Vrijdag 10/07/2020

Liefde

Liefde in de literatuur: Ontwapenend, geil, boos, wreed, hard

Maud Vanhauwaert.Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

De liefde wordt op deze pagina's wetenschappelijk, sociologisch en psychologisch gefileerd. Allemaal goed en wel, maar waar beter dan in de literatuur ervaren we de ongrijpbaarheid, schoonheid en pijn van de heftigste der emoties? Vier schrijvers mijmeren over lezen en schrijven over de liefde.

Maud Vanhauwaert: "De literatuur heeft me het meest over de liefde geleerd"

"Op het conservatorium lazen we 'Honderd liefdessonnetten' van Pablo Neruda. Hij gebruikt veel symbolische beelden. Zo staan er heel veel bloemen in de gedichten. Toen ik het werk voor het eerst las, spraken die beelden nog niet tot mij. Maar in de tien jaren die inmiddels verstreken zijn, heb ik veel geleerd over de liefde en die ontdekkingstocht valt samen met een groeiende appreciatie van die sonnetten. Het lijkt alsof die bloemen, bij elke nieuwe lezing, steeds meer ontluiken. En alleen al het feit dat Neruda honderd sonnetten schreef voor zijn muze Matilde! Het is de mooiste vorm van stalking.

Ik heb er nog eentje, een gedicht van Herman Gorter, uit 1890.

Zie je ik hou van je
ik vind je zoo lief en zoo licht
je oogen zijn zo vol licht
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou zo graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees'lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen -
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Een vers als 'ik hou van je' wordt vandaag in de poëzie vermeden, omdat die helemaal is platgetreden. Maar in die tijd moet die versregel ontluisterend zijn geweest. Het is naar het schijnt het eerste gedicht over de liefde waarin de ander niet met 'u' maar met 'je' wordt aangesproken. Je ziet meteen twee mensen voor je, ik en jij, zonder franjes, maar uitgekleed tegenover elkaar.

De ontdekking van mijn literaire stem liep parallel met de zoektocht naar mijn eigen seksualiteit. Ik heb mezelf, schrijvend aan mijn eerste bundel, beter leren kennen. Ik was verliefd, had verdriet en durfde dat nauwelijks toegeven aan mezelf. Mijn gevoelens waren een poeltje waarin ik niet wilde roeren.

Het papier zorgde voor de nodige afstand. Wat ik schreef hoefde niet letterlijk over mij te gaan, ik speelde een schaduwspel. Poëzie is altijd een beetje heimelijk. En door te formuleren kun je je gedachten in de plooi laten vallen.

Ja, mijn eerste bundel was een beetje een coming out, maar niemand, lezers noch recensenten, stelde me daar vragen over. Het voordeel is dat je met poëzie nooit uit de kast hoeft te komen. Je kunt gezellig in de kast blijven zitten en het licht door de kieren laten schijnen. Sowieso laat ik de interpretatie graag aan de lezer over.

Maud Vanhauwaert.Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

Ik denk dat ik via de literatuur meer heb geleerd over de liefde dan via mijn eigen leven. Ik ging er lang van uit dat hoe ouder je wordt, hoe meer rimpels je krijgt en hoe meer alles in een plooi valt. Dat je een soort zelfverzekerdheid vergaart. Maar hoe meer je leest, hoe meer je beseft dat onzekerheid en kwetsbaarheid in de liefde van alle leeftijden is. Ik moet denken aan O Amor Natural, de erotische gedichtencyclus die de Braziliaanse Carlos Drummond de Andrade schreef toen hij de tachtig al voorbij was. Het is beangstigend en tegelijkertijd geruststellend dat de pijlen van de liefde ons tot aan de dood kunnen raken. Een beetje eelt krijg je misschien wel, maar een pantser nooit.

Natuurlijk valt er nog veel te vertellen over de liefde. Niets is zo wijd verspreid als de liefde en toch heeft iedereen soms het gevoel er helemaal alleen in te staan. Dat bijzondere conflict zal nooit verdwijnen en zal altijd schitterende literatuur opleveren. Schrijvers zullen steeds persoonlijke verhalen vertellen die lezers herkennen.

Ik merk ook dat de mensen niet veranderd zijn, wel hun amoureuze problemen. Romeo en Julia en al hun spin-offs worstelden met seks voor het huwelijk, het bijeenschrapen van de bruidsschat en klasseverschillen, vandaag stellen zich andere drempels zoals homoseksualiteit of de multiculturele liefde. Ik denk nu aan boeken als De kunst van het vallen van Gaea Schoeters en Hajar en Daan van Robert Anker. Of aan Jamal Ouariachi, die zich met Een honger waagde aan het taboe dat rond pedofilie hangt.

Maar het grootste probleem is de ultieme vrijheid die we ervaren, en het gevoel dat we maar wat in het ijle rond slaan. Het valt me op dat zeker mannelijke schrijvers romans plegen over de midlife. Succesvolle mannen met veel aanzien, die op een gegeven moment in elkaar zakken en alles in vraag stellen.

Voorbeelden? David Pefko met Het voorseizoen, Bonita Avenue van Peter Buwalda en Tommy Wieringa met Een mooie jonge vrouw, maar eigenlijk ook Stoner van John Williams, uit 1965 al. Daarin leeft een academisch geslaagde man in een ongelooflijke leegte en begint hij een relatie met een studente. Het zijn fitte mannen van veertig, vijftig jaar die desgewenst het roer helemaal kunnen omgooien maar in plaats daarvan beginnen rondtollen en verlangen naar grip. Misschien zou je het, een beetje kort door de bocht, zo kunnen stellen: vroeger stond liefde vaak voor een verlangen naar vrijheid. Nu verlangen we soms om ons, in de veelheid van keuzemogelijkheden, te kunnen ketenen aan de liefde.

Ons eigen leven en zelfs onze dood hebben we steeds meer in de hand, maar de liefde zullen we nooit kunnen controleren. Domotica laat ons toe perfect te bepalen welke kamer welke temperatuur heeft. Maar je kunt nooit de temperatuur van de liefde instellen. Nergens wordt die frictie zo mooi uitgespeeld als in fictie.

Een liefdesroman gaat vaak over kantelpunten waarin het leven in een stroomversnelling belandt, en zelden over de rustig kabbelende liefde. Dat zijn voor mij de mooiste momenten, de poëzie laat toe die te beschrijven. Zoals Herman De Coninck in Voor mekaar, over het genot van het doordeweekse samenzijn."

Maud Vanhauwaert.Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't café om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.

Gustaaf Peek: "Ik wil nu echt wel eens gaan weten wat liefde is"

"Er zijn liefdesverhalen die we inzetten voor troost, de Hollywoodiaanse verhalen. Soms volgen we een verhaal wat langer, tot over het hoogtepunt heen. Alle liefdesverhalen die ik opzoek eindigen somber. The end of the affair van Graham Greene behoort tot het mooiste wat over de liefde geschreven is. Liefde begint altijd geweldig. Maar net als een verhaal kent de liefde natuurlijk een einde.

Ik blader vaak door Paul Snoeks Gedichten voor Maria Magdalena. Ze zijn ontwapenend, geil, boos, wreed, hard en vooral somber. Heel menselijk, eerlijk, rauw en wonderlijk schoon geschreven.

Waarom ik de noodzaak voel om ze steeds opnieuw te lezen? Omdat ik net de noodzaak zoek. De passie van het leven, de noodzaak erover te schrijven. Bij Snoek voel ik die urgentie, hij slaat je om de oren met zijn al te menselijke kijk op de liefde. En dan weet ik het weer. Zijn Gedichten voor Maria Magdalena beschouw ik als een meesterwerk omdat hij een hartstochtelijke, nobele poging doet het onmogelijke onder woorden te brengen.

Gustaaf Peek.Beeld Thomas Sweertvaegher

De liefde is essentieel voor mijn werk. Het gaat over een van de meest pertinente vragen van de mens: wat is liefde? Ik heb het bevestigende antwoord nog steeds niet gevonden. Ik merk dat mijn benadering en mijn vragen steeds brutaler, roekelozer en wellicht ook wanhopiger worden. Ik schrijf minder gecontroleerd, met het idee dat die vrijheid me misschien nieuwe ontdekkingen oplevert. Want ik wil het nu echt wel eens gaan weten.

Maar elk onderzoek over de liefde leidt me naar nieuwe onbekende kamers. Op het einde van elk boek, als ik denk dat ik het nu wel zou moeten weten, duiken steeds nieuwe vragen op. Als mens heb ik minder over de liefde geleerd dan ik had gehoopt.

Ik ben nu 41 en onlangs ben ik weer verliefd geworden. De vragen die dat oproept zijn anders dan toen ik jong en verliefd was. Ik denk meer aan de toekomst. Wat kan het hart aan? Ik voel zo veel maar kan en mag ik nog zo verliefd zijn? Heb ik te veel tijd van die ander gemist? Zal er genoeg tijd zijn om die tijd in te halen?

De antwoorden zijn er vooralsnog niet of ze weigeren zich aan mij te openbaren, maar het creëert wel werk. Ik schrijf nu vooral gedichten en ik merk dat deze kwesties er onvermijdelijk insluipen. En natuurlijk worden mijn literaire keuzes bepaald door deze vragen. Het is zoals met muziek, je gemoedstoestand zoekt naar de juiste klanken. Daar ben ik eigenlijk heel actief mee bezig. Ik lees en bestudeer de poëzie van Leonard Nolens. Of Dood in Venetië van Thomas Mann, Delta of Venus van Anaïs Nin en Beauty and sadness van Yasunari Kawabata.

In de twintigste eeuw is er, na enkele eeuwen min of meer hoofse liefde, een groter onderzoek gevoerd naar het intieme, de vleselijke liefde. Maar zelfs als je heel dicht bij iemand bent - in iemand - dan nog bestaat die angst iemand te verliezen of niet te bereiken. Zelfs daarin moet de literatuur bij die klassieke essentie blijven. Op zo'n moment ben je niet aan het gymmen of met een of andere recreatieve activiteit bezig. Uiteindelijk komt het daar toch altijd weer op neer: de liefde maakt ons levendig, maar zodra we te levend zijn worden we bang.

Hemingway, die ik veel gelezen heb toen ik jong was, trok me destijds aan omdat hij zo stoer en internationaal was. Maar nu ontdek ik dat het hart van zijn grote romans liefdesverhalen zijn, en ik merk dat ik daar erg door beïnvloed ben.

Af en toe springt hij heel infantiel om met de liefde, maar soms beschrijft hij de angst en onzekerheid van de minnaar. Hij creëert een spanning tussen sentiment en iets wezenlijks als angst. Dat gevoel benoemt hij heel goed.

Toch heeft de literatuur me evenmin een bevredigend antwoord over de liefde geschonken. Daarom blijf ik lezen. Kunstenaars heb ik altijd koppig en moedig gevonden, omdat ze in het ongewisse durven te duiken, ze weten eigenlijk niet waar ze aan beginnen. Soms wordt er verf gebruikt, soms muzieknoten en soms woorden, maar het blijven pogingen. De liefde en kunst vinden elkaar het sterkst in dat falen."

Gustaaf Peek.Beeld Thomas Sweertvaegher

Alicja Gescinska: "Je doet de liefde onrecht aan als je ze altijd groots wil"

"Totaal witte kamer' van Gerrit Kouwenaar is een gedicht dat barst van liefde. De geliefden van Marona van Jaroslaw Iwaszkiewicz is een prachtig liefdesverhaal - ook al door de liefde waarmee Iwaszkiewicz zijn taal en personages verzorgt. Maar als beste boek over de liefde moet ik misschien iets van Bernhard Schlink kiezen. Een rode draad in zijn werk is ook de liefde: de liefde die zelfs als ze heel bijzonder en uniek is, toch niet standhoudt. Personages die uiteindelijk niet voor de liefde kiezen en daardoor hun heel leven zitten met de vraag: wat als?

Als ik al een werk van Schlink moet uitkiezen dat dit zo mooi behandelt, dan kies ik voor het laatste verhaal uit zijn bundel Zomerleugens. Het hoofdpersonage is een hoogbejaarde vrouw; haar leven ligt achter haar, voor zich wacht enkel nog de dood. Ze stelt vast dat ze misschien wel haar ware liefde en leven heeft gemist door haar eigen besluiteloosheid en gemakzucht. Via haar kleindochter ontmoet ze die gemiste liefde uiteindelijk toch weer. Hij is filosoof geworden en meent dat alle keuzes eender zijn. Er bestaan geen goede of foute keuzes. Schlink toont meesterlijk dat de liefde blijft, ook als ze voorbijgaat; dat de liefde niet sterft, ook wanneer ze niet geleefd wordt.

Vorige week nog las ik via Humans of NY het verhaal van een oude man. Hij was 62 jaar getrouwd en nog maar net zijn vrouw kwijt. Hij meende dat de liefde in de literatuur veel te fysisch is en ook te veel op de jeugd gericht. Romeo en Julia geldt als het liefdesverhaal, maar wat stelde die liefde tussen hen eigenlijk voor? Ze wisten toch nauwelijks wat hen bond, welke muziek of boeken ze graag hadden. Maar na 62 jaar samenzijn is liefde iets anders dan lichamelijkheid; het is de eenheid van twee mensen, bijvoorbeeld wanneer ze praten over de smaak van de kip op restaurant.

Die intense alledaagsheid raakt me veel meer dan de Disney-liefde. Weinig mensen ervaren die Disney-liefde, de meeste nemen veel bochten. Ofwel tors je een verleden mee, of je bent jong en je vraagt je af hoe het verder moet. En zelfs als je iemand heel graag ziet en het klikt heel goed, dan blijft die 'wat als'. Maar het is niet omdat de liefde moeilijk is, dat ze niet echt, goed of waardevol is. De mens is gebrekkig, dus de liefde misschien noodzakelijkerwijs ook.

Alicja Gescinska.Beeld Jorgen Caris

Je doet de liefde onrecht aan als je ze altijd kristalhelder en groots wil. Ze wordt niet mooier door haar te verheerlijken. Misschien is liefde op haar puurst als je zieke man aan een bakster in het ziekenhuis ligt, terwijl jij er gefrustreerd naast zit. Maar je bent wel samen. Misschien is de liefde het grootst net als de twijfel toeslaat. Die dagdagelijksheid recht doen in het schrijven over de liefde, dat lees ik graag vaker en meer.

De literatuur helpt mij als mens me meer thuis te voelen bij mezelf, omdat je ziet dat anderen ook worstelen. Dat is louterend, na het lezen kan ik me meer verbonden voelen of minder eenzaam. Je leert hoe je liefde moet plaatsen en begrijpen. Daardoor kan ik meer liefhebben.

Wat mij niet meer raakt, zijn platte scènes over de lichamelijke liefde die zo alomtegenwoordig zijn. Een zin à la 'hij nam zijn pik en wreef die over haar geschoren kut' kan vandaag uit zoveel boeken komen. Van Herman Brusselmans vind ik nou net het bijzonder dat hij daar zijn handelsmerk van heeft gemaakt en dat bijna als een satire op zichzelf en met grote zelfrelativering als stijl hanteert. Maar in andere genres zie ik het niet altijd als een verdienste."

Marnix Peeters: "'Catcher in the Rye' heeft mij aangezet om niet in de val van de snelle liefde te stappen"

"Is er eigenlijk een boek dat niet over de liefde gaat? Tom Van Dyck zei over De dag dat we Andy zijn arm afzaagden dat er zelden mooier geschreven is over iemand die op zoek is naar de liefde. Ik schrok daarvan, maar uiteindelijk is die zoektocht heel essentieel in mijn werk. Ik ben bezig aan een nieuw boek, Kijk niet zo, Konijntje, en godverdomme ja, het is weer van dat.

De angst om nooit die allesverzengende liefde te vinden, dat is misschien de allerbelangrijkste vrees als je opgroeit. Daar gaat het toch altijd over? Als twintiger maak je je niet zo'n zorgen maar bij het ouder worden groeit de vrees dat die liefde niet bestaat of dat de tijd om ze te vinden karig wordt. Of stel je voor dat je even van die liefde hebt mogen proeven en ze weer verliest. Dat de volgende liefdes mindere versies zijn van wat je had. Van alle kwellingen van deze schepping is dat toch de grootste?

Marnix Peeters.Beeld Karoly Effenberger

Op 1 februari heb ik met mijn vriendin ons vier jaar samenzijn gevierd. Ik denk dat wij die grote liefde op een bepaalde manier gevonden hebben. Voorheen leed ik aan een zekere bindingsangst, dacht ik. Maar wij zijn heel veel samen: we werken allebei vaak thuis en trekken elke winter een maand naar het buitenland. Toch ervaar ik niet de drang om alleen te zijn, ik heb niet het gevoel dat we op elkaars lip zitten. En de hunkering blijft. Maar ik blijf schrijven over de zoektocht, ja. Het blijft een modderpoel waarin ik als een rat blijf ronddwalen.

Intuïtief zou ik zeggen dat The Catcher in the Rye voor mij een van de dragende boeken was. Ik was zeventien toen ik het las, en de eigenzinnigheid waarmee Holden Caulfield zijn weg zoekt, heeft mij misschien aangezet om niet in de val van de snelle liefde te stappen.
Ik heb het gevoel dat mensen in de liefde vaak snel tevreden zijn of een zekere druk ervaren. Probeer maar eens om veertig te worden zonder relatie en kinderen, daar word je op aangesproken. Ik heb me nooit een relatie laten aanpraten. Ik heb nooit beslist om eigenzinnig en volhardend te zijn, maar dat is, denk ik, het effect van die moedige personages."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234