Woensdag 01/02/2023

InterviewKurt Vile

Kurt Vile: ‘Soms hoor ik artiesten die veel populairder zijn dan ik en dan denk ik: maar ik ben een betere songwriter’

Kurt Vile promo Beeld RV
Kurt Vile promoBeeld RV

Ik heb hem nu twee keer geïnterviewd, en telkens zat er een andere Kurt Vile (42) voor me. De eerste: een jonge puppy – net Eddie Munson uit Stranger Things – die borrelnootjes in zijn mond mikte en gulzig schaterde. De tweede: een timide denker, serieuzer en volwassener. De verklaring? ‘Na mijn vorige plaat ben ik gestopt met drinken. Ik zat op een pad dat me naar donkere plaatsen zou leiden.’ Zijn huidige pad – ik stel me een zonnige Californische freeway voor – heeft wél een goede gps. Die leidde ’m langs een prima nieuwe plaat, en op 5 september richting OLT Rivierenhof in Antwerpen, voor een zoet zomerconcert.

Vincent Van Peer

Wat nooit zal veranderen: een gesprek met Kurt Vile begint en eindigt bij muziek. Hij vervult de dubbele functie van interviewee en muziekencyclopedie.

Kurt Vile: “Op dit moment ben ik vooral fan van Sun Ra, over wie ik net de biografie Space Is the Place van John Szwed aan het lezen ben. Sun Ra klinkt als de kosmos, maar pas op, hij is een zwart gat: hoe dichter je in zijn buurt komt, hoe meer je naar hem toe wordt gezogen. You can’t go back, man. Daarom heb ik saxofonist James Stewart van het Sun Ra Arkestra (de postume verderzetting van Sun Ra’s band, red.) gevraagd om mee te doen met het nummer ‘Like Exploding Stones’.”

Laat me raden: een referentie aan Dylans ‘Like a Rolling Stone’?

Vile: “Per ongeluk. Pas enkele dagen nadat ik die titel verzonnen had, daagde het: natuurlijk, dáárom klinkt hij zo goed! (lachje)

“(In muziekencyclopedie-modus) Over Bob Dylan gesproken: wist je dat zijn nummer ‘4th Time Around’ een variant is op ‘Norwegian Wood’ van The Beatles? (Zingt beide openingsstrofes) Hoor je? Krak hetzelfde! En Neil Young heeft eens gezegd dat hij ‘Ambulance Blues’ per ongeluk gepikt heeft van ‘Needle of Death’ van Bert Jansch. Hij voelde zich daar rotslecht over, maar dan denk ik: ‘Ambulance Blues’ is the greatest song in the world, wat kan mij het schelen waar hij vandaan komt (lacht).”

Muzikale gauwdieven fascineren je. Op ‘Stuffed Leopard’ zing je: ‘‘Song for My Father’ was ripped off for ‘Rikki Don’t Lose’’. Je hebt het over Steely Dan, die voor hun hit ‘Rikki Don’t Lose That Number’ hun oor te luisteren legden bij pianist Horace Silver.

Vile: “Steely Dan steekt dat ook niet onder stoelen of banken: ‘O ja, dat stuk hebben we gepikt.’ Natuurlijk! Als je pikt, pik dan van de besten, hè. Serieus, hoe mooi is ‘Song for My Father’? (blaast)”

Wanneer heb jij recent nog eens iets gepikt?

Vile: “Het overkomt me vaak. Toen ik jong was, had ik de neiging om artiesten ronduit te imiteren. Je leert pas na verloop van tijd waarmee je wegkomt (lachje). Om je een recent voorbeeld te geven: op ‘Stuffed Leopard’ kleur ik mijn stem verdacht als die van Lou Reed ten tijde van ‘Coney Island Baby’.

Kurt Vile Beeld RV
Kurt VileBeeld RV

“Maar je hebt gelijk, ik hou wel van dat soort muzikale intertekstualiteit. In ‘Jesus on a Wire’ zing ik: ‘What a mess, I sing to myself / Thinkin’ ’bout another song’. Die other song is ‘Freak Scene’ van Dinosaur Jr. Dat is mijn manier om hulde te brengen: regisseurs verwijzen ook graag naar films die ze bewonderen, hè?”

Nog een referentie uit je nieuwe plaat (watch my moves): de track ‘Cool Water’ draagt de titel van een klassiek countrynummer. Beroemd gemaakt door The Sons of the Pioneers en niet, zoals ik dacht, door Marty Robbins.

Vile: “En ik kende het in de versie van Hank Williams! Maar ik snap je wel: toen ik ‘Cool Water’ aan het opnemen was, was ik heavy into Marty Robbins. Ik ben opgegroeid met country, verslond als kind hele boeken over het genre. Toen ik onlangs de Ken Burns-documentaire over country bekeek – de aflevering over Hank Williams heet ‘The Hillbilly Shakespeare’ – vond ik een oud best-of-cassettetje van Marty Robbins terug. Naar hem luisteren is als op een pony springen en bij zonsondergang door Texas richting El Paso rijden. Marty Robbins will kill ya dead.”

Iets anders: je bent nu twee jaar thuis geweest met je vrouw en dochters, meer tijd dan je ooit met je gezin hebt kunnen doorbrengen. Was het moeilijker om weer op tour te vertrekken?

Vile: “Véél moeilijker dan verwacht. De laatste dagen voor het vertrek week mijn jongste dochter Delphine niet meer van mijn zijde, en toen het afscheid aangebroken was, barstte ze in tranen uit. (Denkt na) Ach, de tijd vliegt. Wat is pakweg zes weken op een mensenleven? Zo probeer ik er dan over te denken.”

Je dochters staan naast jou – je hebt jezelf verborgen achter een krokodillenmasker – op de platenhoes. Het is de eerste keer dat je afwijkt van het thema ‘man houdt gitaar vast’.

Vile: “Hey man, ik houd mijn gitaar vast als een kampioen: zo goed zelfs dat ik het thema inmiddels heb geperfectioneerd (lacht). Nee, ik had zin in iets anders. Het was Halloween en mijn dochters hadden dat krokodillenmasker voor me uitgekozen. Toen ik naar de bomen achter ons huis keek, vond ik dat we de hoesfoto maar meteen dáár moesten nemen – ook al omdat de deadline eraan kwam (lachje).”

In je studio, OKV Central, heb je ook een setje valse snorren liggen. Wanneer komen die zoal van pas?

Vile: “Dat was een geschenk van mijn vrouw en dochters. Maar ik ben een echte ekster: ik verzamel alles wat blinkt – daarover gaat het nummer ‘(shiny things)’. Die snorren zitten nog altijd in het plasticje. Ik wil die mooie glans niet kapotmaken.”

Je vorige plaat, Bottle It In, ontstond moeizaam. Je had een strakke deadline, je voelde de druk... Was (watch my moves) een vlottere bevalling?

Vile: “Platen hangen allemáál aaneen van de strubbelingen: geen één roetsjt eruit als van een waterglijbaan (lachje). Maar dit keer was ik tenminste nuchter. Ik was gezonder, met een stabiel dag-nachtritme. Na Bottle It In – ironische titel, blijkt nu – ben ik gestopt met drinken. Ik was er te afhankelijk van geworden. Niet dat het een drama was, maar ik zat wel op een pad dat me, als ik er nog lang op was blijven wandelen, naar donkere plaatsen had geleid.

“Ik was wél blij met Bottle It In. En met (watch my moves) ook. Ik vind het een laid-back, maar toch zelfverzekerde plaat.”

Het zijn epische platen, die toch klinken alsof je ze liggend op een grasveld met een strohalm tussen je lippen hebt ingespeeld.

Vile (lacht): “Ja, daar kan ik me in vinden.”

Zijn er ook platen van jezelf die je niet goed vindt?

Vile: “Nee. Al heb ik recent wel gemerkt dat mijn stem vroeger wat schraal en jeugdig klonk.”

‘Cold Was the Wind’, van Bottle It In, schreef je tijdens een delirium tremens op kerstavond. Je hallucineerde dat baseballspeler Roger Clemens naast je bed stond. Wat is de vreemdste ontstaansgeschiedenis van een nummer op (watch my moves)?

Vile: “De pijnlijkste is alvast die van ‘Like Exploding Stones’. Het begon bij de talkshow van Seth Meyers, waar ze me vroegen om een cover van John Prine te brengen: ‘Speed of the Sound of Loneliness’. Ik wilde wel, maar die song was uit mijn vingers geglipt sinds ik ’m vijf jaar eerder het laatst gespeeld had. En John was ook nog eens recent overleden. (Zucht) Ik heb er dan maar een nieuw arrangement voor bedacht. Maar toen ’t rond Thanksgiving werd uitgezonden, waren de commentaren hard: ‘Hij heeft dat nummer kapotgemaakt!’ ‘John Prine draait zich om in zijn graf!’ (Zwijgt) Dat heeft me héél diep geraakt. Ik belandde in een neerwaartse spiraal: ik was ervan overtuigd dat ik heel Nashville ten gronde had gericht. En het ergste was dat ik het ermee ééns was. Ik had het gewoon moeten spelen zoals John.

“Anyway, toen ik zo bummed out was, pakte ik mijn gitaar en schreef ik ‘Like Exploding Stones’. Ik heb de hele zwik in één adem door opgenomen als demo. Die demo is uiteindelijk, met de rest van de band eraan toegevoegd, op de plaat beland. (Schouderophalend) I guess it was all worth it.”

John Prine is hier minder bekend dan in Amerika, ook al is hij één van jullie grootste songschrijvers – verantwoordelijk voor misschien wel het droevigste nummer aller tijden, ‘Hello in There’. Wat voor man was hij?

Vile: “One of the last great country gentlemen. Zoals hij loopt er geen één meer rond. Achter zijn muziek vermoed je een geweldige kerel, en dat was hij ook. Hij gedroeg zich nooit als een klootzak, was zo hoffelijk. En zijn nummers doen je huilen.”

Je producete de Dinosaur Jr.-track ‘I Met the Stones’, waarin J. Mascis verhaalt over een ontmoeting met The Rolling Stones: ‘I got excited / I got depressed’. Gaat het altijd zo als je je helden ontmoet?

Vile: “Behalve bij John Prine (lachje). Toen ik Neil Young ontmoette, wilde ik iets échts tegen hem zeggen, iets waardoor hij me als een trotse vader aan de borst zou drukken. Maar er kwam niks zinnigs uit. Neil is ook een enigma, hè: die is niet zomaar onder de indruk.”

 Kurt Vile en Neil Young Beeld rv
Kurt Vile en Neil YoungBeeld rv

Jij verzorgde eens zijn voorprogramma voor een publiek van 80.000 man. Ben je er ooit achter gekomen wat hij van je muziek vond?

Vile: “I don’t think he cares (lacht). Daarom is Neil Young ook Neil Young: als je zó goed bent, let je niet op wat er rond je gebeurt.”

Jij hebt daar toch ook iets van? Het ongrijpbare genie dat altijd min of meer in z’n eigen wereldje zit.

Vile: “Ik probeer dat niet te zijn, maar als ik mezelf vergelijk met mijn vrouw, die zo beleefd is, altijd iedereen te woord staat... Af en toe heb ik er nood aan me van de wereld af te sluiten.”

Dat maakt nog geen lul van je.

Vile: “Nee, maar ik ben óók al gekwetst geweest door mensen die er simpelweg even geen boodschap aan hadden om te praten. Zelfs als mensen die ik ken me iets vragen, kan ik soms... Sometimes I just can’t. Ik probeer daar oprecht tegenin te gaan, want ik zit daarmee. Ik wil absoluut een aardige kerel zijn. Zeker nu ik ouder word.”

Juist: je bent per ongeluk veertiger geworden.

Vile: “Hey man, ik ben liever 40 dan 30. De eerste studiosessies van (watch my moves), met Cate Le Bon, wilde ik wel per se plannen vóór ik 40 was. Ik weet ook niet waarom. Verder ben ik geïnspireerd door Nick Cave: een zestiger die pas enkele jaren geleden is begonnen met arena’s plat te spelen.”

Daar ben je al lang naar op zoek: dé Grote Hit die jou opeens voor een miljoenenpubliek zal zetten.

Vile (knikt): “I really want to have a hit record, man. Soms hoor ik artiesten die veel populairder zijn dan ik en dan denk ik: maar ik ben een betere songwriter! Ach, het maakt niet uit.”

Zou je het kunnen, een succesvol hitje van 3 minuten 20 seconden uitkakken?

Vile: “Ik denk het wel. Ik zou gerust, zoals Aaron Dessner met Taylor Swift, een samenwerking met een popster willen aangaan. Tijdens de pandemie héb ik dat gedaan: ik heb gewerkt met – geloof het of niet – Kesha. Ik heb ‘Flyin (Like a Fast Train)’ voor haar geschreven, alleen zijn we nooit in dezelfde kamer geraakt. (Denkt na) Met Kacey Musgraves zou ik heel graag eens samenwerken: fantastische songschrijfster.”

Welk Kurt Vile-nummer is in een parallel universum een megahit?

Vile: “Mijn eerste nummer, ‘Freeway’, is een pop jam. ‘Baby’s Arms’ had met het juiste label, op de klankband van de juiste film, in de generiek van de juiste tv-serie, óók potten kunnen breken. En wat was er met ‘Pretty Pimpin’ gebeurd als ik bij een groter label zat? Who knows.”

Op ‘Stuffed Leopard’ staat één regeltje dat goed samenvat hoe jouw muziek klinkt anno 2022: ‘I’ve been driving all day and night inside my mind’.

Vile: “Dat is een goeie samenvatting, ja. In je hoofd kun je alles bereiken wat je wilt. En je hoeft niet eens je stoel uit te komen. Ideaal.”

Nog even dubbelchecken: gaat (watch my moves) zeker niet over je dansmoves?

Vile: “Oók een beetje, die zijn immers niet te onderschatten. Maar het betekent toch vooral: hou mij goed in de gaten, het is míjn beurt nu, it’s my move!”

Je bent een aardige kerel, Kurt.

Vile (lacht): “Thanks, man.”

Kurt Vile: Watch my Moves Beeld RV
Kurt Vile: Watch my MovesBeeld RV

(watch my moves) is uit bij Verve.
Kurt Vile speelt op 5 september in het OLT Rivierenhof en op 19 september in Het Wilde Westen in Kortrijk.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234