van ons beiden. Ik verga vaak van de stress als hij een nieuw, wild plan uitdoktert, maar ik heb hem achteraf nog nooit ongelijk moeten geven.”

Er zijn twee manieren om op te klimmen als artiest, gelooft De Laet. “Je kunt jarenlang in stilte aanklooien en geleidelijk aan groeien. Of je wordt meteen in het diepe water gegooid. Ik denk dat ik je niet hoef uit te leggen dat ik bij die tweede groep hoor (lacht). Het is te snel gegaan, dat moet ik toegeven. Ik liep verloren in die snelle wereld. Maar de laatste twee jaar kan ik alles beter onder controle houden. En ik laat me omringen door een team dat precies weet wat het doet. Ze lachen wel eens omdat ik hen bedelf onder de vragen, maar het is de enige manier om alles in recordtijd bij te leren.”

Of hij een controlefreak is? “Ik ben nog steeds een pipo, hoor”, lacht hij. “Maar ik weet dat je je niet alleen met muziek kan bezighouden. Het is ook een business, en die zaakjes probeer ik wel mee te bestieren. Anders zou ik mijn geld misschien alleen maar in stomme frivoliteiten steken. Ik investeer alleen in mijn hobby, het meest decadente dat ik heb gekocht is een elektrische Smart-auto. En die is niet eens alleen voor mij, maar ook voor de anderen op kantoor om gemakkelijker de stad in te gaan.”

Rock-’n-roll! De Laet glimlacht minzaam. “Ik ben nogal praktisch en huiselijk ingesteld, zeker? Mijn moeder en mijn twee jaar oudere broer werken trouwens met mij, en mijn vriendin werkt voor mijn label. Ik neem hen onder mijn vleugels, maar ze werken niet per se onder of voor mij, wel met mij. Dat vind ik een belangrijke nuance. Ik vind het gewoon makkelijker om met hen te kunnen werken, omdat ik hen volledig kan vertrouwen. Ze weten precies wat ze moeten doen. Ik moet dus ook nooit kwaad worden. Nu ja, ik ben dat type ook helemaal niet. Ik ben echt wel een familiemens. In januari ga ik op vakantie naar de Virgin Islands, waar de broer van mijn mama woont. Familie is bijzonder belangrijk voor me.”

“De artistieke microbe zit ook in de familie: mijn twee jaar oudere broer werkt parttime voor mij, en de rest van zijn tijd spendeert hij aan het ontwikkelen van een videogame. Mijn jongere broer is dan weer een house-dj. Hij mag straks voor me openen in Vorst Nationaal.” Een beetje nepotisme? “Nee. Hij is echt bijzonder goed. Je zult binnenkort zeker van hem horen. Daar heeft hij mij niet voor nodig.”

“Ik was een kluizenaar in mijn puberjaren. Al mijn vrienden gingen uit, maar ik sloot mezelf thuis op. Geen greintje spijt, hoor. Ik was er altijd van overtuigd dat ik later wel het nachtleven zou kunnen verkennen (lacht). Op school in Brussel was ik ook de enige die naar elektronische muziek luisterde, dus ik heb alles zelf moeten ontdekken. Dat was vooral tri­al-and-er­ror: je wilt echt niet weten hoeveel rotslechte elektronica is gepasseerd via mijn oren. De Nederlandse dj Fedde le Grand was mijn coup de foudre. Zonder ‘Put your hands up 4 Detroit’ was er misschien geen sprake geweest van Lost Frequencies.”

“Het is opmerkelijk dat mijn ouders zich nooit zorgen hebben gemaakt. Ze hebben me altijd gesteund, zelfs al maak ik niet bepaald de muziek die ze zelf spontaan zouden opleggen. Mijn moeder is intussen zowat mijn grootste fan: toen ik haar de intro voor mijn show in Vorst liet horen, was ze bijna aan het huilen. Of haar reactie een goede lakmoesproef is? Nee. She’s too easy (lacht). Mijn grote broer is kritischer. Die is heel erg bezig met drum-’n-bass en wil meer harde drums horen in mijn muziek. En mijn vader: die houdt van een feestje, maar eigenlijk maakt het hem niet uit welke muziek hij hoort.”

Op zijn nieuwe plaat experimenteert hij meer. Dat was een bewuste keuze. “Mijn debuut klonk nogal homogeen, maar nu zet ik liever in op de verrassing. Ik wil niet dat Lost Frequencies voorspelbaar wordt gevonden. Op de nieuwe plaat werk ik ook met Aloe Blacc en James Blunt. Die laatste contacteerde mij of ik een remix wilde maken, en wij stelden dan weer een samenwerking voor met een song die zijn plaat niet heeft gehaald. Met hem werken was bijzonder makkelijk: die gast is bijzonder down-to-earth.”

“Met Aloe Blacc verliep de samenwerking anders. Ik kreeg een aantal demo’s van een schrijfkamp, één song sprong eruit. In de credits zag ik zijn naam, ik was stomverbaasd dat zo’n grote naam ertussen zat. Blacc is niet bepaald een beginner, hè. Ik heb hem later nog even kort ontmoet in Miami, maar hij was met zo veel mensen aan het praten dat we niet echt een diepgaand gesprek konden voeren.”

Met Boris Daenen van Netsky heeft hij wel een uitstekende relatie. “Boris is ook iemand die me voortdurend advies geeft: net na mijn eerste successen kreeg ik in de clubs soms het gevoel dat mensen achter mijn rug lachten. Er heerste een gevoel van jaloezie. Daar kon ik niet mee om. Het was zelfs zo dat ik de uitgaanswereld begon te mijden. Ik werd verschrikkelijk onzeker. Hij gaat daar zo veel beter mee om, en hielp me om alle kritiek te leren pareren. Als een lul vlak na een optreden komt zeuren – wat effectief al is gebeurd – heb ik er geen probleem meer mee om zo’n gast op zijn plaats te zetten of weg te jagen. Maar tegelijk ben ik wel zo stom om alle commentaren op internet te lezen. Dat zou ik beter niet doen, ik weet het. Gelukkig hoef ik me niet door kilometers drek te worstelen. Want ik heb eigenlijk echt wel nood aan waardering. Vroeger dacht ik vaak: ben ik het wel allemaal waard? Maar ik geniet steeds meer van bevestiging. En dat achtduizend mensen een ticket kochten voor Vorst Nationaal, is voor mij de mooiste bevestiging: ik heb de hype overleefd.”

Zaterdag in Vorst Nationaal.

Alive and Feeling Fine is verschenen bij Found Frequencies / CNR

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234