Vrijdag 18/10/2019

Interview

Lennart Lemmens, de nieuwe Stan in ‘Thuis’: ‘Logisch dat mensen tijd nodig hebben om aan mij te wennen’

Ontsteltenis in Thuis toen dit seizoen bleek dat Stan, zoon van dokter Judith, er niet voor terugdeinsde om geweld te gebruiken tegen zijn eigen moeder. Ook achter de schermen bewoog er wat rond Stan: onlangs nam nieuwkomer Lennart Lemmens het personage over van voorganger Jannes Coessens, die Stan zeven jaar lang belichaamde.

Een rol in Thuis bemachtigen: voor een jonge acteur, timmerend aan de weg, is het vast zoiets als de lotto winnen.

“Nochtans was ik tot mijn auditie geen trouwe Thuis-kijker. Ik kijk sowieso niet veel televisie. De Netflix-generatie, hè: ik zit vaker op Netflix en YouTube dan dat ik voor tv ga zitten. Maar ik wist natuurlijk wel wie Stan was, en wat hij allemaal had meegemaakt.”

Stan is dan ook een personage dat met behoorlijk veel bagage komt.

“Absoluut, maar dat maakt het ook superinteressant om hem te spelen. Stan heeft veel emotionele uitbarstingen: hij slaat zijn moeder, maar in andere scènes mag ik hem dan weer poeslief laten zijn. Ik heb de schrijvers daarom al snel gevraagd hoe zij zijn karakter zien: Stan heeft elementen van borderline, maar daar wist ik in het begin nog niet genoeg over om hem geloofwaardig te spelen. Dus heb ik me ingelezen over wat die stoornis precies inhoudt.”

Je hebt vooraf ook lang samengezeten met Katrien De Ruysscher, die dokter Judith speelt, Stans moeder. Waar hadden jullie het over?

“Vooral over Stans verleden. Ik wilde een idee krijgen van wat hem gemaakt heeft tot wie hij vandaag is, dus heb ik van haar een samenvatting gekregen van de laatste zeven seizoenen: een biografie van Stan in sneltempo. Het klikt goed tussen mij en Katrien. Toen ik auditie deed voor de rol, moest ik al meteen een scène spelen met haar: het was belangrijk voor de opnames dat we goed konden opschieten met elkaar.”

Dat was niet je enige auditie voor Thuis, toch?

“Nee, ik had eerder al eens auditie gedaan, toen nog zonder te weten voor welk personage ze iemand zochten. Ik moest een figurant spelen die in een wachtzaal aan de praat raakte met iemand. Een vrij nietszeggende scène, maar achteraf werd ik door de makers gevraagd om nog een keer terug te komen. Het was pas op die tweede afspraak dat ik te horen kreeg dat ze eigenlijk iemand zochten om de rol van Stan over te nemen van Jannes (Coessens, red.). Op een geheime locatie was dat: het mocht nog niet geweten zijn dat Jannes uit Thuis zou stappen.”

Je debuut in Thuis komt op het goede moment: niet alleen krijgt Stan stilaan een grotere rol in de reeks, je staat ook meteen op de cover van het nieuwe Thuis-boek.

“Over timing gesproken. (lacht) Dat boek gaat uitgebreid in op de relatie tussen Stan en Joren, de jongen met wie hij al een tijdje experimenteert, en op hoe het er binnen de muren van de psychiatrie aan toegaat met Stan. Dingen die ook in de reeks aan bod komen, maar die je in zo’n boek nog meer kunt uitdiepen. Maar gek was het wel: ik was nog geen maand aan het draaien of ik had al een fotoshoot voor de cover van mijn eerste boek. (lacht)

Je gaf al snel te kennen dat je Jannes’ versie van Stan niet klakkeloos wilde kopiëren. Wat wil je dan anders doen?

“Er zullen altijd enkele voor de hand liggende verschillen zijn: ik ben iets ouder dan Jannes, en ik kom uit Heusden-Zolder terwijl hij uit het Leuvense komt. En in mijn manier van lopen kan ik ook niet liegen. Maar dat ga ik nu ook niet veranderen.”

Je hebt niet overwogen om pakweg je haar te verven om de overgang vlotter te maken voor de kijkers?

“Nee, zeker niet. Zodra ik wist dat ik Stan zou spelen, ben ik zelfs helemaal gestopt met naar Thuis te kijken. Ik was bang dat ik onbewust dingen zou overnemen van Jannes, en dat wilde ik absoluut niet. De producers hebben me tijdens mijn auditie gezegd dat ze tevreden waren met de manier waarop ik Stan neerzette, dus voelde ik me gesterkt om hem op mijn eigen manier te spelen. Ik denk trouwens niet dat je zo’n overgang tussen twee acteurs echt naadloos kan maken. Het is altijd abrupt, dus kun je het maar beter gewoon snel doen zodat de kijker zich zo snel mogelijk kan aanpassen.”

Hoeveel Lennart zit er nu in Stan?

“Ik ga ervan uit dat er wel iets van mezelf in hem sluipt, maar op papier verschilt Stan dag en nacht met hoe ik ben in het echte leven. Ik ben best een enthousiaste kerel, vind ik: ik lach graag en ben graag bezig met zo veel mogelijk verschillende dingen. Stan is het tegenovergestelde. Hij is een volbloed puber: hij voelt zich vooral ellendig, niets interesseert hem. Qua karakter ligt hij dus echt mijlenver van mij af.”

Moet je sympathie voelen voor een personage om het goed te kunnen spelen?

“In mijn geval toch een beetje. Je moet handelen vanuit de gedachtegang van je personage. Als je die begrijpt, maakt dat het een stukje makkelijker.”

Is het niet moeilijk om sympathie te voelen voor iemand die zijn eigen moeder mishandelt?

“Misschien, maar toch voel ik sympathie voor Stan. Veel mensen vinden hem ronduit slecht, maar dat is volgens mij absoluut niet zo. Stan ís niet slecht, hij is ziek. Hij doet slechte dingen, dat wel. Maar dat maakt van hem nog geen slechte kerel. Misschien dat hij later alsnog die richting uitgaat, maar nu kan ik nog altijd sympathie voor hem opbrengen. Of op zijn minst mededogen. Stan is volgens mij vooral iemand die hulp nodig heeft. Ik hoop dat het publiek dat mettertijd ook zal inzien.”

Door de verhaallijn van Stan staat het thema van oudermishandeling plots in de belangstelling. Eén op de tien gezinnen zou ermee te maken krijgen, stond te lezen in de kranten.

“Een cijfer waar je van schrikt, dus is het goed dat zoiets in Thuis aangekaart wordt. Misschien kan de reeks helpen om zulke problemen wat makkelijker bespreekbaar te maken. Hetzelfde toen Franky Kaat werd: daar schrokken ook veel mensen van, maar over zoiets moet je kunnen praten. Vandaag de dag zie je dat er, als het op transgenders aankomt, al iets vlotter over gesproken wordt. Misschien dat Thuis daar onrechtstreeks een beetje bij heeft geholpen.”

In een van je eerste afleveringen als Stan liet je hem zeggen dat hij zich ‘een ander mens’ voelde. Een bewuste grap?

“Dat weet ik zelf niet zeker, dat zou je aan de schrijvers moeten vragen. Maar het zou goed kunnen dat het een kleine knipoog was, ja. Een paar scènes eerder zat er zo ook al één in: toen Tom (Wim Stevens, red.) Stan was gaan opzoeken in de psychiatrie, zei hij daarna tegen Judith dat ‘Stan precies een andere jongen geworden was’. (lacht) Dat was wel zo bedoeld, heb ik gehoord.”

Hoe moeilijk is het om als nieuweling in de geoliede machine achter Thuis te stappen?

“Het is aanpassen. Je komt ten eerste in een groep mensen terecht die je niet kent, wat altijd moeilijk is. Maar in Thuis bestaat die groep bovendien uit mensen die soms al 25 jaar samenwerken en dus al erg goed op elkaar ingespeeld zijn. In tien draaidagen worden tien afleveringen gemaakt: één aflevering per dag. Ontzettend snel is dat. Ter vergelijking: ik speel naast Thuis ook nog in de jeugdreeks Campus 12, en daar nemen we zeven scènes per dag op. Met het tempo van Thuis kun je het dus niet maken om onvoorbereid op de set op te dagen. Het moet vooruitgaan, dus komt er ook wel wat verantwoordelijkheid bij kijken.”

En planning, als je ook nog een privéleven wilt hebben.

“Dat ook, ja. Als ik me niet vergis, heb ik de voorbije twee maand welgeteld één dag vrij gehad. Gelukkig hebben we goede planners bij Thuis, er komt stilaan weer een rustigere periode aan.”

Ben je al in het reine met het feit dat er op piekmomenten bijna anderhalf miljoen mensen naar jou zitten te kijken in Thuis?

“Dat deel besef ik nog niet zo goed, vrees ik. Anderhalf miljoen mensen, wat moet ik me daar ook bij voorstellen? Half Vlaanderen, zoiets?”

Eerder een kwart.

“Toch, absurd veel. Maar ik heb gelukkig nog altijd het gevoel dat ik ongemerkt kan rondlopen. Af en toe zie ik op straat al eens iemand wat langer kijken dan gebruikelijk, maar voor de rest valt het nog goed mee. Nu ja, ik speel ook nog niet zo lang mee, hè. Ik vraag me af of acteurs die al jaren in Thuis meespelen dat anders beleven.”

Heb je de indruk dat de kijkers goed reageren op je komst of heb je daar het raden naar?

(haalt schouders op) Reacties zijn er sowieso, dat besef ik goed genoeg. Jannes heeft Stan zeven jaar gespeeld: het kan niet anders of mensen associëren Stan in de eerste plaats met hem. Het is logisch dat mensen tijd nodig hebben, en die wil ik hun ook gunnen. Maar ik lig er niet van wakker: je zult altijd voor- en tegenstanders hebben. Ik ga in elk geval niet op zoek naar wat mensen van me vinden. Stel nu dat je iets negatiefs leest, wat ben je daar dan mee? Gelukkiger word je daar niet van. Dan trek ik me liever op aan mensen die iets komen zeggen op straat. Onlangs stond ik in de winkel en zei een vrouw: ‘Allez, tot vanavond, hè. Je doet dat goed.’ Dat vind ik veel meer waard.”

Je hoeft reacties niet altijd op te zoeken, soms worden ze je ook rechtstreeks opgestuurd via sociale media.

“Ik volg de Thuis-pagina op Facebook, en als er een filmpje geplaatst wordt waarin Stan te zien is, zou ik inderdaad makkelijk kunnen lezen wat daar gezegd wordt. Maar dat probeer ik gewoon niet te doen. Stan is een personage dat mensen verdeelt: er zullen bij die reacties vast ook mensen zijn die negatief reageren, gewoon omdat ze Stan geen aardige kerel vinden. Dat heeft niets met mij te maken. Natuurlijk wil ik ergens wel weten of ik goed bezig ben, maar dat vraag ik gewoon aan de cast en de mensen op de set. Hun mening volstaat voor mij.

In Thuis meespelen houdt inderdaad in dat je af en toe je publiek te zien krijgt.

“Dat is zo, ja. Vroeger had je ook de Thuis-dagen, maar de seizoensfinale heeft nu die rol wat overgenomen. Goed, want ik vind het belangrijk om de band met je fans te onderhouden. Dat zijn de mensen die meer dan tweehonderd dagen per jaar voor jou gaan zitten, het minste wat je dan kunt terugdoen is hen één dag per jaar wat meer aandacht geven.”

Hoe zijn de makers van Thuis eigenlijk bij jou terechtgekomen?

“Goede vraag, ik heb geen idee. Ik zit bij verschillende castingbureaus, dat wel. En ik probeer mijn cv zo veel mogelijk te verspreiden in het wereldje. Misschien dat het zo tot bij iemand van Thuis is geraakt? Ik heb er het raden naar.”

Hoort dat ook al bij het acteursbestaan, je cv verspreiden?

“Ik probeer het alleszins wel te doen. Je moet jezelf een beetje verkopen als acteur, daar kun je nu eenmaal niet omheen. Ik heb ook al een showreel gemaakt, een soort video-cv met fragmenten uit mijn eerdere rollen, maar dat was meer voor mezelf dan om te verspreiden. Wie weet, misschien verspreid ik die alsnog.

“Als acteur is het belangrijk dat je zelf op zoek gaat naar kansen. Met wachten alleen geraak je er niet. Zelf ondernemen: dat probeer ik andere mensen ook aan te raden. Ik ben te graag bezig om af te wachten.”

Met dat ondernemen zit het goed in jouw geval: je regisseerde je eerste reeks al toen je veertien was.

“Klopt, Showbizzcafé heette die. Chris Willemsen en Anton Cogen speelden erin mee. Ik had toen zo’n klein cameraatje en ik was er altijd mee op pad. Ik heb toen ook een kortfilm gemaakt. Als je die dingen nu terugziet, ziet het er natuurlijk niet uit. Maar ik vond het keitof om te doen.”

Hoe komt een veertienjarige op het idee om aan het regisseren te slaan? Kom je uit een kunstzinnig gezin?

“Niet per se. Wel een warm gezin: mijn zus en ik hebben altijd de vrijheid gekregen om onze dromen na te jagen.

“Mijn liefde voor regisseren is geleidelijk gegroeid. Ik speelde vroeger als kind al presentator, en niet lang daarna begon ik zelf verhaaltjes te schrijven die ik wilde verfilmen. Toen ik regie wilde gaan studeren, heb ik mijn ouders niet moeten overtuigen: ze wisten toen al tien jaar dat ik met niets anders tevreden zou zijn. Zij waren het ook die me zijn blijven steunen op de moeilijke momenten, toen ik even mijn motivatie kwijt was of weer huilend terugkwam van een auditie die op niets was uitgedraaid.”

Er was geen moment waarop je ouders je zacht maar kordaat een andere richting probeerden uit te duwen, één die iets meer werkzekerheid zou bieden?

“Nee, daarvoor wist ik te goed wat ik wilde. Ik wilde dáár film studeren, en daarna zou ik dát en dát doen. En als dat niet lukte, had ik al een plan B klaar. Ik heb ook op verschillende scholen deelgenomen aan de toelatingsproeven, zodat ik alternatieven zou hebben mocht het ergens mislukken. Uiteindelijk had ik de keuze. Ik mocht beginnen aan Sint-Lukas, maar het is het RITCS geworden.”

Kon je het wat vinden met de beruchte kunstige types daar?

“Zeker, ik zag er mensen die net als ik graag creatief bezig waren. Ik heb me er vooral veel geamuseerd. En ik heb er leren vallen en opstaan. Af en toe krijg je er zware feedback, en die moet je leren verbijten. Het is iets apart, afgekraakt worden als acteur. Als je in een ander beroep kritiek krijgt, wordt vooral je werk bekritiseerd. Maar als je staat te acteren, dan is het iets aan jou dat ze niet goed vinden – een beweging of een uitdrukking. Dan kun je kiezen: of je laat je schouders hangen, of je klautert weer recht omdat je het te graag doet.

“Ik vond het moeilijker toen ik in het kunstonderwijs begon aan de middelbare school. Ik kwam uit de Latijnse, een puur theoretische richting, dus dat was even aanpassen. Ik had er op dat moment twee jaar college in Heusden-Zolder opzitten: ik had goede punten, maar op elke ouderavond smeekten mijn leerkrachten mijn ouders om me daar weg te halen. Niet dat ik zo’n lastpak was, maar ze zagen gewoon dat zo’n theoretische opleiding niets voor mij was. Ik was een goede student, maar de leerkrachten vreesden dat ik doodongelukkig zou worden als ik daar bleef.”

Hoe was het om als tiener met regieambities op te groeien in Heusden-Zolder?

“Tja, veel bewoog er niet op vlak van film. (lacht) Buiten TV Limburg werd er niets gemaakt, hè. Ik heb vroeger vaak tegen mijn ouders gezegd dat ze op de verkeerde plaats zijn gaan wonen. ‘Wat moet ik hier doen?’ (lacht) Eenmaal ik besloten had om aan het RITCS te studeren, was er natuurlijk geen sprake van dat ik zou blijven, en ik ben dus vertrokken toen ik aan mijn opleiding begon. Er kwam veel avondwerk kijken bij de opleiding – late lessen, late montages – en dan kun je niet elke dag terugsporen. Maar al bij al heb ik graag in Limburg gewoond. Nu woon ik in Antwerpen, en ik sta er soms nog van te kijken hoe dichtbij alles nu is.”

Zijn er acteurs in eigen land naar wie je opkijkt?

“Lucas van den Eynde. Ik heb hem ooit ontmoet. Ik was nog maar tien, dus hij zei me nog niet veel, maar vandaag is hij een groot voorbeeld. Hij doet alles, hè: films, series en theater. Geert Van Rampelberg, die ook. En op het vlak van regisseren heb ik Tim Van Aelst erg hoog zitten. Alles wat hij vastpakt, verandert in goud. En Veerle Baetens natuurlijk: zij is erin geslaagd om maken en spelen te combineren – Tabula Rasa heeft ze zelf geschreven én ze had er de hoofdrol in.”

Je hebt het geluk opgegroeid te zijn in een generatie die kon zien hoe Belgen het ook in het buitenland konden maken. Lijkt dat je iets?

“Iets betekenen in het buitenland? Goh, daar ligt mijn ambitie niet. Als acteur is dat natuurlijk fantastisch, maar ik heb het niet nodig om me te amuseren.”

Mocht ik je nu doen kiezen tussen acteren en regisseren…

“Dan zou ik dat een erg moeilijke keuze vinden. Op dit moment wíl ik niet kiezen en ga ik voluit voor allebei. Maar mocht later blijken dat mijn leven iets meer naar één kant begint te neigen, dan zal ik daar ook tevreden mee zijn. Ik zal dan sowieso iets doen wat ik graag doe.”

Naar verluidt ga je nooit de deur uit zonder notitieboekje. Wat schrijf je daarin op?

“Ik heb er verschillende. Als ik ergens een idee krijg, dan kan ik het meteen opschrijven. Ze staan vol met invallen, maar ook observaties, of flarden van teksten die me zijn opgevallen. Zelfs tekeningen. Als ik tijdens het schrijven ooit om een idee verlegen zit, kan ik dus bladeren tot ik iets tegenkom dat ik wil uitwerken. Ik doe het ondertussen al vier jaar, dus ik weet niet exact meer waar ik wat heb neergeschreven. Organisatorisch is het niet ideaal. (lacht) Maar soms helpt het de creativiteit om er even door te bladeren.”

Wat is het laatste wat je genoteerd hebt?

“Dat was net voor jij binnenkwam. Het is een kort scenario waar ik al even mee bezig ben. Iets afwijkend van de meeste ideeën die ik noteer, want hiervan weet ik al dat ik er ook effectief iets mee wil doen: ik heb zelfs al een concreet idee wanneer ik ermee klaar wil zijn.

“Ik wil elke dag het gevoel hebben dat ik iets creatief gedaan heb. Daar helpen die boekjes bij. Ik kan moeilijk stilzitten.”

En of. Je bent tussen je acteerwerk door ook nog model. Heb je daar dan nog tijd voor?

“Ja, want dat vraagt niet zo veel tijd. Ik doe het dan ook niet voor grote merken of zo, af en toe poseer ik gewoon voor studentenprojecten. Zo is het ook begonnen: in het middelbaar studeerde ik audiovisuele vorming, en daarbij moest je af en toe poseren voor de andere studenten. Zo ben ik er een beetje ingerold, maar het blijft allemaal heel vrijblijvend: een carrière wil ik er niet per se aan overhouden, ik vind het gewoon leuk om te doen. Net zoals foto’s maken.”

Dat valt te zien aan je Instagram-account, waar je vrij actief bent.

(knikt) Ik maak graag foto’s, en via Instagram kan ik die delen met anderen. Ik zie mijn Instagram een beetje als een verlengde van die notitieboekjes, al heb ik niet het gevoel dat ik elke dag iets online moet zetten. Ik weet dat er veel jongeren zijn die wel de druk voelen om zo veel mogelijk likes te krijgen, en liefst nog elke dag. Als ik die druk zou voelen, dan zou ik er meteen mee stoppen. Geen zin in. Het gaat me niet om volgers of likes, het draait voor mij puur om het maken van die foto’s.”

Je maakt ook veel foto’s van jezelf. Dan moet je wel goed in je vel zitten.

“Dat denk ik wel, ja. Er zijn situaties waarin ik liefst op de achtergrond blijf, ik ben niet de hele tijd een tafelspringer. Maar ik zou mezelf ook niet onzeker noemen. Als ik een foto maak die ik leuk vind, dan deel ik die graag. Ik hoef niet alles per se voor mezelf te houden, mensen mogen van mij weten naar waar ik op reis ga.”

Het heeft je alvast een eigen fanpagina opgeleverd, ook op Instagram.

“Er bestaan er zelfs al meerdere. Raar hoor. (lacht) Het voelt vreemd om plots te zien dat iemand met de naam ‘lennartlemmensfan’ je is beginnen te volgen op Instagram. En dat iemand anders foto’s van jou online zet. Ik vind zoiets heel moeilijk te vatten, want zelf ben ik nooit in die mate fan geweest van iemand. Ik kan het maar zien als een compliment, hè. Het teken dat ik iets goed doe, zeker?”

Je hebt een vriendin, vindt die het wel leuk dat ze je sinds kort moet delen met je fanclubs?

“Voor haar is het ook vreemd, natuurlijk. Ook omdat zij mee in de kijker loopt: vaak komen fans via mijn Instagram-account bij haar uit. Maar zoals zij me kent, kent niemand me. Dat weet ze zelf ook. Fans weten uiteindelijk niet wie ik echt ben, hè. Ze dénken alleen maar dat ze me kennen.”

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

“Bij een project waaraan we allebei meewerkten. Zij acteert ook. Achteraf zijn we een paar keer iets gaan drinken, en toen hadden we allebei wel door dat er iets meer in zat. Momenteel studeert ze drama. Wie weet starten we wel samen iets op als ze afgestudeerd is.”

Zorgt dat voor een speciale relatie als allebei de partners acteren?

“Ons werkschema is misschien iets hectischer dan dat van mensen met vaste werkuren. Maar er zijn ook voordelen: we willen allebei spelen en dingen maken. We willen hetzelfde, en zo houden we elkaar gemotiveerd. Ik denk dat we elkaar beter begrijpen door allebei te acteren.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234