Donderdag 25/04/2019

Interview

Literair curiosum Nell Zink, ontdekt door Jonathan Franzen en the next big thing

Beeld Karoly Effenberger

Nell Zink (52) is een beetje een curiosum. Doorbreken als schrijfster was geen missie voor de Amerikaanse, tot Jonathan Franzen haar 'ontdekte' en ze als een komeet omhoogschoot naar het literaire firmanent. Haar tweede roman, Misplaatst, bevestigt haar talent.

Het schrijverschap maakte geen deel uit van haar carrièreplannen toen ze jonger was, persoonlijkheid bezat Nell Zink sowieso voldoende om niet naar bevestiging te hoeven hengelen. Vandaag is ze 52 en geniet ze, even abrupt als het in haar leven altijd al lijkt te zijn gegaan, kersverse status als next big thing. Ongevraagd, in dank aanvaard.

Zink, een Amerikaanse die twee jaar geleden haar bejubelde debuut The Wallcreeper (De rotskruiper) uitbracht, is wat je noemt een fenomeen. Ze leidt een sober leven, houdt er een imposante leescultuur op na, schreef decennia lang van alles bij elkaar maar behoefde kennelijk uitgever noch publiek. Zink werkte als kelnerin en secretaresse, een tijdlang was ze bouwvakker. Eentje van het soort dat met subtiel aplomb naar Sjklovski, Walser, Nietzsche, De Quincey of Montaigne verwijst, peilt naar de reactie van haar perplexe toehoorder en vervolgens even scherpzinnig als discreet continueert: Woolf, Austen, Shakespeare, Kafka, Dostojevski, enzovoort.

Het is met haar stielen zoals met haar Wanderlust: Nell Zink werd geboren in Californië, groeide op en studeerde in Virginia, verkaste naar Philadelphia, ging een paar jaar in Israël wonen en belandde vervolgens successievelijk in Zuid-Duitsland en in de buurt van Berlijn. Daar, in het Brandenburgse gat Bad Belzig, twee op de klippen gelopen huwelijken verder ook, is de schrijfster vandaag thuis.

En ja, de frêle Zink heeft het heel erg voor vogels, antropomorfe wezens waar ze allerlei kennis aan onttrekt en die ze met een typische mix van humor en flegma benadert. Vogels liet ze onder meer in Animal Review opdraven, een 'zine' dat ze in 1993 oprichtte en waarin ze een excentrieke voorliefde voor huisdieren van punkrockers aan de dag legde.

Journalistiek over gevleugelde vrienden: dat is ook wat haar met bestsellerauteur Jonathan Franzen in verbinding bracht, zelf notoir vogelaar, de man vooral die Zinks letterkundige talent opmerkte en er, bijna tegen haar zin in, op aandrong dat ze ermee naar buiten kwam.

E-mail na e-mail stuurde Zink hem daarop, tekst na tekst, waaronder Sailing Toward the Sunset by Avner Shats, een roman over zichzelf, haar toenmalige Israëlische echtgenoot-dichter-musicus Zohar Eitan en de bevriende schrijver Avner Shats, eveneens Israëli.

Uiteindelijk liet ze het boek liggen en pakte ze alsnog met haar andere eersteling uit, The Wallcreeper. Aan het eind van de rit was het ook Franzen niet die haar bij een uitgever aanbeval, maar zijzelf, alsof ze haar beschermheer prompt een hakje wilde zetten.

De rotskruiper, een verhaal over huwelijk, seks, drugs en vogels, waar de kleine uitgever Dorothy voor tekende, werd een doorslaand succes. In de aanloop naar haar tweede roman, Mislaid, mocht Zink, zoals dat in de Amerikaanse boekenbusiness toegaat, onverwijld megabucks incasseren - haar term. Ook voor haar later dit jaar uit te komen derde werk, Nicotine, kreeg Zink honderdduizenden dollar voorschot, een bedrag waar ze nog altijd niet van terug heeft.

De internationale roem bleef niet uit, dat spreekt. Vorige week stelde Zink in het Brusselse literatuurhuis Passa Porta Mislaid voor, dat onder de titel Misplaatst in Nederlandse vertaling uit is. De roman, die op taboeloze wijze ongecompliceerd is maar terzelfder tijd beladen issues aanroert, vertelt het verhaal van Peggy Vaillancourt. Peggy, tiener in het Virginia van de jaren zestig, is lesbisch en studeert aan het Stillwater College. Daar begint ze een zonderlinge relatie met Lee Fleming, dichter van rijken huize, literatuurprofessor en homo. Peggy raakt zwanger, wordt van de universiteit verstoten, trekt bij Lee in en krijgt twee kinderen, Byrdie, een jongen, en Mireille, een meisje.

Alles loopt keurig zoals gevreesd: Lee ziet Peggy niet meer staan, Peggy wordt gek, Lee wil haar in een instelling laten opnemen en dan loopt de jonge vrouw weg, kleine Mireille meesleurend in haar vlucht. Peggy kraakt een krot op het platteland, verandert haar naam in Meg en die van dochterlief - blond en blauwe ogen - in Karen (naar Karen Brown, een zwart wicht van vier dat even eerder overleden is en wier geboortecertificaat Meg op de kop tikt). Officieel, en ondanks hun uiterlijk, worden Meg en Karen Afro-Amerikanen, en het leven van arme Afro-Amerikanen zullen ze leiden. Lijden ook, voorál zelfs.

Misplaatst is een veelgelaagd maar toegankelijk verhaal geworden, dat bovendien vlot doorleest en interessante informatie en geestrijke humor bevat. Maar toegegeven: nog liever zouden we, als Zink het er ooit van laat komen, pakweg haar bij wijze van essay neergepende autobiografie lezen. Stof voor straks, wie weet, want deze dame heeft geheid veel in haar mars.

Het is een koude wintermiddag. Zink - asblonde haren, ranke gestalte, herstellend van een gebroken schouder na een valpartij - heeft nauwelijks haar koffer neergeploft of daar moet ze al aan het werk.

Mislaid is een vreemde roman, merken we op, onder meer omdat de lezer vroeg in de plot al aanvoelt waar het heen gaat.

Uw verhaal heeft geen open einde, want het is een klassieke compositie, een komedie. Als puntje bij paaltje komt, valt alles in de plooi, ook al lijken uw personages niet gemaakt om in de plooi te vallen.
Nell Zink: "Niet voor niets luidt de titel Misplaatst. Het is mijn eerste roman die een huldebetoon werd aan de conventionele vorm. Het werk heeft een muzikale structuur en doet misschien zelfs denken aan de galante muziek uit de 17de en 18de eeuw (sierlijke muziekstijl tussen barok en classicisme, red.). Het einde wordt dan inderdaad nogal voorspelbaar, maar is dat in Der Rosenkavalier van Richard Strauss ook niet zo? Of bij Jane Austen? In haar oeuvre weten we allemaal wat er zal gebeuren, en toch blijft het enthousiast gelezen worden."

"In veel romans gebeurt het tegendeel, maar voor mij mag het einde gelukkig zijn, en ongevaarlijk. Misschien zit hier wel een politiek statement in: over de mensen die over alle problemen heen hun doel bereiken, overleven en op hun manier ook helden zijn."

Beeld Karoly Effenberger

In vorige interviews zei u dat u niet van spanning houdt.
"Ik heb een probleem met spanning om de spanning, ja. Ik kan bijvoorbeeld eindeloos naar dezelfde films blijven kijken, al weet ik perfect hoe ze zullen aflopen. Soms zoek ik doodgewoon de saaiheid op. In de ellenlange roman Der Nachsommer van Adalbert Stifter, toch een van Oostenrijks grootste bijdragen aan de bildungsroman, is het verhaal zo vervelend en zo eindeloos opgerekt dat het een kwelling wordt je erdoorheen te worstelen. Toch heeft dat werk mijn leven veranderd, in zoverre dat het mijn zin voor kleine banale fenomenen en wat je daar allemaal mee aan kunt, fors aangescherpt heeft."

Uw personages zitten geprangd tussen allerlei tegenpolen: man versus vrouw, homo versus hetero, noord versus zuid, natuur versus cultuur, maar bovenal, zwart versus blank. Literair werkt zo'n dialectiek uiteraard, maar is dat ook hoe u het leven ziet?
"Het is gewoon Virginia in het tijdperk dat ik beschrijf. De manier waarop zwart en blank daar van staatswege tegenover elkaar gezet werden, was ronduit schokkend. Zwart zijn was niet eens een sociale categorie, daar in het Zuiden, het was erger, het was een wettelijke categorie. Neem die absurde one drop rule, die stelde dat als er één druppel zwart bloed door je aderen stroomde, dat voldoende was om als zwart bestempeld te worden. De consequenties van dat beleid blijven tot vandaag zichtbaar. Terzelfder tijd kan mijn personage Karen, dat blank is, of Lomax, die er ook niet uitziet als een indiaan, op basis van dat beleid wel aanspraak maken op die identiteit."

"Blank en zwart zijn met andere woorden geen kleur, ze zijn een levensomstandigheid. Laten we ook niet vergeten dat je in de VS zelfs onder blanken een hele hiërarchie had, en dat niets de blanke Amerikanen van Engelse afkomst overtrof. Mijn familie heeft een lange voorgeschiedenis in de VS, die teruggaat tot de zeventiende eeuw, en is extreem Angelsaksisch. Wel, het is me overkomen dat ik alleen daarom al het stempel aristocratisch meekreeg."

Wilde u een boodschap meegeven, een bepaalde politieke en sociale realiteit aan de kaak stellen?
"Mijn doelstelling in Mislaid bestond erin mensen te beschrijven in het holst van de stuiptrekkingen van de onderdrukking, zwarte mensen die niet per se beseffen welke krachten er in hun leven aan het werk zijn, tot wie de zaak niet doordringt omdat ze het anders zouden uitschreeuwen."

"Karen, een personage dat ik persoonlijk niet ken en nooit tegengekomen ben, belichaamt in haar eentje de hele klucht van de one drop rule. Goed, nu het boek er is en ik sommige lezersreacties hoor, vraag ik me af of ik niet nog explicieter had moeten zijn. De realiteit is hoe dan ook wat ze is: wat een individu tot zwarte maakt, is precies die ontwaarding waaraan de staat medeplichtig is, hetzij door zijn rechters, hetzij door zijn agenten of noem maar op. Zwarten in de VS werden ontstellend slecht behandeld, ook nu nog, en plotseling kwam daar de positieve discriminatie die ons moest doen geloven dat het, net dankzij de staat, mogelijk was te ontsnappen aan wat diezelfde staat had aangericht."

U hebt zelf lange tijd in Virginia gewoond, maar bent daarna heel vaak van leven veranderd. Ook uw hoofdpersonage, Margareth alias Peggy alias Meg, vindt zichzelf helemaal opnieuw uit.
"Mijn personages zijn natuurlijk ouder dan ikzelf. Hoewel de Verenigde Staten de reputatie hebben dat mensen erop los verhuizen en hun leven om het even waar opnieuw kunnen beginnen, is dat niet altijd zo geweest. Vandaag zeggen ouders tegen hun zonen en dochters 'eruit!' zodra ze achttien worden, maar vroeger leefden mensen in de VS als heuse clans onder een dak. In Brooklyn had je complete generaties van dezelfde familie in één en hetzelfde huis, het liefst met de jongste telgen op de hoogste verdieping."

"Veel kinderen zeiden ook keurig Sir en Madam tegen paps en mams, terwijl ze voor een troostende schouder bij oma terecht moesten. Je kunt je niet voorstellen hoe volslagen anders het familieleven vroeger was. Een Meg die in haar tijd doet wat ze in mijn boek doet - weglopen en een heel ander leven beginnen -, dat is best wel apart."

Hoe hebt u dat vroegere Virginia in uw verbeelding gereconstrueerd?
"Mijn eerste indrukken daar dateren van toen ik zeven was. Ik voelde heus wel die raciale spanning, hoorde mensen soms rare dingen beweren. Het Virginia van mijn jeugd is ook voorbij. Het Zuiden zoals dat vroeger bestond, het Zuiden van vóór het aircotijdperk zoals ik dat noem, bestaat niet meer. In die zin is het oude Zuiden zelfs grotendeels noordelijk geworden."

"Nu had ik dat tijdperk tot leven kunnen wekken door er heel veel boeken over te lezen, mij heel diep in de materie in te graven, maar dat zou niet hetzelfde zijn als mijn eigen herinnering activeren. Ik heb dus geen enkel naslagwerk geraadpleegd, en heb mezelf gedwongen me al mijn waarnemingen en alle dingen die ik toen zo vreemd vond weer voor de geest te halen."

"Neem die typische good old boy asshole, de blanke jongeman die zich om het even wat kan permitteren en daar nooit op aangesproken wordt, louter omdat hij tot de geprivilegieerde klasse behoort. Dat is de familie Lee zoals ik die in het boek neerzet dus, de aristocraten. In die tijd was Virginia - geloof me vrij - echt nog wel een feodale staat, vol lieden die van zichzelf wisten hoe ze moesten spreken om hun klasse te onderstrepen en het lieten voorkomen alsof ze precies hetzelfde Engels spraken als hun voorvaderen in de 19de eeuw of eerder."

U bent - ook dát element zit in Misplaatst - gefascineerd door de natuur, door vogels vooral. Die vogels hebben u ook met Jonathan Franzen in contact gebracht. Een lust of een last, dat peterschap?
"De invloed van Jonathan Franzen valt onmogelijk te onderschatten. Vreemd genoeg was hij aanvankelijk niet eens een literaire referentie voor me. Het is in die ornithologische hoedanigheid dat ik hem benaderd heb. Naar zijn letterkundige technieken ben ik pas gaan kijken naarmate ik zelf meer ervaring opdeed als romanschrijver. Zoals Jonathan dialogen schrijft: waw! Hij slaagt erin een dialoog tot een maximaal aantal pagina's te rekken."

"Hij heeft bovendien iets van een authentieke, Duitse germanist en zou bijvoorbeeld feilloos in Tübingen passen, de universiteitsstad (waar Zink zelf studeerde, LD). Dat afgemetene, zie je? Als hij voor een bord ovenverse koekjes stond en trek zou hebben, dan zou hij wachten tot zijn moeder hem zei: 'Jonathan jongen, jij mag een koekje van me. Neem maar!' Als dat hem niet gezegd werd, dan zou hij waarschijnlijk heel beleefd geduld blijven oefenen."

Natuur is één element in uw boek, een ander is cultuur, literatuur vooral, om niet te zeggen poëzie. Mislaid blaakt van de referenties.
"Mijn moeder was bibliothecaresse. Ik ben opgegroeid als een kind dat meer boeken las dan wie dan ook en heel serieuze literatuur doorploegde. Ik schrijf ook al mijn hele leven. Maar in een schrijvershuis dat van nok tot kelder vol boeken ligt, wilde ik niet wonen. Ik had een klein rek waarin al mijn boeken moesten kunnen passen, en ben eigenlijk altijd een asceet geweest. Toen ik naar Israël verhuisde, sleepte ik hooguit een kleine koffer en een gitaar met me mee."

"Boeken spelen een centrale maar al bij al beperkte rol in mijn leven. Ik heb ook veel gelezen omdat ik zelden iemand had om mee te praten. Had ik als kind meer mensen om me heen gehad, dan zou het anders zijn gelopen."

"En dan is er de taal. Het Engels van mijn moeder, tja, dat is the real thing, hè. Ik stel altijd weer vast hoe ik over een enorme reeks spreekwoorden en uitdrukkingen beschik die jongere mensen eenvoudigweg niet meer kennen."

U leest ontzettend veel, maar u vindt er ook de tijd voor, want u schrijft in sneltreinvaart. Drie weken voor een roman...
"Dat is wat The New Yorker schreef (die een monumentale reportage aan Zink wijdde, LD), maar dat klopt niet helemaal. In werkelijkheid doe ik er langer over. Laat ik zeggen dat ik een kladje in drie weken op papier krijg. Goed, maar aan een boek als Mislaid heb ik (denkt na) minstens een week of tien gewerkt. Ik moet er meteen bij vertellen dat ik dan non-stop bezig ben, dat ik geconcentreerd ben, mijn bed ongeveer niet uit kom en mijn laptop voor me heb, tien uur aan een stuk."

"Ik drink ook geen alcohol (bloedserieus). Veel schrijvers zijn schrijver omdat ze achter hun schrijverschap hun drankzucht kunnen verstoppen, met journalisten is het net zo ('O ja?', LD). Ik drink niet. Ik schrijf in Mislaid over drank en drugs, dat wel, maar dat ben ík niet. Dat is Virginia."

Uw volgende boek heet Nicotine. Waarover gaat het?
"Het gaat over een jonge vrouw van wie de vader sterft in een ziekenhuis in New Jersey. De nabestaanden erven een huis dat vol krakers zit en zij wordt erop uit gestuurd om schoon schip te maken en die jongens eruit te krijgen. Nicotine is een grappig boek, er komen Latijns-Amerikaanse elementen in voor en het is structureel anders dan mijn vorige romans."

Uw succes als auteur heeft u een zoveelste nieuw leven opgeleverd, in hoeverre was dit puike resultaat gepland?
"Dat was het natuurlijk niet. Ik dacht dat ik nog jaren lang door zou gaan zoals ik bezig was: schrijvend voor de pret, met een handvol vrienden als lezers, Avner Shats bijvoorbeeld, zelf dichter en auteur. Maar toen kwam er die ene zin van Jonathan: (declameert, lachend) 'Your English is at a literary level that is rare.' En toen, tja, toen heb ik mij er toch maar aan gewaagd."

Nell Zink, Misplaatst, Ambo/Anthos, 272 p., 19,99 euro. Vertaling Gerda Baardman.

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.