Vrijdag 21/01/2022

InterviewKyoko Scholiers

Kyoko Scholiers toont hoe ondergefinancierd Vlaamse jeugdhulp is. ‘Ik hoop dat minister Beke komt kijken’

Kyoko Scholiers dompelde zich onder in de jeugdhulpsector en stelde uit het materiaal één fictieve casus samen. Beeld Joris Casaer
Kyoko Scholiers dompelde zich onder in de jeugdhulpsector en stelde uit het materiaal één fictieve casus samen.Beeld Joris Casaer

Theatermaakster Kyoko Scholiers (40) dook twee jaar onder in de moeilijke wereld van de jeugdhulp. Wat ze in rechtbanken, instellingen en pleeggezinnen hoorde, liet ze samensmelten in de tienjarige Boy Stuyven, een fictief personage. ‘Maar de voorstelling gaat over meer dan een triest, miserabel kind.’

Femke Van Garderen

Het is een kleuter die zorgde voor de opvallende seizoensopener in Opera Ballet Vlaanderen. Boy is een muziektheatervoorstelling over de wereld van de jeugdhulp. Die begon theatermaakster Kyoko Scholiers (40) te intrigeren, nadat ze met een meisje van vier jaar oud had gesproken.

Dat gebeurde tijdens haar vorig project, Misconnected, waarvoor ze mensen opzocht die op een of andere manier de verbinding met de maatschappij kwijtraakten. “Ik sprak met daklozen en asielzoekers maar ook met kinderen die door een jeugdrechter uit huis werden geplaatst. Een meisje vertelde me hoe haar vader tijdens een achtervolging door de politie werd doodgeschoten. Diezelfde avond hoorde ik van haar begeleidster dat ze dat verhaal verzonnen had. Haar vader leefde nog, maar was wel plots uit haar leven verdwenen. Dat hij ervoor koos om nooit afscheid te nemen, een bezoek te brengen of kaartje te sturen, kon zijn dochter blijkbaar niet plaatsen. Voor haar was het makkelijker om haar vader mentaal te doden.” Het verhaal kwam zo hard binnen dat Scholiers meteen wist: kinderen zonder warm nest spelen de hoofdrol in mijn volgende voorstelling.

Aan Boy ging intensief onderzoek vooraf. Twee jaar dompelde de Antwerpse zich onder in de jeugdhulp. Ze interviewde jeugdrechters, opvoeders, kinderpsychiaters, sprak met kinderen uit voorzieningen en hun ouders en blikte terug met volwassenen die ooit een hulptraject hadden gevolgd. Scholiers werkte ook een tijdlang in een Centrum voor Kinderzorg- en Gezinsondersteuning, waar kinderen tussen 0 en 12 jaar verblijven. Ze eindigde met een berg materiaal waaruit ze één fictieve casus samenstelde: Boy Stuyven. Hij is een jongen van tien die plots uit zijn klas wordt gehaald en de boodschap krijgt dat hij niet meer naar huis kan, omdat hij zich er in een onveilige situatie bevindt, volgens de jeugdrechter.

Tot welke inzichten bent u zelf gekomen?

“De jeugdhulp is een sector die vaak het nieuws haalt, maar waarvan ik toch maar beperkte dingen kende. Ik wist dat er begeleiders in instellingen voor kinderen werken en dat er jeugdrechters beslissen over hun toekomst. En dat hun werk zwaar is. Maar tijdens mijn onderzoek heb ik ook de minder zichtbare schakels in zo’n hulptraject leren kennen. Hoe vaak hoor je bijvoorbeeld over de jeugdconsulent? Nochtans is dat hét aanspreekpunt van een kwetsbaar kind en iedereen die daarrond staat. Ze inventariseren de thuissituatie en adviseren iedereen over wat er moet gebeuren. Ze zijn van enorm belang. Maar de realiteit is ook dat ze voortdurend met de kraan open dweilen. Ze moeten te veel dossiers behandelen en administratieve rompslomp op orde krijgen, waardoor ze geen tijd hebben om een kind fatsoenlijk op te volgen. Dat doet die mensen veel pijn. Ze raken even een moeilijke case aan en moeten het dan weer loslaten. Velen houden die manier van werken niet lang vol.”

De jeugdhulp staat niet op punt, met andere woorden?

“Nee, er moet echt iets veranderen. En dan heb ik het niet over een paar financiële injecties. Voor deze sector moet structureel veel meer middelen worden vrijgemaakt voor mensen en infrastructuur, zodat we kunnen voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot heel ontwrichtende situaties. Ik heb gemerkt dat velen in de sector zich afvragen of het zin heeft wat ze aan het doen zijn. Ze kunnen niet op tijd ingrijpen en worden met plaatstekort geconfronteerd. Dat moet anders. Temeer omdat het aantal jongeren met een kwetsbare thuissituatie zienderogen groeit, zeker door corona.”

Zit die kritiek ook in uw voorstelling?

“Ik provoceer niet graag. Maar ik denk wel dat die pijnpunten duidelijk worden. En ik hoop dat beleidsmakers als minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) ernaar komen kijken en dat ze zich aangemoedigd voelen om iets te veranderen. De laatste die kritiek moet krijgen is in elk geval iedereen die nu in de jeugdhulp werkt – zij moeten een medaille krijgen, want ze doen werk dat ze eigenlijk niet fatsoenlijk kunnen doen.”

Hoe was het om zelf in een leefgroep te werken?

(De fictieve) Boy Stuyven is een jongen van tien die plots uit zijn klas wordt gehaald en de boodschap krijgt dat hij niet meer naar huis kan, omdat hij zich er in een onveilige situatie bevindt, volgens de jeugdrechter.  Beeld NICK HANNES
(De fictieve) Boy Stuyven is een jongen van tien die plots uit zijn klas wordt gehaald en de boodschap krijgt dat hij niet meer naar huis kan, omdat hij zich er in een onveilige situatie bevindt, volgens de jeugdrechter.Beeld NICK HANNES

“Ik ben maar een paar weken geweest en denk dat ik die kinderen van mijn leven niet meer zal vergeten. Dat is een gekke vaststelling, want in hun leven ben ik hoogstens een passant geweest.

“Wat me zal bijblijven, is het moment waarop een kind in een voorziening zijn biologische moeder mocht ontmoeten. Ik stelde dan vast dat beide partijen niet weten hoe ze met elkaar om moeten gaan. De moeder ziet niet in hoe ze haar dochter aandacht kan geven en tokkelt op haar gsm. En de dochter kruipt liever bij mij op de schoot, terwijl ze me nog geen vijftien minuten kende en mijn naam niet eens wist. Ook de verhuizing van een kleuter, die vanaf zijn nul jaar in een voorziening zat, zal me bijblijven. Dat kind zwaaide bij zijn afscheid naar de opvoeders alsof hij naar Bobbejaanland zou gaan, maar besefte duidelijk niet dat hij alles en iedereen die hij kende voor altijd zou achterlaten.

“Ik kon zulke situaties na een shift moeilijk van mij afzetten. Ook het afscheid viel zwaar. Ik wil zo zo graag weten hoe het die kinderen vergaat, maar je mag geen contact meer hebben.”

In het personage Boy komen veel schrijnende verhalen samen. Vergroot dat niet het stigma op kinderen die in een voorziening verblijven?

“Dat is het laatste wat ik hoop. Ik heb heel erg geprobeerd om van Boy een landschapsportret te maken en niet alleen een verhaal over een triest miserabel kind. De focus ligt op die jongen, maar er is ook een hele context. Ik verdedig daarin alle mogelijke perspectieven, die van de biologische mama, die van de kinderpsychiater, die van de consulent, noem maar op. Tegelijk laat ik hen ook allemaal uitschuivers maken.

“Die hele wereld rond zo’n kind, die hoort er gewoon bij. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Boys verhaal is zwaar, maar het is ook niet de grote uitzondering of uiterst overdreven. Wat hij meemaakte, is gebaseerd op dingen die je op een doorsnee dag in een jeugdrechtbank of voorziening hoort.”

Als het zo realistisch is, waarom is de voorstelling dan niet voor kinderen toegankelijk?

“Een voorstelling over de jeugdhulp kan op kindermaat, maar dan moet je weten wat pedagogisch verantwoord is. Ik ben niet thuis in dat soort theater. Ik laat volwassenen op een vrij harde manier zien wat er allemaal in een kinderleven kan mislopen. Sommige scènes zijn heel hard: een moeder die gek wordt, een kind dat zichzelf verwondt... Je hoort ook grove, politiek incorrecte uitspraken. ‘Poepen kunnen ze allemaal maar een beschaafd gesprek aangaan...’, floept een personage er bijvoorbeeld uit. Vaak is het zwarte humor die mensen in de sector recht houdt. Dat wil ik tonen. Maar niet aan kinderen. Die hoeven dat nog niet allemaal te weten. Ik wil hen niet traumatiseren.

“De jongens die de hoofdrol vertolken en het kinderkoor worden professioneel begeleid door een psychiater. Ik vond dat mijn verantwoordelijkheid, om hen te beluisteren en wat ze zien en horen te omkaderen. Maar zoiets kan ik natuurlijk niet doen voor elke minderjarige die de zaal binnenstapt. Daarom ontraad ik het mensen om met min-zestienjarigen te komen.”

In de promotekst van Boy wordt de vraag gesteld of een kind kan ontsnappen uit zijn eigen achtergrond. Wat is uw antwoord daarop?

“Het kan. Ik heb verschillende volwassenen ontmoet die uit hun vicieuze spiraal van tegenslagen zijn geraakt. Ze zijn vroeg of laat de juiste mensen tegengekomen. Een liefdevolle partner of een pleeggezin. Of een begeleider die iemand van kinds af aan is blijven volgen en nog steeds elke woensdag mee naar de winkel gaat. Zulke figuren kunnen iemand redden en zo’n kind doen beseffen: ik mag er zijn. Veel kinderen uit kwetsbare thuissituaties hebben amper een gevoel van eigenwaarde of bestaansrecht. Erkenning vinden voor het onrecht dat hen is aangedaan, kan ook een groot verschil maken. De jeugdrechtdossiers spelen vaak een rol: erin lezen helpt sommigen om in te zien dat ze zelf geen schuld dragen.”

Wat hoopt u dat mensen meenemen uit de voorstelling?

“Ik wil in de eerste plaats laten zien hoe erg dit soort problemen in onze maatschappij verweven zitten. In elke klas zit een kind met een kwetsbare thuissituatie. Veel mensen zijn zich daar niet bewust van. Integendeel, er wordt nogal snel veroordelend gesproken over wie niet in het plaatje past. Dat merk ik onder meer aan de schoolpoort. Een jongetje dat zich minder goed gedraagt, wordt meteen bestempeld als krapuul of pestkop. Met Boy wil ik tonen wat er achter hun gedrag kan schuilgaan.”

Heb u zelf nog verdere plannen in de sector?

“Voorlopig niet. Cultuur is en blijft mijn stiel, maar moest daar op een dag geen geld meer voor worden vrijgemaakt, dan sluit ik niet uit dat ik ooit in de jeugdhulp zou gaan werken. De mensen daar hebben me diep geraakt.”

Boy gaat op 9 september in première bij Opera Ballet Vlaanderen in Antwerpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234