Maandag 16/12/2019

Interview

Kunstenaarskoppel Nel Aerts & Vaast Colson: ‘Kunst maken kan een vorm van duivel­uitdrijving zijn’

Nel Aerts en Vaast Colson: ‘Toen mijn werk ineens goed begon te lopen, is de verhouding tussen ons veranderd’, zegt Nel. ‘Dat was zeer ongemakkelijk.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Vaast Colson (42), de action man van de conceptuele kunst, en Nel Aerts (32), de jonge blonde godin van de schilderkunst, zijn al bijna tien jaar samen. Dit is hun eerste dubbelinterview. Vaast: ‘Voor de kunst moet alles wijken.’ Nel: ‘Het is intens. Er zijn momenten dat ik in ademnood kom.’

Wat ze gemeen hebben, is dat ze allebei uit een dorp in de Noorderkempen komen – zij uit Wortel, hij uit Merksplas – en dat ze allebei kunstenaar zijn. Maar daarmee is het dan ook wel gezegd. Ze zijn van een verschillende generatie, hij een jonge veertiger, zij een prille dertiger. Hij an artist’s artist, invloedrijk in eigen kring, zij stevig op weg naar internationaal succes. Hij een spraakwaterval, zij vooral een doener. Hij twijfelt tussen langharig en kaal, zij is overtuigd blond.

NEL AERTS: • 1987 geboren in Turnhout • 2012 eerste galerietentoonstelling • 2014 eerste expo bij Carl Freedman Gallery in Londen • 2015 maakt honderd zelfportretten in het Van Gogh­huis in Zundert (NL) • 2019 expo’s in Athene, Lingen (D) en Münster (D) • Vanaf 25/10 The Waddle Show in Leuven • verbonden aan Plus-One Gallery in Antwerpen en Carl Freedman Gallery in Londen/Margate • Boek The Wanderer Paintings, 25/10

VAAST COLSON: • 1977 geboren in Kapellen • 2001 Off the Wall, eerste tentoon­stelling • 2013 Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding, private expo van trouwfoto’s (met Nel Aerts) • 2016 Show me yours & I’ll show you mine, dubbeltentoonstelling met Kati Heck, M HKA, Antwerpen • 2019 Exploring Nooks and Crannies, installatie in drie episodes bij Plus-One Gallery, Antwerpen • Boek Vaast Colson, 2 delen, 99/09 en 10/15, Maes & Matthys Gallery

Vaast Colson is de action man van de hedendaagse kunstscene. Hij maakt zelden tastbare, op zichzelf staande kunstwerken. Liever onderneemt hij ‘acties’, creëert hij momenten en situaties die per definitie vluchtig en eenmalig zijn, maar die altijd op hetzelfde neerkomen: de kunst in vraag stellen, te beginnen met die van zichzelf. Vrolijk, speels en fundamenteel.

Zijn voorlopige catalogue raisonné, twee indrukwekkende volumes van samen 1.300 bladzijden, bestaat voornamelijk uit snapshots van zijn optredens en performances, gemaakt door anderen.

Vaast Colson, ‘Kalpetran’, 2003. . Beeld Vaast Colson

Nel Aerts doet niks anders dan zeer tastbare dingen maken. In alle mogelijke, zeer herkenbare vormen: tekeningen, schilderijen, collages, textielwerken, sculpturen, films.

Op het eerste gezicht is het een vrolijke, pastelkleurige parade van cartooneske figuren en vormen. Grote ogen kijken je aan, handen reiken verwachtingsvol naar de hemel, flessen staan op tafel, wolken drijven voorbij.

Op het tweede gezicht is het een unheimliche droefenis, een theater van de stilstand en de lethargie, met de eenzame kunstenares in een glansrol.

Nel Aerts, 'IJskar Man', 2012-2018. Beeld RV © Private collection, courtesy the artist

Nel Aerts en Vaast Colson zijn al bijna tien jaar samen. In 2013 zijn ze getrouwd. Ze wonen in een huis in Antwerpen. Of liever gezegd: ze wonen samen in een piepkleine studio op de bovenste verdieping van een huis in Antwerpen. Alle andere ruimtes hebben ze opgeofferd voor de kunst. Op deze zitkamer na, de enige plek in huis waar ze hun gasten een stoel kunnen aanbieden. De muren hangen vol kunst en zowat alle meubel- en decorstukken zijn ontworpen door bevriende kunstenaars. Ik ga op een Nel Aerts zitten: een bank met kussens die ik nog ken van haar tentoonstellingen.

Ik vraag me af wat jullie op artistiek vlak bindt, maar nog meer wat jullie bindt buiten de kunst.

Vaast Colson: “Dat is een heel heavy vraag. We hebben daar vaak gesprekken over, en dan hangt er altijd een vleugje drama in de lucht. Want veel hangt af van hoe je over jezelf denkt, of hoe je over jezelf verkíést te denken. Ik voel mij zo goed in de biotoop van de kunst, dat ik daarbuiten eigenlijk niet wil bestaan. Waardoor ik ondertussen denk dat ik daarbuiten niet kán bestaan.”

Nel Aerts: “Ik ben iets pragmatischer dan Vaast. En ik heb net iets minder last van de boze buitenwereld. Ik wil ook dat er voor mij nog een wereld bestaat buiten de kunst.”

Vaast: “Ik weet van mezelf dat ik overdreven sterk ontwikkelde religieuze hersenlobben heb. (lacht) Dat zijn dezelfde als de filosofische, maar ik zeg liever religieuze, anders lijkt het alsof ik mezelf heel verstandig vind. Ik kan heel goed jongleren met de problemen van de kunst en de kunstenaar, maar terwijl ik dat doe ben ik natuurlijk nog niks aan het máken. Daarom ben ik vaak jaloers op Nel, in positieve zin: door gewoon te doen waar zij goed in is, lost ze veel van die problemen op.”

Zitten jullie elkaar op de huid met elkaars artistieke problemen?

Nel: “Het is soms heel intens, ja. Er zijn momenten dat ik in ademnood dreig te komen. Ik heb soms het gevoel dat ik Vaast niet genoeg in ruil geef voor wat hij allemaal mijn richting uit stuurt.”

Vaast: “Ik begeef mij vaak in de verbale boksring. Wat ik probeer te zeggen met mijn werk is niet vrijblijvend; er kan wel eens iemand gekwetst raken. Ik moet er voor opletten dat ik Nel daar niet continu in meesleur. Ik ben opgeleid als schilder, ik weet hoe moeilijk het is om met tekeningen en schilderijen een verschil te maken, een eigen taal en toon te vinden. (denkt na) Het gevaar van mijn benadering is dat ik de kunst kapot zou kunnen filosoferen. Door bijvoorbeeld te besluiten dat alle materie onbelangrijk is. Want zodra het probleem uitgedrukt is in woorden, is het in zekere zin al achter de rug, begrijp je? Volgend probleem, aub.” (lacht)

Waar en wanneer zijn jullie elkaar tegengekomen?

Nel: “We komen uit naburige dorpen, waar je al moeite moest doen om elkaar níét tegen te komen. Mijn broer en mijn neven waren betrokken bij de eerste kunstprojecten van Vaast, maar toen was ik nog maar tien. (lacht) De eerste keer dat we echt met elkaar in contact kwamen, was toen ik in mijn laatste jaar kunsthumaniora zat in Turnhout, en er een kunstenaar werd uitgenodigd om ons te begeleiden bij een project. Dat was Vaast.”

Vaast: “Zij was de mooie, karaktervolle verschijning die ik kende van ziens, maar tijdens het werken aan dat schoolproject ontdekte ik ook haar artistieke potentieel. (lacht) Toen werd het voor mij interessant.”

En wanneer werd het meer dan ‘interessant’?

Nel: “Vijf jaar later.”

Vaast: “Ik denk dat ik deze vraag moet beantwoorden, want het betreft hier een van die zeer zeldzame momenten in mijn leven dat ik echt het initiatief heb durven nemen.”

Nel: “Amai nie. Zo duidelijk als hij was, dat had ik nooit eerder meegemaakt. Het begin van een relatie is meestal zo’n warrige fase waarin veel signalen worden gegeven maar weinig wordt uitgesproken, van aantrekken en afstoten, strijd en gedoe, maar Vaast sloeg die fase vlotjes over. ‘Dit is wat ik wil’, zei hij. Ik was er niet goed van.”

‘Ik ben getraumatiseerd door kritiek op mijn werk’, zegt Vaast. ‘’Van meet af aan stelde ik me op als een worm die het niet waard was dat hij op de academie zat.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Want wat hij wilde, dat was jij?

Nel: (verlegen) “Ja… Ik was net afgestudeerd aan het KASK in Gent en ik mocht deelnemen aan een tentoonstelling van Scheld’apen (Antwerps kunstenaarscollectief, nu actief in Het Bos, red.) in Fort 8 in Hoboken. Ik wilde daar een ingewikkelde installatie in elkaar timmeren, met veel hout, en ik kreeg de tip dat Vaast de man was die me daarbij kon helpen.”

Vaast: “Ik heb die gelegenheid natuurlijk met beide handen aangegrepen.”

Nel: “Ja, en wel in die mate dat ik op een gegeven moment dacht: amai, die is wel héél hard aan het helpen.”

Vaast: “En hier zitten we nu.”

Jullie duiken voortdurend op in jullie eigen werk. Er is geen twijfel over wie het belangrijkste personage is in jullie artistieke universum.

Vaast: “In mijn geval kan dat moeilijk anders: ik ben degene die de actie onderneemt.”

Nel: “Vaast heeft ook sterke zelfportretten gemaakt. Door zijn karakterkop, zijn haardracht en zijn eeuwige muts zijn die heel concreet en levensecht. Een beetje zoals Fred Bervoets, die is daar ook goed in…”

Vaast: “Jij mag anders toch ook niet klagen?”

Nel: “Mijn werk gaat in belangrijke mate over mezelf als kunstenaar: mijn wereld, mijn twijfels, mijn eenzaamheid. Het is voor mij logisch dat ik er zelf ook in opduik. In het begin ging dat allesbehalve goed. Om niet te zeggen: afgrijselijk slecht. Ik vond dat ik, in tegenstelling tot mensen als Vaast en Fred, een saaie kop had waar ik weinig mee kon aanvangen. Maar sinds een jaar of vier maak ik meer zelfportretten. Het gaat steeds beter en ik voel me er ook comfortabeler bij. Nu ben ik al herkenbaar.”

Jullie beider werk heeft daardoor soms iets cartoonesks.

Vaast: “Ja, en je denkt dat dat zelfrelativering is, maar dat is niet noodzakelijk zo. De werken waarvan je zelf het middelpunt vormt, zijn vaak de donkerste.”

Nel: “Door te tekenen probeer ik uit mijn eigen realiteit te ontsnappen, precies omdat ze soms zo heavy is. Dan maak ik een beeld dat ik letterlijk als een scherm voor mezelf zet. Kunst kan ook een vorm van exorcisme zijn…”

Kunnen jullie elkaar nog verrassen?

Vaast: “Zeker en vast, en dan geniet ik het meest. Wanneer ik een doodgewone toeschouwer kan zijn van wat Nel doet. Dan ben ik blij voor haar én voor mij.”

Nel: “Dat zijn ook belangrijke momenten, want we zitten soms heel dicht op elkaar, maanden aan een stuk, dag in, dag uit.”

Vaast: “Het gebeurt dat zij net voor het begin van een belangrijke expo nog een drastische beslissing neemt. Genre: ‘Ik denk dat ik nog een paar grote schilderijen met olieverf op doek ga maken.’ Waarop ik meteen zeg: ‘Oei, dat zou ik echt niet doen, dat is onbekend terrein, je werkt altijd met acryl op hout.’ Maar dan doet ze het toch…”

Nel Aerts, 'Bangerik, angsthaas, labbekak, schijtebroek, schijterd, schijtlijster, schijtluis', 2019. Beeld RV © PLUS-ONE Gallery / Courtesy the artist Nel Aerts

Nel: “Uit pure overmoed. Om niet het gevoel te hebben dat ik op veilig speel. Dat heeft er al wel een paar keer voor gezorgd dat er een nieuw spoor ontstaat, dat mijn werk een nieuwe wending neemt. Vaast is trouwens nog een graad erger. Hij drijft het altijd op de spits. Een week voor de expo opengaat of de performance gepland staat, heeft hij nog niks. En wie ligt daar ’s nachts van wakker? Bibi.”

Vaast: “Bij mij zijn dat berekende risico’s. Ik weet dat het tikken van de klok een resultaat zál afdwingen. Ik weet alleen nog niet welk. Ik heb doorgaans wel een plan, maar dat vind ik, nog voor het is uitgevoerd, vaak al te voor de hand liggend. Dat snap ik te goed. En dus blijf ik me afvragen: is er nog iets anders? Kan ik er nog een draai aan geven zodat het echt vlijmscherp wordt? Tot op het allerlaatste moment laat ik de mogelijkheden open.”

Nel: “Terwijl ik soms moe en lusteloos word van het vooruitzicht om wéér met iets nieuws te moeten komen. Er is een periode geweest dat er zo hard aan mij werd getrokken, voor tentoonstellingen, maar ook om losse werken te produceren voor kunstbeurzen, dat ik mij echt slecht voelde. Terwijl ik in een hoog tempo schilderijen afwerkte, vond ik dat ik verschrikkelijk faalde.”

Vaast: “Dat is ook frauduleus.”

Hoezo?

Vaast: “Je laat iets uit je atelier vertrekken wat niet klaar is, of wat nooit klaar had mogen zijn. Je zet een kwaliteit in de wereld die er geen is. En je wéét het, als kunstenaar. Sterker nog: je bent de enige die het weet.”

Ook al wordt die kwaliteit daarna door iedereen erkend en geapprecieerd?

Nel: “Ja, ook dan. Je moet als kunstenaar opletten dat je jezelf niet in de maling neemt, hè. Herhaal je een bepaald beeld omdat het naar jouw gevoel nog niet uitgeput of uitgepuurd is, of doe je dat omdat er veel vraag naar is? Voor mij is dat een fundamenteel verschil. Ik koester niet de illusie dat alles wat ik maak een meesterwerk moet of kan zijn, maar ik moet er wel minstens zelf de zin en de betekenis van inzien.”

Vaast: “In de snelle, oververhitte kunstwereld van vandaag staart iedereen zich blind op het beeld, op het afgewerkt product, dat vervolgens wordt verpatst als het unieke werk van een zeldzaam genie. Dat is in veel gevallen niet alleen regelrechte fraude, het is ook een totale uitholling van het potentieel van de kunst én een belediging voor al wie ervoor betaalt en ernaar kijkt.

“Daarom doe ik soms zo moeilijk. Daarom werk ik graag samen met andere kunstenaars, in duo of in wisselende collectieven. Om dat hele idee van het individu als genie eens goed uit te hollen.”

Zijn jullie gevoelig voor kritiek op jullie werk?

Vaast: “Gevoelig? Getraumatiseerd ben ik! Al van toen ik nog op de academie zat. Ik had zo’n grenzeloos respect voor de kunstgeschiedenis, en voor dat bastion van kunst en cultuur dat de koninklijke academie was, dat ik mij van meet af aan opstelde als een worm die het niet waard was dat hij daar zat. Gedwee en onderdanig nam ik alle kritiek voetstoots voor waar aan.”

Nel: “Een leraar heeft hem ooit ten overstaan van zijn medestudenten uitgeroepen tot schoolvoorbeeld van hoe het niet moet.”

Vaast: “Natuurlijk was dat een schok. Maar ik verlangde zo hard naar het kunstenaarschap, ik wentelde mij dermate in die droom, dat ik zelfs de bitterste pillen doorslikte.

“Nu geef ik zelf les aan de academie in Antwerpen. Ik begeleid het vrije werk van de derde- en vierdejaarsstudenten schilderkunst en beeldhouwkunst. Ik probeer met hen een vertrouwensrelatie op te bouwen, zodat er geen enkele vraag níét gesteld kan worden. Maar ook: zodat ik geen enkele kritische opmerking hoef in te slikken. (lacht) En ik toon hen hoe slecht ik kan tekenen, zodat ze door mij alvast niet geïntimideerd worden. Ik ben dus nog steeds een voorbeeld van hoe het niet moet.”

Vaast Colson, ‘Het gevaar schuilt in zijn voeten’, 1999). Beeld Vaast Colson

Nel, wat is het ergste wat er ooit over jouw werk is gezegd?

Nel: “Ik vond en vind het vooral moeilijk om interviews te geven. (lacht) Ik praat altijd heel eerlijk en open over mijn werk. Als ik dan achteraf lees wat ik gezegd heb, dan is dat telkens bijzonder confronterend. (denkt na) Je bent nog piepjong en voor je het weet verlies je de naïviteit en de onbevangenheid die je misschien liever had willen behouden. Voor de buitenwereld moet je de beloftevolle kunstenares zijn die aan de hoge verwachtingen voldoet, en thuis moet je jezelf hervinden, herdefiniëren bijna. Het risico dat je een rolletje gaat spelen, is dan groot.”

Zijn er momenten dat jullie elkaar zien als concurrenten?

Nel: (lacht hard) “De hele tijd! (ernstig) In het begin van onze relatie was ik nog zoekende, terwijl Vaast zijn reputatie al had gevestigd. Maar toen begon mijn werk ineens goed te lopen en kwamen we echt in elkaars vaarwater. Toen is de verhouding tussen ons een beetje veranderd (denkt na) En dan wordt het ongemakkelijk. De een krijgt exposure, aandacht en kansen, de ander niet of veel minder. De een krijgt bevestiging, de ander niet. Persoonlijk vind ik dat een heel moeilijk ding. Ik zie maar één oplossing: ermee lachen, keihard bevestigen dat we continu met elkaar in gevecht zijn.”

Vaast: “Het heeft ook te maken met het feit dat Nel tien jaar jonger is dan ik. Ik had mijn eerste decennium als kunstenaar, die plezante fase van ‘nieuw’ zijn, je manifesteren en zichtbaar worden, net achter de rug. En toen kwam zij ineens naar buiten, met bijna instantsucces, en verschoof het perspectief. Voor haar, maar ook voor mij.

“Ongeveer tezelfdertijd sloten mijn vaste galeristen, Luc Matthys en Micheline Maes, die ongelooflijk veel voor mij hebben betekend, hun galerie in Antwerpen-Zuid. Waardoor het meest zichtbare onderdeel van mijn kunstenaarspraktijk van de ene dag op de andere wegviel.

“Heel mijn wereld ging aan het schuiven. Ik had het gevoel dat ik mezelf moest heruitvinden, of toch keihard moest werken om mezelf opnieuw op de kaart te zetten. Maar dat is des te moeilijker als je opstaat en gaat slapen met iemand voor wie het op datzelfde moment haast vanzelf gaat. Als je samenleeft met iemand die geen kunstenaar is, kan die al eens onbevangen naar je luisteren. Nel kon ook wel naar mij luisteren, maar ze was verdomme een deel van mijn probleem.”

Nel: “En ik ben nog altijd zijn probleem. En niet alleen vanwege de respons op mijn werk. Ook als hij kritiek spuit op de kunstwereld en op de hyperkapitalistische politiek die daar wordt bedreven, ben ik eigenlijk mee het mikpunt. Dat is best een lastige positie.”

Is het hier thuis beter verdeeld tussen jullie?

Nel: (lacht) “Vergeet het. Als ik aan Vaast vraag wat hij straks wil eten, geeft hij me een blik van wat-kan-mij-dat-schelen. Maar als ik hem vraag wat hij vindt van dat piepkleine roze bolletje dat ik op een schilderij in wording heb aangebracht, kan hij daar urenlang over doordrammen. Ach, mij maakt het niet zo veel uit. Ik kook graag, en Vaast is gewoon niet geïnteresseerd in eten. Hij vindt dat tijdverlies.”

Vaast: “Desnoods breek ik een bouillonblokje in twee en gooi ik dat in warm water. Of ik eet een stuk droog brood.”

Nel: (lacht luid) “Dat doet hij dus echt, hè.”

Vaast: “Kunst is de wereld die wij bewonen. Alles moet daarvoor wijken. Ik vergeet vaak te eten. Maar ik heb nooit last van lichamelijke kwaaltjes. Door mijn sterke wil en mijn onwankelbaar geloof in wat ik doe. Ik mag het niet laten hangen.”

Nel: (lacht) “Op restaurant en op café daarentegen kunnen we wel ongebreideld genieten en het soms stévig uithangen.”

Aerts en Colson maakten in 2013 een artistiek project van hun huwelijk. Beeld Vaast Colson

Vaast, je bent niet alleen getrouwd met Nel, je hebt ook al heel lang een relatie met je collega Dennis Tyfus. Jullie hebben heel vaak samengewerkt, performances gedaan, publicaties uitgegeven, kunstevenementen georganiseerd, tijdelijke kunstruimtes bestierd, zelfs een keer samen een reeks olieverfschilderijen gemaakt. Zet die artistieke polyamorie jullie huwelijk nooit onder druk?

Vaast: “Nee. Dennis en ik zijn heel complementair. Hij is een stoomtrein met een luide toeter, en ik haak mijn wagonnetje graag aan. Maar we staan elk op onze eigen rails, ons treintje staat wat onder spanning dezer dagen. Dennis heeft mij al eens grappend ‘my ex-boyfriend Vaast Colson’ genoemd.”

Enkele weken geleden was er sprake van dat het kunstenaarscollectief Ercola uit het legendarische pand in de Wolstraat in Antwerpen zou worden gejaagd, een thuishaven voor de tegencultuur sinds de jaren 1960. Dennis Tyfus woont en werkt daar en jullie baten er samen de kunstruimte Pinkie Bowtie uit. Er kwam luid protest, maar jouw stem hebben we niet gehoord.

Vaast: “Nee, omdat ik weet dat de leefomstandigheden er pittig zijn en de veiligheidsvoorzieningen ondermaats, en omdat ik begrijp dat daar iets aan moet worden gedaan. Als het kot in brand schiet, zal het de verhuurder zijn die erop wordt aangesproken, niet de huurders. En dat de eigenaar na renovatie misschien andere, lucratievere exploitatiemogelijkheden ziet dan de huidige, tja, wat had je gedacht? Voor de mensen die daar al vijftig jaar wonen en nergens anders terechtkunnen, zou ik dat heel erg vinden. Voor de jonge kunstenaars die er voor een zacht prijsje huren net iets minder. Maar bon, de dreiging is nu van de baan.”

Je zag die aangekondigde sluiting niet als een signaal dat het rechtse stadsbestuur de alternatieve nesten wil uitroken?

Vaast: “Ik kies ervoor om het niet zo te zien. Ik heb het zo al lastig genoeg met de wereld, dat kan ik er niet meer bij pakken. Ik wil niet als een opgespannen katapult door de stad lopen.”

Ik wed dat je ex-boyfriend Dennis Tyfus dat helemaal anders ziet.

Vaast: “Dat is zo, en dat vind ik geen probleem. We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn. Ik probeer gewoon eerlijk te blijven met mezelf.

“Ik ben een professionele kunstenaar. Ik geef les aan de academie, met inzet en overtuiging. Ik speel mee in het maatschappelijke spel. Als ik een politieke activist zou willen zijn, zou ik dat beter allemaal opgeven en ervoor kiezen om niets te zijn, niets te bezitten, nergens in mee te spelen. Begrijp je?”

Hebben jullie twee ooit samen een werk gemaakt?

Vaast: “Samen dingen bedacht wel, samen een boek gemaakt ook, maar zoals Warhol en Basquiat ieder onze signatuur achtergelaten op een grote lap canvas: nee, dat niet.”

Nel: “Tenzij je onze trouwfoto’s als een gesamtkunstwerk zou beschouwen.”

Ja, van jullie huwelijk in 2013 hebben jullie meteen ook een artistiek project gemaakt, een reeks ogenschijnlijk klassieke trouwfoto’s onder de titel Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (2013). Wat was er eerst: het voornemen om te trouwen, of het idee om een act op te voeren?

Nel en Vaast (unisono): “Trouwen!”

Nel: “Die fotoreportage was waarschijnlijk een manier om over onze gêne voor dat type ceremonie en dat type aandacht heen te stappen.”

Vaast: “Maar in de eerste plaats was ze het gevolg van een organisatorische beslissing. Om onze ouders niet te erg op kosten te jagen, hebben we voor de families een feest gehouden in de Kempen, en voor onze vrienden, merendeels kunstenaars, een aparte receptie in Antwerpen. Daar hebben we die foto’s onthuld, in een aangepaste setting, bijna een installatie.”

Nel: “Ze zijn gemaakt door iemand die we kennen, een gepensioneerde fotograaf die ooit zijn kost verdiende met dat soort dingen. We hebben goed gelachen.”

Vaast: “Uiteraard gaat het om de dubbelzinnigheid die in de beelden zit: is het oprecht geluk of een schijnvertoning? Ik kan vandaag nog steeds geen overtuigend antwoord geven op die vraag. Het was geen lichtzinnige ironie, en al zeker geen vette knipoog van twee pseudo-intellectuelen die zich beter wanen dan hun buurman. Die foto’s zijn niet arrogant. We zijn ook echt en oprecht getrouwd. (lacht) Maar als we ze morgen tentoonstellen in Londen, of ergens anders waar niemand ons kent, dan zal iedereen denken dat ze niet echt zijn. Het zijn trouwfoto’s en het zijn geen trouwfoto’s.”

Nel: “Die dubbelzinnigheid is zelfs bij mij blijven sluimeren. Nog maar onlangs heb ik aan Vaast gevraagd: ‘Jamaar, is ons huwelijk misschien een artistiek project voor jou? Laat het me dan vooral op tijd weten, zodat ik het spel kan meespelen.”

Vaast: (lacht) “Een maand geleden zei ze dat!”

Nel: (lacht ook) “Ineens wilde ik weten hoé hard ik in de zak ben gezet.”

Nel Aerts, The Waddle Show, vanaf 24/10 om 20.00 uur in Museum M, Leuven, mleuven.be

Off Balance, groepsshow met werk van Nel Aerts, vanaf 19 oktober in Plus-One gallery, Antwerpen, plus-one.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234