Zaterdag 13/08/2022

AchtergrondWatou

Kunstenfestival Watou keert terug naar roots en bouwt bruggen met bewoners: ‘De magie is terug’

Installatie van Rob Voerman. Beeld Michaël Depestele
Installatie van Rob Voerman.Beeld Michaël Depestele

Na jarenlang een kunstenfestival gemaakt te hebben over de hoofden van de inwoners van Watou heen, zocht men voor de 41ste editie weer aansluiting met het dorp en de streek. ‘De mensen voelden zich gekoloniseerd.’

Jonas Mortier

“Is dat nu een foto of een schilderij?”

“En wie heeft dat gemaakt?”

“Ik herken Evelien van de Spar, Marleen Vandersmissen… En is dat Jenny? Ze trekt anders niet op Jenny.”

“Ik vind dat het wat raar overkomt, nu ze al die stoelen hier weg hebben gedaan. In feite is het een leeg gat, hè.”

“We gaan uitleg moeten vragen aan de schilderes.”

Enkele bewoners staan in de kerk van Watou te kijken naar een doek van Ilke Cop, waarop het dorp en haar vrouwelijke bewoners afgebeeld staan. Het kunstenfestival strijkt weer een zomer lang in Watou neer, en dat wil zeggen dat de bewoners overal waar ze gaan of staan op kunstwerken en gedichten zullen stoten en, niet te vergeten, op de meute mediamuskieten en dagjestoeristen die daar zo graag op afkomen.

De ene bewoner gedoogt dat grommend, de ander voelt veeleer fierheid, maar de consensus is wel dat de relatie tussen het festival en de bewoners de laatste jaren was scheefgegroeid. Waar er vroeger een breed draagvlak was en de Watouse Jan met de pet nauw betrokken werd bij het festival, streken kunstenaars de laatste jaren te vaak neer als vreemde kolonisten die de inboorlingen eens even wat beschaving zouden bijbrengen.

Naar aanleiding van de 40ste editie vorig jaar is men zich gaan afvragen hoe men de band weer kon aanhalen tussen dorp, inwoners en festival. De organisatoren zijn daarvoor te rade gegaan bij kunstenaar Koen Vanmechelen, die sinds lang een band met het dorp heeft. “Ik heb hier in 2000, toen Jan Hoet en Gwy Mandelinck nog cureerden, een eerste keer mijn kippen gekruist, wat het begin betekende van mijn nog steeds lopende Cosmopolitan Chicken Project”, zegt Vanmechelen.

“Later ben ik hier nog verschillende keren geweest. Ik heb dus wel wat met Watou. Misschien daarom zijn de organisatoren enkele jaren geleden bij mij geweest om na te denken over de vragen: Wat gaan we, na veertig jaar, met Watou doen? Wat moet Watou worden? Moeten we teruggaan naar de roots of juist vernieuwen?”

Het resultaat van die gesprekken is het jaarlijkse voortraject ‘Patchwork’ geworden, waarbij een selectie van kunstenaars in Watou komt kamperen om zich te verdiepen in de streek en haar bewoners en op basis daarvan in situ installaties te maken. Op die manier wordt de band met de bewoner en de omgeving weer aangehaald.

En er zijn meer voordelen, meent Vanmechelen. “Ik denk dat het grote voordeel is dat er een soort van gemeenschap ontstaat. Je krijgt een vorm van pressure cooking: mensen komen tijdens een intense periode bij elkaar, leren elkaar kennen, gaan met elkaar in conversatie. Dat geeft een gezonde dynamiek, in tegenstelling tot de steriele manier van werken waarbij je hier aankomt, een werk plaatst en weer weg bent.”

Kruisbestuiving, tussen kunstenaars en bewoners, tussen beeldende kunst en poëzie, tussen het lokale en internationale, staat daarbij voorop. Vanmechelen: “We zijn op zoek naar de grenzen, letterlijk en figuurlijk. Watou is een grensdorp: je hebt de letterlijke grens met Frankrijk, maar je hebt ook de grens tussen de disciplines, tussen die verschillende werelden. Op de snijvlakken gebeuren de interessantste zaken. Voor mij is dat ook de relevantie van een dorp als Watou in een globaliserende wereld. Het globale bestaat bij gratie van het lokale. Ik denk niet dat we mogen vergeten vanwaar we komen en dit festival kan daar een ode aan zijn.”

Bewoner centraal

Je merkt het dan ook meteen als je de verschillende werken op het parcours gaat bekijken: de bewoner staat deze editie weer centraal, van het al genoemde doek van Ilke Cop De pilaren van Watou, tot de textielwerken van de piepjonge Helena Cnockaert, die letterlijk bij bewoners ging aanbellen om hun verhaal te horen.

Helena Cnockaert. Beeld Helena Cnockaert
Helena Cnockaert.Beeld Helena Cnockaert

“Tijdens Patchwork had ik gemerkt dat er behoorlijk wat wrijving was tussen de inwoners en het kunstenfestival”, zegt Cnockaert. “Je merkte ook dat niet veel mensen van de streek kwamen kijken. De mensen voelden zich gekoloniseerd. Zijzelf waren niet belangrijk, alleen de bijzondere locatie telde. De bezoekende kunstenaars hadden vaak te weinig voeling met de inwoners en de streek. Terwijl die mensen natuurlijk ook dingen te vertellen hebben. Ik wilde onderzoeken of er een brug gebouwd kon worden met de bewoners door hun stem ook aan bod te laten komen. Ik ben op verschillende plekken gaan aanbellen en heb aan iedereen die me wilde ontvangen gevraagd een object te kiezen dat hen bijzonder raakte. Daarvan heb ik dan een textiele uitwerking gemaakt.”

Ook kunstenaar Tomas Bachot heeft zijn installatie opgehangen aan zijn correspondentie met bewoner Roland Deketelaere, een kunstenaar met een beperking, wiens werk hij tijdens het voortraject Patchwork had leren kennen. “Roland schrijft hele rollen behangpapier vol in een soort mysterieuze, onleesbare taal. Dat doet hij naar verluidt al sinds zijn kindertijd. Zijn moeder maakte schoon in scholen en dan moest hij zich in stilte bezighouden. Voor sommigen heeft zijn schrijven iets meditatiefs, anderen zien er de neerslag van zijn gevoelens in.

“Het blijft een raadsel wat hij ermee wil zeggen, maar ik zag het als een boodschap aan de wereld: blijven schrijven’. Ik heb besloten om hem terug te schrijven en zo is er een correspondentie ontstaan die ik hier in kaart breng.”

Zowel de installatie van Cnockaert als van Bachot is fijnzinnig, participatief, met veel respect voor de bewoners en hun omgeving. Kunstenares Anne ten Ham is dan weer met de geschiedenis van de streek, en dan vooral de geschiedenis van kasteel de Lovie, aan de slag gegaan.

Anne ten Ham Beeld Anne ten Ham
Anne ten HamBeeld Anne ten Ham

“In de tijd dat het kasteeldomein werd aangelegd, heerste er hongersnood in de regio. Ik vond het opmerkelijk dat er op zo’n enorm dieptepunt toch zo’n overweldigend luxueus kasteel gebouwd werd. Dat contrast prikkelde me. De kasteelheren hebben zich wel heel betrokken opgesteld door de burgers langer aan het werk te houden en hen een grotere vijver te laten graven, waarvoor ze hen uitbetaalden in brood. Je kunt dat zien als een win-winsituatie, maar je kunt je ook afvragen of er niet gewoon misbruik van die mensen werd gemaakt. In ieder geval roept die hele geschiedenis vragen op.”

Ze maakte er het visueel indrukwekkende Overvloed over, een werk in de vorm van een bassin vol donker uitziend water in de hal van het kasteel.

Nog meer door de streek geïnspireerd werk vind je in Grenswater van Bart Eysink Smeets. Hij ging aan de slag met een anekdote die hij van enkele plaatselijke boeren had gehoord, met in de hoofdrol de Heidebeek, een stukje grens in de vorm van een beek tussen België en Frankrijk. Een aantal jaren geleden heerste er een hittegolf en werd er een verbod op het besproeien van het eigen landgoed met water uit de beek uitgevaardigd. Dat verbod gold echter alleen in België en niet in Frankrijk. Dus hebben de boeren hun pompen aan de overkant van de beek, op de Franse oever, gezet, om daar water uit diezelfde beek op te pompen en op hun landgoed te sproeien. Zo kon het wel.

Bart Eysink Smeets, 'Grenswater'. Beeld Bart Eysink Smeets
Bart Eysink Smeets, 'Grenswater'.Beeld Bart Eysink Smeets

Lokale cultuur

Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van kunstenaars die zich door het dorp en haar bewoners hebben laten inspireren. Curator voor het beeldende kunstluik op Watou James Putnam noemt dat ‘sense of place’, een gevoel of bewustzijn van de plaats of de omgeving.

Putnam: “De kunstenaars reageren op de eigenheid van deze plek: op het gegeven dat Watou een grensdorp is, op het bijzondere samengaan van natuur en cultuur, op de plaatselijke gebruiken. Voor mij past dat binnen een evolutie die weer meer aandacht vraagt voor het lokale. Net als de rest van de wereld is de kunstwereld de laatste jaren geglobaliseerd met als gevolg een grote homogenisering: een kunstwerk moet de wereld rond kunnen reizen om om het even waar getoond te worden. Dan is het wel leuk om zoals bij Patchwork kunstenaars te hebben die hier tijd spenderen en die de lokale cultuur en mensen proberen te begrijpen, liever dan hen iets op te dringen.”

Net als de beeldende kunst maakt ook de poëzie dit jaar de tweeledige beweging naar verleden én toekomst, terug naar de roots én richting vernieuwing. “Als curator poëzie dacht ik: als alle kunstenaars nieuw werk gaan maken, ga ik geen bestaande gedichten selecteren”, legt curator Michaël Vandebril uit. “Dus heb ik ook aan de dichters nieuw werk gevraagd, zodat alles wat je ziet en leest in Watou speciaal voor deze gelegenheid gemaakt is. Het moest ook niet alleen nieuw zijn, we hebben elke dichter gevraagd om echt in dialoog te gaan met een kunstenaar of kunstwerk. Het gedicht bleef daarbij uiteraard autonoom – je moet het afzonderlijk kunnen lezen – maar je moest wel het gesprek tussen beide disciplines voelen.

“Tegelijk hebben we echt ons best gedaan om terug naar die roots te gaan door mensen uit te nodigen die zich wilden laten inspireren door deze plek. En ik denk dat het ons gelukt is om de magie terug te vinden, die sinds begin jaren tachtig elke zomer van Watou het mekka voor poëzie en kunst heeft gemaakt.”

Kunstenfestival Watou, nog tot 4 september.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234