Donderdag 11/08/2022

In memoriamArno

‘Le plus beau’ is niet meer: Arno overleden na lange strijd tegen pancreaskanker

Arno, bij een van zijn laatste optredens in de Brusselse AB in februari. Beeld Stephan Vanfleteren
Arno, bij een van zijn laatste optredens in de Brusselse AB in februari.Beeld Stephan Vanfleteren

Arno stierf niet aan een overdosis rock-’n-roll, hoewel hij die toekomst nochtans jarenlang claimde. Een agressieve pancreaskanker plunderde zijn lichaam en heeft hem uiteindelijk geveld op 72-jarige leeftijd. Le plus beau is niet meer. En de Belgische muziek is een icoon armer.

Gunter Van Assche

“Life’s too short to get old”, vertelde Arno Hintjes ons graag en vaak. Al moest hij dat beeld na de diagnose van kanker toch even bijstellen. Ouderdom was hem ineens een stuk meer genegen. Het leek wel alsof hij na de terminale diagnose het onderste uit de kan wilde halen. Het idee van de dood, daarmee kon hij leven, vertelde hij ons. Arno was vooral dankbaar omdat hij zo’n geweldig leven had geleid. Bang was hij niet voor de dood, wél voor de pijn die eraan zou voorafgaan.

Tot de laatste minuut bleef hij ook optreden en muziek maken. Alsof hij zichzelf op de laatste knip nog wilde verzekeren van onsterfelijkheid. Een vreemde gedachte, want Hintjes was eigenlijk al minstens vier decennia onsterfelijk bij leven en welzijn. “It’s a long way to the top, if you wanna rock-’n-roll”, scandeerde Arno naar verluidt duizenden keren en route. Daar geloofde hij ook écht in. Arno was een veteraan. Hij bezorgde de Belgische popmuziek zo ook een resem klassiekers, zowel solo als met T.C. Matic.

Hij ontroerde, deed je lachen en dansen tegelijk. Arno had naar eigen zeggen een kleintje, maar het schoot wel ver. Enorm ver. Zijn maîtresse was pure adrenaline. Die minnares hield hem ook de laatste jaren op de been. Optreden werd steeds moeilijker en in juli vorig jaar had hij nog een paar maanden rust voorgeschreven gekregen, op doktersadvies. Maar toch wist hij nog een paar onvergetelijke concerten in de AB te geven. De strijd tegen pancreaskanker, die bleef achter in de kleedkamer. Al zullen de meeste fans voor altijd onthouden dat hij eigenlijk al afscheid nam op een Radio 1 Sessie. Vlak voor ‘Les Yeux de ma mère’ zei hij: “Mijn moeder is boven… ’k gon eur’ misschien een van… Ja, ’k zal eur gaan bezoeken.”

Gesloten mens

Het leven viel hem soms ook zwaar. “Leven met mezelf, dat ben ik nog aan het leren,” zei Arno kort voor zijn overlijden. Eigenlijk was Hintjens een gesloten mens. Zelfs wanneer hij joviaal kwam binnengewaaid en grapjes maakte in het café van de AB, L’Archiduc of het terras van Le Paon Royal, kreeg je nooit het idee dat hij openhartig was. Arno was een meester in verdringing.

Wanneer je hem een vraag stelde, waarmee je te dicht op zijn huid kwam te zitten, blokkeerde hij steevast. Dan botste je op een muur. Over diepere gevoelens praatte hij liever niet. Nooit geweten of de Lonesome Zorro zich soms écht eenzaam voelde. Of dat hij zichzelf écht een mooi meisje voelde in het diepst van zijn gedachten, zoals hij altijd beweerde tijdens interviews.

Waar we wel geloof aan kunnen hechten? “Muziek heeft me gered”, vertelde hij ooit. “Geestelijk, maar ook lichamelijk. Ik ben één keer bij een psycholoog geweest. Maar de muziek heeft me altijd gered.”

Dat was een feit. Arno was geen technisch geschoolde muzikant. Hij speelde hooguit een aardig mondje harmonica, maar hij gaf altijd aan dat er méér intuïtie dan talent kwam kijken. Hintjens was wel weer een onwaarschijnlijke talentscout, die keer op keer een briljante band bij elkaar wist te roepen. Zelf noemde hij zich een voyeur en een vampier. Daar viel misschien wel iets voor te zeggen, maar daarmee gaf hij zichzelf ook iets te weinig krediet. Arno was een absolute crack op het vlak van talent rapen.

Arno in zaal Belfort in Poperinge, in 1991. Beeld Alex Vanhee
Arno in zaal Belfort in Poperinge, in 1991.Beeld Alex Vanhee

Nieuw geluid

Arno was ook steeds op zoek naar een nieuw geluid. Hij wist niet wélke klank hij zocht, en kon ook vaak niet uitleggen wat hij precies wilde. Maar hij was wel zwaar onder de indruk van de energie van soul brother James Brown, die de weg plaveide voor hem. Een blanke kopie wilde hij niet worden (“Ik ben zo zwart als een aspirientje”) maar hij had zijn zinnen gezet op de dansbaarheid en de gebroken ritmes in diens muziek. Toen hij ‘Like a Rolling Stone’ van Bob Dylan hoorde spelen in Oostende, leek de zon door de wolken te breken: Arno vond zijn roeping in het wegwaaiende geluid van een jukebox in een Oostends café.

Hintjens was onzeker als mens, maar als artiest wist hij verdomd goed welke sterktes hij had. En ook over zijn zwaktes was hij niet te beroerd om te spreken. “Een koe geeft melk, geen champagne”, zei hij ooit ginnegappend. Om die reden weigerde hij méér voorstellen voor film en samenwerkingen dan hij er aanvaardde. Eigenlijk wilde hij een flesje coca-cola zijn. Meteen herkenbaar. Zijn sound moest ook meteen herkenbaar zijn, zelfs al flirtte hij voortdurend met andere klanken, stijlen en genres.

Als er één zaak was die hij als Arnoïst wilde zijn, dan was het wel vertrouwd. Maar ook averechts. De kustmentaliteit van de Oostendse Arno was niet te vergelijken met de esprit in om het even welk gehucht of metropool. En dat hoorde je ook in zijn muziek.

In zijn Brusselse appartement hing een handgeschreven poster aan de muur, met daarop de opbeurende gedachte “There is always light in the darkness”. Dat idee gaf hem kracht om het pianoalbum Vivre op te nemen, dat in mei vorig jaar verscheen. Dat idee van licht was van grote tel, want de duisternis van de dood zat hem op de hielen. Twee belangrijke mensen in zijn leven, muzikant Paul Couter en zijn ex-leraar Hubert Decleer, waren kort na elkaar overleden. Die verbeten strijd tegen zijn eigen vergankelijkheid leverde een prachtplaat op. Arno toont zich op Vivre de gevoeligste clown van de Belpop, waarbij hij een prachtige update bracht aan oude, welbekende classics als ‘Putain Putain’, ‘Les yeux de ma mère’ en ‘Elle adore le noir’. “Veerkracht tonen door jezelf kwetsbaar op te stellen”: dat idee vond het Oostendse rockmonument in de laatste rechte lijn naar de dood goud waard.

Arno Charles Ernest Hintjens was verder ook een absolute magneet voor vrouwen. Die vielen op zijn onbeholpenheid, zei hij altijd zelf. Maar net zo goed werd hij overrompeld door prachtige vrouwen dankzij een overdaad aan charisma… en een hoog libido. “Ik vond dat plezant, seks. Amai”, getuigde hij nog in de docureeks Charlatan.

Strijdbare veteraan

Arno werd ziek in de herfst van 2019. Zijn gevecht was moedig, zijn chemotherapie een helletocht. Maar de laatste vijf optredens, waar de fans afscheid konden nemen van een strijdbare veteraan waren prachtig. We zullen hem voor eeuwig missen. “At the bars nobody is missing”, hoorde je hem onlangs nog zingen in een uitgeklede versie van ‘Solo gigolo’. Daar zijn we vandaag helemaal niet meer zo zeker van.

De Brusselse cafés, waar je hem wel eens een wijntje zag drinken – op het eind werd dat een warme chocomelk – ogen vandaag wat verlaten. In De Monk, L’Archiduc of Le Paon Royal mist iedereen vandaag zijn onwaarschijnlijke présence, net als zijn ietwat klungelige loopje, of dat plastic zakje dat hij eeuwig meetorste met de kranten van de dag. En ook zijn vaste uitspraken om elk gesprek te eindigen, missen we plots enorm: “Broave zin, hè”. “En trek je propere soksjes oan”. Idiote, ietwat surrealistische uitsmijters die hem soms wat karikaturaal maakten, maar vandaag een lawine aan emoties losmaken.

De dag dat Arno verdwijnt, is het alsof er een prachtig oud gebouw in de benedenstad wordt afgebroken, zei acteur en boezemvriend Josse De Pauw op Radio 1. Veel mooier zou iemand anders het niet kunnen verwoorden. Toen we aan de Brusselse Dansaertstraat woonden, was het beeld van Arno die doodgemoedereerd over straat struinde een van de zekerheden van elke dag. Vandaag voelt diezelfde straat doods aan.

Met zijn gat in de boter

Elke fan, van het eerste dan wel laatste uur, is ongetwijfeld bedroefd. Maar het biedt hopelijk ook enig soelaas dat Arno altijd kenbaar maakte dat hij vele jaren geleden al lang tevreden was met het leven dat hij achter de rug heeft gehad. Nog voor de terminale diagnose drukte hij iedereen voortdurend op het hart dat hij “met zijn gat in de boter was gevallen”.

Arno was de belhamel die had gewonnen van Het Systeem: “Sinds mijn eerste cheque heb ik nooit het gevoel gehad dat ik één dag heb moeten werken in mijn leven. Ik heb altijd precies kunnen doen wat ik wilde.” Zelfs toen hij zwarte sneeuw zag in het begin van zijn carrière, gaf hij geen bal om de besmeurde matras in zijn appartement. “Luxe heeft mij nooit geïnteresseerd. De muziek en de madammen hielden mij in leven.”

Het klopt ook wat fotograaf Stephan Vanfleteren dit weekend op sociale media vertelde: “Arno gaat niet dood, zelfs niet wanneer hij sterft. Hij zit in ieder van ons. Ik ben blij dat ik in zijn ogen mocht kijken. Nu zijn ze dicht. Maar we blijven je zien. En vooral we blijven je horen. Je stem zal fluisteren en je songs zullen hard blijven bonken en daveren. Merci, merci, merci. Adieu Arno.”

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234