Maandag 27/01/2020

Operarecensie

Les Contes d’Hoffmann in De Munt: verbluffend modern ★★★★☆

Beeld Bernd Uhlig

De moderniteit van Offenbachs Les Contes d’Hoffmann – geschreven rond 1880 - is verpletterend. Echte en virtuele realiteit, gender-bending, collagetechniek, versmelting van auteur en personage en van hoge en lage kunst: het zit er allemaal in. De nieuwe productie in De Munt speelt virtuoos met al die elementen. En ontroert toch diep.

Regisseur Krzysztof Warlikowski moest ooit bij Hoffmann uitkomen. Zo niet bij deze opera, dan toch bij de Duitse romantische schrijver bij uitstek die er het hoofdpersonage van is. Het pessimisme, de aantrekkingskracht van de roes en de huivering, de fragmentering die men later filmisch is gaan noemen: beiden zijn eraan verslaafd. Beiden kennen ook het scherpe parfum van de romantische ironie, waar onze tijd zoveel behoefte aan heeft.

De roes: de opera begint met een ironisch loflied op de alcohol. Bij Warlikowski zit de dichter (Eric Cutler met een overvloed aan stemgeluid en charisma) als een oude Elvis met smetvrees in zijn privécinema tussen de flessen en de gebruikte tissues te staren naar zijn droomvrouw Stella. Maar dan ontvoert zijn muze Nicklausse (Michèle Losier met scherpe stem, grote virtuositeit en veel temperament) hem naar de virtuele realiteit: drie horrorstory’s, waarvan hijzelf de regisseur mag zijn. De drie centrale bedrijven zijn elk een beeld van Hoffmanns voortschrijdende zelfvernietiging, achtereenvolgens via de wetenschap (Olympia), de kunst (Antonia) en de seksualiteit (Giulietta; de drie vrouwen worden superieur en duidelijk onderscheiden gestalte gegeven door Patricia Petibon). Deze drie bedrijven spelen ze zich op de een of andere manier af in een studio waar clips worden gemaakt van de coupletten die Offenbach schreef. Die krijgen daardoor het karakter van songs of chansons. Met als eeuwige attribuut de iconische Shure-microfoon uit de vijftiger jaren.

Waanbeelden die uit de roes ontstaan

Olympia: wat eerst een uit een ruimteschip gedropte alien lijkt, wordt door de magische ogen die ze van de duivelse Coppélius krijgt een opblaaspop met de pruik van France Gall. Antonia: een reïncarnatie van de grote Franse chansonnières. En Giulietta, nou ja, een hoer voor wie de mannen vechten. In de drie gevallen: mannelijke waanbeelden die uit de roes ontstaan. Die roes baart echter nog meer wangeboortes. Het pandemonium dat Warlikowski op het toneel zet is tegelijk angstwekkend en ontroerend. De ‘schurkenpersonages’ Lindorf, Coppélius, Miracle en Dapertutto (prachtig-gruwelijk gezongen en gespeeld door Gábor Bretz) zijn duidelijk dezelfde man; alleen wordt hij door de schmink altijd dreigender, om te eindigen als The Joker. Voorts: drie danseresjes die als majorettes, balletleerlinges of dressuurpaardjes trippelen en rondjes draaien; drie oudere genderloze ballerina’s met uitdrukkingsloze gezichten; een goochelaar en nog een massa volk in de zotste outfits … Nochtans: ondanks die constant om aandacht vragende (en zoals steeds bij Warlikowski meestal aan films ontleende) details blijft het geheel gefocust. Meer nog: je wordt net als in de cinema meegetrokken in die valse realiteit.

Dat heeft natuurlijk veel te maken met Offenbachs muziek. Dirigent Alain Altinoglu schuwt ditmaal terecht het grote gebaar niet. Dit is inderdaad grote opera en geen lichtvoetige operette. Daardoor krijgen ook de aria’s en coupletten het tragische geluid dat sommige Franse chansons hebben; denk aan Edith Piaf, Juliette Gréco of Barbara. Voorbeeldig in die grote stijl gebracht: de romance van Antonia aan het begin van ‘haar’ bedrijf. Maar Altinoglu’s grootste verdienste is dat hij door zijn tempodramaturgie de eenheid in het stuk bewaart. Over de keuzes die uit het vele fragmentarische materiaal zijn gemaakt (Offenbach overleed voordat hij zijn opera helemaal klaar had maar had ook de gewoonte om constant bij te werken) kun je redetwisten – en zowel het Giulietta-bedrijf als de epiloog blijven ook in deze productie enigszins problematisch – maar hij verdedigt zijn keuzes zodanig dat ze overtuigend worden.

Nog meer redetwisten kun je over de gesproken toevoegingen van Warlikowski, zowel die waarmee de voorstelling begint als de Oscarceremonie-dialoog uit Cukors A Star is Born op het einde van het Antonia-bedrijf. Wellicht geldt hier: Kill your darlings, Krzysztof!

Nog voorstellingen in De Munt tot 2 januari. In sommige voorstellingen zijn de hoofdrollen met andere zangers bezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234