Maandag 27/01/2020

Koen van den Broek

Kunstschilder Koen van den Broek: ‘Ik ben kunstenaar geworden uit onwetendheid’

Koen van den Broek. Beeld Francis Vanhee

Twintig jaar geleden brak Koen van den Broek (46) internationaal door als kunstschilder. En toen moest zijn carrière nog beginnen. In Mechelen loopt nu een mooi overzicht van wat hij ondertussen allemaal heeft uitgespookt. Veel meer dan wat verf op doek kwakken, zo blijkt.

Danny Ilegems

Het is the day after: de ochtend na het overlijden van zijn vriend en mentor John Baldessari, de grote conceptuele kunstenaar van de Amerikaanse westkust. Vestimentair is Koen van den Broek al helemaal klaar voor de begrafenisplechtigheid in Los Angeles waarnaar hij straks zal afreizen. In een stijlvolle trenchcoat, en met een flashy zonnebril op de neus, glijdt hij De Garage in Mechelen binnen, de ruimte voor hedendaagse kunst van het Cultuurcentrum. Daar loopt sinds kort een tentoonstelling van wat je, als het niet zo denigrerend klonk, zijn ‘afgeleide producten’ zou kunnen noemen. Muur- en gevelschilderingen, installaties, architecturale ingrepen, ontwerpen voor glasramen, maquettes, een eetservies, een platenhoes en een boekomslag. Plus enkele van de originele schilderijen waarop die projecten gebaseerd zijn. 

De hele inboedel draagt de unieke signatuur van slechts één mogelijke schepper: kunstenaar Koen van den Broek. Vlakken en strepen in een uiterst beperkt kleurenpalet (hoofdzakelijk blauw, rood, oranjegeel, grijs en zwart). Figuratie op de grens van abstractie. Landschappen waaruit meer wordt weggelaten dan geschilderd en waarin de zon altijd lijkt te schijnen – licht, wijds, open. Kunsthistorische verwijzingen à volonté. Poëzie en megalomanie.

“Koen schildert zo weinig, maar hij zegt zo veel”, zei Fred Bervoets over hem.

Koen van den Broek was 25 toen hij eind vorige eeuw ging aankloppen bij Baldessari. Hij had twee jaar voor ingenieur-architect gestudeerd in Leuven, was in Antwerpen van de kunstacademie gegooid en had in Breda een masterdiploma in de kunsten cadeau gekregen. (“Opdat ze van mij verlost zouden zijn.”) Op papier was hij een loser, maar zijn drift en zijn branie waren onaangetast. Hij wou Amerika zien: New York, San Francisco, LA. De landschappen van David Lynch en Wim Wenders. Het licht en de kleuren van de minimalistische kunstenaars die hij bewonderde. En hij wou binnen geraken in de UCLA in Los Angeles. Baldessari, die er lesgaf, zou hem daar vast bij helpen.

Baldessari vond het echter een slecht idee en de UCLA liet hem niet toe. “Fortunately for him, and for all of us!” schreef Baldessari later in een brief. “Gelukkig voor hem en voor ons allemaal. Koen was toen al een excellente kunstenaar, waarom moest hij nog studeren?” In de plaats daarvan nam Baldessari hem op sleeptouw door LA, langs de galeries en de ateliers, de musea en de mythische filmlocaties. Ze werden vrienden voor het leven en maakten in 2008 samen 22 grote werken onder de titel ‘This an Example of That’.

Minder dan een jaar na zijn eerste bezoek aan Baldessari zat Van den Broek onder de pannen bij galerie White Cube in Londen, een van de grote kanonnen van de hedendaagse kunst. Rond de eeuwwisseling werd zijn werk een hype in de hele Angelsaksische wereld. Schilderijen van hem zitten ondertussen in meer dan 100 Amerikaanse collecties, ook in die van het SF MoMa in San Francisco en het LACMA in Los Angeles. “Koen, you are the big bang of the arts!”, verzekerde George van Gilbert & George hem op een hip feestje in Londen. Al was die toen behoorlijk bezopen.

Beeld Francis Vanhee

“Eigenlijk ben ik kunstenaar geworden uit onwetendheid”, lacht hij nu. “Toen ik naar de academie ging wist ik van niks. Ik kende Dalí, Rubens en Rembrandt, maar tussen Rubens en Rembrandt zag ik amper het verschil. Dat is mijn redding geweest. Als ik had geweten wat er allemaal al bestond, dan zou ik waarschijnlijk nooit de drive hebben ontwikkeld om daar nog iets aan toe te willen voegen. Want dat is altijd wel de ambitie geweest, heel rationeel, analytisch en weloverwogen.”

Limburgs, on-Belgisch, Amerikaans

Koen van den Broek werd geboren in Bree en groeide op in Midden-Limburg. Toen hij 18 was had hij al twee musea gezien: het openluchtmuseum in Bokrijk en het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Hij was 22 toen hij voor het eerst aan boord van een vliegtuig stapte. Het grote raadsel is hoe die Limburgse jongen transformeerde tot een zeer on-Belgische, om niet te zeggen Amerikaanse, schilder.

“Door te reizen”, zegt hij. “Eerst in mijn hoofd, later ook echt. Toen ik jong was zat ik meestal thuis in de zetel naar The A-team en Lassie te kijken. Ik was nogal eenkennig als kind, om niet te zeggen asociaal. Als er thuis verjaardagsfeestjes waren ging ik vaak alleen het bos in. Maar ik had wel ook die kinderlijke creatiedrang. Ik was altijd bezig dingen te maken en te bouwen. De magie van het dooie moment waarop ineens iets gebeurt: daar zocht ik naar.”

“Ik moet bewegen om te kunnen werken. In het grijze, deprimerende Antwerpen lukt het me gewoon niet. Op reis maak ik foto’s, en thuis, in mijn atelier, op grote afstand van waar ze zijn genomen, zet ik die om in schilderijen. De VS, en dan met name de westkust, is mijn referentieland. Het land van mijn dromen, van de films en de tv-series waarmee ik ben opgegroeid, van de kunst die me fascineerde.”

Het beeld waarmee zijn eigen verhaal als kunstenaar begon, herinnert hij zich nog haarfijn.

Van den Broek: “Het was de laatste dag van mijn eerste reis naar de VS. Op weg naar de luchthaven van San Francisco passeerde ik een plek vanwaar ik een mooi zicht had op de Golden Gate Bridge. Ik maakte er inderhaast een foto van, analoog toen nog. Thuisgekomen stelde ik vast dat ik mijn lens verkeerd had gericht. De horizon met de Golden Gate Bridge stond er gewoon niet op, je zag alleen een grasveld en de borduur van de straat waar ik stond. Van dat beeld maakte ik een schilderij. Al wie het zag, zei: ‘Allee Koen, waarom begin je nu ineens abstract te werken?’ Ik antwoordde: ‘Dat is niet abstract maar juist honderd procent realistisch.’ (lacht) Dat was mijn Matisse-moment: de onmogelijkheid van abstractie! (Een theorie van de Franse schilder Henri Matisse, red.) Het was niet abstract, maar het was evenmin niet-abstract, begrijp je? Het hing er maar van af hoe je ernaar keek en over welke informatie je beschikte. Toen was ik vertrokken.”

‘The white album’ van Koen van den Broek. Beeld Koen van den Broek

Zijn schilderijen van stoepranden (‘borders’), barsten in het asfalt (‘cracks’), viaducten, autostrades en desolate vlaktes werden gretig opgepikt in de VS. De eerste zeven, acht jaar van zijn carrière werd zijn werk vrijwel uitsluitend verkocht in de Angelsaksische wereld. “Weet je waar ze mijn succes in de VS verdacht vonden? Hier, in Vlaanderen. Jan Hoet en co, dié konden er niet mee lachen dat er een kunstenaar was die zonder hun toedoen, zonder dat hen zelfs maar iets was gevraagd, internationaal grote sier maakte.”

Ondertussen is zijn verhouding met Vlaanderen en België genormaliseerd. In 2010 kreeg Van den Broek een grote overzichtstentoonstelling in... het SMAK in Gent. Jan Hoet was toen nog bij leven en betrekkelijk welzijn. In datzelfde jaar trad hij ook toe tot het artiestenbestand van Greta Meert in Brussel, de galeriste van tal van zijn grote voorbeelden, onder wie John Baldessari. En hij geeft inmiddels al twaalf jaar les aan de PXL School of Arts in Hasselt. “Ik doe het voor het plezier, en voor een stuk ook uit idealisme. Het is belangrijk dat kunstenaars hun kennis, ervaring en enthousiasme met elkaar delen. Dat heb ik van John Baldessari geleerd. Ik beschouw mijn studenten als gelijken. (lacht) Voor het geld moet je het niet doen, hè. Met één schilderij verdien ik mijn jaarloon als docent.”

Onehitwonder

Is hij de kunstenaarspendant van het onehitwonder? De man wiens carrière gepiekt heeft in het prille begin en met wie het sindsdien rustig maar gestaag bergaf is gegaan?

Van den Broek: (verveeld) “Als je die vraag voorlegt aan mijn boekhouder zal hij zeggen dat mijn omzet over twintig jaar uiterst stabiel is gebleven. En zelf voel ik me nu beter, sterker en vooral veel vrijer dan in de beginjaren. Ik zit niet meer bij een internationale topgalerie, dat klopt. Ik ben zelf weggegaan bij White Cube. Rond 2000 was het daar heel plezant: de Brit Art scene op haar hoogtepunt, feestjes met Tracy Emin en Bryan Ferry, elke dag rock’n-roll. En vlak voor Kerstmis het telefoontje met de eindafrekening: ‘We hebben net nog twaalf schilderijen verkocht in twee dagen, je hebt het record van Damien Hirst gebroken.”

“Nu is het een dure supermarkt. Echt waar, iedereen laat zich verblinden en in slaap wiegen door de zogenaamde topgaleries, ook de kunstenaars zelf. Je denkt: ik kan niet meer hoger, dus ik zal maar doen wat ze vragen. En wat vragen ze? Dat je niet meer dan tien schilderijen per jaar maakt, zodat er schaarste is en ze je werk lekker hoog kunnen prijzen. Dat je braafjes afwacht tot het jouw beurt is om tentoon te stellen in de galerie, ook al is dat pas over drie of vier jaar. En dat je vooral niet samenwerkt met andere kunstenaars, andere galeries en kleine kunstinstellingen, want daar verdienen ze te weinig aan. Ik ben geclasht met Jay Jopling van White Cube omdat hij niet wou dat ik dat project met Baldessari ging doen. Ik heb gezegd: als het zo zit, fuck it big time.

Op de kunstmarkt is Azië het nieuwe Amerika. En daar zit Koen van den Broek ook al een tijdje gebeiteld. Hij werkt samen met Gallery Baton in Seoel, Zuid-Korea. Een Koreaanse verzamelaar heeft een modernistisch huis annex studio voor hem gebouwd op het idyllische Jeju-island. Gemiddeld twee maanden per jaar gaat hij er naartoe om te werken, afgezonderd van alles en iedereen. Dertig tot veertig procent van zijn omzet wordt ondertussen gerealiseerd in Azië.

Wanneer ik hem vraag of het zijn ambitie is de wereld lichter en mooier te maken dan hij is met zijn schilderijen, kijkt Koen van den Broek me onbegrijpend aan. “Helemaal niet”, zegt hij. “Iedereen is nu bezig met klimaatverandering. Ik schilder al twintig jaar de scheuren die overal in het wegdek en het asfalt zitten. Wat is dat? Dat is de wereld die letterlijk openbarst van de hitte, en die we terug aan elkaar proberen te lijmen met een emmer pek. Impliciet is mijn werk dus politiek. Maar ik heb de mensheid nooit willen belasten met boodschapperige beelden, dat is wel waar.”

‘Wall Works’ van Koen van den Broek, De Garage Mechelen, tot 1 maart – cultuurcentrummechelen.be

‘Keep it together’, schilderijen van Koen van den Broek, Galerie Greta Meert Brussel, tot 18 januari – galeriegretameert.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234