Vrijdag 07/10/2022

Recensie

Liam Gallagher rockt, Editors valt door de mand op Hear Hear, het tuinfeestje van Chokri Mahassine

Editors op Hear Hear. Beeld Alex Vanhee
Editors op Hear Hear.Beeld Alex Vanhee

Rockliefhebbers die hun puisten ontgroeid zijn en heimwee hebben naar de tijd dat het tuinfeestje van Chokri Mahassine nog door gitaren werd gedomineerd, konden zondag terecht in Kiewit voor een portie snarennostalgie. Headliner Editors stelde teleur, maar verder? Geen klachten, met dank aan Liam Gallagher en Anna Calvi.

Ewoud Ceulemans en Jurgen Beckers

Altijd een beetje wennen zo’n nieuw festival, zelfs al is het niet echt nieuw. Hear Hear speelt zich af op de helft van het Pukkelpop-terrein, maar podia die we normaal simpelweg kennen als de Marquee of de Castello, heten nu plots ‘Wah Wah’ (het hoofdpodium) of ‘Yeah Yeah. Hear Hear! is een beetje de TW Classic van Pukkelpop: een festijn voor oude zakken als wij die nu en dan heimwee hebben naar de tijd dat gitaren nog regeerden in Kiewit. Hear Hear! is als antwoord bijna een experiment: hoeveel gitaarbands kun je op één dag programmeren?

Te veel om op te noemen, maar hoe het ook zij: de klok had nog niet halftwee geslagen toen wij, nooit verlegen om een forse uitspraak, ‘hier gaat niemand nog over’ in ons virtueel boekje noteerden. Anna Calvi (★★★★★), beste mensen: enerzijds gitaargodin, anderzijds zangfurie. Het vocale spierballengerol waarmee ze ‘Don’t Beat The Girl Out of My Boy’ beklonk, brak de zieltjes in twee van zij die slim genoeg waren om zo vroeg al in de Wah Wah post te vatten. Eerder had ze haar Fender Telecaster, een wilde mustang met zes snaren waar menig gitarist zijn vingers aan snijdt, als een volleerde rodeo-ster getemd in ‘Indies or Paradise’.

Wat nog? Het instrumentale ‘Rider to the Sea’, waarin Calvi haar blik op de hemel richtte - wedden dat ze los door het dak van de tent heen keek? Er knal achteraan volgde ‘Suzanne & I’: geen idee wie die Suzanne is, maar weet dat we fucking jaloers op haar zijn. Anna Calvi houdt van het grootse gebaar - in ‘Wish’ en de afsluitende Suicide-cover ‘Ghost Rider’ viel ze op de knieën om te soleren - maar doet het wel met een minimum aan middelen: een drummer die ‘Boem! Paukenslag’ als levensmotto hanteert, en een multitalent dat toetsen, snaren en percussie beroert, soms allemaal tegelijkertijd - zoals Calvi op nauwelijks vijftig minuten ons hele emotionele register bespeelde.

Anna Calvi op Hear Hear!: enerzijds gitaargodin, anderzijds zangfurie. Beeld © Stefaan Temmerman
Anna Calvi op Hear Hear!: enerzijds gitaargodin, anderzijds zangfurie.Beeld © Stefaan Temmerman

Wie het ook met weinig middelen doet, zijn Erlend Øye en Eirik Glambek Bøe, samen bekend als Kings of Convenience (★★★☆☆). Ze maken popsongs zoals Scandinavische architecten meubilair ontwerpen: strak, minimalistisch, zonder franjes, maar daardoor was het in de Gimme Gimme-tent ook vechten tegen de omstandigheden voor: hun instrumenten hadden ze een dag eerder verloren in Frankfurt, en vanuit de verte beukte het geweld van Sons in op hun breekbare akoestiek. Het openingssalvo van ‘Comb My Hair’, ‘Rocky Trail’ en ‘Cayman Islands’, met enkel Øye en Bøe op het podium, bleek onderling inwisselbaar. Pas toen een bassist en een violist en nadien ook een drummer het duo vervoegden en songs als ‘I’d Rather Dance With You’ kwamen piepen, kwam Kings of Convenience tot leven.

Thurston Moore-lookalikes

We weten niet of de gelegenheid en de rest van de affiche er voor iets tussen zaten, maar de gelijkenis tussen Fenne Kuppens van Whispering Sons (★★★★☆) en Thurston Moore was mij nooit eerder opgevallen. Ze stond er iets statischer bij dan de vorige keer dat we haar zagen (dat kan op Pukkelpop geweest zijn), en gezien de hitte in de Wah Wah was het haar vergeven dat ze eerst even wilde testen wat de fysieke mogelijkheden waren. Haar stem liet ze evenwel meteen van de ketting, in de microfoon snauwend en bijtend alsof ze hem wilde opeten. Omdat microfoons erg duur zijn en bovendien erg slecht voor de tanden liet ze dat laatste achterwege.

Kings Of Convenience op Hear Hear!: vechten tegen de omstandigheden. Beeld © Stefaan Temmerman
Kings Of Convenience op Hear Hear!: vechten tegen de omstandigheden.Beeld © Stefaan Temmerman

‘Got a Light’ was een vroeg hoogtepunt, ‘White Noise’ kwam er meteen achteraan, gevolgd door het driespan ‘Alone’-‘Vision’-‘Tilt’. ‘Wall’ leidde de eindsprint in van een concert waarin Whispering Sons aantoonde dat een beekje zweet over de ruggengraat meer of minder de goed geoliede live-machine niet kan doen stokken.

Nu we toch begonnen zijn met het spotten van Thurston Moore-lookalikes: wat gezegd van Austin Brown, zanger-gitarist-toetsenist van Parquet Courts (★★★★☆)?. Over dit New Yorkse viertal zullen we niet rond de pot draaien, want dat deden zij ook niet. De geest van Pavement-op-peppillen waarde door deze set, waarin geluidsexperimenten - Brown bespeelde zelfs een mengpaneel én een scheidsrechtersfluitje - gedrapeerd liggen over popsongs uit de ‘catchy as fuck’-categorie, zoals ‘Human Performance’. ‘Dust’ was dan weer voer voor de dansvloer, ‘Almost Had to Start a Fight/In and Out of Patience’ en ‘Light Up Gold II’ waren pure punk. Tegen ‘Freebird II’ stond zanger-gitarist Andrew Savage, net als wij, te druipen van het zweet: het hield hem niet tegen om helemaal loos te gaan in de lang uitgesponnen outro van ‘Plant Life’. Afsluiter ‘Stoned and Starving’ - u kent het gevoel wel - was de kers op de spreekwoordelijke taart.

Parquet Courts op Hear Hear!: de geest van Pavement-op-peppillen. Beeld © Stefaan Temmerman
Parquet Courts op Hear Hear!: de geest van Pavement-op-peppillen.Beeld © Stefaan Temmerman

Terug naar vrouwelijk gitaargeweld: Wolf Alice (★★★☆☆) begon stevig met ‘Smile’ en ‘You’re a Germ’, indie op een bedje van Green Day, en wist ons vooral vanwege dat laatste van meet af aan veel minder te bekoren dan op plaat. Aan frontvrouw Ellie Rowsell lag het niet – denk Rosanna Arquette die een meer dan overtuigende Blondie neerzet – en gitarist Joff Oddie vindt in elke groep wel zijn weg, maar de bombast die de rest erbij serveerde was vermoeiend voor het boeiend kon worden. Het weze Oddie evenwel vergeven dat hij voor ‘Lipstick on the Glass’ de lelijkste gitaar van het festival bovenhaalde. Een gitaar zonder body, met alleen een rand – ze aanschouwen, is ze helaas even niet meer van je netvlies krijgen. Het grote voordeel van zo’n gitaar: ze past altijd bij je t-shirt.

Afsluiter ‘Don’t Delete the Kisses’ droeg Rowsell op aan Frank Black en de zijnen: “It’s a privilege to play on the same stage as fucking Pixies’. Wat zij zei. Wolf Alice was af en toe best te pruimen (het akoestische ‘Safe from Heartbreak (If You Never Fall in Love)’, de met eighties-metal gelardeerde punkrock van ‘Play the Greatest Hits’, en het grotendeels met enkel piano begeleide ‘Last Man on Earth’), maar bij de hoogtepunten van Hear Hear! gaat u ze in ons overzicht niet tegenkomen.

Terug naar 1991

Zullen we maar meteen naar Pixies (★★★☆☆) springen, dan? ‘Wave of Mutilation’, ‘Monkey Gone to Heaven’, ‘Planet of Sound’: nee, met dat openingstrio zat het wel snor, maar vervolgens was het telkens toch weer een ademstoot of vijf (waarin Pixies er weliswaar evenveel songs doorjoegen) wachten op weer eens een pareltje. ‘Gouge Away’ uiteraard, ‘Isla de Encanta’, ‘Velouria’, en met voorsprong ‘Caribou’, een hoogtepunt met wilde gitaaruithalen.

‘The Holiday Song’, ‘Death Horizon’ en ‘All the Saints’ was wat ons betreft iets teveel middelmaat net over de helft. En in geen honderd jaar een slecht woord over The Jesus and Mary Chain, maar wat zat die cover van ‘Head On’ daar nu eigenlijk te doen? De eindsprint mocht er dan weer wel wezen: ‘Here Comes your Man’, nóg eens ‘Wave of Mutilation’, ‘Where Is My Mind?’, en die fantastische Neil Young-cover ‘Winterlong’ als afsluiter – dat kan geen doorgewinterde setsamensteller beter.

Frank Black – een sekssymbool is hij nooit geweest – zette zijn bril terug op, trok zijn groep naar voren voor een diepe buiging, en weg waren de Pixies: ze waren steviger en geolieder dan ze in de jaren negentig ooit hebben gedaan. Al had het met iets meer bezieling en een nóg betere setlist nog beter gekund.

Black kent het hier, trouwens: op de befaamde Pukkelpop-editie van 1991 speelde hij (solo) een verrassingsoptreden. Sonic Youth stond er toen ook, en op Hear Hear! werd die band vertegenwoordigd door Thurston Moore. Anno 2022 zijn ze allebei hun Kim kwijt: Black zijn bassiste Kim Deal, vervangen door Paz Lenchantin, Thurston zijn vrouw Kim Gordon. Geen Sonic Youth meer, dus, wel Thurston Moore Group (★★★★☆): een succulent alternatief met drie gitaren (waarvan één bariton bespeeld door Deb Googe, van My Bloody Valentine), een drummer, en een man aan de knoppen, die ons in opener ‘Locomotives’ - alles komt terug - zowaar aan Sonic Youth deden denken.

Moore houdt van uitweiden, afdwalen, de song verliezen, en niemand die dat beter kan dan hij. Zingen deed hij enkel om ons af en toe een plezier te doen, zo leek het. Niet dat hij golden oldies als ‘Teen Age Riot’ op de setlist had gepleurd: wel ‘Hashish’ en ‘Cantaloupe’, met iets wat voorwaar op een traditionele gitaarsolo leek, uiteraard niet veel later gevolgd door een hoop noise om heel ons hoedenbestand bij af te nemen. Afsluiten deden Moore en de zijnen met een eresaluut aan Lou Reed in de vorm van Velvet Underground-cover ‘Temptation Inside Your Heart’, maar daarvoor had Thurston na het voorstellen van de groep al de handen in de lucht gestoken en geroepen: “We survived!”

Thurston Moore Group op Hear Hear!: een succulent alternatief voor Sonic Youth. Beeld © Stefaan Temmerman
Thurston Moore Group op Hear Hear!: een succulent alternatief voor Sonic Youth.Beeld © Stefaan Temmerman

Live liever Liam

Moore was in de Yeah Yeah-tent voorafgegaan door Squid (★★★☆☆): vijf Britse snaken, te jong om een lange broek te dragen, maar oud genoeg om te dansen op de dunne koord tussen briljant en irritant, en de eerste helft van hun set viel te vaak aan de verkeerde kant. Het naar jazz neigende ‘Undergrowth’ was niet meer dan een afleggertje en de klankorgie in het slot van ‘Boy Racers’ klonk toch een beetje als neuzelen met het volume op 11. Dan hadden we, kieskeurig als we zijn, liever een song als ‘Houseplants’ in de plaats gekregen. Niet getreurd, want het postpunky ‘GSK’ trok de boel helemaal recht en het zinderende ‘Narrator’ bleek de ideale soundtrack voor een exorcisme. Tussenin zat ‘Pamphlets’, een song als een Formule 1-race: optrekken, uit de bocht gaan, en wéér optrekken. Ze probeerden u soms van het tegendeel te bewijzen, maar laat u niet misleiden: Squid heeft topsongs in de rugzak.

Wie ook een paar prima songs had meegebracht, was een lad uit Manchester, al zijn de songs in kwestie wel uit de pen van zijn broer gekropen. “Het is simpel”, liet Liam Gallagher (★★★★☆) al herhaaldelijk optekenen, “Noel heeft die Oasis-songs geschreven, maar de mensen willen míj ze horen zingen.” Een punt van jewelste – een Oasis-tribute band is snel gevonden, en tegenwoordig heeft Liam één van de betere achter zich verzameld.

"Tonight, I'm a rock-'n-roll star!" Liam Gallagher zingt de Oasis-songs beter dan zijn broer.Beeld © Stefaan Temmerman

Maar even naar de intrede van Liam, want beter werd het niet. MCFC (zijn en Noels geliefde Manchester City FC) in grote letters op de basdrum en elders, op de drumriser een doek met daarop ‘Rock ‘n’ Roll’, en dan de kampioenen-chant van City door de speakers, met op het grote scherm grote woorden: ‘Godlike’, ‘Icon’, ‘RNRStar’. Liam, uiteraard in parka en met vissershoedje, heupwiegend het podium op en meteen ‘Morning Glory’: wedstrijd gespeeld, kippenvel in de tropen. ‘Rock ‘n’ Roll Star’ mocht er meteen achteraan.

Liam Gallagher op Hear Hear: Liam zonder Noel is live beter dan Noel zonder Liam. Beeld © Stefaan Temmerman
Liam Gallagher op Hear Hear: Liam zonder Noel is live beter dan Noel zonder Liam.Beeld © Stefaan Temmerman

Het heette niet ‘Liam plays Oasis’, dus moesten er ook eigen songs gespeeld worden, en, welja, dat was jammer. ‘Better Days’ deed het met de drumbeat van ‘Tomorrow Never Knows’ van The Beatles en niet veel meer, ‘Soul Love’ was er nog eentje van Beady Eye tussendoor, de rest was gewoon niet sterk genoeg om tussen de songs van broer Noel overeind te blijven. Er mocht weer iets gaan komen. ‘Cigarettes & Alcohol’: hij had het begrepen. ‘Wonderwall’ dan, en of hij het begrepen had! Wie op ‘Live Forever’ als afsluiter had gehoopt, moest het doen met ‘Champagne Supernova’, waar wij dan weer niet rouwig om waren. Liam zonder Noel is live beter dan Noel zonder Liam. Op plaat is het een ander verhaal. Als die twee nu eens een groepje zouden beginnen. Een naam hebben ze al.

Charisma van een goed jaar

Liam Gallagher en Pixies opvolgen: het is waarschijnlijk voor niemand een cadeau, en al zeker niet voor Editors (★★☆☆☆). Anderhalf uur lang stonden we ons af te vragen waaraan precies Tom Smith en compagnie hun headlinerstatus hebben verdiend. Zit dat kippenvelfilmpje van ‘No Sound But The Wind’ op Werchter 2010 er voor iets tussen? Op Hear Hear! was het vooral een voorspelbaar en uitgemolken bisnummer. Terwijl ‘Munich’ net daarvoor wél iets met ons had gedaan, in positieve zin dan nog wel: het is een cliché om te zeggen dat Editors’ debuutplaat The Back Room meteen ook hun beste was, maar het klopt wel: ‘Munich’ en compagnon ‘Blood’ staken er op de setlist in Kiewit vér bovenuit.

Tom Smith is een frontman met veel pathos en weinig persoonlijkheid, en tijdens ‘Magazine’ schoot ons heel even de omschrijving ‘Dave Gahan van den Aldi’ door het hoofd. Met dat verschil dat onderling inwisselbare songs als ‘Frankenstein’, ‘Karma Climb’ en het wel érg repetitieve ‘Violence’ bij Depeche Mode de lat niet zouden halen. Toegegeven, met een ‘Papillon’ waarop weinig aan te merken viel kregen Editors vroeg in de set de tent wel even mee, maar verder haalden wij op dit in nostalgie gedrenkt festival vooral herinneringen op aan de gelaagde songs van zeventien jaar geleden, die inmiddels worden platgewalst door beats van het one size fits all-type.

Tom Smith is een frontman met veel pathos en weinig persoonlijkheid. Beeld Alex Vanhee
Tom Smith is een frontman met veel pathos en weinig persoonlijkheid.Beeld Alex Vanhee

Nee, dan hadden wij de boel liever afgesloten met Balthazar (★★★★☆), die het laatste Belgische hoofdstuk van hun Sands-tournee afwerkten. Dat brengt met zich mee dat er nogal wat materiaal uit Sands werd geplukt, een plaat die we nooit boven Rats of Thin Walls zouden verkiezen, maar ‘Hourglass’ was amper ingezet of Balthazar bewees ons ongelijk. Het gerucht gaat dat frontduo Maarten Devoldere en Jinte Deprez voor elke show elk een fles Charisma van een goed jaar soldaat maken, maar het niet zo geheime wapen van dit vijftal heet Simon Casier: zijn baslijnen, beste mensen, zijn de ruggengraat, het kloppend hart én de swingende heupen van songs als ‘I Want You’ en ‘Fever’, dat lekker lang werd uitgesponnen en Hear Hear! deed ijlen in een jaren 80-disco.

Balthazar op Hear Hear!: ijlen in een jaren 80-disco. Beeld © Stefaan Temmerman
Balthazar op Hear Hear!: ijlen in een jaren 80-disco.Beeld © Stefaan Temmerman

Een weergaloos ‘The Boatman’ werd dan weer in de armen gesloten als een oude vriend, ‘Entertainment’ was psychedelische funk - met een glansrol voor de trombone van Tijs Delbeke - en ‘Bunker’ ging in extremis naar huis met het mooiste meisje van het festival. Laat volgende keer gewoon Balthazar de boel afsluiten, jongens.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234