Donderdag 08/12/2022

InterviewKunstenaar Joe Bradley

Kunstvedette Joe Bradley in Brussel: ‘Soms verdient een kunstenaar een pak slaag’

Joe Bradley: ‘Wanneer ik een negatieve ­recensie lees over een tentoonstelling van mij, denk ik weleens bij mezelf: deze criticus heeft gelijk, dit klopt.’ 
 Beeld RV Katherine Mcmahon
Joe Bradley: ‘Wanneer ik een negatieve ­recensie lees over een tentoonstelling van mij, denk ik weleens bij mezelf: deze criticus heeft gelijk, dit klopt.’Beeld RV Katherine Mcmahon

Met elke nieuwe tentoonstelling slaat hij een nieuwe richting in. En hij wisselt al even vlot van galerie als van stijl. Nu is Joe Bradley (47) in Brussel neergestreken. Portret van een promiscue schilder die zichzelf voortdurend ontrouw is.

Danny Ilegems

Hij groeide op in een provinciestadje aan de Atlantische kust benoorden New York. In zijn jeugd las en tekende hij strips. Toen hij achttien was kende hij welgeteld twee moderne kunstenaars: Picasso en Warhol. Hij had nog nooit een tentoonstelling van hedendaagse kunst gezien.

Tegenwoordig is hij een van de meest gegeerde Amerikaanse schilders. Hij wordt beschouwd als een 21ste-eeuwse vaandeldrager van het abstract expressionisme. Werk van zijn hand bevindt zich in de collecties van toonaangevende musea als het Whitney en het MoMA in New York en de Fondation Louis Vuitton in Parijs. Een tijdlang was hij verbonden aan de ’s werelds grootste kunstgalerie: die van Larry Gagosian. In 2015 veilde Christie’s een schilderij van hem voor ruim 3 miljoen dollar. En nu is hij in Brussel neergestreken.

Galerie Xavier Hufkens viert haar 35ste verjaardag. Met drie ruimtes in Elsene en 2.000 m2 expositieruimte in totaal, is ze nu de grootste galerie van België. De moedergalerie in de Sint-Jorisstraat kreeg een nieuwe uitbouw, naar een ontwerp van het architectenduo Robbrecht & Daem. Dat mag gerust begrepen worden als een statement: terwijl megagaleries als Gagosian en David Zwirner een netwerk van dependances uitrollen in de kunsthoofdsteden van de wereld, kiest Hufkens resoluut voor verankering in Brussel.

De schilderijen en tekeningen van Joe Bradley hangen verspreid over drie etages van de vernieuwde vleugel. Elf nieuwe schilderijen, metersbreed en metershoog, abstracte taferelen waarin de contouren van figuren doorschemeren, lijnen, patronen en vlakken in felle, bijna stralende kleuren. Twee muren vol tekeningen waarin de spontaniteit van de kinderhand wordt gecombineerd met cartooneske woordgrappen.

In het onbeperkte en het onbeheerste toont zich de meester, lijkt het motto te zijn. Meer dan ooit is Joe Bradley de promiscue schilder die zichzelf voortdurend ontrouw is.

Zo krachtig en zelfverzekerd de kunst is, zo timide is de kunstenaar. Op het schuwe af verlegen drukt hij me een slap handje. “Brussel bevalt me zeer”, zegt hij, alsof hij nog even de aandacht wil afleiden van zijn tentoonstelling. “Het is een stad die je te voet kunt verkennen, een beetje zoals New York. Ik heb hier de afgelopen dagen lange wandelingen gemaakt.”

Hoe bent u hier terechtgekomen, vanuit starship Gagosian?

“O, ik ben al een jaar of vijf, zes bevriend met Xavier (Hufkens). Hij is een fan, als ik dat zo oneerbiedig mag zeggen. Hij is me een paar keer komen opzoeken in mijn atelier in New York. Na mijn passage bij Gagosian wilde ik opnieuw met kleinere galeries werken. Of liever: met galeries die iets intiemer aanvoelen, en die meer geconnecteerd zijn met een bepaalde plek. Ik dacht natuurlijk onmiddellijk aan Xavier. Ik bewonder hem voor wat hij hier doet, en bovendien is hij goed gezelschap. Ik ben ook persoonlijk bevriend met een aantal artiesten uit zijn stal. Onder kunstenaars staat Xavier bekend als een all round good guy.

'Same Dam Chain Gang', 2020-2022. In Bradleys abstracte schilderijen schemeren de contouren van figuren door, lijnen, patronen en vlakken in felle kleuren. Beeld HV-studio / Courtesy the Artist and Xavier Hufkens, Brussels
'Same Dam Chain Gang', 2020-2022. In Bradleys abstracte schilderijen schemeren de contouren van figuren door, lijnen, patronen en vlakken in felle kleuren.Beeld HV-studio / Courtesy the Artist and Xavier Hufkens, Brussels

“Voor alle duidelijkheid: ik heb genoten van de samenwerking met Gagosian. Het was een opwindende tijd, in een glamoureuze omgeving. En Larry (Gagosian) is een geschikte kerel. Maar sommige samenwerkingen hebben nu eenmaal een korte levensduur.”

Bent u zelf opgestapt, of heeft Larry u vriendelijk de deur gewezen?

(brede grijns) “Ik weet het eigenlijk niet, misschien stond hij op het punt om dat te doen en was ik net iets sneller. (denkt na) Ik heb niet het gevoel dat ik een drastische beslissing heb genomen door er weg te gaan. Things unfold. Dingen gebeuren.”

Of hebt u het gehad met de megagaleries die alles en iedereen kopen en verkopen?

“De concentratie van talent in de schoot van een handvol multinationale galeries heeft zeker een problematisch kantje. De nabijheid van geld en macht legt soms een waas over de essentie van wat je doet als kunstenaar. Maar ik weet niet of het allemaal zo dramatisch is. Als de kunst goed en integer is, houdt ze stand in om het even welke context, is mijn overtuiging.”

Vertel eens over Kittery, Maine, het stadje waar u opgroeide.

“Het is een kuststadje, 400 kilometer ten noorden van New York. Wat moet ik erover zeggen? Het is klein, het is charmant en het leeft van toerisme. Ik ben er al heel lang niet meer geweest.”

Zijn mensen die aan zee zijn opgegroeid meer op hun gemak, meer immuun voor het ruisen van de tijd?

“Hoezo?”

Als het onrustig is in hun wereld, of in hun hoofd, kunnen ze naar het strand gaan om een tijdje naar de golven of naar de einder te turen. Hebt u die reflex?

“Gek dat u dat zegt. Ik heb daar de jongste tijd veel over nagedacht. Ja, de zee heeft echt een kalmerend effect op mij: de getijden, de golven die komen aanrollen en breken, de wind die tekeergaat. Ik word onrustig als ik landlocked ben, als ik me in een stad of een gebied bevind dat ver van de oceaan ligt. Dan voel ik me opgesloten...”

In uw carrière lijkt alles u te zijn overkomen: uw eerste tentoonstelling werd u aangeboden, tot uw eigen grote verrassing werden werken van u opgenomen in de Whitney Biënnale en in de collectie van het MoMa. Roem en succes zijn u aangewaaid.

(lacht) “Ik sprong in zee en ik spoelde aan op het exotisch strand van de kunstwereld! (denkt na) Dat klopt min of meer. Ik probeer altijd te focussen op mijn werk. Maar dat wil niet zeggen dat ik helemaal niks nastreef of najaag. Ik bepaal echt wel mee met wie ik samenwerk, en in welke context mijn werk wordt getoond. (lacht) Al geef ik er de voorkeur aan dat de dingen me komen aanwaaien. Heerlijk!”

Nadat het MoMa had gebeld met de mededeling dat ze een serie tekeningen van u zouden aanschaffen, hebt u naar verluidt drie kwartier door het raam van uw studio naar buiten zitten staren.

(lachje) “Ja. Van puur geluk, hé. I guess I’m a lucky guy.”

Woont u nog op Long Island, met zicht op zee?

“Nee, dat huis hebben we onlangs van de hand gedaan. We wonen nu weer in New York City. Long Island is een fantastische plek: adembenemende landschappen, prachtige stranden, ronduit magisch licht. Een zonsondergang kan er makkelijk drie uur duren. Maar de mensen die er wonen zijn... pretty rotten, als u het mij vraagt. Verwende rijkelui die rondtuffen in Ferrari’s en Lamborghini’s. Niet bepaald een cultuur waarin ik mijn kinderen wil zien opgroeien. En ik heb er ondertussen vier.”

'Maker', 2020-2022. Beeld HV-studio / Courtesy the Artist and Xavier Hufkens, Brussels
'Maker', 2020-2022.Beeld HV-studio / Courtesy the Artist and Xavier Hufkens, Brussels

In de Hamptons hebt u in de studio gewerkt die Elaine de Kooning er heeft gebouwd, de echtgenote van de legendarische Willem de Kooning en de wegbereider van de eerste generatie abstract expressionisten. Ging het schilderen daar een beetje lekker?

“Best wel. Dat atelier is nu een residentieplek. Ik heb er in de zomer van 2012 mogen werken, en daarna ook nog een paar maanden in het eerste jaar van de pandemie. Toen heb ik er een serie schilderijen afgemaakt die ik in de herfst van 2020 heb tentoongesteld in Zürich. It’s a lovely place. In de geschiedenis van het abstract expressionisme is de oostkant van Long Island natuurlijk een belangrijke locatie geweest. Het huis waar Jackson Pollock en Lee Krasner woonden, de ateliers van Pollock en van Elaine en Willem de Kooning: die zijn allemaal nog mooi intact. Maar zoals ik al zei: de bohemian vibrations van weleer moet je er niet meer gaan zoeken.”

Voelt u zich een erfgenaam van de abstract expressionisten?

“Het zou belachelijk zijn hun invloed te ontkennen. Maar op een gegeven moment werd mijn werk zo vermoeiend vaak met dat van hen vergeleken, dat ik er een beetje ongemakkelijk van werd. Je wilt geen epigoon zijn als kunstenaar, en nog minder een herkauwer van oude ideeën en beelden. Dus toen ben ik een beetje tegen die traditie aan beginnen schoppen. (lacht) Het was sterker dan mezelf. Ik heb eigenlijk een heel brede appetijt als het over kunst gaat. Ik hou van veel verschillende dingen. En hoe ouder ik word, hoe meer dingen ik goed vind. Meestal is het andersom, hé? Dus ja, ik heb goed naar de New York School gekeken, maar evengoed naar naoorlogse Duitse schilders als Sigmar Polke, Georg Baselitz en A.R. Penck, of naar Philip Guston en Cy Twombly. En de wereld van de Amerikaanse undergroundcomics boeit me ook nog steeds. Ik ben en blijf een fan van Robert Crumb. Daar heb ik mijn anarchistische neigingen vandaan. Doen wat je wil, wars van de heersende modes en dogma’s.”

U hebt u eens gezegd dat u een ‘fucked up feel’ in uw beelden probeert te leggen. Waaraan kan ik dat merken als toeschouwer?

“O, het kan van alles zijn. Tegenwoordig hou ik ervan om mijn verfhuid korrel en textuur te geven. Het mag schmutzig worden. (denkt na) Het overheersende gevoel is nu: hoe langer ik aan een schilderij werk, hoe meer ik het op de proef stel en door de mangel haal, hoe sterker het wordt. Al mijn beste schilderijen zijn doorheen een fase gegaan waarin ze veruit mijn slechtste waren. (denkt na) Soms sta ik te ijsberen voor een canvas en ineens reageer ik op verfstreek die ik drie maanden eerder heb gezet. Dan veeg ik een lijn weg, of zet ik er een vlek bij in een andere kleur. Dat is belangrijk in het werk dat ik nu maak. Het einde moet zo lang mogelijk open blijven. Zo probeer ik de spanning erin te houden.”

'Untitled', 2022. Bradley combineert in zijn tekeningen de spontaniteit van de kinderhand met cartooneske woordgrappen.  Beeld HV-studio / Courtesy the Artist and Xavier Hufkens, Brussels
'Untitled', 2022. Bradley combineert in zijn tekeningen de spontaniteit van de kinderhand met cartooneske woordgrappen.Beeld HV-studio / Courtesy the Artist and Xavier Hufkens, Brussels

Veel van uw collega’s vrezen dat een schilderij zijn frisheid verliest als ze er te lang aan blijven prutsen. Of dat ze het kapotwerken, pas stoppen als het al te laat is.

“Ik weet het. Alle schilders worstelen met de vraag: wanneer moet ik stoppen? Ik kies er tegenwoordig vaak voor om niét te stoppen. (lacht) Met alle risico’s van dien.”

Is abstracte kunst wat dat betreft risicovoller dan figuratieve?

“Dat denk ik wel. Ik vermoed dat Jeff Koons, om maar eens iemand te noemen, heel goed weet wat hij gaat maken voor hij aan iets begint. Ik niet. Zelfs wanneer ik al bezig ben, weet ik bij god niet waartoe het zal leiden. Dus strikt genomen kan ik ook niet weten wanneer het af zal zijn. Het is af wanneer ik beslis dat het af is. Wanneer het beeld zich aan mij openbaart als zijnde af. Vorig jaar rond deze tijd had ik je absoluut niet kunnen vertellen hoe deze show eruit zou zien.”

Uw schilderijen doen me een beetje twijfelen aan mijn eigen smaak...

“Interessant, vertel!”

Waarom, vraag ik me af, vind ik uw werk vaak sexy, energiek, actueel, zelfs licht subversief, terwijl het overgrote deel van de neo-expressionistische schilderkunst van vandaag in mijn ogen achterhaalde crap is.

“Wat kan ik zeggen? Elke mogelijke reactie op mijn werk vind ik fair enough. Ik zou het ook kunnen verdragen dat u mijn schilderijen achterhaalde crap vindt.”

Ja, u houdt naar verluidt van slechte kritieken.

“Ik heb er in elk geval niets tegen. Wanneer ik een negatieve recensie lees over een tentoonstelling van mij, denk ik weleens bij mezelf: deze criticus heeft gelijk, dit klopt, dit mag gezegd worden, ik heb het verdiend. Af en toe verdienen kunstenaars een pak slaag, hé.

“Maar zo’n analyse van de buitenkant van een schilderij, van de eerste indruk die een schilderij maakt, is natuurlijk slechts een voorsmaakje, een amuse. Het moment suprême, dat is het moment waarop je kunt zeggen wat het schilderij met je gedaan heeft. Of het een blijvende indruk heeft nagelaten of niet, of het is binnengedrongen in je leven of niet. (lachje) Waarmee ik overigens niet wil suggereren dat er bij mij altijd een mysterieuze, dieperliggende betekenis is.”

Joe Bradley, New Paltz, tot 15 oktober bij Xavier Hufkens, St-Jorisstraat, Brussel

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234