Zondag 15/12/2019

Cult.opvrijdag

'Leftism': "We dachten dat we een undergroundplaat aan het maken waren"

Beeld Illias Teirlinck

De Britse elektronicaband Leftfield dweilt deze zomer het festivalcircuit af met zijn toonaangevende debuutalbum Leftism, dat voor de gelegenheid ook opnieuw wordt uitgebracht op vinyl (en cd). We gingen in Londen op zoek naar de roots van een van de meest spraakmakende elektronicaplaten ooit.

“Hi, I’m writing an article on Leftism. Can I come in?” Nooit gedacht dat de deur van de Rollover Studios in Londen zo makkelijk zou openzwaaien, en nog minder dat er iemand in het deurgat zou staan die 22 jaar geleden aan een van de meest legendarische elektronica-albums aller tijden heeft gewerkt: Leftism, de debuutplaat van Paul Daley en Neil Barnes – Leftfield, voor de fans en historici.

Ollie J, de man in het deurgat, ziet er vreemd genoeg niet eens zó oud uit. “Bedankt”, zegt hij bijna gegeneerd, “maar ik was zeventien, toen ze mij vroegen om de plaat te mixen. De studio is van mijn pa, dus ik liep er constant rond, en ik denk dat ze niemand anders vonden.” Neil Barnes moet er hartelijk om lachen, als we er hem een dag later mee confronteren in zijn kleedkamer in de roemruchte Brixton Academy, waar Leftfield die avond Leftism integraal speelt. Het is de tweede stop van een compleet uitverkochte Britse zaaltournee.

Ollie J in Studio 1 van de Rollover Studios: "Mogelijk de voornaamste reden dat Leftfield hier kwam opnemen zijn deze massive speakers. Als je muziek maakt voor clubs, wil je die tijdens het opnemen zo luid mogelijk kunnen afspelen." Beeld Illias Teirlinck

“You met Ollie?! Great bloke!” Barnes is zichtbaar even enthousiast als verbaasd – de twee hebben nog amper contact. “Ik denk dat zoiets vandaag niet meer mogelijk is, maar hij was een van die gasten die nooit naar school ging. Hij zat constant in de studio, en tegen dat hij zeventien was, was hij een van de beste engineers die ik ken. Ook handig: hij zeurde niet over late uren, want we hebben in die studio van zijn pa meer dan eens de klok rond zitten werken.”

Maar Daley en Barnes kenden wel degelijk ook nog andere engineers. Zoals Joe Gibb, met wie de twee briljante producers én percussionisten in het verleden al aan remixes voor onder meer David Bowie hadden gewerkt – alvorens samen de epische clubtrack ‘Release the Pressure’ te maken. In feite had Leftfield in de eerste helft van de jaren 90 nog een pak meer eigen nummers willen maken, maar het duo geraakte niet aan zijn wurgcontract onderuit met Outer Rhythm, een Brits label dat in 1990 de eerste twee Leftfield-nummers had uitgebracht (waarvan u enkel ‘Not Forgotten’ dient te onthouden).

De strijd om het gebruik van de naam ‘Leftfield’ bleek uiteindelijk meer een zegen dan een vloek: zonder druk of deadline begonnen Neil en Paul in alle stilte te werken aan een album dat uiteindelijk twee of – de versies lopen uiteen; het is ruim twintig jaar geleden en aan de Britse elektronicascene is geen misdienaar verloren gegaan – drie jaar in beslag zou nemen om in te blikken. Er waren uiteraard periodes dat ze even niet in de studio zaten, “maar evenzeer waren we twee weken – weekends incluis – zestien uur per dag bezig om één nummer af te mixen,” herinnert Gibb zich. “Dat doe je normaal op één dag – een track is dan al af, hé! Het was echt om gek van te worden, maar het resultaat was er meestal ook naar.”

Ook Ollie J herinnert zich hoe Leftfield nog tijdens het masteren van de tracks met alle gear en instrumenten naar de studio kwam om tot het allerlaatste moment dingen te kunnen veranderen of toevoegen. “Die twee leden aan perfectie. En ik bedoel echt ‘lijden’. Zeggen dat het perfectionisten waren, dekt de lading niet. Sommige nummers hebben we letterlijk driehonderd keer afgespeeld, tot elk onhoorbaar detail goed zat.”

In de Londense platenwinkel Phonica was de reissue van 'Leftism' na één dag alweer ver uitverkocht. Een klant: "In de jaren 90 kocht iedereen cd's, en nu heb ik hem eindelijk ook op vinyl." Beeld Illias Teirlinck

Als je de verhalen hoort, zou je denken dat Leftfield toen al verdomd goed wist dat het aan een legendarisch album bezig was, “maar het tegendeel was waar”, zegt Barnes. “We dachten dat we een underground plaat aan het maken waren. Oké, zonder arrogant te willen klinken: we wisten dat we op een bijzondere trip zaten. Elke remix die we maakten, werd onwaarschijnlijk goed ontvangen. Maar dat was in de club scene, en die was toen nog érg underground. In Londen vonden feestjes plaats in lege fabriekspanden waar je met één pond op zak een nacht kon raven, en de flikken deden niets om de eenvoudige reden dat ze van niets wisten. Het was allemaal erg punk, en met die attitude zijn we ook in de studio gedoken. Ja, we hebben belachelijk lang aan elk nummer zitten sleutelen, maar het was allemaal erg DIY. Eigenlijk hadden we geen idee waar we mee bezig waren.”

Toegegeven, The Prodigy had toen al twee albums uit: Experience en Music for the Jilted Genertion. En een jaar voordien had Underworld ook al dubnobasswithmyheadman in de winkel gelegd. Maar in België moesten de eerste edities van I Love Techno, 10 Days of Techno en Kozzmozz bijvoorbeeld nog plaatsvinden, “en de muziekpers in die tijd had werkelijk geen idee wat er aan het gebeuren was,” herinnert Barnes zich. “Vandaag duikt Leftism  op in lijstjes van de belangrijkste platen van de jaren 90, maar toen het album uitkwam, kregen we van The Guardian een zeer middelmatige review. Ze wisten totaal niet wat ze met ons moesten aanvangen.”

Axion Beach Rock

Een van de eerste concerten die Leftfield ooit op Belgische bodem gaf, vond plaats op Axion Beach Rock, het ter ziele gegane zomerfestival in Zeebrugge. Het duo speelde er voor een bezwaarlijk half gevuld strand waar eerder die dag Texas nog voor een tot de nok gevulde tent had opgetreden. Een tent verder weerklonk techno – op dat vlak was Axion Beach Rock een pionier in het Belgische festivallandschap – en we kunnen ons nog herinneren hoe Studio Brussel-presentator Jan Hautekiet de Schotse popgroep aankondigde: “Let niet op dat lawaai, hier wordt muziek gemaakt!” ’t Is waar: diezelfde Jan had elektronische muziek in het new beat-tijdperk een hype genoemd die onvermijdelijk zou overwaaien, dus serieus namen we dat niet. Maar het geeft aan hoe de muzikale goegemeente toen nog dacht over alles waar geen gitaar aan te pas kwam.

Het antwoord van Leftfield daarop was om – ook weer vanuit diezelfde punkgedachte – een nummer op te nemen met Sex Pistols-frontman John Lydon: het spontaan ontvlambare ‘Open Up’. “We hielden ervan om te werken met mensen die niets met elektronische muziek te maken hadden,” zegt Barnes, “en niemand die daar minder mee had dan John. Ik kende hem al van toen ik een tiener was, en hij deed altijd bijzonder onaangenaam tegen mij. Al is dat natuurlijk ook wat hij is – bijzonder onaangenaam. (lacht) Maar die stem! We hebben hem één dag in de studio gekregen en daar is ‘Open Up’ uit ontstaan.”

Ollie J was toen al een van de vaste engineers van Leftfield, maar het is vooral Adam Wren, die vandaag nog met Leftfield toert en ook de helft van Leftism op zijn cv heeft staan, die zich de opnamesessie met Lydon het best herinnert. “Ik was toen de tea boy van Rollover Studios,” vertelt Wren, “en dat moet je letterlijk nemen: voor twintig pond per dag zette ik er de thee. Ik was ook verantwoordelijk voor al de rest wat niemand wou doen, zoals een emmer gaan halen voor Lydon. Die had hij tijdens de opnamesessie nodig om in te spuwen. Ik weet het nog goed omdat ik nadien ook die emmer moest schoonmaken.”

Neil Barnes anno 2017: "John Lydon deed altijd bijzonder onaangenaam tegen mij. Al is dat natuurlijk ook wat hij is – bijzonder onaangenaam. Maar die stem!" Beeld Illias Teirlinck

Van de sessie met Lydon hebben Daley en Barnes uiteindelijk maar een handvol zinnen overgehouden, en dat was in feite meer dan normaal. “Voor wat uiteindelijk ‘Inspection: Check One’ zou gaan heten”, zegt Gibb, “hadden ze de Britse reggaemuzikant Danny Red ingehuurd. De man had op een dag een ellenlang gedicht geschreven om op het nummer te zetten, en daar hebben ze toen welgeteld twee woorden van overgehouden: ‘check’ en ‘one’.” Maar net dat was een van de dingen die Leftfield zo uniek maakte: ze hadden vocals niet nodig om er een catchy refrein mee te maken, een stem was voor hen een instrument waar ze een catchy sample uit konden lichten. Precies op dezelfde manier als ze voor ‘Afro-Left’ op zoek waren gegaan naar een berimbau – een primitief Braziliaans instrument – om ook daarmee aan de slag te gaan. John Lydon of de berimbau, het waren tools.

“We hebben massa’s echte instrumenten gebruikt tijdens de opnames van Leftism,” aldus Barnes, “en we hebben ze vervolgens allemaal de dubbehandeling gegeven.” En daarmee is meteen het magische woord gevallen: ‘dub’. Wat Leftfield van Underworld, The Prodigy en een leger technoproducers onderscheidde, was dat ze anno 1995 meer dub klonken dan de doorsnee Jamaicaanse reggaeband. “We stalen ideeën van punk, wereldmuziek, Ibiza, hiphop, Curtis Mayfield, Franse filmmuziek, Brian Eno en sowieso ook mijn ECM-jazzcollectie,” geeft Barnes toe, “maar bovenal waren we een reggaesoundsystem. Dat was er trouwens live ook aan te horen. Vanavond spelen we voor de zesde keer in de Brixton Academy, maar in de jaren 90 hebben we hier maar één keer gespeeld. Na ons eerste optreden werden we voor het – welja – leven verbannen omdat er tijdens onze set stukken van het plafond waren gekomen. Zó onverantwoord luid klonken onze bassen. Luider dan een Concorde, anderhalf uur lang.”

Vooruit, Gent

Het luidste optreden van Leftfield vond weliswaar niet plaats in de Brixton Academy, maar in de Vooruit in Gent. “Luider dan daar hebben we nooit geklonken”, lacht Barnes. “Er zijn toen zestig mensen weggegaan omdat ze er niet tegen konden. Nog frappanter: alles wat die avond los op het podium stond, was naar de rand geschoven. Hadden we nog een kwartier langer gespeeld, was alles er gewoon afgedonderd. Dat kun je vandaag niet meer maken, laat staan dat je dat nog zou willen doen. Ik ben intussen 57. Niet dat ik daarmee superverstandig ben geworden, maar vanavond treden we op met de helft van het soundsystem dat we toen hadden, en dat klinkt nog altijd fenomenaal. We hebben toen misschien wel een béétje overdreven.”

"Live is Leftfield als een reggaesoundsystem. Alleen vandaag wel 'iets' minder luid dan in de jaren 90." Beeld Illias Teirlinck

Het publiek tijdens het eerste van twee uitverkochte shows in Brixton Academy is opmerkelijk divers: jonge meisjes op de eerste rijen, mannen van middelbare leeftijd met een bierbuik en voetbalshirt op de eerstvolgende, bankiers in maatpak achteraan de zaal, en overal rasta’s. Leftism is een album dat ruim twintig jaar later nog altijd even futuristisch klinkt als toen het in 1995, samen met Exit Planet Dust van The Chemical Brothers, de toekomst van de popmuziek inluidde. Wat bedoeld was als een underground-plaat groeide uit tot The White Album (of de Sticky Fingers, voor liefhebbers van The Rolling Stones) van elektronica. Allicht zijn er bekendere elektronische muziekalbums, maar met zijn tijdloze mix van zowat alles wat aan de bakermat stond van wat vandaag gemeenzaam dance wordt genoemd, is Leftism ontegensprekelijk een van die handvol elektronische platen die voor een aardverschuiving heeft gezorgd.

En Barnes is de eerste om toe te geven dat luck daar een belangrijke factor in speelde. “We zaten toen op een kruispunt in de muziekgeschiedenis. We konden teren op een toen al rijke house- en technogeschiedenis, een nummer als ‘Storm 3000’ is geïnspireerd op vroege drum ‘n’ bass, en omdat we toen al midden de dertig waren, voelden we de oldskool behoefte om ‘echte songs’ te maken, maar dan zonder echt songs te willen maken. Dat was prehistorisch. (lacht) We hadden een blauwdruk van wat we wilden doen, en vervolgens hebben we de tijd genomen om het te doen én een hoop mensen te vinden die evenmin een goed idee hadden van wat het uiteindelijk ging worden, maar bereid waren om in het experiment mee te stappen en het organisch te laten groeien.”

Neil Barnes: "We wilden ‘echte songs’ maken, maar dan zonder echt songs te willen maken." Beeld RV

De rest is – as they say – geschiedenis. Daley en Barnes zouden nadien samen nog één sterk album maken, Rhythm and Stealth (met onder meer hun grote idool Afrika Bambaataa), alvorens uit elkaar te gaan – Barnes houdt Leftfield vandaag op zijn eentje overeind, al was Daley nog wel betrokken bij de remastering van het zopas opnieuw uitgebrachte Leftism, met nieuwe remixes van Skream, Zomby en Quiet Village. Ollie J werkt intussen nog altijd in de studio van zijn pa, van waaruit hij de afgelopen decennia hits heeft gemixt voor Madonna, Skunk Anansie en – a man’s gotta make a living – Peter Andre. En Adam Wren toert dus nog altijd rond met Barnes, nadat hij tijdens het maken van Leftism van tea boy naar engineer werd gepromoveerd, toen Joe Gibb voor zijn zwangere vrouw moest gaan zorgen. Schoon, al weerklinkt er in Gibbs stem een klein beetje het besef dat hij daarmee zijn afspraak met de geschiedenis heeft gemist.

Leftfield speelt deze zomer Leftism integraal op de Lokerse Feesten. Het album is nu ook opnieuw uit bij Sony. leftfieldmusic.com & lokersefeesten.be

Beide 'Leftism'-shows in de Brixton Academy verkochten in een mum van tijd uit (en omdat de band een fotograaf was vergeten boeken, mocht die van ons mee op het podium). Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234